De eerste Asielzoekers in een Dorp


Hamont, een rustig dorpje bovenaan in Limburg. Het dorpspleintje kende geen afgebakende parkeerplaatsen, geen parkeerautomaten, geen parkeerschijven nodig, geen verkeersdrempels, geen regeltjes, niets, en toch bolde de hele samenleving daar als vanzelf. De dorpelingen keken wel even verwonderd naar enkele zeldzame hoofddoekgevallen, als bezienswaardigheden, als vergissingen van de natuur, als uitlopers van een of ander mensenras, als verschoppelingen van de maatschappij... De verwondering van de dorpelingen was kortstondig en daarna ging iedereen weer zijn eigen weg.
Het dorpspleintje telde wel vier verschillende banken, en zelfs twee apothekers. Een opticien, een kapper en een bakker verdienden er ook hun brood. En natuurlijk was er de kerk en zijn kerktoren waaronder heel wat meningsverschillen en andere onenigheden opgelost werden. En na de misviering waren er maar twee stappen nodig naar taverne 'Forum', het centrale pronkstuk van het hele marktplein.
Jarenlang, dag in dag uit, kwam er een groepje asielzoekers genieten van een kopje koffie in 'Forum', waar cafébazin Nicole even haar voorhoofd fronste wanneer de vreemde mannen binnenkwamen. Maar voor de rest bediende ze hen even keurig als de trouwe klanten aan de toog en aan de tafeltjes. Het was de tijd dat een tas koffie 45 frank kostte, en een Westmalletripel 65 frank.
De klanten van taverne Forum luisterden met verbazing naar het vreemde taaltje van de mannen, iets Oost-Europeesachtigs of zo. Verbazing omdat ze in hun vertrouwde omgeving geen 'indringers' gewend waren... Bij het binnenkomen gingen de vreemde mannen regelrecht naar een tafeltje in de hoek, zonder iemand te groeten. Ze gedroegen zich opvallend, maar niet luidruchtig, en waren altijd druk bezig met uitvoerige telefoongesprekken. Atijd een gsm tegen hun oor, alsof ze zo geboren waren. Een louche aangelegenheid! Zeker wanneer ze buiten op het marktplein aan het onderhandelen waren met chauffeurs van Franse auto's, je kon niet naast de opzichtige Franse nummerplaten kijken. En wanneer ze daarmee klaar waren, nog even een gsm-pje naar wie weet, en dan in een slentergangetje naar hun volgende bestemming. Zo ging dat haast elke dag. Activiteiten die tijd én geld kostten, een doorsnee werkman zou dit niet kunnen betalen, en ook niet de tijd voor hebben...














1 reactie op dit bericht
De stad van A
De vorige Antwerpse burgemeester roodbaars Patrik Janssens noemde ooit Anwerpen de stad "van A" ( waarmee ze in Anwerpen bedoelen"van u"). Daarna volgde "de stad is van iedereen". Vandaag was ik na lange afwezigheid nog eens in de stad van A, of van iedereen. Ik stelde vast dat "de stad van A die ook van ierdeen is" helemaal mijn stad niet meer is. Ze kan dan wel van iedereen zijn volgens Janssens, maar zeker niet meer van mij.