Het zoeken naar voedsel is veruit de belangrijkste bezigheid van deze vogels. Tijdens de herfst- en wintermaanden zijn de dagen zeer kort. En dus hebben deze vogels dan ook weinig tijd om voedsel te zoeken. Bovendien hebben vogels een hoger calorieverbruik, waardoor hun vetreserves sneller uitgeput geraken. Vooral in perioden van strenge koude, waarbij de vogel genoeg energiereserve moet hebben om de nachten door te komen, kunnen vogels in een hachelijke situatie terechtkomen. Door voedsel aan te bieden houd je ze niet alleen in een goede conditie maar verminder je ook de hoeveelheid energie die ze in het zoeken naar een maaltijd moeten steken Vogels hebben in de winter voedsel nodig dat rijk is aan koolhydraten en vet voor het opbouwen van vitale reserves lichaamsvet. Deze reserves hebben ze nodig om de lange, koude nachten te overleven. Veel keukenrestjes hebben een hoog vetgehalte en zijn ideaal vogelvoer: niervet, mergpijpjes, braadvet, geraspte kaas, spekzwoerdjes, cake en gebak. Om het verspreiden van ziektes te voorkomen, kan je best alleen gekookt vlees en gekookte botten buiten leggen. Geef vogels ook nooit uitgedroogd kokosnootvlees of ongekookte rijst omdat dit kan gaan opzwellen in de vogelmaag, met vaak fatale gevolgen. Daarom is het ook beter uitgedroogd brood eerst in water te weken voor je het op de voedertafel legt. Wanneer stoppen met voederen? Vroeger werd stellig beweerd dat je niet mocht doorvoederen in het voorjaar omdat de vogels dan het vet of de pinda's aan hun jongen zouden voeren, met alle gevolgen van dien. Uit recente studies blijkt echter dat het doorvoederen in het voorjaar geen negatieve effecten heeft op de nestjongen.
Copyright Natuurhulpcentrum vzw Opglabbeek - 089/85.49.06
|