Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Oneindigheid
Oneindigheid kunnen we niet verstaan,
daarom kleven we er een titel aan.
Heeft de oneindige ruimte een grens?
En wat er dan voorbij ligt, dat verstaat toch geen mens.
En we worstelen met het begin van de tijd
want onze gedachten haperen aan die begrensdheid.
Voor velen zit hier dan een god.
Wetenschappers zweren bij een ander gebod.
De Big Bang zou alles verklaren,
het ontstaan van de wereld zonder engelenscharen.
Kijk naar het andere einde van ons begrip,
het hele kleine, dimensieloze stip.
Daar gebeuren kwantumdingen,
waarop esoterici nu springen
om definities te vergaren
die hun gelijk te kunnen verklaren.
Maar hoe je het nu ook bekijkt
een begripsgrens is weer eens bereikt.
Kleiner dan klein of groter dan groot,
verder dan alles! Ons begrip wordt gedood.
En als we dan onszelf bekijken
hoe we zijn samengesteld uit twee rijken.
Er is toch een duidelijk geestelijke kant,
met daarnaast een lichamelijke toestand.
Geest wordt nu in formules vastgelegd,
alles biologisch aan de hersenen gehecht.
En ons lichaam opgebouwd uit zoveel cellen,
dat we alle functies niet meer kunnen tellen.
En dring je dan door de celwand heen,
is het alsof een nieuwe wereld verscheen.
Hoe complex is hier het levensspel?
Kan evolutie alleen dat allemaal wel?
Of zit er toch een stuwkracht achter?
Met zo’n doel wordt aanvaarden toch wat zachter.
Traumadour 28/10/10
cyclussen
Rotonde
Mijn leven heeft een kruispunt met zeven wegen,
rondom een grote rotonde gelegen.
De tijd duwt mij in één richting rond,
telkens voorbij elke afslag, voor ik die al vond.
Eén weg, weet ik, gaat terug.
Maar daar ligt die gebroken brug.
Ik kan er alleen de vroegte bekijken,
maar verder niets meer bereiken.
Zes keuzen lonken met plezier,
maar … laat ik dan de rest niet hier?
Ik kan geen twee wegen bewandelen
en daarom wacht ik met volop handelen.
Nog een rondje om na te denken
en telkens weer twijfelen om af te zwenken.
Misschien krijg ik nu wel een teken
om de vloek die me bindt te verbreken,
om één weg volop te beleven,
en de rest voorlopig op te geven,
tot ik ooit misschien in een ander bestaan
de verlaten keuzen toch nog kan gaan.
Maar als ik niet één pad beloop
dan is er ook geen hoop
dat er bij de volgende ronde
maar zes wegen meer bestonden.
Als ik de keuze nu niet maak,
dan is het een verloren zaak,
dan zal karma mij wel leren
dat ik beter eens terug zal keren.
En toch …is het moeilijk te verzaken
omdat die andere wegen mij ook blijven raken.
Misschien ! Misschien is dàt de achtste weg
dat ik mijn rotonde telkens wat meer naar buiten verleg?
Traumadour 17/12/2008
Nieuw werkwoord : wonderen.
En de natuur blijft wonderen.
En de natuur blijft wonderen. Dat de longen van de vogels, van onze doordeweekse kip, zo ingenieus gebouwd zijn, had ik niet verwacht. Hoe dikwijls zag ik ze niet uithalen en weggooien door mijn moeder? Nu doet men dat niet meer zelf, maar het gebeurt, en met dezelfde onachtzaamheid over dat wonder van vindingrijkheid.
Kort: als een vogel inademt gaat er lucht in achterste voorraadzakken (soort airbags) en van daar stroomt die lucht continu door de longen naar de voorste luchtzakken, niet onderbroken door het in en uitademen, vanwaar de verbruikte lucht weer uitgeademd wordt.
Wat is de winst? Continue doorstroming veroorzaakt door een discontinue beweging. Met een veel beter rendement dan bij ons. Niet in en uit de longen, maar door en door. Een beetje te vergelijken met een doedelzak, die ook continu muziek kan blazen, maar dan met één opening. En door dat hoge rendement kunnen vogels zelfs vliegen waar wij met moeite nog kunnen leven (op 6000m).
Maar de natuur is opportunist ook. Die volle luchtzakken maken het soortelijk gewicht van de vogel kleiner en geven hem daarnaast nog een goede luchtkoeling. En dan het zingen nog!
Dat roze stukje vlees dat niet goed was, of hoogstens voor de kat.
Traumadour 15/2/2011
Val en Tijn
Val en Tijn
-Dag.
-Hm.
-Mijn naam is Valeer, maar ze noemen mij Val en ik woon in 109 sedert verleden week.
-Ja.
-‘k Ben nieuw… ’t Is hier goed hé…
-Soms.
-Gij zijt hier al langer zeker. … Ge zult het dan wel beter weten dan ik.
-Hm.
-Mag ik een keer iets vragen?
-’t Is te zien.
-Allé, als ’t je stoort moet je ’t zeggen. Maar omdat ik nieuw ben en gij zit hier zo op die bank in de tuin… Schone tuin anders, dat had ik thuis niet…Trouwens al dat werk van het onderhoud, ik mag er niet aan denken. Maar wat ik wou vragen…
-Ne mol!
-Hoe ‘Ne mol!’?
-Daar, rond dees uur maakt hij nen nieuwen hoop.
-Ah! Daarvoor zat je zo te kijken.
-Hm.
En er valt een stilte. Vier ogen speuren nu naar mogelijke beweging van de tuinbodem.
-Vandaag nie.
-Wat? Vandaag nie?
-Geen molshoop … Teveel lawaai.
-Wilt ge zeggen dat ik teveel lawaai maak? Ik wou je alleen wat vragen.
-Doe maar.
-Wel, wat ik vragen wou…
-Dat heb je al gezegd.
-Jamaar … Allee …, ben je hier al lang.
-Ja.
Weer stilte. Valeer zet zich neer. Tracht nog te vinden waar de mol verwacht werd.
-Hoe is jouw naam? Want we zijn eigenlijk nog niet deftig voorgesteld hé.
-Martijn. Tijn als ge wilt.
-Hoe lang zit je hier eigenlijk al?
-Van vier uur… Ze steken rond vijf uur.
-Nee. Ik bedoel in het rusthuis … en welke kamer heb je?
Martijn recht zich van de stok waarop hij leunde.
-Gij vraagt veel.
-Sorry. ’t Zal beroepsmisvorming zijn zeker. Leraar geweest, en je kent dat altijd ondervragen hé. Maar we moesten ook altijd weten wat de leerlingen kunnen en willen. Oog hebben voor niet uitgesproken gebeurtenissen noemde ik dat altijd. Was ik heel goed in. Dus als ik teveel vraag, zeg je het maar hé.
-Ja. Vier.
-Zit je in kamer vier, dat moet in een andere vleugel zijn?
-Nee! 111 sedert ‘vier’ jaar.
-Ha, dan zijn we buren en dan gaan we mekaar dikwijls zien en kunnen we regelmatig een praatje maken. Kom gerust eens bij mij binnen. Ik heb nog wat koekjes en een halve fles (weggestopt). Van mijn zus gekregen, ja die is tien jaar jonger en die wil voor mij zorgen als voor een oude vader. Niet dat dat nodig is, want ik heb alleen die slechte hand sedert mijn trombose. Maar voor de rest functioneert alles nog. Haha. Maar ik denk dat ze wat compassie heeft omdat ik nooit getrouwd ben geweest.
-Ik ook.
-Wat ook?
-Nooit getrouwd … maar wel ….
-Samengewoond?
-Niet echt … Ze kon niet kiezen!
-Wat dat je nu zegt? Ik heb juist hetzelfde meegemaakt. 23 jaar kennis gehad en geteerd op altijd uitgestelde beloften. Ze ging er altijd serieus over nadenken. Maar ’t is er nooit van gekomen. Maar ja … ik mocht wel drie keer in de week …. allee je weet wel hé …
-En nu?
-Nu? Alleen herinneringen. Ze is gestorven. Zes jaar al en ‘k ben het nog niet gewoon, die maandagen, die woensdagen en die vrijdagen. Ik noemde haar altijd mijn kwartbed. Je verstaat wel hé, de helft van de helft van je bed? Haha! Maar ze kon er goed mee lachen.
-Ook zes jaar?
-Waarom zeg je ‘ook’? Was het bij jou ook zo misschien?
-Ja! Maar dinsdagen! En donderdagen! En zaterdagen!
-Had jij ook zo’n halve relatie? Da’s straf! Ik dacht dat wij uniek waren, dat er geen tweede zo’n koppel bestond als Albertine en ik. Ik noemde haar altijd Tijn of Tijntje.(ook toevallig) Maar dat was eigenlijk haar tweede naam. De eerste was…
-Valerie!
-Hoe Valerie? Hoe weet gij dat?
-Altijd gedacht! Maar met ne schoolmeester, dat toch niet!
-Was jou … ook een … Albertine?
-Nee! Niet ‘één’, maar ‘de’ Albertine … Valerie … Van Delen!
-Van Delen? … Mijn deeltje? … Mijn Tijntje?
-Ja.
En daar zaten ze. Samen . Val en Tijn. En dachten samen aan hun vervlogen halve jaren met Tijn of met Val. En ook aan die lege zondagen!
Traumadour 27/1/2011
Kort
Liefdegedachte
‘t Is niet goed te denken over liefde,
’t is niet goed herinneren wat soms griefde.
Beter gewoon aanvaarden, dat gevoel
en verder gewoon niets snappen van zijn doel.
Want als redeneren en verstaan erbij komt,
wordt gauw een stuk van de schoonheid uitgegomd.
Want kijk naar de eerste keer, toen waren we nog kinderen
toen we iets van aantrekking in onze buik voelden vlinderen.
Het werd toch gauw kalverliefde genoemd
en de vlugge genezing is wereldberoemd.
Was het dan wel echt
als je tegen elkaar zegt
dat je voor de rest van je leven
je hart zou willen geven?
Maar later wordt dat alles stabieler,
naast die aandrang verschijnt een andere bezieler
er moest onderling begrip en kennis groeien.
En of de toekomstvisies samen konden openbloeien?
Dan was er sprake van trouw
en werd liefde: ik hou van jou!
Maar daar stond Tante Sleur
reeds voor je eigen deur.
Regelmatig op bezoek
schreef ze vervelende bladzijden in je boek.
Zelden is Tante weer weggegaan
terwijl liefde onveranderd bleef bestaan.
Het werd een samenleven
een mekaar wat meer vrijheid geven.
We hadden niet beseft hoe het werkt
hoe liefde eigen ontwikkeling beperkt.
En dan groeit er een nieuwe eigenschap:
wie ’t evenwicht vindt tussen vrijheid en liefde is knap.
Want dan wordt hebben in geven omgewerkt
en genieten niet tot de eigen zinnen beperkt.
Een nieuw facet komt hier naar boven,
dat is buiten de trouwgelofte te geloven
dat de ander om je geeft
als je blindelings verder samen leeft.
Maar het leven is een bedreigend spel
en plots is er uit ziekte een hel.
Kan ik mij indenken wat het is
als ik straks de ander mis?
En als je ’t dan nuchter bekijkt
en die liefde helemaal veranderd lijkt,
dan voel je ergens die levenswenk
die liefde was toch wel een mooi geschenk.
Traumadour 12/2/2011
Na de winter komt lente
Korte dagen
die lange nachten vragen
om de 24 uur rond te maken
en door de winter te geraken.
Weinig nog te doen
veel herinneren van toen
waaruit mijn dagen bestaan
voor het winters overgaan.
Winter is soms mooi
omdat we weten van dooi
die een nieuwe lente geeft
waarin alles dan herleeft.
Hoe moet mijn lente dan zijn
als ik onder de grond verdwijn
kom ik in een nieuwe spruit
of in een andere wereld uit?
Traumadour 24/11/10
Stabiliteit
Winterkind
Winterkind
‘t Zijn die wintervakanties die het doen, denk ik.
Die er voor zorgen dat de jeugd steeds vroeger rijp is.
Hoedat? Wel, ik lees daarnet dat Ambystoma tigrinum , een soort tijgersalamander normaal een metamorfose ondergaat van waterbewoner naar landloper voordat hij of zij seksueel rijp wordt. Maar in de koude bergmeren van het westen van de VS (het wilde westen natuurlijk) gaan ze reeds vermenigvuldigen in larvaal stadium. Ze worden dan axoloth genoemd en missen het thyroxine hormoon dat zorgt voor de metamorfose. Meer naar het zuiden krijgen ze wel eerst het mooie tijgervelletje.
Dus opgelet in de kleuterklassen tijdens strenge winters!
ps: Als ik lieg is het naar Robert L. Dorit (bioloog). Als ik niet lieg ook.
Traumadour 9/2/2011
Op een schilderachtige winterdag
Een weg
daarnaast palen
daartussen een draad
daarop een vogel,
een aalscholver.
Zwemvliezen omklemmen de draad.
Een breed uitwaaiende staart
zorgt voor evenwicht
en steunt op de wind.
Zonder weg,
zonder paal,
zonder draad,
zonder vogel,
geen evenwicht.
Zonder leven,
zonder gebeurtenis,
zonder verbondenheid,
zonder kunstenaar,
geen kunstwerk.
Traulmadour 3/12/200
woordenspel
In het begin van mijn dag is er telkens een woord.
En dat woord wordt als mijn god, want het is alsof ik niet zonder kan.
Het woord is immers de basis van mijn gedachten. En het blijft een vraag of er gedachten kunnen zijn zonder woorden. Is meditatie geen woordenloosheid?
Moeilijk in te beelden, want dat woord beheerst ons leven.
Dit eerste van de dag is een restant van een verblijf in het ongeordende dromen.
Soms komt er onmiddellijk een rij, maar die blijft niet lang. En alleen opstaan en opschrijven kan ze vangen en omzetten in een basis van mededelen.
En dat schijnt het doel, die woorden delen met anderen, want daardoor geven we iets dat we toch ook houden. Het is een vermenigvuldiging.
Mijn woorden gaan bij een andere een leven leiden, waar ik geen vat op heb en waarvoor ik af en toe een repliek ontvang, een teken van leven, een teken dat het vangen en weer loslaten niet nutteloos was.
Maar denk nooit dat ze zich onderwerpen! Want woorden zijn de katten onder onze schedel.
Traumadour 7/2/2011
Windschaduw
Met de fiets tijdens de krachtige wind van gisteren, keek ik wel wat uit naar de schaduw van de wind. Achter wat huizen, of een bomenrij, of een haag of zelfs achter auto’s. En doordat het rijden dan niet zo vlug gaat, had ik tijd om wat na te denken. Die schaduw van de wind is eigenlijk fictief. Want juist daar is er geen wind. Eigenlijk zocht ik dus iets dat er niet was. Zou dat boek met diezelfde titel, daar ook over handelen? Moet ik dringend eens lezen.
In ieder geval voelde ik heel goed waar die schaduw was, omdat ik juist daar niets van de wind voelde. Met het voorbijrijden van een reeks auto’s groeide het uit tot een slagschaduw, waardoor ik er mogelijk wat dronken uit zag. En eigenlijk was ik wat dronken, dronken van die ‘Sturm und Drang’, van het plezier je te meten met de natuur, van het gevecht aangegaan met de wind. Maar na enige tijd was het geen gevecht meer. Het was eerder een samenzijn, een uitkijken naar, een verwachten van, een streling en een harde duw, een koppige toegeeflijkheid, een genieten van de weerstand van de ander en een pijnloos doordringen. Ja, bijna een soort vrijen. Want, dat moet ik toegeven, ik hou eigenlijk wel van de wind, omdat ze soms zo verschrikkelijk kan meezitten.
Traumadour 6/2/2011
Overdracht
Een tijd geleden zag ik een kunstwerk (van Yarka Neuters) dat drie identieke vrouwetorso’s toonde, maar met telkens groter wordende openingen. Het fascineerde mij, vooral dat soort statisch tijdsgebeuren. Eerst een barst, dan een opening, dan een volledig stuk weg. Hoe ver kan je kwetsen, dacht ik, en wat vind je dan?
driemaal
Hoe ver moet je kwetsen
om het innerlijk te kunnen schetsen?
Hoe diep moet je snijden
om de ziel te bevrijden?
Drie kansen krijg je niet…
Zou ik wat huid afpellen
of… die borsten die mooi zwellen
of… meer naar het hoofd
de schedel gekloofd?
Drie kansen krijg je niet
je wordt beperkt tot één lied…
Wat je vindt is binnenvorm,
achterspiegel van een schoonheidsnorm.
De leegte zit er binnenin
reeds ontvlucht door de ware zin.
Drie kansen krijg je niet
je wordt beperkt tot één lied
spijtig als je ’t nog niet ziet.
Traumadour 11/12/2010
Hè volutie!
De Australische termiet, Darwins termiet, kan zelf geen cellulose verteren. Hij heeft daarvoor een kolonie eencelligen in zijn darmen, Mixotricha paradoxa. Die leeft wel in de darmen maar kan zelf ook geen cellulose verteren. Maar hij draagt op zijn huid een bacterie die dat wel kan. Hij is dus een voertuig. Maar Mixotricha kan zich moeilijk zelf verplaatsen, maar gebruikt daarvoor een andere bacterie, een spirocheet die een speciale vorm heeft, aangepast aan de openingen in de huid van Mixotricha, om erin te passen met één uiteinde en met het andere uiteinde te bewegen. Het is wel Mixotricha zelf die de beweging stuurt en bepaalt waar ze samen naartoe gaan.
Twee soorten bacterieën, een eencellige en een insect evolueren zo dat ze niet meer zonder elkaar kunnen. Het is haast niet te geloven dat er hier geen sturing achter zit. Er zit natuurlijk wel een natuurwet achter : survival of the fittest.
Hoe kan het dan zo moeilijk zijn met ....Bel en Gie?
Traumadour 4/2/2011
Ufo mij nie.
ufo st…
Enkele miljoenen intelligente culturen
zijn er in de melkweg die ons berichten kunnen sturen.
Met een gemiddelde afstand van 200 lichtjaar
is men met communicatie maken echter nog niet klaar.
400 jaar wachten voor een antwoord op je vraag!
We wilden eigenlijk liever hulp vandaag.
De schrik dat ze ons afluisteren op internet
en graancirkels maken met wat binnenpret,
is dus duidelijk heel ongegrond,
en komt natuurlijk uit een ‘wensen-mond’.
Wat kan het mij NU verdommen
dat ze in 2500 mijn privé gedachten rondtrommen.
Zou het wel verstandig zoeken zijn,
contact te maken via dit werkterrein?
Misschien moet een vlugger medium gezocht
en die grote antennes worden verkocht.
Bedenk, met de snelheid van de gedachten
zou men toch een vlugger antwoord verwachten.
Maar wie dat krijgt zou niet goed weten
of hij nog altijd van wetenschap is gebeten.
Traumadour 27/10/10
Verwondering.
Verwondering.
Zo zou ik het gevoel willen omschrijven als ik lees over het leven van Sacculina.
Dit is een soort rankpootkreeftje (eendenmossels en zeepokken) dat parasitair is gaan leven. Alleen als larve is het herkenbaar een kreeftachtige, want als volwassene “is het een zacht zak die aan de onderkant van een krab zit vastgeplakt en bij zijn gastheer lange zich vertakkende, plantachtige wortels naar binnen laar groeien”. Dit parasietje voedt zich met het weefsel van de krab, maar niet zomaar lukraak! “Het groeit eerst naar de voortplantingsorganen van de krab, waar het deze in feite castreert.” Daardoor gaat de krab leven als een gesneden kater, wordt dik en vet en levert extra voedsel voor de Sacculina, die dan zelf kan voortplanten.
Is het voorstelbaar dat zo’n ingewikkeld gedrag in DNA, in de genen is vastgelegd? De jonge Sacculina’s kunnen het van hun ouders niet leren. Hoe kennen ze de anatomie van de krab?
De grootste verwondering gaat dan naar de tijd van miljoenen jaren, voor ons onvoorstelbaar, die zo’n gedrag kan laten evolueren.
Daar doe ik mijn hoed voor af. En zo zijn er veel, dus zou ik best mijn hoed opbergen.
[De aanhalingen komen uit “Het verhaal van onze voorouders” van Richard Dawkins p 505.]
Traumadour 2/2/2011
Als de gekheid van zijn stokje valt !
wat zou er dan gebeuren?
‘Alle gekheid op een stokje’ zeggen we als er iets speciaal, opvallend, ongewoon voorvalt dat we met de specerij van humor licht verteerbaar willen maken. We willen er wel eens mee lachen, want dan kunnen we het ongestoord vertellen.
Maar zit die gekheid niet meer op een stokje, dan worden we misschien al te ernstig, te voorzichtig. Soms is het moeilijk, af en toe zelfs onmogelijk, maar als het lukt is het een oase van welzijn.
Gekzijn
Soms denk ik dat ik gek ben.
Soms weet ik dat ik gek ben.
Gek als in niet normaal,
als anders dan gewoon.
Als ideeën zo machtig worden
dat ze gewoon leven verhinderen,
dan maken ze je gek, letterlijk.
En je blijft het beseffen, en er is geen weg naast.
Maar je kan geen hulp vragen,
want je bent bewust van je afwijking.
Je hebt bewust gekozen voor die gedachten.
Je moet ze alleen maar loslaten,
zoals een verslaafde de drank of de drugs.
Maar die gedachte is een vangnet
waar je te dichtbij bent gekomen
en waar geen uitgang aan blijkt.
Mijn net is nu wat jou idee toen was,
de zinloosheid van alles.
Toen was ik daartegen beschermd door een overtuiging.
Maar zoeken heeft die ondermijnd, weggeveegd.
En ik werd meegesleurd met jou tsunami;
nergens houvast, het eeuwig zwemmen.
Ik zie een les: ik moet jou ondergang begrijpen,
jou als slachtoffer zien van datzelfde vangnet.
Ik zie een les: moet toegeven machteloos geweest te zijn,
geen schuld omdat ik je niet kon redden.
Ik zie een les: ik mag niet ook ondergaan
wat een ramp zou betekenen voor hen die in mij geloven,
wat in hen het zaad zou verspreiden
van dit onzin-vangnet.
Om hen te beschermen moet ik verder
misschien als slachtoffer, schijnbaar als redder.
De lemen rots in de banding,
als de zon mijn huid maar hard genoeg kon bakken.
Maar als er een les is….
en als ik die kan zien en leren….
dan is het niet zinloos,
dan is het net er niet
dan moet ik mijn gekke gedachten
loslaten, vervangen door andere.
Ik weet dat met autohypnose alles kan,
dat zelfs mijn gekte daaruit afkomstig kan zijn.
Dan kan ik toch terug!
Alleen …. Ja! Alleen?...
Alleen heeft twee betekenissen
en in de letterlijke vormt ze
de knopen van mijn net.
Traumadour 1/2/2010
Nu, na het plaatsen merk ik dat dit exact 1 jaar geleden geschreven is. Zou het cyclisch zijn?
Waarom verandert mijn pen altijd van richting als ik schrijf?
Wereldtaal
Wereldtaal
Hoe Engels een wereldtaal geworden is ? vroeg ik me deze morgen af tijdens het lezen ervan.
Ik krijg het gevoel dat Engels wel eens de meest a-fonetische taal zou kunnen zijn (toch onder de talen die ik ken).
Ik las daarnet dat iets ‘witty’ is, geestig, waarbij zowel de ‘i’ als de ‘y’ dezelfde uitspraak hebben, namelijk ‘ie’. Akkoord dat hebben wij ook in ons Nederlands, maar wacht. ‘Whit’ bestaat ook (grein, sikkepit) en daar klinkt de ‘ie’ gewoon iets korter. Sommigen zullen een zucht van de ‘h’ uitspreken maar dan wel vóór de ‘w’. Het wordt dan een soort West-Vlaams ‘goed’ of een Franse ‘acht’.
Maar met een ‘y’ achteraan (whity, witachtig) dan is de uitspraak ‘waitie’. En is er een ‘e’ in de plaats van die ‘y’, dus ook achteraan (white, wit) dan heeft die alleen iets te maken met de klank van de ‘ie’, maar wordt zelf niet uitgesproken.
Komt er tussen de ‘t’ en de ’y’ een ‘h’ (withy, twijg) dan is het weer ‘ie’ uitgesproken, maar wel met hun typische lispelende ‘t’. Hetzelfde gebeurt bij ‘withe’ (ook een twijg) maar met gehalveerd lispelen.
‘With’ ‘wit’ wordt het weer geestig (wit) en zijn we zowat rond.
Hieronder een lijstje:
whit
white
whity
wit
with
white
withy
witty.
Ik blijf verwonderd over het fenomeen denken, dat we juist zo’n a-fonetische taal als wereldtaal uitkiezen. Iedereen aanvaardt dat gewoon. Zou het iets te maken hebben met het menselijk opportunisme, waarbij het rationele en het logische niet mee spelen? Of is het een uitloper van de dominantie? Of misschien is het gewoon familie van Romaanse en Germaanse talen en daardoor aantrekkelijk voor allemaal?
Voor mij blijft het toch wat ‘witty’, vooral omdat we niet echt kiezen!
Traumadour 31/01/2011

