Dubbele Identiteit voor Kinderen van Gescheiden Ouders
Kinderen die niet gedomicilieerd zijn bij één van hun gescheiden ouders, krijgen een tweede verblijfsregister, zegt het federaal regeerakkoord. Dat is goed nieuws voor co-ouders die verstoken blijven van een aantal rechten en die te kampen hebben met vervelende administratieve plichtplegingen, zoals wanneer bij een vechtscheiding de andere ouder de identiteitskaart van het kind niet uit handen wil geven. De verliezende co-ouder kan dan niet bewijzen dat hij/zij kinderen heeft. Twee identiteitsbewijzen van het kind zouden dan een oplossing moeten bieden voor administratieve twistpunten bij een vechtscheiding.
Vechtscheidingen?... Ooit hebben twee mensen aan het altaar bij de priester gestaan. In een euforische bui hebben ze elkaar eeuwige trouw beloofd. En beloofd om bij elkaar te blijven tot de dood hen scheidt. Aan het altaar iets beloven dat je hele leven bepaalt en vastlegt, dat is toch waanzin? Ze staan daar alle twee half bewusteloos, overmeesterd door een dwaze verliefdheid, niet meer voor rede vatbaar, en dan kramen ze onzin uit die hun toekomstige levenswandel vastlegt, zonder dat er eigen keuzes nog mogelijk zijn?!
Ouderschapsplan
Kamerlid Sonja Beck (CD&V) heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om een 'ouderschapsplan' in te voeren. In zo'n plan worden afspraken opgenomen over wie voor wat zorgt en hoe dat gebeurt, over de verblijfsregeling, over hoe de betrokkenen geïnformeerd worden, over de school en alle andere zaken die het 'getroffen' kind aanbelangen. Sonja Beck: "Eerst afspraken maken over kinderen, en dan pas scheiden."
Nu volgt er een verhaal over een jongetje dat ik van dichtbij gevolgd heb. Hij bofte met de scheiding van zijn ouders. Om aan te tonen dat er ook gelukkige kinderen zijn van ouders die aan het vechtscheiden zijn.
Case
Flipke van het lyceum woonde in twee verschillende huizen, want zijn ouders waren gescheiden, en de rechter besliste dat beide ouders de jongen mochten delen.
Maar wanneer Flipke thuiskwam van school, was hij altijd alleen. De ene week was zijn moeder op haar werk, en de andere week was de vader op zijn werk. Toch treurde Flipke niet. Thuis had hij het rijk voor zich alleen. Zijn huiswerk kon wel wachten en zijn lessen ook. Hij amuseerde zich met spannende tv-films, tekenfilmpjes, computerspelletjes, of hij speelde met zijn vriendjes. Niemand was er om hem te helpen met zijn huiswerk, maar dat vond ie niet erg. Niemand was er om zijn agenda te controleren, en dat vond Flipke ook niet erg. Want hij had heel wat zakgeld, en dat maakte veel goed. Zijn vriendjes waren niet zo rijk, want hun ouders waren nog niet gescheiden...
Wanneer Flipke in de klas vaststelde dat hij een boek vergeten was, zei ie toch gewoon dat het in zijn andere huis lag. Heel flexibel redde hij zich uit elke benarde situatie. Erg handig om in twee huizen te leven!... Flipke was geen schitterende leerling, maar wel een gelukkige vrolijke jongen, en zeker geen getraumatiseerd sukkeltje.
Kinderen van gescheiden ouders: getraumatiseerde sukkels? Bijlange niet! Ze leiden een avontuurlijk leventje en de slimmeriken weten heel goed uit te kienen hoe ze het meeste profijt halen uit hun dubbelleven. Ze krijgen alles dubbel: kleren, boekentas/rugzak, schrijfgerief, agenda, twee eigen kamertjes, twee pc's, twee tv's... Op materieel vlak komen ze zeker niets tekort.
Toch waren er kindjes die niet zo slim als Flipke konden profiteren van hun dubbele identiteit. Zij wisten niet om te gaan met de complexe toestanden van hun dubbelleven: twee huizen, één vader, één moeder, los van elkaar, hoe moet dat nu?... Die sukkeltjes waren er niet zoveel, want de meesten trokken zich uit de slag net zoals Flipke.
Er was eens zo'n sukkeltje dat niet meer goed wist naar welk huis het moest gaan, naar dat van pa, of naar dat van ma, welke van de twee huissleutels moest ie gebruiken, welke bus moest ie nemen, naar pa of naar ma?... Soms gebeurde het dat ie bij pa aankwam, terwijl ie bij ma moest zijn... Het co-ouderschap was voor dit jongetje een enorme belasting. Het arme sloebertje moest steeds denken, heb ik niets vergeten, boeken, kleren... en als de school uit is, naar welk huis moet ik dan gaan?... Dit jongetje had regelrecht naar het huis van de rechter moeten stappen, de rechter die het krakkemikkige co-ouderschap regelde!


De Biechtstoel












5 reacties op dit bericht
Hallo Lieve
De laatste keer dat ik in zo een muf vies hokje gezeten heb is ong. 60 jaar geleden, ik was toen circa 14 jaar en tot op de dag va vandaag ben k daar fier op, ik had echt niets te vertellen aan die pipo's en zeker niets waar zij geen fluit mee te maken hadden.
Een aangename Woensdag gewenst lieve vriendin xxxx
is een glimlach voor een mens
Nikki
Internaat
Mijn ouders hadden mij een jaar op internaat gestuurd, want dat zou mijn schoolresultaten ten goede komen. Dag jan, niks van aan. Woensdag namiddag moesten wij ook naar de kerk, om de zoveel weken ook in de biechtstoel. Ik herinner mij nog goed dat ik leugens zat te vertellen in de biechtstoel om dat ik niet wist wat zeggen. Ik zat dus te zondigen terwijl ik aan het "biechten" was
Oei...
Geklopt door mezelf.
Maar... hebben Jullie, Lievefans, er ook reeds op gelet dat de vieze geestelijken grotendeels HOMOfielen zijn: met jongentjes dus, terwijl het eigenlijk toch een béétje "normaler"
zou zijn indien zij HEBEfielen zouden zijn: met meisjes.
In mijn "macho-tijd" heb ik NIMMER een "geestelijke" ontmoet in mijn "jacht op de àndere sexe" die geen potentiële rivaal was... Zij konden steeds "op bezoek" bij een eenzame dame om zogezegd "geestelijke steun, of dito-troost" te brengen... terwijl Fikken steeds moest een reden uitvinden om mijn bezoekjes te verrechtvaaardigen tegenover nieuwsgierige buren. (een zakje met duidelijk te merken gereedschappen voor een klus b.v) of... 's avonds laat als de meesten reeds sliepen.
Het was steeds...
De gemeentelijke jongensschool, de nonnenschool en de "frères" (broeders Xaverianen) gingen dan allemaal met hun leerlingen (in strengen rijen) naar de kerk.
Het ging er nogal rustig aan toe totdat... zij in het kerkportaal aangekomen waren...dàn brak meestal een soort wedstrijd-in-snelwandelen uit om zo-vlug-als-mogelijk tot bij het biechthokje van één bepaalde onderpastoor te geraken: hij gaf steeds dezelfde penitentie... drie onze vaders & drie weesgegroetjes,.. en nù jouw akte-van-berouw
Het was voor ons, Xaverianenleerlingen, een triestige dag toen hij vertrok naar Sint Jan-bij-Ieper, om er parochiepriester te worden.