Een pakjesavond was voor de Tweede Wereldoorlog geen algemeen verschijnsel. De crisisjaren speelden daarin een grote rol. De toenemende welvaart na de oorlog bood echter meer ruimte voor een geefcultuur, een geschenkenfeest in het kader van het oer-Hollandse Sinterklaasfeest. Het schoentje zetten (in West-Friesland stoeltje zetten; een gebruik identiek aan schoentje zetten, waarbij de schoen vervangen werd door een stoel)] op pakjesavond was in veel gezinnen vlak na de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk. Dit ceremonieel was omgeven door een sfeer van geheimzinnigheid.
Sinterklaas transformeerde echter gaandeweg van onzichtbare magische brenger van wonderbaarlijke gaven tot een opa-achtige kindervriend, die de kinderen met zijn zwarte pieten thuis met een zak vol cadeautjes bezocht.
Ouders gaven hun kinderen in eerste instantie veel zelfgemaakte cadeaus en later gekochte cadeautjes. Ook grote bedrijven zoals de Hoogovens, Shell en anderen, maar ook volksbonden zorgden ervoor dat de kinderen van hun werknemers of leden met Sinterklaas iets kregen.
Pakjesavond is er al lang niet meer alleen voor kinderen. Volwassenen geven elkaar, meestal anoniem, geschenken, al dan niet voorzien van een Sinterklaasgedicht of verpakt als 'surprise'. Vaak wordt door middel van lootjes trekken anoniem bepaald voor wie men een cadeautje moet kopen.
Pakjesavond is vooral een Nederlands fenomeen. In België kent men zoiets niet. Daar wordt gebruikelijk de ochtend van de zesde december uitgekozen als pakjesochtend. Hierbij worden dan ook geen liedjes gezongen.
O, kom eens kijken, wat ik in mijn schoentje vind. Alles gekregen van die beste Sint. Een pop met vlechtjes in het haar, een snoezig jurkje kant en klaar, drie kaatseballen in een net en een letter van banket. O, kom er eens kijken, wat ik in mijn schoentje vind. Alles gekregen van die beste Sint.
Een vroege afbeelding van de knecht van Sint Nicolaas, hier nog niet gekleed als een page. (Jan Schenkman, 1850)
Zwarte Piet is de hulp van Sinterklaas. Zwarte Piet is te herkennen aan het feit dat hij zwart of bruin geschminkt is en aan een soort pagepakje uit de zestiende of zeventiende eeuw. Verder heeft Zwarte Piet een kapsel van zwarte krullen.
Volgens de traditie komt Zwarte Piet tijdens het Sinterklaasfeest in december de cadeautjes brengen. Hij klimt door de schoorstenen van de huizen wanneer de mensen slapen. Dit kan een reden zijn waarom Zwarte Piet 'zo zwart als roet' is.
De herkomst van zwarte Piet is omstreden, er bestaan dan ook verschillende ideeën over: hij was oorspronkelijk een demon die door de heilige gedwongen werd goede daden te verrichten, of juist een voorchristelijke godheid die zich moest onderwerpen aan de christelijke sint. Volgens sommigen gaat hij terug op een Moors knechtje en is zijn huidkleur daaraan te danken. Anderen zeggen dat dit hetzelfde is, want de Moor was volgens sommigen de duivel. In andere landen is de Moorse variant onbekend, hier is de helper van Sinterklaas meestal een duivel (bijvoorbeeld Krampus) en het personage werd pas sinds de kerstening als kwaadaardige duivel afgeschilderd.
Vanuit christelijk perspectief is Piet de bedwongen satan, plaatsvervanger van de overwonnen Wodan, of diens helper Nörvi, de zwarte vader des nachts, die ook een roe droeg (als vruchtbaarheidssymbool). Een duivel als knecht van Sinterklaas is nog duidelijk te zien in de Oostenrijkse Sinterklaastradities. Hier wordt Sinterklaas begeleid door een Krampus of een Percht die behoorlijk angstaanjagende duivelse uiterlijkheden hebben en luidruchtig door de straten slepen met kettingen.
Een wat vriendelijker verhaal is dat de heilige Nicolaas op een slavenmarkt in Myra eens een Ethiopisch jongetje met de naam Piter (afgeleid van Petrus) aantrof. Sint kocht de jongen vrij en uit dankbaarheid bleef hij de Sint nabij. Zo komt Zwarte Piet volgens sommigen aan zijn negroïde trekken, hoewel enkelen bij voorbaat aannemen dat een verband bestaat met een koloniaal verleden.
Volgens het Meertens Instituut was Zwarte Piet oorspronkelijk niet zwart, maar blank. Hij heette Jan de Knecht. In Duitsland heeft Sinterklaas ook maar één knecht. Hij heet daar Knecht Ruprecht en is van oorsprong blank. Frankrijk kent ook maar één blanke knecht van Sinterklaas, genaamd Le Père Fouettard.
Volgens een andere theorie was Piet oorspronkelijk een Italiaanse schoorsteenveger.
Een andere mogelijkheid van de herkomst van Zwarte Piet ligt in de Germaanse god Wodan. Wodan reed op zijn witte schimmel, Sleipnir, door de lucht en was aanvoerder van de Wilde Jacht. Hij werd altijd vergezeld van de twee zwarte raven; Huginn en Muninn. De raven luisterden, net als Zwarte Piet, aan de schoorsteen om Wodan over de goede en de slechte daden van de stervelingen te vertellen.
Vergelijk ook de berserker, het lichaam was geheel zwart geverfd en men droeg dierenhuiden. De berserker heeft de eigenschap van Odin om in een vogel, vis of wild dier te veranderen en te vliegen.
Ook de knechten van Sinterklaas in andere landen zijn vaak als duivel afgebeeld (soms met hoorns van dieren (bokken)), bijvoorbeeld de Krampus, dit komt overeen met de onderdrukking van de voorchristelijke godheden. De eens almachtige godheid werd als knechtje of slaaf van de Sint beschouwd, een manier om de heidense bevolking te kerstenen.
De Scandinavische kerstbok (Julbocken) (de naam verwijst naar het Yule of joelfeest) lijkt qua uiterlijk veel op de Krampus; de Finse Kerstman Joulupukki stamt van de Julbocken af. De Jólasveinar geven, net als Zwarte Piet, geschenken tijdens de periode rondom Yule. Ook bijvoorbeeld Cernunnos, de gehoornde, droeg een gewei.
Vergelijk Zwarte Piet ook met de bontgeklede Franse harlekijn (naar Hellequin), vaak met zwart (half)masker, die ook wel als aanvoerder van de Wilde Jacht wordt aangevoerd. De Italiaanse Befana is ook met roet besmeurd en brengt cadeautjes door de schoorsteen.
Hier is de helper van Sinterklaas een duivel (bijvoorbeeld Krampus) en het personage werd pas sinds de kerstening als kwaadaardige duivel afgeschilderd.
Vorig maand, hier ver vandaan, Las een oude man, in zijn grote boek. “Wat had er weer in al die brieven gestaan ?” “Pieten ! Pak die stoelen daar in de hoek, en help me hier even, te bedenken : Voor ieder lief kind, een leuk cado ? Wat zal ik hen allemaal schenken ?”
Elk kindje, hoe klein ook, Kwam voor in het boek. Er werd gewikt en gewogen, van zus en van zo, onderwijl dronken ze koffie met koek. Achter iedere naam, kwam een schitterend cado, Ook jouw naam kwam voor, In het boek van de Sint. Ooooh …….. ik denk dat ik wat hoor !!! Ga maar gauw kijken, wat je in je schoentje vindt.