De Hollandse stamvader

De Hollandse stamvader van de Indische Persijn-familie was Claas Persijn, geboren in Amsterdam in 1761. Hij werd op 24 juli 1761 in de Oude Kerk te Amsterdam gedoopt. Zijn ouders waren Jan Persijn en Grietje van Heest.
Bij de doop, die voltrokken werd door dominee Johannes Calkoen, waren Paulus Leges en Margaretha Persijn als getuigen aanwezig.
Op 22 juli 1777 vertrok Claas Persijn ( twee dagen later zou hij 16 jaar worden) als corporaal-jong-matroos vanaf Texel met het VOC-schip ‘Huis te Spijk’, dat onder bevel voer van kapitein Pieter Thijssen jr, naar de Oost.
Op 24 november 1777 kwam het schip aan op Kaap de Goede Hoop. Daar werd onder meer proviand ingeslagen om daarna koers te zetten naar Java. Op 2 maart 1778 kwam het schip (en dus ook Claas Persijn) aan in Batavia.
Het schip vertrok met 287 personen aan boord, waarvan er 2 onderweg stierven.
Uit een verklaring van het Ministerie van Koloniën nr. 3116, Residentie Rembang, Folio 125 opgemaakt 01-01-1819 blijkt, dat Claas Persijn, toen pakhuismeester, sinds juli 1788 woonachtig was te Rembang aan de noordkust van Java. Daar is Claas in 1820 ook overleden. Volgens de Almanak van Nederkands-Indië (jrg. 1815-1822) was Claas Persijn zoutverkoop-pakhuismeester te Paradessie (Semarang en Rembang) met als collega’s o.a.: P.A. Hornung en A. de Santing.
Claas kreeg toen hij ongeveer 19 jaar oud was een relatie. Hiervan zijn mij verder (tot nog toe) geen nadere gegevens bekend.
In 1793 (Claas was toen 32 jaar oud) trouwde hij met Maria Magdalena Salomons, een jonge vrouw van 17 jaar. Deze Maria Magdalena, een niet gewettigde dochter van Margaretha van de Vijver, werd als baby van 1 maand op 9 augustus 1776 in de Portugese Kerk te Batavia gedoopt. Behalve haar moeder was ook een zekere Coridonsz Salomons aanwezig bij de doop. Mij is niet bekend of deze persoon de biologische vader van Maria Magdalena was.
Uit de onbekende relatie van Claas werden 2 dochters geboren : Maria Margaretha (geboren op 12 maart 1786) en Johanna Helena ( geboren op 28 juli 1787).
Maria Magdalena werd moeder van 3 zonen en 1 dochter.
De dochter, Lambertina Florentina, werd geboren op 19 februari 1795 en huwde op 16-jarige leeftijd met de toen 31-jarige Baron Pieter Hubertus van Lawick van Pabst.
De zonen waren Jan (geboren op 21 juli 1792), Coenraad (geboren 29 december1793) en Pieter ( geboren op 13 augustus1796).
Ik ben een afstammeling van zoon Coenraad en diens (tweede) echtgenote Catharina Dorothea van Gumster met wie hij op 1 augustus 1819 in Japara in het huwelijk trad.
Coenraad Persijn was onder meer assistent-resident te Ponorogo (Madioen) van 1830 tot 1833 en lid van de subcommissie landbouw Rembang. In 1834 werd Coenraad op wachtgeld gezet en vanaf december 1835 ging hij met pensioen.
Precies 168 jaar later, in december 2003, ging ik met pensioen!.



