NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • wijsheid
  • Micha 5:3-4
  • cr
  • corry
  • DANK
  • Openb.3. 8
  • 1 Timoteüs 6:7-8
  • het doel
  • nooit alleen
  • corry
    Zoeken met Google


    Zoeken in blog

    Opwekking 601

    Deel door ons uw liefde uit
    aan wie honger heeft en pijn.
    Laat ons waar verdeeldheid is
    uw vredestichters zijn.
    Ons verlangen is alleen,
    Heer, maak ons hart bereid,
    dat door heel ons leven heen
    uw liefde wordt verspreid.

    Deel door mij uw liefde uit,
    aan een medemens die lijdt.
    Leer mij meer vervuld te zijn
    met uw bewogenheid.
    Mijn verlangen is alleen,
    Heer, maak mijn hart bereid,
    dat door heel mijn leven heen
    uw liefde wordt verspreid.

    Openbaar uw koninkrijk
    aan wie zoekt, aan arm en rijk.
    Giet een stroom van liefde uit,
    dat in ons en door ons, o Jezus,
    uw liefde wordt verspreid.(2x)

    Deel ons door uw liefde uit
    tot de einden van de aard'.
    Dat zich waar de dood nu heerst
    nieuw leven openbaart.
    Maak ons als uw werkers klaar
    en sterk ons in de strijd,
    tot wij mogen oogsten waar
    uw liefde wordt verspreid.

    Openbaar uw koninkrijk
    aan wie zoekt, aan arm en rijk.
    Giet een stroom van liefde uit,
    dat in ons en door ons, o Jezus,
    uw liefde wordt verspreid.(6x)

    Deel door ons uw liefde uit,)
    maak ons hart bereid. )4x
    Deel door ons uw liefde uit,)
    ja wij zijn bereid. )2x
    Deel door mij uw liefde uit )
    ja ik ben bereid. )2x

    Startpagina !
    Wat ogen zien dringt binnenin het hart. Het kan ons blij maken of ook heel verdrietig. Het kan ons soms zo diep raken, dat we er ziek van zijn. Ogen zijn de vensters van ons hart. Wie ze opent voor het licht, voor de zon overdag, voor de mooie dingen en voor de sterren in de nacht, is een blij en gelukkig mens. Met licht en meer moois in onze ogen komt er kleur in ons anders zo grijze leven. Want onze ogen weerspiegelen de liefde van Jezus. Een liefde, door Hem gegeven!

                Uit het hart

      Jouw Hemelse Vader die je heeft geschapen,
      die zoveel van je houdt,
      weet alles wat er zich in jouw hart afspeelt.
      Hij begrijpt en kent jou volkomen,
      Hij vraagt je om de juiste keuzes te maken!
      Hij verlangt niets liever dat Hij fier zou zijn op jou,
      dat je het pad der wijsheid zou blijven volgen!
      Het is niet altijd gemakkelijk, en je hebt vooral lef & doorzettingsvermogen nodig,
      maar dit alles is niet te vergelijken,
      met het liefdevolle geschenk dat je zal verkrijgen!
      Hij weet nu wat je denkt & wat je nog zou willen 'plannen'...
      Daarom vraag ik je : ook voor mij komt de tijd dat ik het aardse zal verlaten.
      Maar zou je dan niet blij & verheugd zijn als je weet,
      dat ik in het Hemelse paradijs zal blijven wachten op...
      jou !!!
      Filip V. (26-09-04)

    Blog als favoriet !

    De zin van het leven

     

    God heeft ons met een doel geschapen!

    en voor wie Hem als Heer aanvaardt,

    is 't leven weer het leven waard:

    hij wordt met nieuwe kracht bewapend.

    God zond zijn Zoon naar deze aarde,

    om wat kapot was en ontwricht,

    te brengen in zijn helend licht

    en te herstellen in z'n waarde.

    Wie bij Hem komt met diep verlangen

    naar zin en doel van zijn bestaan,

    zal nooit met lege handen gaan,

    maar handenvol geluk ontvangen.

     

     

    Jelly Verwaal

    WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
    IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
    GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
    30-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HANNA..

     Dichtbij de tempel klinkt een lied. Het klinkt hoog boven het rumoer van stemmen uit. Het lied legt stilte op. Een jubel barst open in een stem. De stem van Hanna. Naast Hanna staat een kleine jongen, de ogen op zijn moeder gericht. Het is Samuël. Vanwaar dit lied, vanwaar dit kind? En dan gaan we enkele jaren terug. We vinden de man Elkana, met in zijn huis twee vrouwen: Hanna en Peninna. Peninna gezegend met kinderen en Hanna kinderloos. Elk jaar trekt Elkana met zijn beide vrouwen en kinderen naar de tempel in Silo om er de Heer een offer te brengen. We zien hen gaan. Peninna met kinderen trekkend aan haar rokken, kinderen voor haar uit hollend, maar toch steeds weer om haar heen, haar aandacht vragend. En Hanna helemaal alleen, met soms de arm van Elkana om haar heen geslagen, peinzend haar verdriet om haar gemis aan kinderen. Vol liefde zich tot Hanna wendend, want zij is hem het meest dierbaar. En dan de vlammende jaloezie, die omhoog schiet in Peninna. Peninna, die zodra zij de kans schoon ziet Hanna tergt om haar kinderloosheid, haar tracht tot drift te prikkelen.We lezen dat 'jaar op jaar, zo dikwijls zij opging naar het Huis des Heren, zij zo handelde en haar tergde' (1 Sam. 1:7). De tergende woorden wekken echter geen drift op in Hanna, maar een mateloos verdriet. Als Elkana zijn vrouwen en kinderen een maaltijd aanbiedt, kan Hanna geen hap door haar keel krijgen en huilt zij. Hoe Elkana ook tracht haar te troosten, haar tranen kunnen niet gedroogd worden. Elk jaar opnieuw herhaalt deze scene zich. Tot op een keer, als zij zich daar weer rond de tempel in Silo geschaard hebben, Hanna zich terugtrekt. Zij wacht tot alle drukte voorbij is en de rust is weergekeerd op het tabernakelplein. Dan knielt zij neer en bidt, een vurig gebed tot God om een kind. En dan volgt haar gelofte: 'Als U mij een zoon schenkt, dan zal ik die voor zijn hele leven de Heer geven.' Nog geen jaar later ontvangt Hanna een zoon. Zij noemt hem Samuël, van de Heer gebeden.Maar hoe vol geluk Hanna ook is bij zijn geboorte, haar lied klinkt niet dan, maar enige jaren later: als zij volgens haar belofte haar zoon terugschenkt aan de Heer en hem bij de hogepriester Eli brengt, om in het Huis des Heren als een kleine knecht dienstbaar te zijn. Hier worden we stil van. Een kind, zolang verwacht, zo begeerd, teruggegeven aan God, als het nog zo heel jong is. Het van vreugde uitjubelen omdat God haar smaad heeft weggenomen, en tegelijk het kind weer weg te schenken. Opnieuw alleen keert Hanna terug naar huis. Maar haar gedachten zijn altijd om Samuël heen. Elk jaar naait zij een jas voor hem. Een jas die steeds een beetje groter wordt. Zo kleedt zij Samuël steeds opnieuw met de mantel der liefde. En God ziet naar Hanna om. Hij vult opnieuw haar armen: nog drie zonen en twee dochters schenkt Hij haar. Het moederschap heeft zij ten volle genoten. Hanna was een gewone vrouw, zoals wij. Zij heeft het liefste wat zij bezat aan God geschonken en van vreugde gejubeld. Elk geschenk, in welke vorm ook verpakt, biedt vreugde. Geven is rijker worden. En u zult ervaren dat God uw handen steeds opnieuw zal vullen.

    30-04-2006 om 14:40 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    28-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hugenoten en het hugenotenkruis.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    De hugenoten en het hugenotenkruis Omdat het Belgisch protestantisme een tweetalig gebeuren is, en dus een bicultureel verschijnsel, kan het nooit kwaad om naast de "Nederduitse" reformatie ook enige aandacht te schenken aan de historie van de reformatie in Frankrijk. België is ook wat dit betreft weer een trefpunt en smeltkroes van Europese culturen. U vindt informatie over: * de naam * het edict van Nantes en de vrijsteden * Bartholomeüsnacht (Catharina de Medici) * de camisards en de "église du désert" * het hugenotenkruis * de naam 'hugenoten' Het woord 'hugenoten' is waarschijnlijk een verbastering van het Zwitserse 'Eidgenossen' (Iguenots). In de 2de helft van de 16de eeuw komt deze naam voor als een ietwat denigrerende naam voor de Franse protestanten. Deze bijnaam wordt vervolgens door henzelf als erenaam aanvaardt (vgl: "les gueux", de bedelaars, de geuzen als erenaam van de Vlaamse protestanten). Als gevolg van de onderdrukking en vervolging worden in de 16de en vooral in de 17de eeuw vele hugenoten gedwongen te vluchten naar gebieden waar geloofsgenoten wonen of waar een grotere tolerantie heerst dan in frankrijk. Daar stichten zij dan vaak eigen 'vluchtelingenkerken' (Églises du Refuge, vandaar 'réfugiés'). Voor 1530 waren er slechts individuele 'Franse protestanten' op de vlucht (o.a. Guillaume Farel en Jean Calvin), meestal richting Zwitserland. De eerste grote vluchtelingenstroom kwam op gang na 1560. Bij hen sloten zich ook de Walen aan uit de zuidelijke Nederlanden, op de vlucht voor de Spaanse macht. Berucht is in dezen de Bartholomeüsnacht in 1572. Tot die tijd was het een nog niet uitgemaakte zaak hoe Frankrijk (als buitenbeentje in het Europa, waar de Habsburgse vorsten Spanje, de Nederlanden, Duitsland en Oostenrijk beheersten in nauwe verbondenheid met de roomse Kerk) zich zou gaan verhouden tot de nieuwe religie. Het kon nog alle kanten op, zij het dat zonder goedkeuring van de Franse koning geen blijvend protestants centrum in Frankrijk kon ontstaan. En de officiële lijn van de koning was sinds Frans I duidelijk antireformatorisch. De Waldenzen, die zich sinds 1532 aangesloten hadden bij de Zwitserse reformatie werden zwaar vervolgd. Leden van de plaatselijke adel namen hen soms in bescherming. Zij durfden dat doen, mede doordat vanuit Genève hen duidelijke geluiden bereikten dat de reformatie mocht, ja moest nagestreefd worden ondanks verboden van overheidswege. De lagere adel had van Calvijn in dezen zelfs de permissie en opdracht gekregen om des gewetenswille hierin subversief te zijn. Onder Hendrik II nam de vervolging toe. Toch waagden de Franse protestanten een nationale vergadering te Parijs. In 1559 kwamen predikanten en ouderlingen vanuit het hele land bijeen in een synode. Naar een door Calvijn verstrekt model stelden zij daar een geloofsbelijdenis vast, de confessio Gallicana. In een kerkorde (discipline) regelden ze de nieuwe kerk zowel plaatselijk als regionaal als landelijk in een zogeheten presbyteriaalsynodaal kerkverband(1): Geen gemeente mag over een andere heersen, gemeenschappelijke zaken moeten in provinciale of nationale synoden worden beslist en zulke synoden bestaan uit predikanten en ouderlingen (presbyters), die door de gemeenten of groepen van gemeenten zijn afgevaardigd. Deze geloofsbelijdenis en kerkorde is later via de Henegouwse predikant Guido de Brès (van Bergen, werkzaam te Rijssel en Gent) in een eigen bewerking ook de grondslag geworden van de protestantse kerken in de Nederlanden (confessio Belgica (z.b. pag. 7). De Kerkorde die in 1618 in Dordrecht werd opgesteld voor de Nederlandse Hervormde Kerk loopt gelijk op met het Franse voorbeeld. Na de dood van Hendrik II nam Catharina de Medici als regentes de regering over. Zij speelde de leden van de adel, waaronder er velen waren die sympathiseerden met het protestantisme (inclusief leden van de hoge adel, ja zelfs tot in de koninklijke familie toe), behendig tegen elkaar uit. De roomse fractie werd geleid door de fam. De Guise, de protestantse door leden van de familie Condé. Een godsdienstvrede zoals uiteindelijk in Duitsland in 1555 was bereikt, was in dit centralistisch bestuurde land niet denkbaar. Het was voor heel Frankrijk "entwederoder". Als de gereformeerden dus een eind aan de vervolging wensten, dan moesten ze er voor vechten. Toen in 1562 De Guise een bijeenkomst te Vassy met de wapens neersloeg, brak er een burgeroorlog uit, die met enkele onderbrekingen heeft geduurd van 1562 tot 1598. Als leider van de protestanten trad admiraal Gaspard de Coligny naar voren. Daar de opeenvolgende koningen weigerden de knoop door te hakken door radicaal partij te kiezen bleef de toestand onzeker. Rond de jaren '70 ontstond er oorlogsmoeheid en werden er wapenstilstanden en zelfs vredesakkoorden gesloten, ja De Coligny werd zelfs toegelaten tot het hof. Een echte oecumenische vrede leek mogelijk in Frankrijk, toen in 1571 de protestantse vorst Hendrik van Navarre ging trouwen met de zus van de katholieke koning van Frankrijk, Karel IX. De protestantse adel was genodigd en kwam ook naar Parijs voor de bruiloft. In deBartholomeüsnacht van 23 op 24 augustus 1572 liet Catharina de Medici hen allen overvallen en vermoorden, terwijl zo wil het verhaal de koning uit het vensterraam toekeek. Die nacht vielen in Parijs vermoedelijk 500 doden, buiten Parijs in de volgende dagen zeker 30.000. Het protestantisme, dat naar schatting toen zeker een derde van de bevolking omvatte, verloor in één slag zijn leiders. De strijd echter ging door en meer en meer gingen juristen op zoek naar een constructie, waarbij het land één zou kunnen blijven en toch de hugenoten plaatselijk zouden kunnen worden toegestaan hun geloof te beoefenen. Toen in 1589 Hendrik van Navarre, als naaste verwant van de koning rechten kreeg op de troon, werd hem de toegang tot Parijs echter geweigerd gezien zijn actief protestantse verleden (Hij was ondermeer legeraanvoerder der hugenoten geweest). In 1593 ging hij tot grote teleurstelling van de hugenoten over tot het roomskatholicisme ("Paris vaut bien une messe."). Als koning Hendrik IV probeerde hij vervolgens wel het conflict te beëindigen en zo vaardigde hij het edict van Nantes uit (1598): Officieel bleef Frankrijk een roomskatholieke staat, maar de hugenoten kregen een aantal vrijsteden, pandsteden (places de sûreté) toegekend. Ook leden van de adel mochten in hun bezit protestantse kerkdiensten houden. Protestanten behielden hun burgerrechten. Dit genade-edict van Nantes (1598) ter pacificatie van de religieuze tegenstellingen werkte in de praktijk echter niet. Kardinaal Richelieu probeerde de politieke zelfstandigheid van de protestanten met geweld te breken en belegerde de pandsteden, waarvan de bekendste La Rochelle is (1629 belegerd). Onder de zonnekoning, Lodewijk XIV, begon een vervolging van formaat (Un roy, une foy et une loy). Als absoluut vorst wilde hij absolute eenheid (L'état, c'est moi). Voor minderheden was in zijn rijk geen plaats. De protestanten verloren hun burgerrechten en hun scholen en kerken liet hij sluiten. Vele hugenoten namen opnieuw de wijk. In Engeland, NoordNederland en Pruisen bijv. waren zij zeer welkom, want zoals reeds aangeduid ze waren waardevolle economische krachten, ijverig en bekwaam (veel knowhow). De Franse economie begon er zelfs onder te lijden. Een emigratieverbod en gedwongen bekeringsacties waren het gevolg: kinderroof, afpersing, inkwartiering (dragonnades). Predikanten werden gevangen gezet en meestal tot de galeien veroordeeld. Omdat er zogenaamd geen protestanten meer waren trok de koning in 1685 het edict van Nantes in. Naar schatting 500.000 hugenoten waren het land ontvlucht. De vele nouveaux convertis, onder dwang bekeerden, verzwakten uiteindelijk de roomse kerk, daar afkeer bij hen overheerste. De onverschilligheid en vrijdenkerij hebben niet voor niets als eerste in Frankrijk hoge toppen gescheerd. De achtergeblevenen waren nog niet aan het einde van hun lijden. De wrede behandeling ging voort. In de Cevennen begon in 1702 een opstand van de camisards (camise = hemd, kiel). een goed georganiseerd verzet wist enkele jaren grote legermachten op een afstand te houden. En ookal werd ook deze opstand tenslotte in veel bloed gesmoord, duizenden bleven bijeenkomen op eenzame plaatsen om kerkdiensten te houden. Vooral de naam van de predikant Antoine Court is aan deze periode verbonden. (16951760). Als een Église du désertbleef de hugenotenkerk bestaan. Na 1729 leidde ds. Antoine Court predikanten voor Frnakrijk op in Lausanne. Zijn opvolger Paul Rabaut (17181794) waagde evenveel. Pas na 1752 luwde de vervolging enigszins, ook doordat de philosophes zich af en toe inzetten voor een grotere tolerantie. Zo heeft Voltaire bijv. de pen opgenomen na de gerechtelijke moord op Jean Calas: een protestantse pendant van de Dreyfussaffaire. Het is uiteindelijk de revolutie in 1789 die de protestanten (net als in België) de godsdienstvrijheid schenkt. Nakomelingen van de "Réfugiés" noemen zich ook vandaag nog graag 'hugenoten', ook als ze de belijdenis der vaderen allang niet meer toegedaan zijn. * Wat stelt het hugenotenkruis voor? Het hoofdbestanddeel is het zogenaamde maltezerkruis. Het kenteken van de ridders van Malta, een geestelijke ridderorde uit de Middeleeuwen. Het kruis heeft gelijke armen, wijd uiteenlopend aan de top; misschien een figuur, die verkregen is door vier pijlpunten naar het midden te keren. Het maltezerkruis is door hugenoten aanvaard, omdat men wel christenen wilde zijn, gekenmerkt door het kruis, maar niet door het 'Latijnse' kruis, het 'roomse'. Het maltezerkruis wordt gezien als symbool der wedergeboorte. De acht punten stellen voor de acht zaligsprekingen uit het Evangelie (Mt. 5:310) De armen van het kruis worden verbonden door een krans van vier lelies (lisbloemen) of harten, symbolen van reinheid en trouw.Het oorspronkelijke aanhangsel onderaan was peervormig, volgens sommigen een kruikje (teken van de zalving van de Franse koningen? of met de Geest?), volgens anderen een traan (teken van het lijden der Franse protestanten). Omstreeks 1688 is dit peervormig aanhangsel vervangen door de duif, het symbool van de Heilige Geest. Telt men alle punten (parels en lelies) bij elkaar op, dan krijgt men het getal 12, overeenkomstig de 12 artikelen van het 'algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof, waarvan de hugenoten zich belijders wisten. 1. 1 Volgens protestantse opvatting is er naast de H. Schrift geen andere gezagsinstantie (zoals bijv. de traditie) en aangezien de Schrift zelf geen uitgewerkte kerkorde of ambtenleer bevat, is de vormgeving van de kerk, de organisatie, een geestelijke zaak en dient dus 'theologisch' te geschieden, d.w.z. recht te doen aan 'hoe God in Christus zijn kerk regeert'. Een protestantse kerkorde mag dus twee dingen nìet doen: a. Door overorganisatie de vrijheid van de geest belemmeren b. Door te grote vrijheid de orde van de geest ontkennen. Het hiërarchisch kerkmodel van de Romana met haar sacrale ambtsopvatting komt dus voor haar niet in aanmerking. Het onderscheid tussen leken en clerus bestaat immers in het Nieuwe Testament niet. Elke gelovige staat daar gelijk voor God. Omdat elke 'groep' een structuur moet hebben, wil ze niet uit elkaar vallen, zijn er in de protestantse traditie verschillende nieuwe kerkmodellen ontwikkeld, waarbij ook niet te verwaarlozen experimenten in verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben plaatsgehad. Het moderne subsidiariteitsbeginsel is in wezen door de calvijnse reformatie al halfweg de 16de eeuw geformuleerd en gepraktiseerd in het presbyteriaal-synodaal kerkbestel.

    28-04-2006 om 12:50 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Daarom hebben wij altijd goede moed.

    Daarom hebben wij altijd goede moed.

     

    2 :Kor. 5:6

    Voor een gelovige is het leven hier -op aarde slechts een voorportaal van de hemel. Hier op aarde kamperen we maar in een tent, in de hemel hebben we een doorGod zelf gebouwd huis. Daar is onze woonplaats: Daarheen zijn we op weg. Wat een heerlijk vooruitzicht! Als: we het hier op aarde moeilijk hebben, mogen.we daar aan denken en er moed uit putten. :Maar het mag ons ook moed geven om, van Gods lief­de voor verloren zondaren te getuigen.- Opdat we van Hem loon zullen mogen ontvangen..

    28-04-2006 om 06:53 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    27-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERKOCHT.

     
    Van Harold St.John, de vader van de beroemde schrijfster van christelijke kinderboeken Patricia St.John, is het volgende verhaal bekend. Op een dag stond hij in de kapel van Keble College (Oxford) het meesterwerk van de schilder Holman Hunt, Het Licht van de Wereld, te bewonderen. Het schilderij beeldt Christus af die met een doornenkroon op het hoofd en een lantaarn in de linkerhand aan een gesloten deur staat te kloppen. Plotseling wordt de serene stilte verbroken door een groep toeristen. De groep werd geleid door een gids met een opvallend scherpe stem. Na een vluchtige toelichting bij het schilderij wist de gids tot afsluiting van zijn praatje als wetenswaardigheid te vertellen dat het orgineel van het schilderij voor 5000 pond verkocht werd. Waarop Harold St.John zonder enige aarzeling naar voren kwam en er heel sereen aan toevoegde: 'Dames en heren, mag ik zo vrij zijn u te vertellen dat het ware Orgineel van dit schilderij verkocht werd voor dertig zilverlingen?' Nadat het enkele ogenblikken heel stil geweest was, verliet het gezelschap zonder een woord te spreken de kapel.

    27-04-2006 om 18:53 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE OUDSTE LEVENDE DINGEN

     
    Trekkers in het Sierra-gebergte in Californië zijn verbaasd als ze soms hoge hekken tegenkomen met prikkeldraad erbovenop. Wat zien ze daar binnen die omheinde plek? Een mediamiddel zoals een radiotoren? Nee, ze zien alleen maar een paar knoestige bomen, misschien maar een kromme stomp met weinig naalden. Op een bordje staat: 'Verboden toegang. Bristlecone-dennebomen. Beschermingszone. Bescherm deze bomen alstublieft. Ze zijn de oudste levende dingen op aarde.'
    Pamfletten leggen uit dat deze Bristlecone-dennebomen al groeiden tijdens Jezus' omwandeling op aarde en dat ze de oudste zaaiplanten ten tijde van de uittocht uit Egypthe waren. Hoe zorgvuldig deze bomen ook beschermd worden, tenslotte zullen ze toch sterven. Ze hebben geen eeuwig leven. Maar christenen hebben wel de zekerheid van eeuwig leven. Ja, onze lichamen zullen sterven, maar door Gods genade en macht zullen onze zielen nooit sterven. Onze lichamen zullen opgewekt worden en we zullen een onsterfelijk lichaam ontvangen. Wie in Jezus Christus gelooft, heeft eeuwig leven

    27-04-2006 om 07:21 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SCHOOLFEEST
    SCHOOLFEEST

    26-04-2006 om 07:22 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KRuis en kroon.

     In april 2002 liep ik in Londen met duizenden anderen langs de kist van de Engelse koninginmoeder toen haar lichaam opgebaard lag in de Westminster Hall. Ik was getroffen door het gezicht van de kroon boven de kist en het kruis dat daar dichtbij stond - symbolen van haar leven en geloof. We waren gekomen uit eerbied voor een veelgeliefd lid van de koninklijke familie. Maar die avond was het mij duidelijk dat het kruis van de Heer Jezus veel meer betekent dan welke kroon ook. Voor allen die in de Heer Jezus geloven, is het kruis een symbool van onze hoop in leven en sterven. Christus is de Gever van overvloedig leven nu en voor eeuwig. Voor zijn dood aan het kruis zei de Heer Jezus: `Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des Mensen verhoogd worden, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe' (Joh. 3:14-15). Het kruis spreekt van vergeving en vrede met God. Het wijst op de verdiensten van Christus en niet van onszelf. Als we sterven, moeten we al onze 'aardse kronen' afleggen. Onze enige hoop is onze Heiland, die gestorven is om ons eeuwig leven te geven.

    26-04-2006 om 07:19 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    25-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zingen in de nacht.


               
    Vanaf de tweede helft van april is de nachtegaal
    te horen. Hij is de meest beroemde zanger in de
    nacht. De vogel zingt ook overdag. Als de ande-
    re vogels in de namiddag zwijgen, laat bij zijn
    gezang horen. Vooral 's avonds na zonsonder-
    gang valt zijn lied op, tot ver na middernacht.

     Zijn wetenschappelijke naam luidt:  'midder-

     nachtsgrotemond'.

     Zingen in de zonneschijn van het leven is niet

     zo moeilijk. Zingen in tijden van tegenspoed is

     geen gemakkelijke opgave. Paulus en Silas kon-

     den met bebloede ruggen midden in de nacht,

     in de gevangenis van Filippi, Gods lof zingen.

     •Dat is niet normaal', denkt u misschien. Dat

     is  inderdaad  waar,  gerekend  naar  menselijke

     normen en maatstaven. Alleen de Heer kan in

     ons hart bewerken dat wij kunnen 'zingen in de

     nacht.

    25-04-2006 om 18:22 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wij allen nu.

    Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen. 2 Kor. 3:18 Al iets gezien van de' heerlijkheid van Christus? Mozes' gelaat,weerspiegelde de heerlijkheid van God, (toen hij de wet uit zijn handen ontving. Jezus Christus is veel groter dan Mozes en hebt u zijn heerlijkheid nog -niet gezien? Zegt Hij u niet zoveel? Dan is een bedekking op uw gezicht mogelijk de oorzaak van uw 'niet-zoveel zien'. Ik zou dan in uw plaats aan God vragen:,'Ontdek' mijn ogen,, opdat ik de heerlijkheid mag' ,zien van uw Zoon Jezus.' Deze oprechte vraag aan God 'hebben tallozen vóór u de ogen geopend voor wie Jezus Christus in werkelijkheid is. Door Hem te zien en zich aan Hem toe te vertrouwen is zijn heerlijkheid zichtbaar geworden: in hun leven! 2 kor. 3:12-18 Ex. 14:13.20

    25-04-2006 om 18:21 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    24-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geen zorgen voor morgen.

    Je moet al een geweldige optimist zijn om dit te
    kunnen zeggen.
    Kijk om je heen en bekijk de beelden op tv en dan
    toch blijven zeggen geen zorgen voor morgen?
    Bezorgdheid kan je leven behoorlijk vergallen. Wij
    spelen graag op safe en daarom willen we graag
    veilig stellen wat voor ons belangrijk is.
    Een goede gezondheid, een riant inkomen, een
    vaste baan het zijn de zaken waar we graag op
    steunen.
    Maar er hoeft maar iets te gebeuren bijvoorbeeld
    ontslag of een levens - bedreigende ziekte en onze
    wereld ziet er gelijk anders uit.
    Wanneer wij onbezorgd (niet zorgeloos) door het
    leven willen gaan, moeten wij de juiste kijk hebben
    op de Here en op datgene wat Hij In zijn Woord tot
    ons zegt. Voor ieder probleem heeft Hij een
    oplossing maar wij moeten dan wel de neiging om

     Hem een handje te willen helpen kunnen onderdrukken.
    Jezus zegt.dat wij nooit bezorgd hoeven te zijn.

    De  Here zorgt voor ons lichaam en voor datgene wat
    we daar voor nodig hebben.

     

    We moeten God op zijn woord geloven. Hem
    volledig vertrouwen!
    Kijk wat Hij doet voor de vogels en de bloemen. Hij
    geeft wat ze nodig hebben.
    Zou Hij dan zijn eigen kinderen In de kou laten
    staan? Absoluut niet!
    Laten we er voor waken dat wij ons niet spiegelen
    aan de wereld. De wereld is altijd bezig om het
    eigen aardse bezit en leven veilig te stellen.
    God verwacht van ons dat wij ons in de eerste plaats
    met Hem en met datgene wat Hij van ons vraagt
    bezig houden en niet aan geld en goed hangen.
    Jezus zegt dat Indien je God van harte wil dienen
    Hij het zo met ons zal maken dat we dat kunnen
    zonder gebrek te leiden. Waar of niet waar?
    Jezus zegt het dus is het waar!
    Alles wat wij ontvangen uit de hand van onze
    hemelse Vader is genade.
    Laat alle ongeloof varen en vertrouw God op zijn
    woord dan kun je ontspannen en blij met Hem leven
    zonder zorgen voor de toekomst.
    Dus toch "Geen zorgen voor morgen.

    24-04-2006 om 18:52 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    23-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Woorden
    Mieke Mandel

    23-04-2006 om 07:18 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    22-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Johannes Calvijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Op 10 juli 1509 werd, in het Noordfranse plaatje Noyon, Johannes Calvijn geboren. Zijn vader wenste dat hij priester zou worden, en wist het gedaan te krijgen als secretaris van de bisschop, dat zijn kinderen het huisonderwijs bij een adellijke famielie konden volgen. Bovendien kreeg Johannes door het toedoen van zijn vader een kerkelijke studiebeurs en de inkomsten van een kapelaansplaats. Zo kon Johannes Calvijn naar de universiteit van Parijs ter voorbereiding op de theologische studie. Toch ging Calvijn geen theologie studeren maar rechten in de stad Orleans. De oorzaak van deze plotselinge verandering lag in het feit dat zijn vader ruzie had gekregen met de geestelijken van Noyon. Na de dood van zijn vader keerde Calvijn in 1533 terug naar Parijs om letteren te gaan studeren. In Parijs vond er een grote verandering plaats in het zieleleven van Calvijn. Hoewel hij tijdens zijn studie wel met de ontluikende reformatie in aanraking geweest was, bleef hij aan de kerk trouw en koesterde hij grote bewondering voor het humanisme. Zo schreef hij een commentaar op het boek van de Romeinse schrijver Seneca en stuurde daarvan een exemplaar aan Erasmus. Maar na een 'plotselinge' bekering brak hij met de Roomse kerk en bezocht hij de nachtelijke vergaderingen van de reformatorische Christenen, waar men het Woord van God en de geschriften van Luther onderzocht. Dit niet zonder gevaar voor eigen leven. Ook kwam hij in Parijs weer in kontakt met zijn vriend Nicolaas Cop. Deze was in 1531 tot rector benoemd van de Parijse universiteit. Van 1533 tot 1536 leidde Calvijn een zwervend bestaan. Zo vertoefde hij in Orleans, alwaar hij zijn eerste theologisch werk schreef. Dat handelde over de zieleslaap, een dwaling waarvan hij schreef dat die de blijvende gemeenschap van de gelovige met Christus loochende. In Bazel verzorgde Calvijn de eerste druk van zijn Institutie of 'onderwijzing in de christelijke godsdienst'. Dit boek, dat hij in zijn leven vele malen heeft uitgebreid, werd het standaardwerk van de reformatie. Ook nam hij enige tijd de toevlucht tot hertogin Renata van Ferrara. Op haar kasteel was hij veilig, want hoewel zij de zuster was van de Franse koning Frans I, was zij de hervorming van harte toegedaan. Na een kort bezoek aan Parijs wilde Calvijn in 1536 via Geneve opnieuw zijn verblijf in Straatsburg zoeken, om daar rustig te kunnen studeren. Maar de bekende predikant Guillaume Farel zocht hem tijdens zijn verblijf in Geneve op en bezwoer hem in de stad te blijven. Geneve had zich weliswaar van de Roomse hertog van Savoye weten te onttrekken, maar de stad bleef goddeloos en de reformatie vond er veel tegenstand. Door indringende woorden wist Farel Calvijn te overtuigen, dat het een roeping Gods was de zaak van de hervorming in Geneve te dienen. Calvijn bewees zich al snel, want in oktober 1536 werd er in Lausanne een godsdienstgesprek gehouden met de roomse geestelijken. Daar stond Calvijn met zijn grote kennis van de kerkvaders Farel terzijde, zodat de tegenstanders het zwijgen werd opgelegd. Hierdoor sloten veel geestelijken zich bij de reformatie aan en enkele dagen later werd de hervorming in Lausanne ingevoerd. Ook in Geneve leek het met de reformatie voorspoedig te gaan. Het stadsbestuur aanvaardde allerlei artikelen over de kerkelijke tucht, de orde in de eredienst, het catechetisch onderwijs en de ondertekening van de belijdenisgeschriften door de burgerij. Maar de bevolking was tegen de uitvoering. Veel van hen wilde vrij en ongedwongen leven en geen rekening houden met het Woord van God. Toen in 1538 de tegenstanders van Calvijn de meerderheid haalde binnen het stadsbestuur, werden Calvijn en Farel uit de stad verbannen. Farel ging naar Neuchatel en Calvijn gaf gehoor aan de roepstem van Martin Bucer, de hervormer van Straatsburg om zich daar te vestigen. De periode in Straatsburg kunnen we omschrijven als één van de gelukkigste periodes uit Calvijns leven. Hij verkeerde daar in een Franse vluchtelingen gemeente temidden van zijn landgenoten. Ook leerde hij daar Idelette de Bure kennen, de vrouw met wie hij in het huwelijk trad. Tevens verzorgde hij in Straatsburg de tweede druk van de Institutie, en begon hij hier met een Bijbel- commentaar. Dit laatste kwam voort uit zijn arbeid als docent aan de universiteit. Slechts drie jaar heeft hij in Straatsburg gewoond. Nadien heeft hij de herderstaf in Geneve weer opgenomen. Geneve dreigde aan de bandeloosheid ten onder te gaan. De roomse kerk zag haar kans schoon en liet kardinaal Sadoletus een brief aan de stad sturen om haar weer terug te brengen onder de macht van Rome. Ook Calvijn had kennis genomen van deze openbare brief en doorzag de bedoeling. Toch moest Farel hem er weer toe brengen om naar Geneve te gaan. Calvijn schreef bij deze gelegenheid aan zijn vriend, deze woorden: "Ik breng mijn hart de Heere ten offer." Toen Calvijn in Geneve terugkeerde, repte hij met geen woord over alles wat men hem aangedaan had. In zijn prediking ging hij verder bij de tekst waar hij gebleven was. Zo vatte hij de draad van zijn werk na drie jaar weer op. In overleg met de raad van Geneve voerde Calvijn een nieuwe kerkorde in. Daarin was bepaald, dat de kerk de tucht uitoefende over het gedrag van de burgers, terwijl in moeilijke gevallen de staat steun zou bieden. Zo beteugelden kerk en staat samen de losbandigheid, ondanks de tegenstand van de libertijnen, die vrij en ongebonden wilden leven. Maar langzamerhand werd die tegenstand minderen de positie van de calvinisten sterker. Dat kwam doordat veel protestantse vluchtelingen uit allerlei landen van Europa zich in Geneve vestigden. In 1555 werd de gemeenteraad in hoofdzaak calvinistisch. Er brak toen een periode van rust aan. In 1559 stichtte Calvijn in Geneve een academie om jonge predikanten op te leiden. Zijn jonge vriend en latere opvolger Theodorus Beza werd de eerste rector daarvan. Uit geheel Europa kwamen jonge mannen naar Geneve om te studeren, waarna zij naar hun volk terugkeerden om het Woord van God te prediken. Zo heeft de Heere door de dienst van bijvoorbeeld John Knox, Marnix van St. Aldegonde en Caspar Olevianus, de zuivere leer over grote delen van Europa willen verspreiden. In 1562 verscheen in Geneve een bundel berijmde psalmen, geschikt om door de gemeente gezongen te worden. Reeds in Straatsburg had Calvijn het belang van een goede psalmbundel ingezien. Hij was toen zelf aan het berijmen gegaan. Eenmaal terug in Geneve droeg hij dit werk over aan Marot en Beza, terwijl hij Louis Bourgeois en Maitre Pierre verzocht de bijbehorende muziek te verzorgen. Dat Calvijn de kerk een volledig psalmboek gegeven heeft, bewijst dat hij ook voor het kerklied alleen van Gods Woord wilde uitgaan. In 1564 ging de gezondheidstoestand van Calvijn snel achteruit. Prediken kon hij niet meer, maar hij kon als zijn vrienden hem ondersteunden de kerk nog wel bezoeken. In de maand april nam hij vanaf zijn sterfbed afscheid van al zijn vrienden en dicteerde hij zijn testament. In zijn laatste dagen sprak hij dikwijls de woorden van Psalm 39:10 "Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan." Het door hem steeds centraal gestelde leerstuk van Gods soevereiniteit beleed hij daarmee ook ten aanzien van zijn eigen leven. Op 27 mei 1564 overleed Johannes Calvijn. Zijn levenskaars was reeds op 54-jarige leeftijd opgebrand in de dienst des Heeren.

    22-04-2006 om 07:36 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    21-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN SLECHTE VERTEGENWOORDIGER.

    Dr. Houghtón was voorganger van de Calvary Baptist Church in New York .Op zekere dag kreeg hij bezoek van een welbespraakte verko¬per. Die raadde hem aan enige aandelen van ' een oliemaatschappij te kopen. 'Want', zei hij, `u kunt er een fortuin mee verdienen.' Dr. Hou¬ghton keek de verkoper eens aan en zei -vervolgens tegen hem: 'Als deze aandelen werkelijk zo goed zijn als u beweert, waarom bent u dan niet rijk? U loopt rond in haveloze kleren, u schoe¬nen zijn, helemaal versleten, en u wilt mij wijs¬maken dat u een bonafide firma vertegenwoor¬digt? Als u wilt dat de mensen meer vertrouwen in uw product zullen krijgen;'dan raad ik u aan u te kleden in overeenstemming met het pro¬duct dat u probeert te verkopen.' ' Zo moeten christenen, als vertegenwoordigers van Christus, in, hun handel en wandel respect 'afdwingen tegenover mensen van de wereld: Zij moeten een leesbare brief van Christus zijn.

    21-04-2006 om 17:25 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maarten Luther
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    De Duitse kerkhervormer Maarten Luther leefde van 1483 tot 1546. Luther was een Augustijner monnik en hoogleraar in de moraaltheologie te Wittenberg. Later hield hij zich bezig met de bijbelse theologie. In 1483 werd Maarten Luther in een uit een boerenachtergrond stammende mijnwerkersfamilie in Eisleben geboren (heden: Geboortehauis). Vanaf 1488 bezoekt hij de Latijnse school te Mansfeld. In Maagdenburg en later in Eisenach vervolgt hij zijn schooljaren. Sedert 1501 studeert hij in Erfurt met het doel jurist te worden. 1505 Monnik in Erfurt Toch brak de jonge man in 1505 volledig met dit voornemen, om in het Augustijnerklooster te Erfurt in te treden. Met deze beslissing die door het zijn hele leven stempelende zoeken naar een genadige God en zijn wil bepaald was, begon de ontwikkeling tot hervormer van de kerk. Eigen negatieve ervaringen met de kerkelijke genademiddelen bewerkten naast groeiende kritiek op kerkelijke misstanden voor alles een gedegen discussie met de Middeleeuwse theologie. In het jaar 1507 werd hij in dit klooster tot priester gewijd werd. In het jaar 1512 promoveerde hij te Wittenberg tot doctor in de theologie. Zijn eerste colleges over de Psalmen hield Luther in de jaren 1513-1515, van 1515/16 volgden colleges over de Romeinenbrief en van 1516-1518 over de Galaten en Hebreënbrief. Luther ontdekte aan de hand van de bijbelteksten Rom. 1:16 en 17 dat God in de eerste plaats vergeeft en niet veroordeelt. Daarom bestreed hij de winstgevende aflaathandel. Een aflaat is de kwijtschelding van straf voor bedreven zonden. In plaats van aflaten te verdienen door bijvoorbeeld aan een kruistocht deel te nemen of een bedevaart naar Rome te maken, kon men deze sinds de 12e eeuw kopen. Hierdoor konden gelovigen hun zonden afkopen en daardoor, op een relatief gemakkelijke manier, toch in de hemel komen. De opbrengsten werden door de kerk onder andere gebruikt om de Sint-Pieter in Rome te bouwen. De afkondiging van de aflaat waarvan de opbrengst bestemd was voor de bouw van de St. Pieterskerk te Rome door de Dominikaan J. Tetzel, die als een marktkoopman te werk ging, riep bij Luhter protest op. Luther brengt zijn bewaren onder woorden in 95 stellingen, die hij op 31 oktober 1517 ten behoeve van een dispuut met geleerden in Wittenberg liet aanslaan en aan de aartsbisschop van Mainz stuurde met de uitnodiging om hier schriftelijk op te reageren. Met het spijkeren van zijn 95 stellingen tegen de kerkdeur werd het begin van de reformatie ingeluid. De grondgedachte van de reformatie was de afwijzing van het leerstuk van goede werken. De mens kon alleen gered worden door zijn eigen goede werken. De nadruk kwam te liggen op de bijbel. Uitspraken van de kerk, zoals van de paus, waren van minder belang. Deze anti-autoritaire opstelling sprak velen aan die een grotere individuele vrijheid nastreefden. De openlijke kritiek op het misbruik van de aflaat in 1517 leidde, in plaats van het gesprek waar op gehoopt werd, tot de opening van het ketterproces dat met het uitspreken van de kerkelijke ban en de rijksban in 1521 werd afgesloten. Luthers stellingen'werden, voor hem zelf onverwachts, ongekend wijd verspreid. Reeds in 1518 dienden de aartsbisschop van Mainz en de Dominicanen klachten in Rome in. In het verhoor door de kardinaal-legaat Th. Cajetanus de Vio in oktober 1518 in Augsburg weigerde Luther ook maar iets te herroepen. Tijdens het dispuut te Leipzich in juli 1519 tussen J. Eck en A. Karlstadt verzette Luther zich tegen de gedachte dat de algemene Concilies niet kunnen dwalen. Vanuit zijn leer van de rechtvaardiging volgde automatisch kritiek op het pausdom, dat volgens Luthers opvatting over de goede verstaanbaarheid van de Schrift heenstapte. De bul "Exurge Domine" van 15 juni 1520 eiste zijn onderwerping. Luther antwoordde met de publicatie van zijn 3 grote geschriften, waarin hij zijn gedachten ontvouwde, "Aan de Christelijke adel van de Duitse natie" (augustis 1520), "Van de Babylonische Ballingschap der Kerk" (oktober 1520) en "Van de vrijheid van een Christen" (november 1520), waardoor hij het grootste deel van het Duitse volk voor zich inwon. De pauselijke bul waarin hij veroordeeld werd werd door hem op 10 december 1520 plechtig verbrand. Op 3 januari 1521 wordt Luther door paus Leo X geëxcommuniceerd. Tijdens de Rijksdag te Worms in april 1521 weigerde Luther te herroepen en zich zwijgend te onderwerpen aan een algemeen Concilie; keizer Karel V deed hem daarop in de rijksban. 1521 Om Luthers leven te beschermen, gebood keurvorst Frederik een voorgewende overval. Bijna een jaar lang leefde Luther als jonker Jörg op de Wartburch. Daar vertaalde hij het Nieuwe Testament in de Duitse taal die in 1522 gedrukt verscheen en in 1534 door de vertaling van het Oude Testament werd gecompleteerd. Tijdens het verblijf op de Wartburch ontstonden op veel plaatsen Lutherse gemeenten. Zijn geschrift tegen de gelofte van de monniken bracht talloze monniken en nonnen er toe het klooster te verlaten. 1525 Luthers bruiloft met Katharina van Bora De zichtbare breuk in het persoonlijk leven met het bestaan van een monnik heeft Luther met zijn huwelijk met de voormalige non Katharina van Bora bekrachtigd. Daarmee was het fundament voor het evangelische predikantsgezin gelegd. aanvolgend een heel aantal strijdschriften De boerenopstanden, die in de jaren 1524/25 overal in het rijk uitbraken, beriepen zich vaak op Luthers leer, maar de gruweldaden, die begaan werden, brachten hem, nadat hij in het begin begrip voor de bedoeling van de onder rechtsonzekerheid lijdende boeren had opgebracht, er toe de vorsten "Tegen de roofzuchtige en moordzuchtige boeren" tot aktie op te roepen. De tegenstelling tussen Huldrich Zwingli en de Wederdopers kwam nu scherper naar voren. Het Godsdienstgesprek te Marburg (1529) met Zwingli leidde slechts gedeeltelijk tot overeenstemming, omdat Luther aan de reële tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal vasthield. 1529 "Kleine catechismus" Om het volk te onderwijzen schreef Luther in 1529 de "Kleine Catechismus", voor de predikanten de "Grote Catechismus". 1534 Uitgave van de eerste volledige Wittenberger Bijbel in de Duitse vertaling van Maarten Luther In februari 1546 is hij in zijn geboortestad Eisleben gestorven. Op bevel van de keurvorst werd Luther in de Slotkerk te Wittenberg begraven. Met de vertaling van de Bijbel in de Duitse taal, verwierf Luther zich blijvende roem vanwege de vereniging van de Duitse taal. Ongeveer 70 miljoen gelovigen op alle alle vijf continenten worden op het ogenblik gerekend tot de Lutherse kerken. DE 95 STELLINGEN 1. Toen onze Heere en Meester Jezus Christus zei: 'Doet boete' enz. (Matth. 4:17),wilde Hij dat het hele leven van zijn gelovigen een voortdurende boete is. 2. Dit woord mag niet verstaan worden als betrekking hebbend op het sakrament van de boete dat bestaat uit biecht en genoegdoening en bediend wordt door het priesterlijk ambt. 3. Maar ook wil Hij niet dat het alleen over de innerlijke boete: ja, de innerlijke boete is waardeloos en geen boete, als zij niet uiterlijk op allerlei wijzen het doden van het vlees bewerkt. 4. Daarom blijft de goddelijke straf, zolang de mens afkeer heeft van zichzelf en dat is de echte innerlijke boete bestaan tot aan de overgang uit dit tot het eeuwige leven. 5. De paus wil en kan geen andere straf kwijtschelden dan die hij heeft opgelegd naar eigen goeddunken of volgens kerkelijke wensen. 6. De paus kan zondeschuld slechts vergeven door te verklaren en te bekrachtigen, dat ze door God vergeven is, hij kan echter wel de schuld vergeven in die gevallen waarover hem het recht toekomt. Bij minachting van dat recht zou die schuld niet kwijtgescholden kunnen worden en blijven bestaan. 7. God vergeeft niemand de schuld zonder hem te brengen tot deemoedige gehoorzaamheid aan de priester als Zijn plaatsvervanger. 8. De kerkelijke voorschriften over de boete zijn alleen bestemd voor de levenden en diezelfde voorschriften zeggen dat aan de stervenden niets mag worden opgelegd. 9. Daarom bewijst ons de Heilige Geest een weldaad door de paus, die in zijn decreten overal uitzonderingen maakt in geval van dood of uiterste nood. 10. De priesters handelen onverstandig en verkeerd, als zij voor stervenden kerkelijke boetedoeningen laten gelden tot in het vagevuur. 11. Dit onkruid, dat men kerkelijke straffen laat doorlopen tot in het vagevuur, is zonder twijfel gezaaid toen de bisschoppen sliepen. 12. Vroeger werden 'kerkelijke straffen' (d.i. boete en genoegdoening voor begane zonde) niet na, maar v66r de absolutie opgelegd om daardoor te beproeven of het berouw oprecht was. 13. De stervenden worden door hun dood verlost van dit alles; de stervenden gelden voor het kanoniek recht reeds als dood; ze zijn daar rechtens al van bevrijd. 14. Onvolkomen vroomheid of onvolkomen liefde veroorzaken op het sterfbed grote angst als noodzakelijk gevolg: hoe minder liefde, des te meer angst. 15. Die angst en schrik zijn op zichzelf om van andere dingen maar te zwijgen al voldoende om een mens pijn en kwellingen van het vagevuur te doen gevoelen, omdat ze heel dichtbij de angst der vertwijfeling komen. 16. Het vagevuur en hemel zijn te vergelijken met echt vertwijfelen, bijna vertwijfelen en zekerheid van het heil. 17. De zielen in het vagevuur zullen zeker behoefte hebben aan vermindering van hun angst en hun verschrikking, maar tegelijkertijd moet ook de liefde bij hen groeien en toenemen. 18. Er zijn redelijke of schriftuurlijke motieven aan te voeren, die ontkennen, dat de zielen in het vagevuur de mogelijkheid hebben verdiensten te verwerven en toe te nemen in de liefde. 19. Ook schijnt niet bewezen te zijn, dat de zielen in het vagevuur alle zeker en gerust zijn over hun zaligheid, ook al zouden wij daarvan wel volkomen overtuigd zijn. 20. Daarom bedoelt de paus met de woorden 'volkomen kwijtschelding van alle straffen' niet, dat zonder meer alle straffen kwijtgescholden zouden worden, maar alleen die straffen die hij zelf heeft opgelegd. 21. Vandaar, dat al die aflaatpredikers dwalen, die zeggen, dat de pauselijke aflaat de mens bevrijdt van alle straf en hem behoudt. 22. De paus Scheldt aan de zielen in het vagevuur helemaal geen straf kwijt, die zij in dit leven volgens kerkelijke wet hadden moeten boeten. 23. Als er sprake is van kwijtschelding van alle straffen, dan bestaat dat alleen voor de meest volkomenen, dus voor heel weinigen. 24. Daarom worden de meeste mensen bedrogen, als hun zonder onderscheid en met grootspraak beloofd wordt, dat zijn van alle straf bevrijd worden. 25. Wat dus geldt ten aanzien van de macht over het vagevuur voor de paus in het groot, dat geldt ook voor iedere bisschop en pastoor in zijn bisdom en parochie. 26. De paus doet er goed aan, dat hij aan de zielen in het vagevuur vergeving schenkt niet op grond van de sleutelmacht (die hij daartoe in het geheel niet heeft), maar door middel van de voorbede. 27. Het is puur menselijk gedoe, als men beweert, dat de ziel uit het vagevuur omhoogschiet, zodra de klank van het geld in de kist rinkelt. 28. Een ding is zeker, dat, zodra het geld in de kist klinkt, winzucht en geldzucht kunnen toenemen, maar de hulp of de voorbeden van de Kerk pleit op het welbehagen van God alleen. 29. Wie is er zeker van, dat alle zielen in het vagevuur verlost willen worden; denk maar aan wat verteld wordt over de heilige Severinus en Paschalis. 30. Niemand is zeker van de oprechtheid van zijn berouw; nog veel minder zeker kan hij ervan zijn of hij wel volkomen vergeving van zonden ontvangen heeft. 31. Even zeidzaam als de mensen met oprecht berouw zijn ook zij die een echte aflaat verkrijgen, d.w.z. ze zijn zeer zeldzaam. 32. Wie denken door aflaatbrieven zeker te zijn van hun zaligheid, zullen met hun leraars onder het oordeel vallen. 33. Men moet op zijn hoede zijn voor hen die zeggen, dat de pauselijke aflaat een niet hoog genoeg te schatten geschenk van God is waardoor de mens met God verzoend wordt. 34. immers, de genade van de aflaat heeft slechts betrekking op de straffen die door mensen opgelegd zijn in verband met de genoegdoening van het biechtsakrement. 35. Wie leren, dat geen berouw nodig is voor hen die zielen uit het vagevuur loskopen of biechtbrieven willen aanschaffen, verkondigen iets dat niet christelijk is. 36. Iedere christen die oprecht berouw over zijn zonden gevoelt, heeft volledige vergeving van straf en schuld, die hem ook zonder aflaatbrieven toekomt. 37. Iedere christen, hetzij hij leeft of reeds gestorven is, heeft deel aan alle geestelijke goederen van Christus en van de Kerk als geschenk van God ook zonder aflaatbrieven. 38. Toch mag men de vergeving en het aandeel van de paus daarin niet minachten, omdat (zoals gezegd in stelling 6) zijn vergeving de aankondiging van de goddelijke vergeving is. 39. Het is bijzonder moeilijk ook voor de geleerdste theologen om een aflatenovervloed en tegelijk een waarachtig berouw de mensen voor te houden. 40. Echte boete verlangt en bemint de straf; maar door al die aflaten is de straf geen straf meer en het maakt, dat men er afkerig van wordt; zij kunnen daar althans aanleiding toe geven. 41. Men moet voorzichtig zijn met het verkondigen van de pauselijke aflaat, opdat de mensen niet de verkeerde gedachte krijgen, dal de aflaat belangrijker is dan alle andere werken der liefde. 42. Men moet de christenen leren, dat het niet in de geest van de paus is, het verwerven van aflaten ook maar bij benadering op een lijn te stellen met een daad van barmhartigheid. ' 43. Men moet de christenen leren, dat wie aan een arme geeft of aan een behoeftige leent, beter doet dat wie een aflaat koopt. 44. Want door een daad van liefde neemt de liefde toe en wordt de mens beter. Door de aflaat wordt hij echter niet beter, hij raakt alleen zijn straf kwijt. 45. Men moet de christenen leren, dat wie zijn naaste gebrek laat lijden en daar niets aan doet maar wel een aflaat koopt, niet de pauselijke aflaat verkrijgt, maar Gods toorn op zich laadt. 46. Men moet de christenen leren, dat zij, als zij geen overdadige rijkdom bezitten, verplicht zijn wat voor hun huis nodig is te bewaren en het in geen geval aan aflaten te verspillen. 47. Men moet de christenen leren, dat aflaten kopen iets vrijwilligs is en geen gebod. 48. Men moet de christenen leren, dat de paus als hij aflaten verleent, meer behoefte heeft aan een aandachtig gebed en dit ook meer verlangt dan het geld. 49. Men moet de christenen leren, dat de pauselijke aflaat goed is zolang men daarop niet vertrouwt, maar dat er integendeel niets schadelijker is, als men daardoor de vreze Gods kwijt raakt. 50. Men moet de christenen leren, dat de paus, als hij wist van de afpersingen der aflaatpredikers, liever zou willen, dat de St. Pieter-kerk tot as zou verbranden dan dat die gebouwd moest worden van de huid, het viees en het gebeente van zijn schapen. 51. Men moet de christenen leren, dat de paus verplicht is zijn eigen geld — ook als daarvoor de St. Pieter verkocht moest worden — uit te delen aan de vele mensen die door sommige aflaatpredikers van hun geld beroofd worden. 52. Het vertrouwen om door aflaten zaiig te worden is v/aardeloos, al zou de met de verkoop belaste beambte, de aflaatkommissaris, ja ook de paus zeif zijn ziel ervoor in pand willen geven. 53. Vijanden van Christus en van de paus zijn het die terwille van de aflaatpreken de verkondiging van het Woord van God in andere kerken verbieden. 54. Aan het Woord van God wordt onrecht gedaan, als men in een preek evenveel of zelfs meer tijd besteedt aan het verkondigen van de aflaat dan aan het Woord van God. 55. Het moet toch zeker de bedoeling van de paus zijn, dat, als men de aflaat, die zo weinig waarde heeft, viert met een klok en met een feest, men daartegenover het evangelie als het waardevolste zou moeten eren en prijzen met honderd klokken en met honderd feestelijkheden. 56. De 'schatten' der Kerk waaruit de paus de aflaat uitdeelt, zijn in de gemeente van Christus niet duidelijk genoeg aangegeven of bekend gemaakt. 57. Want dat het hier niet gaat om tijdelijke schatten, kan men daaraan merken, dat veel predikers deze schatten niet zo gemakkelijk afstaan, maar veel meer proberen ze te verzamelen. 58. Het zijn ook niet de verdiensten van Christus en de heiligen, want die bewerken altijd, zonder toedoen van de paus, de genade voor de innerlijke mens en tegelijkertijd kruis, dood en he! voor die uitwendige mens. 59. St. Laurentius heeft de armen der gemeente de schatten der Kerk genoemd; maar hij heeft daarbij het woord gebruikt naar de geest van zijn tijd. 60. Op goede gronden en zonder lichtvaardigheid zeggen wij, dat deze schat is de sleutelmacht van de Kerk, die aan haar door de verdienste van Christus gegeven is. 61. Want het is duidelijk, dat voor kwijtschelding van straf en vrijspraak in bepaalde gevallen de macht van de paus alleen voldoende is. 62. De ware schat der Kerk echter is het heilig evangelie van de heerlijkheid en de genade van God. 63. Maar deze schat is natuurlijk zeer gehaat, want daardoor worden de eersten tot laatsten. 64. De schat der aflaten daarentegen is natuurlijk bijzonder geliefd, want daardoor worden de laatsten tot eersten. 65. Daarom zijn de schatten van het evangelie de netten waarmee men vroeger mensen van fortuin ving. 66. Maar de schatten van de aflaat zijn de netten waarmee men nu het fortuin van de mensen vangt. 67. De aflaat, die door de predikers als de 'grootste genade' verkondigd wordt, moet inderdaad 'groot' heten, in die zin, dat hij veel opbrengt. 68. Maar de aflaat is werkelijk uiterst gering, vergeleken met de genade van God en het geloofsleven onder het kruis. 69. De bisschoppen en pastoors zijn verplicht de kommissarissen van de apostolische aflaat met alle eerbied toe te laten. 70. Maar ze zijn nog meer verplicht met ogen en oren op te letten, dat deze kommissarissen niet in plaats van wat de paus heeft opgedragen hun eigen fantasieen prediken. 71. Wie de waarheid van de pauselijke aflaat weerspreekt, die zij vervloekt! 72. Maar wie zich bezorgd maakt over de willekeur en de brutaliteit in de woorden van de aflaatpredikers, die zij gezegend! 73. Zoals de paus terecht met zijn toorn en de ban straft wie met listige aanvallen optreedt tegen de aflaat. 74. Zo wil hij nog veel meer hen straffen met zijn toorn en de ban, die onder de dekmantel van de aflaat met allerlei handigheden aan de heilige liefde en de waarheid afbreuk doen. 75. Te veronderstellen, dat de aflaat van de paus zo krachtig werkt, dat hij een mens zou kunnen vrijspreken van de zonde, zelfs als hij (om iets onmogelijks te noemen) de moeder Gods verkracht had, is krankzinnig. 76. Wij stellen daarentegen, dat de pauselijke aflaat niet de schuld kan wegnemen van ook maar de geringste vergefelijke zonde. 77. Wie zegt, dat St. Petrus, als hij nu paus was, geen groter genade zou kunnen uitdelen, spreekt lastering tegen St. Petrus en de paus. 78. Daarentegen stellen wij, dat deze, ja iedere paus, over groter genaden (dan de aflaat) beschikt nl. over het evangelic, de geestelijke krachten, de gave om gezond te maken enz. waarvan sprake is in 1 Kor. 12. 79. Als men zegt, dat het kruis, opgericht (in de kerken), gesierd met het pauselijk wapen, evenveel macht heeft als het kruis van Christus, dan is dat een godslastering. 80. De bisschoppen, zielzorgers en theologen, die toestaan, dat zulke woorden tot het volk gezegd worden, zullen daarvan rekenschap moeten afleggen. 81. Zulk vermetel en onbeschaamd prediken over de aflaat maakt, dat het zeifs voor de geleerde moeilijk valt de eer en de waardig-heid van de paus in bescherming te nemen tegen laster of tegen de stellig scherpe vragen van de gewone man. 82. Bij voorbeeld: Waarom bevrijdt de paus niet tegelijkertijd alle zielen uit het vagevuur terwille van de allerheiligste liefde vanwege de grote nood der zielen— dat zou toch voor hem de meest voor de hand liggende reden moeten zijn, nu verlost hij immers ontelbaar vele zielen terwille van het allerellendigste geld voor de bouw van een basiliek en dat is toch een zaak van heel weinig belang? 83. Of: Waarom blijven de uitvaartdiensten en jaarmissen voor de doden nog bestaan en waarom geeft de paus niet de prebenden, die voor de doden gesticht werden, terug of staat toe, dat ze teruggenomen worden, terwiji het immers onjuist is verder nog voor de reeds verlosten te bidden? 84. Of: Wat is dat voor een nieuwe vroomheid van God en van de paus, dat zij aan een goddeloze of bijv. een vijand toestaan voor geld een godvrezende en door God beminde ziel te verlossen in plaats van dat zij die uit liefde om niet verlossen, vanwege de grote nood van een godvrezende en beminde ziel? 85. Of: Waarom worden de oude boetevoorschriften, die toch allang feitelijk en praktisch zijn afgeschaft en als dode letter beschouwd moeten worden, nog met geld afgekocht in verband met de aflaat, alsof zij nog van kracht en springlevend waren? 86. Of: Waarom bouwt de paus nu niet liever de St. Pieterskerk van zijn eigen geld in plaats van dat van de arme christenen, terwiji toch zijn vermogen groter is dan dat van de rijkste Crassus? . 87. Of: Wat kan de paus nog kwijtschelden of schenken aan hen die door volkomen berouw reeds aanspraak hebben op volkomen vergeving en op het verkrijgen van alle geestelijke goederen? 88. Of: Wat zou voor de Kerk beter zijn dan dat de paus, wat hij nu slechts eenmaal doet, dagelijks honderdmaal aan iedere gelovige deze vergeving schonk en hieraan deel gaf? 89. Daar het de paus toch bij de aflaat meer te doen is om de zaligheid der zielen dan om het geld, waarom heeft hij dan de vroeger verleende brieven over aflaten doen vervallen, terwiji die toch evenveel uitwerking hadden? 90. Als men deze scherpe en ernstige bezwaren van de leken slechts met geweld wil onderdrukken en ze niet tot zwijgen wil brengen . door met goede argumenten aan te komen, betekent dit, dat men de Kerk en de paus aan de spot der vijanden prijs geeft en de christenen ongelukkig maakt. 91. Als de aflaat naar de geest en de bedoeling van de paus gepredikt werd, dan zouden deze bezwaren gemakkelijk opgevangen kunnen zijn, ja, ze zouden nooit opgekomen zijn. 92. Weg dus met al die profeten, die tot de gemeente van Christus zeggen: 'Vrede, vrede' en er is geen vrede (Ezech. 13:10, 16). 93. Moge het echter die proferen welgaan, die tot de gemeente van Chrislus zeggen: 'Kruis, kruis' en het is geen kruis. 94. Men moet de christenen aansporen om hun Hoofd Christus met ijver na te volgen door straffen, dood en hel heen. 95. Zo moeten zij er meer op rekenen, dat wij door vele verdrukkingen het rijk van God binnengaan (Hand. 14:22) dan langs de weg van een lichtvaardig vertrouwen op die vrede. -o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

    21-04-2006 om 07:52 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    20-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERANDERD

    VERANDERD Jaren geleden riep een alcoholist in zijn wanhoop tot Christus. Hij vroeg de Here om zijn ziel te redden en hem te verlossen van zijn verslaving. Hij werd christen en door de macht van Christus stopte hij met drinken. Zijn oude vrienden uit de kroeg beschouwden zijn bekering als een voorbijgaande fase. 'Geef hem een maand,' zeiden ze, 'en hij pakt de fles weer.' Maar er ging een maand voorbij en hij had nog geen druppel gedronken. Toen probeerden ze het met spot. 'Geloof jij wat er in de Bijbel staat, dat Jezus water in wijn veranderde?' 'Ja, dat geloof ik,' was zijn antwoord. 'Wil je Hem vragen om dat ook voor ons te doen? Of deed Hij dat alleen om zulk soort als jij bekeerd te krijgen?' De man zei: 'Ik geloof dat Jezus water in wijn veranderde. Maar voor mij deed Hij nog iets beters. Hij veranderde sterke drank in kleding en voedsel. Vraag het maar aan mijn familie!' Geloof in de Here Jezus brengt een radicale verandering in het hart, waardoor ons gedrag veranderd wordt. 'Wie in Christus is, is een nieuw schepsel' (2 Kor. 5:17). Wat een omkeer heeft God in mijn leven gebracht, sinds Jezus nu woont in mijn hart!

    20-04-2006 om 17:13 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALS EEN PAAL BOVEN WATER


     

    "Het staat als een paal boven water."
    'M'n kop er af als het niet waar is.'
    'Zo zeker als twee maal twee vier is.'
    "Het kan niet missen"
    'Je kunt er van op aan'
    Dit soort uitspraken heeft een klank
    Van zekerheid. De sprekers weten
    Waarover ze praten, of ze willen ten-
    Minste die Indruk wekken.

    Zekerheid Is Iets waar we allemaal naar
    Verlangen. Niets is erger dan onzeker-
    heid. Iemand kan soms zo radeloos zijn
    dat zelfs het vernemen van slecht
    Nieuws een opluchting voor hem is.
    Dat is hem liever dan onzekerheid.
    Toekomst
    Toch Is er vreemd genoeg een facet
    Van het leven waarover veel mensen
    Zich zonder problemen in het onzekere
    Houden; men berust vrij kalm in die
    Onzekerheid.
    Dit facet is de toekomst - niet de
    Directe toekomst, maar het leven na de
    Dood.

    Vaak genoeg gaat men dan schermen
    Met begrippen als 'hiernamaals', of
    Andere nietszeggende frasen, omdat
    Juist het ontbreken van een definitie
    De mensen op hun gemak stelt.

    Hoe de bijbel erover «spreekt...

    Maar Gods Woord spreekt er anders
    Over
    “Het is de mensen beschikt eenmaal te
    sterven en daarna net oordeel”
    Dat Is duidelijke taal.
    We moeten verantwoording voor God
    afleggen over wat we met ons leven
    gedaan hebben. Maar Is dat reden om
    bang te zijn? Nee !

    Jezus zegt:
    “ Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen
    zeker niet verloren gaan.”)
      Dit is zekerheid!
    Als u besluit Jezus in uw leven toe te
    laten, zal Hij voortaan voor u zorgen
    en zult u nooit verloren gaan.
    Hier staat tegenover dat als u weigert
    dit te doen, een andere zekerheid voor
    u geldt:
    “Wie aan de Zoon ongehoorzaam is
    zal het leven niet zien, maar de toorn
    van God blijft op hem.”)
    U kunt gerust doorgaan met een zor-
    geloos leventje leiden: thuis, op kan-
    toor of werkplaats, op 't strand, bij een
    kansspel, of waar dan ook. Toch rust
    de toorn van God op uw leven, omdat
    u 'nee' zegt tegen Jezus.

    Welke zekerheid kiest u?

    Welke zekerheid zal uw leven beheersen?
     De zekerheid te weten dat u Eeuwig leven hebt door uw geloof In
    Jezus Christus, óf de zekerheid dat de toorn van God op uw leven rust
     en u eens door Hem geoordeeld zult worden, 
      omdat u Zijn Losprijs voor u genegeerd hebt?
    U moet een beslissing nemen om tot zekerheid te komen.

    Doe dat dan nu

    Hebreeen 9:27 Johannes 10:28  1 johannes 3:36

    20-04-2006 om 10:30 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    19-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PLANEETJE

     
    De aarde is ongeveer 150.000.000 km van de zon verwijderd. Wanneer we dezelfde afstand met een auto zouden afleggen, dan doen we daar bij een snelheid van tweehonderd km per uur ruim tachtig jaar over. Toch is deze afstand maar klein vergeleken bij de afstand tussen ons en de verste ster die we nog met het blote oog kunnen waarnemen. Wanneer het licht van die ster zou uitdoven, zou dat pas 4000.000.000.000 (4 biljoen) jaar later te zien zijn. In wezen is de aarde maar een klein stofje in dat grote heelal. Van een andere kant bezien, is het een enorme bal van zand en steen. Iemand heeft berekend dat de aarde 6.588.000.000.000.000.000.000.000 ton weegt. Volgens sommigen is de mens niet meer dan een vliegje dat op een zomerse dag door een klein meisje achteloos wordt dood gedrukt. In zekere zin is het nuttig om ons met deze kleine insecten te vergelijken. Het zou ons voor ziekelijke trots kunnen bewaren. Toch zijn wij belangrijk voor onze Schepper. David besefte dit toen hij dichtte: 'Aanschouw ik Uw hemel, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?'
     
    Voor God is niets te groot en niemand te klein.

    19-04-2006 om 07:14 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    18-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.waar toch de goede weg is...

     
     
    Ja, vroeger moest je op onbekend terrein vragen naar de goede weg. Tegenwoordig laat je de computer de weg uitstippelen, of je hebt een routeplanner in de auto, die je precies bij het beoogde doel brengt. Maar waar het om gaat, is hetzelfde. Hoe kom ik, waar ik wezen moet? Dat is altijd de vraag. En waar je wezen moet? De Heer zegt: dat je rust vindt voor je ziel. Dat is het doel, waarheen Hij ons wil hebben. En dat heeft niks te maken met rijkdom of gezondheid, met aards geluk of altijd de wind mee of zo. Rust voor de ziel, dat is rust vanbinnen. Vrij van al dat opgejaagde zoeken en dwalen, achter van alles aan draven en dan weer tot de ontdekking komen dat dat het niet is en dan maar weer naar het volgende. Wat een onrust! Nee, er is een goede weg naar dat rustoord voor de ziel. Die weg is Jezus. 'Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.' Hij is de weg. Zoek dus niet langer. Vraag niet overal. Maar ga die weg achter Hem aan. Wat een rust!.

    18-04-2006 om 07:06 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    17-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het is de Heer.

     

    TWEEDE PAASDAG

    Niemand van Jezus' volgelingen had erop gerekend Hij was in `het graf gelegd; de steen was ervoor gerold, de Romeinen hadden het graf ver­zegeld, kortom: het was afgelopen: Jezus was er niet meer Zonder Hem.moesten zij verder. Dat deden ze ook, maar met heel veel moeite en met­ een groot gemis.,Simon Petrus neemt een kloek besluit: `Zoek maar uit wat jullie doen; ik ga vis­sen!' En de anderen gaan, bij gebrek aan iets zinvollers, met hem mee. Ze hadden kunnen: weten dat ze niet ter visvangst, maar ter mensenvangst moesten uittrekkern. De Heer zal hen verrassend op het goede pad brengen:

    Joh, 21:1-14

    In de houding van de discipelen, herkennen

    wij onszelf. Moet dat stelletje de wereld bekend maken met de goede boodschap? Een onmoge­lijke onderneming ! Nadat ze geloofd hebben in een levende Heer, die voor hun zonden stierf en uit de dood weer opstond, pakken ze hun oude levenspatroon weer op en

    vervolgen ze hun weg, alsof Christus niet in hun leven is gekomen. Ze 'stappen weer aan boord' en varen uit, totdat.:. Ja, totdat ze opeens aan de oever van hun leven iemand ontdekken die hen opwekt zich af te vragen wat de `vangst' van al hun gezwoeg is; en waarvoor en voor wie ze eigenlijk leven. Dat, kan een ommekeer betekenen. De discipelen waren uitgevaren om vis te vangen, maar ze vingen pas vis na de instructie van hun Meester te hebben opgevolgd, en toen ze aan land kwamen stond het warme eten al op tafel: vis, (die zij niet gevangen hadden) én brood Daarna werden ze uitgestuurd om mensen te vangen. Wat een sti­mulans om vandaag te ontdekken dat Jezus staat te roepen aan de oever van je leven!

    17-04-2006 om 17:00 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het teken van Jona
    Mieke MANTEL

    17-04-2006 om 07:02 geschreven door lucky  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    » Reageer (0)


    Archief per jaar
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006

    Over mijzelf
    Ik ben LUC, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Lucky.
    Ik ben een man en woon in Moorsele (belgie) en mijn beroep is RUST........
    Ik ben geboren op 30/12/1952 en ben nu dus 65 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: computer,,Muziek Fietsen en proberen niet mijn wil te doen maar deze van de Heer.
    ben gehuwd met fabienne
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek
  • Goedemorgen
  • Hallo Lucky
  • Goedemiddag
  • Goedemorgen
  • Goedemorgen

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Dit zijn Christelijke linken bekijk ze eens
  • HRTLINK
  • VRIJ ZIJN
  • Rivers of Live Ministries
  • ICHTUS KERK KORTRIJK
  • echtvrij

  • Blog als favoriet !

    De Geest van God is geen spookbeeld of hersenschim. Hij is onder ons aanwezig, voelbaar en tastbaar. Hij spreekt soms uit de blik in onze ogen. Je ziet hem in de mensen die verdraagzaam zijn en respectvol omgaan met elkaar. Je voelt hem in dat liefdevolle gebaar of die hartelijke handdruk. De Geest van God is de scheppende kracht die bruggen slaat over de diepste kloven, die mensen bij elkaar brengt en conflicten ombuigt in begrip en verzoening. Het is de energie die bergen kan verzetten en mensen boven hun kleinheid uittilt - de levensadem van God die mensen bezielt en in beweging zet.


    Mijn favorieten
  • SeniorenNet.be
  • merelfavorieten.nl
  • geloven en begrijpen jouwpagina
  • christen. startpagina..be
  • christen.startpagina.nl
  • Rivers of Live Ministries

  • Een interessant adres?

    Afscheid nemen

    Afscheid nemen is verdrietig,
    afscheid nemen is niet fijn
    afscheid nemen is iemand verlaten
    bij wie je graag zou willen zijn.

    Afscheid nemen is die blik vol liefde
    en die aai over je bol
    afscheid nemen zijn die tranen
    je schiet er helemaal van vol.

    Afscheid nemen zijn die woorden
    "Ik hou van jou, dag lieve schat.
    Je bent altijd bij me,
    want jij zit hier, diep in m'n hart."

    Soms is het afscheid maar voor even
    soms voorgoed of voor een lange tijd
    maar wat je samen hebt mogen beleven
    dat raak je echt, nee nooit meer kwijt.


    Parel


    Je bent een parel, die zeer kostbaar is
    je naam staat onuitwisbaar in Mijn hand geschreven.
    Ik heb je zelf gemaakt om tot Mijn eer te leven
    je bent een parel, die zeer kostbaar is.

    En eens zal Ik je roepen aan Mijn zij
    Mijn kind die roeping is zo hoog verheven.
    Uit liefde gaf ik jou Mijn eigen leven,
    ja, eenmaal zul je stralen aan Mijn zij.

    Je bent nu nog op reis, het einddoel is in zicht,
    houd Mij maar stevig vast en luister naar Mijn stem.
    Aan d’einder gloort het nieuw Jeruzalem,
    daar zul je eeuwig leven in Mijn licht.

    Je bent een parel, die zeer kostbaar is.


    Dit gedicht is voor jou!
    Als je je alleen voelt je hart gebroken is of bezeerd als je bang bent voor wat komen gaat als je lief hebben hebt verleerd als je jezelf niet durft te zijn als je verteerd wordt door verdriet dan is dit gedicht voor jou want God vergeet je niet Hij wacht op je hij kent je vragen Hij zegt: “geef mij je last, dan kunnen we het samen dragen”. En langzaam zul je merken daar kun je van op aan, dat jij alleen nog je rugtas vasthoudt de inhoud is naar Hem overgegaan Als je je bedrogen voelt eenzaam en heel klein als je door de bomen het bos niet meer ziet en er misschien zelfs niet meer wilt zijn als je verstrikt zit in de netten van de zonde en niet weet hoe je daar uit moet geraken dan is dit gedicht voor jou Jezus zal het in orde maken Hij weet als geen ander hoe pijn voelt en wat een mens soms moet doorstaan Voor jou en mij is Hij uit liefde door enorm zware beproevingen gegaan Hij kijkt naar jou met een bewogen hart en een liefdevolle blik in Zijn ogen en wacht tot je Hem vragen zult je tranen te gaan drogen Dit gedicht is voor jou. Waarom? Is misschien je vraag. omdat God ontzettend van je houdt, grijp toch Zijn uitgestoken hand vandaag….


    Download het gratis Online Bijbel Startpakket met Statenvertaling en Kanttekeningen
    Download Online Bijbel met Statenvertaling en Kanttekeningen
    (10,32 MB)

    Citaten

    Verlossing

    Verlossing is niet

    met een nieuwe bladzijde beginnen,

    maar een nieuw leven ontvangen.

     

     

    Problemen

    Als het leven je handen

    vult met problemen

    leg je problemen

    dan in Gods handen.

     

    Gebed

    Gekerm van wanhoop,

    waar geen woorden voor zijn,

    is vaak een gebed

    dat niet geweigerd kan worden.

     (Charles H. Spurgeon)

     

    Licht

      Als wij het licht van Christus

    niet om ons heen verspreiden,    

    zal de ervaring van de duisternis,

    die in de wereld de overhand heeft,

    toenemen.

     (Moeder Theresa)

     

    God kennen

    Een kind van God zijn betekent ook:

    accepteren dat Hij weet wat goed is

    en dat Hij ons in ons leven

    het beste zal geven.

    (Charles Paul Conn)



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!