NIEUW: Blog reclamevrij maken?
In 2006 vierden we het 100e geboortejaar van André Demedts. In 2012 herdenken we hem 20 jaar na overlijden...
Zoeken in blog

Inhoud blog
  • Uitreiking André Demedtsprijs 2017 aan Dirk Brossé
  • André Demedtsprijs 2017 voor Dirk Brossé
  • Met een krijt voor een bord van verleden...
  • André Demedts: Vlaams-Nederlands cultuurpromotor
  • Wandelen in de voetsporen van Schrijver-Dichter André Demedts
  • André Demedtsweekend
  • André Demedtsweekend 3-4 november
  • Kunstenaar Georges Dheedene te gast bij Demedts
  • Nieuwpoort herdenkt zijn ereburger André Demedts
  • Schrijver-landbouwer inspireert jongeren
  • André
  • André Demedtsjaar, van de Leie tot Zuid-Afrika
  • 2012 Herdenkingsjaar André Demedts
  • Het André Demedtsmuseum in een nieuw jasje
  • Vernieuwd André Demedtshuis krijgt educatieve invulling
  • Afscheid Hilde Demedts
  • Voor Hilde
  • In Memoriam Hilde Demedts
  • Scheepstrekkers in werk André Demedts
  • 40e André Demedtsprijs voor EUVO (Europa der Volkeren)
  • Georges Leroy (1930-1977)
  • juryverslag Demedtsprijs 2008
  • De Taalkoffer ontvangt 39e André Demedtsprijs
  • 38e André Demedtsprijs voor De Boekenbende
  • Overzicht André Demedtsjaar in feestnummer KFV-Mededelingen
  • Met André Demedts uit in West-Vlaanderen
  • 100 jaar geleden publiceerde Streuvels '˜De Vlaschaard'
  • André Demedts over het tijdsbeeld van priester Adolf Daens
  • Bij het begin van het Daensjaar!
  • André Demedts als mentor en mens
  • Vlaams mag weer!
  • Felicitaties van Minister Anciaux
  • Witte kerstmis
  • Evaluatie Demedtsjaar
  • André Demedts in KFV-mededelingen (dec.)
  • Huis van het Nederlands in het teken van A. Demedts
  • Uitgebreide studie over de voorouders van André Demedts
  • ES-Battement brengt '˜Kerst in de Hellevuurhoek'
  • André Demedts, de Mens en de Auteur
  • Uitreiking André Demedtsprijs 2006 te Kortrijk
    Laatste commentaren
  • mevrouw (Sabine Leroy)
        op Georges Leroy (1930-1977)
  • herinnering (bernard)
        op Recente getuigenis van zijn weduwe Germaine Ide
  • kloosterzuster-verpleegkundige (josee jansen)
        op Witte kerstmis
  • Kerstgedicht van André Demedts (Annie Tanghe)
        op Witte kerstmis
  • Vernieuwing André Demedtsmuseum (Bert De Smet)
        op Vernieuwd André Demedtshuis krijgt educatieve invulling
  • Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     

    U kunt nog steeds meewerken met dit blog door het doorsturen van uw herinneringen of getuigenisssen over André Demedts.

    boeiend
  • Gezelle
  • Streuvels
  • Demedtshuis
  • Demedtsjaar 2012
  • Wido pedia
  • Timmermans
  • Boon
  • KFV
  • Luc Verbeke
  • e-Waregem
    André Demedtsjaar 2006
    Over André Demedts en aandacht in 2006
    We willen hier een archief aanleggen over André Demedts. Uw bijdrage en/of informatie over de veelzijdige activiteiten van André Demedts is hierbij van harte welkom...
    27-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN LEVEN VAN OPENHEID EN VOORZICHTIGHEID - André Demedts (1906-1992)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    (bijdrage van Dirk van Assche in Jaarboek De Franse Nederlanden/Les Pays-Bas Français, nr. 31, 2006, Ons Erfdeel vzw, Rekkem, pp. 173-177)
     
    Op 8 augustus 1906 werd in Sint-Baafs-Vijve André Demedts geboren. Het cultureel centrum in Sint-Baafs-Vijve, dat zijn naam draagt, heeft een heel programma opgezet naar aanleiding van deze honderdste verjaardag. Het valt te betwijfelen of deze organisaties meer dan wat regionale belangstelling zullen kunnen bewerkstelligen. Hopelijk vergis ik mij hierin, want André Demedts is deze belangstelling zeker waard.

               

    De meeste mensen zullen zich Demedts vooral herinneren als de auteur van een omvangrijk literair oeuvre dat bestaat uit gedichten, romans, novellen en essays. In 1990 ontving hij, twee jaar voor zijn dood, een Staatsprijs als bekroning van zijn hele oeuvre. In 1995 publiceerde uitgeverij Davidsfonds/de Clauwaert nog een herdruk van De eer van ons volk, in een band samengebracht met zijn Verzamelde gedichten. Naar aanleiding van deze publicatie typeerde de Nederlandse criticus P.H. Dubois het werk als volgt: “…vanaf de eerste tot de laatste bladzijde [komt men] dezelfde man tegen, peinzend, melancholiek, kwetsbaar, bewogen, met een moedige wil tot leven, wiens geest steun zoekt in historische perspectieven als om rechtvaardiging te vinden voor een relativerend scepticisme, waarin teleurstelling en ontmoediging gepaard gaan met hoop en geloof.” (1) Het werk is echter nog moeilijk verkrijgbaar. In de onlangs verschenen “Vlaamse Bibliotheek”, een reeks van 37 Vlaamse romans uit de periode 1927-1970, is geen boek van Demedts opgenomen. In sommige bloemlezingen worden er nog wel gedichten van hem geplaatst.

     

    André Demedts was een bekende auteur, maar een groot deel van zijn betekenis ligt volgens mij in zijn cultuurpolitieke activiteiten. Hij heeft aan de wieg gestaan van heel wat culturele initiatieven die tot op de dag van vandaag waardevol werk leveren. Hij beheerste als geen ander de kunst om mensen enthousiast te maken. Op deze manier wist hij de negentienjarige Jozef Deleu ervan te overtuigen, samen met andere jongeren, een tijdschrift op te richten waarmee belangstelling zou worden gewekt voor de moeilijke situatie waarin de Nederlandse cultuur in Noord-Frankrijk zich bevond. Het eerste nummer van Ons Erfdeel, dat in augustus 1957 verscheen, kwam er met de financiële steun van Demedts en hij schreef er ook een bijdrage in. Ons Erfdeel handelde in de beginjaren voornamelijk over de relatie met Frans-Vlaanderen, maar al vanaf het tweede nummer kwamen Nederlanders in de redactie en werd het blad langzamerhand wat het nu nog altijd is: een cultureel tijdschrift over de taal en cultuur van Vlaanderen en Nederland. In 1976 groeide uit Ons Erfdeel het tweetalige jaarboek De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français, waarin de belangstelling voor Noord-Frankrijk en de relaties met de cultuur van Vlaanderen en Nederland centraal bleven staan.

     

    Essentieel is dat Demedts van begin af aan pleitte voor een pluralistische aanpak. In een brief van 19 december 1956 waarin hij Jozef Deleu uitnodigde om bij hem thuis te komen praten over de oprichting van een tijdschrift, schrijft Demedts dat hij “een jonge man zocht die zich los van partijpolitieke overwegingen wilde inzetten voor Frans-Vlaanderen”(2) . In de bloeitijd van de verzuiling - in België woedde op dat ogenblik de schoolstrijd en de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de repressie waren nog lang niet vervaagd - was een dergelijke houding uitzonderlijk.

     

    In de samenwerking met Frans-Vlaanderen pleitte Demedts niet alleen voor openheid, maar ook voor voorzichtigheid en realiteitszin. De Vlaamse beweging in Frankrijk was tijdens de Wereldoorlog grotendeels in de collaboratie verzeild geraakt en Jean-Marie Gantois, de belangrijkste leider, was veroordeeld. Na de oorlog was de Vlaamse beweging in Frankrijk dan ook gecompromitteerd. Voor Demedts stond het vast dat de samenwerking moest plaatsvinden “in een sfeer die vanaf het begin het vermoeden van een politieke inmenging uitsloot”(3) en dat het op de eerste plaats om een culturele samenwerking moest gaan. Samen met Luc Verbeke organiseerde hij in 1948 een Frans-Vlaamse begroetingsdag in Waregem, waaruit later het Komitee voor Frans-Vlaanderen groeide, waarvan Demedts zelf tot 1969 voorzitter was. Dank zij zijn voorzichtige optreden wist hij verschillende Frans-Vlamingen ervan te overtuigen opnieuw samen te werken. Mensen als de Franse Streuvelskenner Pierre Berteloot en de docent Nederlands Maxime Deswarte steunden hem daarbij. Figuren als J.M. Gantois vonden hem te voorzichtig en hebben in hem dan ook nooit een volwaardige gesprekspartner gezien.

     

    Naast zijn vele activiteiten voor Frans-Vlaanderen was Demedts ook in Vlaanderen zelf zeer actief. Met zijn meer dan drieduizend voordrachten oefende hij een belangrijke invloed uit op het culturele leven in Vlaanderen. Hij was directeur van de gewestelijke openbare omroep West-Vlaanderen, stond aan de wieg van het tijdschrift Vlaanderen (vroeger West-Vlaanderen), was redacteur van Dietsche Warande & Belfort en ook lid van de Kultuurraad voor Vlaanderen. Daar werkte hij nauw samen met socialistische en liberale vrijzinnigen als Ger Schmook en Adriaan Verhulst. Voor hen was Demedts een van de weinige katholieken in wie ze vertrouwen hadden.

     

    Openheid was dan ook een van de belangrijkste eigenschappen van Demedts, zowel op politiek als op cultureel vlak. Demedts zag bijvoorbeeld als criticus het talent van jonge auteurs als Louis-Paul Boon en Hugo Claus.

     

    Het zou goed zijn als deze honderdste verjaardag de aanleiding is tot een studie over de cultuurpolitieke betekenis van deze figuur. Een belangrijk deel van zijn archief is gedeponeerd in het Letterenhuis in Antwerpen (4) en heel wat getuigen zijn nog in leven. Nu moet er alleen nog een jonge historicus gevonden worden die dit interessante werk wil aanvatten.

     

    Beknopte bibliografie:

     

    André Demedts, De eer van ons volk: tetralogie, Davidsfonds/Clauwaert, Leuven, 1995, 4 dln. (vol. 1: De Belgische republiek, vol 2: Hooitijd, vol 3: Goede avond, vol 4: Een houten kroon.)

     

    Rudolf van de Perre, André Demedts: een monografie, Davidsfonds, Leuven, 1986, 334 p.

     

     

    Noten:

     

    1. Cfr.: P.H. Dubois, “Een epos van André Demedts”, in Ons Erfdeel, 1996, nr 4, pp. 585-587

    2. Cfr: Jozef Deleu, “André Demedts 60 jaar. Zijn betekenis als cultuurpoliticus”, in Ons Erfdeel, 1966, nr. 4, pp. 22-27 en  “Afscheid van een leermeester. Bij de dood van André Demedts (1906-1992)”, in Ons Erfdeel, 1993, nr 1, p. 107.

    3. Cfr: André Demedts, “Tien jaar kontakten met de Franse Nederlanden”, in jaarboek De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français, 1976, pp. 170.

    4. In de tijdschriften Vlaanderen (nr. 296, juni 2003) en Zuurvrij. Berichten uit het AMVC-Letterenhuis (4, juni 2003) gaf Peter Balcaen hierover al een eerste aanzet.

     

    Uit: Jaarboek De Franse Nederlanden/Les Pays-Bas Français, nr. 31, 2006, Ons Erfdeel vzw, Rekkem, pp. 173-177 – www.onserfdeel.be

     

    27-06-2006 om 12:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    24-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.André Demedts als romanschrijver
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    (Uit ‘De Gavergids’, driemaandelijks tijdschrift uitgegeven door de Waregemse Gidsenkring. Dit jaar publiceert Patrick MEURIS daarin over ereburger André Demedts. Met dank voor toelating om hier te publiceren uit het juni-nummer, blz. 17-24. We splitsen de tekst uit over meerdere bijdragen.)

     

    Op 8 augustus 2006 zou romanschrijver, dichter, essayist, recensent, redenaar en cultuurpoliticus André Demedts 100 jaar geworden zijn. Ter gelegenheid van die verjaardag belichten we in de vier nummers van de Gavergids jaargang 2006 telkens een ander aspect van Waregems veelzijdigste ereburger. Na de poëzie komt het proza van Demedts aan bod.

     

    André Demedts (1906-1992) publiceerde 77 boeken waaronder 25 romans en 4 jeugdverhalen. Zijn prozawerk werd meermaals bekroond. In 1962 kreeg hij de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor De levenden en de doden (1959) en in 1976 opnieuw voor zijn hele oeuvre. In 1963 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde. In 1990 ontving hij de hoogste literaire prijs, de Driejaarlijkse Staatsprijs voor zijn hele schrijverscarrière.

     

    Romans

     

    Tot de belangrijkste romans van André Demedts worden gerekend:

    • de trilogie Kringloop om het Geluk, een familiekroniek over een boerengeslacht
      • Voor de avond valt (1947)
      • In het morgenlicht (1949)
      • De ring is gesloten (1951)
    • De Levenden en de Doden (1959), over de strijd tussen de rechtvaardigen, de werkers en de onbaatzuchtigen (de ‘levenden’) en de materialisten, de profiteurs en de uitbuiters (de ‘doden’).
    • het historische vierluik De eer van ons Volk, over het dagelijkse leven in West-Vlaanderen in de Oostenrijks-Franse periode (1782-1815), geschetst tegen de achtergrond van het politieke, economische en sociale leven in West-Europa van die tijd.
                        o      De Belgische republiek (1973)

      o      Hooitijd (1974)

      o      Goede avond (1976)

      o      Een houten kroon (1978)

    • Geluk voor Iedereen (1981), over de industriële revolutie, armoede, stadsvlucht en emigratie op het Vlaamse platteland in de hongerjaren 1840.

     

    Veel van het werk van André Demedts is autobiografisch of toch tenminste sterk geïnspireerd op zijn persoonlijke leven. Demedts maakte zijn hele leven lang notities over zijn ervaringen, familie en streek. Hij beschikte ook over een uitgebreid en feilloos geheugen waaruit hij kon putten om zijn romans te stofferen met lokale weetjes, kleurrijke personages en historische anekdotes. Zijn eigen geschiedenis en de kroniek van zijn familie schreef hij neer in:

    • Geluk voor iedereen (1981)
    • De weg terug (1963)
    • De dag voor gisteren (1966).

    De andere romans en verhalenbundels van André Demedts zijn, in chronologische volgorde:

    • Mannen van de straat (1933)
    • Het leven drijft (1936)
    • Afrekening (1938)
    • Voorbijgang (1939)
    • Geen tweede maal (1941)
    • Het heeft geen belang (1944)
    • De ring is gesloten (proza, 1951)
    • In uw handen (1954)
    • Gedachten van André Demedts, gebloemleesd door Hubert van Herreweghen (1956)
    • Neerslag der dagen (1957)
    • Nog lange tijd (1961)
    • Kerstmis te Saloniki en andere verhalen (1964)
    • Alleen door vuur (1965)
    • Je komen halen (1969)
    • Terug naar huis (1970), verhalenbundel
    • Ik zal je dragen (1976)
    • Wintertijd, een drieluik (1982)
    • ‘14-‘18 (1985)

     

    Jeugdromans

     

    Tussen 1943 en 1952, ongeveer gelijktijdig met zijn periode als leraar aan het Waregemse H.-Hartcollege (1937-1949) schreef Demedts vier jeugdboeken. Voor zijn jeugdromans gebruikte hij het pseudoniem Koen Lisarde. ‘Koen’ was zoals hij zijn leerlingen graag zag: flink, dapper en moedig. De naam Lisarde had hij naar eigen zeggen (cf. Rudolf Van de Perre 1984) gelezen op het uitstalraam van een winkel in rietwaren en hengelgerei aan de Vijfseweg in Waregem (de toenmalige Leopold III-laan). De Lisardes zijn al vier generaties lang mandenvlechters van vader op zoon en sinds 1930 is de zaak gevestigd op dezelfde locatie. André Demedts woonde een tijdje vlakbij in de buurt, in de Karel van de Woestijnelaan.

    Volgens Rudolf Van de Perre (1984) hebben Demedts’ jeugdboeken ‘een duidelijk opvoedende, soms religieuze achtergrond. De hoofdpersonages gaan dikwijls gebukt onder tegenslagen en beproevingen (oorlog, dood, ziekte, luiheid, ijdelheid, alcoholisme, communisme, ...) maar komen door het nastreven van nobele en christelijke idealen (vriendschap, moed, naastenliefde, ...) sterker uit deze crisissituaties. Deze zwaarmoedige thematiek zouden vandaag de dag waarschijnlijk niet meer aanslaan maar Demedts' jeugdboeken werden vijftig jaar geleden gretig gelezen en verscheidene keren herdrukt. Andere tijden, andere zeden!’

    Een beknopt overzicht:

    • Ik wil een dappere kerel zijn (1943) – uitgegeven in het Frans in 1945 als II n'y a qu'une route. 
      over de verwende zoon van een advocaat die op een internaat in de Vlaamse Ardennen openbloeit tot een wilskrachtige idealistische jongeman dankzij de hulp van zijn priester-leraar
    • Trouw aan hun volk (1944)   
      over twee tienerjongens die een gevaarlijke opdracht krijgen tijdens de Zuid-Afrikaanse Vrijheidsoorlog (1899 - 1902) tussen de Boeren en de Engelsen
    • Alle vreugd is eindeloos (1946)
      over de oudste zoon van een gezin die zijn studies moet opgeven uit geldnood maar later dankzij de steun van zijn geliefde en door zelfstudie de situatie van zijn eigen gezin kan verbeteren
    • Voorbij aan de nacht (1952)
      over twee neven met een sterk verschillend karakter die door de inspanningen van hun leraar op een Zuid-Vlaams college (Waregem?) echte vrienden worden.

     

                                                Patrick MEURIS

    24-06-2006 om 15:42 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kenmerken van het werk van André Demedts
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    (uit De Gavergids, André Demedts als romanschrijver, Patrick MEURIS, juni 2006)

     

    Het oeuvre van André Demedts vertoont een grote inhoudelijke coherentie. Zowel zijn proza, poëzie, essays als inzet voor de Vlaamse zaak getuigen van een constant zoeken naar de zin van het lijden en de factoren die het menselijk geluk bepalen. In zijn verhalen filosofeert Demedts volgens Luc Verbeke (1992) over de fundamentele bestaansproblemen, de zin van leven, werk en dood, de zoektocht van de mens naar geluk, en het welzijn en de culturele opgang van het Vlaamse Volk. Volgens Rudolf Van de Perrre (1984) is schrijven voor André Demedts in essentie opheldering van het levenslot. Geen Vlaamse auteur is zo diepgaand bezig is met de meest fundamentele vragen van ons bestaan en slaagt erin ook bevrijdende en verrijkende antwoorden te geven.

     

    Demedts’ werk is psychologisch realistisch, aanvankelijk zelfs zwaarmoedig en pessimistisch maar krijgt geleidelijk een meer weemoedige, mildere en hoopvolle romantische inslag. Het is ook duidelijk christelijk geïnspireerd en geschreven voor (katholieke) gelijkdenkenden. Evangelische waarden als rechtvaardigheid, menselijkheid en naastenliefde, en het motief van het persoonlijke offer staan centraal. In Demedts’ christelijke visie kan het menselijke geluk slecht voltooid worden in de verre toekomst voor het volk en in de eeuwigheid voor het individu. Het besef dat wij hier en nu, in de tussentijd, alleen maar een fragmentarisch, gedeeltelijk geluk kunnen bereiken, vervult Demedts, aldus Anton van Wilderode (1976) met melancholie en zielsverdriet, maar ook met een hoopvol streven.

     

    Taalgebruik is volgens Rudolf Van de Perre (1984) zeker niet Demedts’ sterkste kant maar er is toch duidelijk een positieve evolutie te merken in zijn vakmanschap als schrijver. De latere werken zijn zuiverder van stijl en bevatten soms schitterende lyrische passages. Toch heeft Demedts zich in zijn proza, net als in zijn poëzie, nooit laten verleiden tot literaire modes of vormexperimenten. De filosofische inhoud kwam steeds op de eerste plaats, en op dit vlak blonk zijn proza uit door helderheid en gevatheid van formulering. Demedts was ook sterk in het scheppen van levenechte personages, die op een geloofwaardige en doorleefde manier zijn levensvisie vertolken. Anton Van Wilderode (1976) noemt in dit verband Johannes en Hugo Van Leyda uit Kringloop om het geluk, pastoor Ferdinand Bogaerts uit In uw handen, vader en zoon Van Huysse uit De levenden en de doden, meester Van Nieuwenburgh en pastoor Vlaemynck uit Nog lange tijd, en Karel en Arnout Gillemijn uit de romancyclus De eer van ons volk.

     

    Demedts is ook sterk sociaal geëngageerd. Hij neemt het volgens Luc Verbeke (1992) altijd op voor de armen en verdrukten en spreekt zijn bewondering uit voor wie zich inzet voor gerechtigheid, familie en volk, voor de werkers, de idealisten, de machtelozen en de trouwen. Tegelijk valt hij onverbloemd, soms zelfs striemend uit tegen de materialisten, profiteurs, uitbuiters, verraders en ontrouwe machthebbers. Demedts is er ook van overtuigd dat het echte geluk niet individueel is maar collectief. Een mens kan slechts gelukkig zijn samen met zijn medemensen, in een rechtvaardige samenleving en wereldorde. Demedts’ zoektocht naar de voorwaarden voor gemeenschappelijk geluk is het duidelijkst te lezen in zijn latere roman Geluk voor iedereen. Demedts probeerde met zijn werk ook bij te dragen tot de verheffing van het Vlaamse volk, maar besefte zeer goed dat de langzame groei van de mensheid naar vergeestelijking een proces van eeuwen is.

     

    Demedts’ volksverbondenheid gaat samen met zijn historisch interesse. In veel van zijn romans vertelt hij de moderne geschiedenis van het Vlaamse volk, tijdens de Oostenrijks-Franse conflictjaren bij de wisseling van de 18de en 19de eeuw (De eer van ons volk), de ellendige 19de eeuw (Geluk voor iedereen) en de eerste wereldoorlog (’14-’18). De politieke, sociale en economische geschiedenis van België en Europa blijft wel steeds op de achtergrond. Demedts focust op de lokale gebeurtenissen en het wedervaren van zijn eigen familie en van de gewone mensen in zijn geboortestreek. Toch is Demedts meer dan een heimatschrijver. Door zijn authenticiteit, psychologisch realisme en algemeen menselijke thematiek overstijgt zijn werk het lokale niveau en vindt aansluiting bij de grote verhalen uit de wereldliteratuur.

     

    Patrick MEURIS

     

    Bronnen

    Gaston Durnez, ‘Demedts, bekend en zo onbekend’, interview met Rudolf Van de Perrre, De Standaard, 10 november 1984.

    G.J. van Bork, ‘André Demedts’, in: Schrijvers en dichters, Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, biografieënproject I, 2003-… (www.dbnl.org/tekst)

    Rudolf van de Perre, André Demedts, een monografie, Leuven, Davidsfonds, 1986.

    Luc Verbeke, ‘In memoriam André Demedts’, KFV-mededelingen, december 1992.

    Anton van Wilderode, Huldeboek André Demedts, Davidsfonds, Kortrijk, 1976.

    www.schrijversinfo.nl/demedtsandre.html

    users.pandora.be/louis.jacobs/Demedts.htm

    andredemedtsjaar.telenetblog.be

    www.ned.univie.ac.at/lic

    24-06-2006 om 15:35 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fragment uit De Belgische Republiek van André Demedts
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ter illustratie van de romankunst van André Demedts publiceren we hieronder de laatste drie hoofdstukken van De Belgische Republiek (1973), het eerste deel van het historische vierluik De eer van ons volk. Het fragment wordt door Anton van Wilderode (1976) omschreven als “een uniek stuk proza dat pulseert van mannelijke tederheid, intense inleving en groot vormvermogen.” Volgens van Wilderode kunnen deze hoofdstukken, waarin Demedts een mens, bestaan en noodlot creëert, zich meten met de grootste literatuur.

     

    Op het einde van De Belgische Republiek sterft het dappere maar ongelukkige boerenmeisje Maria aan tering. Terwijl zij volgens de aloude gebruiken wordt 'afgelegd', zondert vader Karel Gillemijn zich af in de schemerende koeienstal, bij de snuivende en herkauwende dieren, beladen met al het verdriet van de wereld.

     

    67

     

    Stilletjes ging hij weg van de voute. Het vuur brandde in de winterkeuken, maar er was niemand en hij liep naar buiten. Het sneeuwde weer en de sneeuw knerp­te en kreunde onder zijn stap. Maar ze kraakte niet doordat het er nog niet op gevroren had. Ook was het niet donker, want de sneeuw scheen licht te weer­kaatsen, hoewel er geen lichtbron was. Karel liep rond de mesthoop, de hond kwam uit zijn hok en zei iets in zijn beestentaal.

    "Hou je maar koest, Castor," zei hij. "Kruip diep in je kot, want het zal koud worden als het ophoudt met sneeuwen."

    Hij ging langs de deur van het etenhok in de koestal. Hij wist er de weg als in zijn huis, stak de deur achter zich dicht en vond een melkstoel, waar zijn hand ernaar tastte. Daarop ging hij zitten met zijn rug tegen de muur. De koeien hadden geslapen tot hij binnenkwam. Nu waren er die wakker werden en een stond moeizaam recht, ongerust om de ongewoonheid van mensenbezoek in de nacht.

    Hij begon te wenen. De koeien zouden het horen, zij zouden het niet zien. Alle herinneringen en vooruitzichten, bekommernissen en verwachtingen had­den hem verlaten. Zij waren weggegaan, zoals hij van de mensen weggevlucht was, om hem alleen te laten. Want zij konden hem toch niet helpen. Keizers en regeringen, het nieuws van de wereld, revoluties, moorden en branden, politiek, rederijkerskamers en muziek, het had geen belang meer, het waren tijdpasserin­gen, liefhebberijen, dwaasheden om een nutteloos bestaan te vullen. Alles liep op hetzelfde uit, op de dood, op Maria, die nu door de handen van meiden ge­wassen werd. Zij zouden de naaktheid van haar lichaam aanschouwen en ze be­dekken met haar beste kleren. Vreemden zouden haar begraven en het graf met aarde vullen. Niemand, niemand zou nog om haar treuren, de dag dat haar va­der er niet meer was. Zij was zijn liefste kind geweest, nu kon er niets meer ge­beuren erger dan deze nacht.

    Er gleed een hoop sneeuw van het dak, met een plof op het plankier en hij zag Maria weer, drie of vier jaar oud, ongelooflijke deugniete die zij was en zij kwam op zijn schoot zitten opdat hij zou vertellen. Zij deed haar plechtige com­munie, het was lente en al de kerselaars bloeiden, zij stonden rond het hof in hun witte mantels te glimlachen om het feest van zijn dochtertje. Maria was ze­ventien jaar die keer dat hij zag dat zij hield van Djaak en haar vader gaf het een steek in zijn hart, maar hij was onmiddellijk over het ongenoegen heen, hij zou er wel iets op vinden dat zij later wisten waarin en waaruit, zij mochten beminnen, trouwen, werken, de wereld voortzetten en soms een beetje gelukkig zijn, als zij daar het minst aan dachten.

    Was het niet beter zijn hoofd veel meer met rust te laten, dan hij het had ge­daan? Denken scheurde de wereld in flarden en stukken, de grote werkelijkheid waarin het al begrepen was, hemel en aarde, met de vele sterrenbeelden, met de blauwe ruimte van een vrijheid zonder grenzen daar omheen, het trok de stuk­ken nog eens uit elkaar, het ging daarmee verder tot iedere mens een afzonderlij­ke snipper geworden was en nog bleek het niet gesust, want ook dat laatste nie­tigheidje werd verdeeld tot het zo klein geworden was dat het niet anders meer kon dan alleen en eenzaam zijn. Wat belang kon een stofje zonder binding met het grote geheel nog hebben? Wie slachtoffer van het denken geworden was, kon de weg naar de eenheid en de geborgenheid niet meer vinden. Niet alleen omdat zijn leven te kort bleek, wel omdat er zoveel snippers van zijn wezen wegge­scheurd waren, weggewaaid op de wind, op een mesthoop geworpen of met het onkruid verbrand.

    Zij alleen konden leven als deze koeien, rustig slapend en nog herkauwend in hun slaap, degenen die ongeschonden en rond en ondoordringbaar waren. Het zat in het ras of het zat er niet in. Wie onder zijn voorouders was het geweest, die de eerste barst in zijn wezen opgelopen of zelf veroorzaakt had? Waarom was hij kwetsbaarder geweest dan anderen? Zijn mismaaktheid was erfelijk ge­worden en wie kon ze nu nog uitbannen? Niet iemand als hij zou het zijn, die al­tijd zijn persoonlijkheid bevestigd en daardoor versterkt had. Er zou een zwak­keling moeten komen, een hele reeks zwakkelingen zouden moeten geboren worden, die zich lieten beheersen door hun vrouwen, hun buren, de dieren, het weer, de natuur, de vele domme en onverantwoordelijke dingen van een dage­lijks bestaan.

    Hij stelde vast dat hij niet meer weende. De koe die van haar stro opgestaan was, toen zij hem hoorde binnenkomen, had het al door dat het nog geen mor­gen kon zijn en vlijde zich weer neer. Door te denken aan zichzelf, door te den­ken aan het denken, had Karel zijn verdriet buiten zichzelf kunnen leggen. Hij kon ernaar kijken als naar een werkelijkheid buiten hem. Het was als een inker­ving in de schuurdeuren aan de binnenkant. Als de dorsers een poosje uitrust­ten, was er altijd wel iemand bij, dikwijls de jongste en levensdriftigste, die zijn mes bovenhaalde. Hij sneed een teken in het hout en zo lang de schuurdeuren bestonden, zouden die insnijdingen blijven bestaan. Maar niemand zou nog we­ten van wie zij kwamen en welke betekenis zij eens hadden bezeten.

     

    68

     

    "Wij zullen verder leven en over drie dagen zullen wij haar begraven."

    Hij zag het achter zijn gesloten ogen, hij liep aan de kop van de lijkstoet, achter de wagen. Onder het dekzeil zaten vier meisjes uit de buurt, de ongehuw­de klaagsters, die Maria zouden uitgeleide doen tot aan haar graf. Barbara zou ze uitkiezen en noden. Geen enkele die zou weigeren te komen voor die laatste lief­dedienst. Zij zouden het niet durven ontzeggen, ook niet als het zomer en ver­laan tijd was op het land. Zij zouden laten vallen wat viel, om de wereld van het generzijds niet te ontstemmen. Aan iedere kruisstraat zou de boever de paarden doen stil houden en Barbara zou luidop voorbidden, een onzevader en een wees­gegroet, terwijl David Paepe een kruisje zou planten, waar die kruisjes bij iedere begrafenis geplant werden, om de boosheid af te weren van de levenden die een dode vergezelden op haar laatste tocht.

    Karel zou aan Djaak van der Velde vragen of hij de paarden wilde mennen. "Het komt je toe, Djaak. Zij zal er blij om zijn."

    Nu vloeiden beelden over elkander heen. Gelui van de klokken, kaarslicht, orgelspel en Seef Vermeire die zong dat Gods engelen haar naar het paradijs zou­den geleiden, geschuif van voeten over de schorren van de kerkvloer, koude bij het buiten komen van de kerk en het verlangen naar het einde. Zo moest het zijn als iemand wilde zelfmoord plegen. Laat ik er nu gedaan mee maken, met de koord aan de schuurbalk, de sprong in het water, het scheermes nog even nage­wet op zijn hand. Op het kerkhof, een reusachtig wit demkleed nu onder de be­sneeuwde linden, zou het graf doen denken aan een wonde. De aarde lag aan beide zijden van de put opgeworpen en de grafmaker stond met de koord in zijn handen, om de kist te laten neerzinken en hij keek alsof hij geen eigen gezicht had. Lang geleden was het al, dat de naaste familie van een overledene zijn graf­kuil maakte. Nu was het geen gewoonte meer, Maria, kersebloesems, vlinder­kind. De grafmaker zou Karel Gillernijn zijn spade aanbieden, Karel zou er wat aarde mee opscheppen en wat sneeuw, afgereuzeld van de lindekruinen. Hij zag het in zijn verbeelding. Daarna zou hij weg moeten gaan.

    "Je zult hier zo alleen zijn, kind."

    De andere aanwezigen naderden en ook zij wierpen een handvol aarde op de kist. Ten slotte zag hij Djaak van der Velde en hun ogen ontmoetten elkander plotseling, geleid door een toeval dat geen toeval was. Ik moet nog eens met hem spreken, dacht Karel. In mijn wereld zal zijn bestaan met dat van mijn dochtertje verbonden blijven. Hij zag ze nu beiden nevens elkaar, elkaar het naast van alle aanwezigen, zoals die keer dat hij hen verraste aan de gevel tegen de muur.

    Hij ving plotseling een geritsel op, uit het stro tussen de koeien scheen het, alsof daar iemand was. Nieuwsgierig richtte hij zijn hoofd op en in de diepte van de stal, waar zijn blik, hoewel reeds gewend aan de duisternis, niets dan vage vormen en gedaanten kon vermoeden, zag hij iets wits, een begin van klaarte, als een eerste speling van het morgenlicht in het oosten. De klaarte werd helderder, uit zichzelf, want er was geen venster, geen opening naar buiten en wat aanvan­kelijk een lichtvlek was geweest, een trilling van glinsterende stofdeeltjes, kreeg vaste omtreklijnen. Het was een mens die van tussen de koeien, door de lange tussengang van de stal, op hem toe kwam. Hij herkende haar. Zijn ogen werden vochtig en hij wilde zich oprichten, maar zijn ledematen wilden niet mee. Zo bleef hij zitten en zij was het, die naar hem toe kwam. Als door een aangeslagen ruit zag hij haar en het docht hem dat zij glimlachte.

    Zij was nog even teruggekeerd, om hem iets toe te vertrouwen dat hij moest weten. Van iemand anders zou hij het immers niet aannemen. Hij zou zeggen: dat vertellen zij slechts om mij te troosten. Hoe hebben zij dat ondervonden? Maria zei dat hij mocht wenen, als hem dat verlichtte. Hij hoefde het alleen niet om haar te doen. Huilen omdat alles zo onvolmaakt is op de wereld, zo voorlo­pig en zo gemengd, kwaad met goed, licht met donker en vreugde met verdriet. Huilen omdat de mensen op de aarde gevangen zitten en er nooit thuis zullen zijn. Omdat zij er niet van weg kunnen, tenzij door de zwarte deur van de dood; omdat er niemand vanachter die deur teruggekeerd is om over zijn wedervaren te vertellen, omdat er geen mogelijkheid is om opnieuw te beginnen, zelfs niet om de trappen van de jaren weer af te dalen naar zijn kindertijd, en het nog eens mee te maken, in omgekeerde richting, maar geleerd en onderwezen in de le­venskunst nu, zodat er geen jaar, geen maand, geen dag, geen uur verloren ging. Eindelijk vrij en gelukkig, om als een klein wicht, een naakte boorling, weer in de moederschoot te verdwijnen.

     

    69

     

    Hij zag dat zijn gedachten Maria vrolijk maakten.

    "Zal het ook alzo niet gaan, vader?"

    Zij bedoelde niet langs het leven heen, maar er dwars door en toch gelukkig? Om haar mocht hij niet treuren. Zij zou toch altijd zijn oudste dochter blijven, zijn meisje dat voor zij Djaak kende van hem gehouden had en hem was blijven beminnen, anders, maar dieper nog, sinds zij van de opperboever haar gedacht had gemaakt. Kon dat uitgewist, kon dat ongedaan gemaakt worden?

    Hij wilde haar antwoorden, vragen waar zij was en wat zij deed. Maar zijn keel was als toegezwollen en hij kon geen klank uitbrengen. Hij hief zijn gezicht naar haar op en hij zag haar glimlachen, zoals zij altijd geglimlacht had, een beetje plagend en guitig. Het licht verzwakte, het zweefde uiteen, naar alle rich­tingen toe en werd door de duisternis opgenomen. Er ritselde iets in het stro. Een koe die haar kop uitstrekte of een poot verlegde en van buiten drong weer het geluid door van een pak sneeuw die van het dak viel.

    Karel kon eindelijk opstaan, hij schoof zijn melkstoeltje tegen de muur, op­dat de eersten die morgenvroeg in de stal zouden komen er niet over zouden val­len en hij ging naar buiten. Nacht, sneeuw, duisternis en stilte. Zelfs de hond liet zich niet horen. In huis zaten Barbara en David Paepe te bidden. Zij zouden wa­ken de hele nacht. Hij wilde zeggen dat het niet nodig was, hij haar vader, en als hij het niet deed, was het omdat hij begreep dat hij de oude gewoonten en wet­ten moest eerbiedigen. Zij zouden het niet goedschiks aanvaarden als hij zei: "Ga naar bed. Welk kwaad zou haar nog kunnen bedreigen?"

    Barbara vroeg: "Kom nog eens mee op de voute, Karel. Je kunt niet geloven hoe schoon zij daar ligt."

    Zij gingen naar de voute en de oppermeid hield een kaars zo dat het licht langs de trekken van de dode gleed en het streelde als met tere vingertoppen. Maria was ingesluimerd en hoewel haar oogleden gesloten waren, scheen zij toch te zien en het vermakelijk te vinden dat er naar haar gekeken werd alsof zij dood was. Zo'n plaaggeest was zij altijd geweest.

     

    Bronnen

    André Demedts, De Belgische Republiek, Davidsfonds/Clauwaert, 1995, 332 p.

    24-06-2006 om 15:23 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    20-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen..André Demedts was een bijzondere leraar
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In het kader van het André Demedtsjaar past het hier zeker zijn Waregemse periode nader toe te lichten. Een belangrijke wending in zijn leven gaf principaal Deweer, door hem als ‘buitenstaander’ te benoemen in het H. Hartcollege. Tot dan was hij landbouwer, weliswaar met een rijke literaire reputatie. Hij zou daar 12 jaar blijven lesgeven van 1937 tot 1949, wanneer hij inging op het verzoek van Directeur-Generaal Jan Boon om diensthoofd te worden bij de West-Vlaamse radio-omroep NIR in Kortrijk.  Bij zijn huwelijk op 17 augustus 1938 verliet André Demedts ook zijn thuisbasis op de Elsbos en vestigde zich in de Karel Vandewoestijnelaan nabij het station in Waregem. In 1948 verhuisde hij naar de Guido Gezellestraat, waar hij zou blijven wonen tot 1954.

     

    André Demedts heeft zijn periode in het H.Hartcollege meermaals zijn gelukkigste periode genoemd. Hij beschouwde het omgaan met de jeugd als zijn meest waardevolle ervaring. Iets bijbrengen aan de jeugd is niet alleen heel belangrijk voor hun vorming, maar ook voor de toekomst van een volk. Het zijn hen die het zullen moeten waarmaken binnen 20 – 25 jaar, die de toekomstige economie zullen moeten dragen. Waregem en het H.Hartcollege heeft trouwens altijd bij hem kunnen genieten van een bijzondere band. Hij was hier ook nauw verbonden met het culturele leven, zij het in het plaatselijk Kultuurverbond waarvan hij voorzitter was van de literaire kring, maar ook bij tal van activiteiten van bijvoorbeeld theatergroepen Pogen en Kunst & Eendracht en natuurlijk de oprichting en het uitgroeien van het Komitee voor Frans-Vlaanderen.

     

    In H.Hartcollege wordt André Demedts  dit jaar naar aanleiding van zijn 100e geboortejaar alvast niet vergeten. Bij de lessen tekstverwerking werden ondermeer teksten gebruikt met een levensbeschrijving van André Demedts en zijn activiteit in het H. Hartcollege. De leerlingen van 1e ASO maakten een tekening van de vroegere leraar. Tijdens het derde trimester werd een overzichtstentoonstelling opgesteld in de gang van het André Demedtsauditorium. Op 27 april mochten we getuige zijn bij een verhelderende herdenkingssessie met getuigenissen van Hilde Demedts, als dochter van de schrijver,  en oud-directeur Oscar Martens, als leerling en collega.

     

    André Demedts was bij deze sessie ook aanwezig in beeld en klank bij een fragment uit de TV-uitzending “In de voetsporen van André Demedts”, die het laatst op BRT in heruitzending kwam in november 1992 naar aanleiding van zijn overlijden. De mogelijkheid bestaat dat deze uitzending integraal opnieuw wordt vertoond op 8 augustus 2006 op Canvas. Het fragment toont André Demedts naar aanleiding van een voordracht in het kader van het Jaar van het Dorp 1978 in zaal Den Aert in zijn geboortedorp Sint-Baafs-Vijve.  De uitzending zelf toont André Demedts bij verschillende optredens overal in Vlaanderen. André Demedts toonde zich ook een groot leraar bij zijn zowat vierduizend voordrachten, waarmee hij zijn Vlaamse volk cultuur wilde bijbrengen.

    20-06-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    19-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Getuigenis van leerling en collega Oscar Martens
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uit de getuigenis van Oscar Martens op 27 april 2006 bij de André Demedts-sessie in het H.Hartcollege:

    “André Demedts maakte zowel bij leerkrachten als bij al zijn leerlingen een bijzondere indruk. Hij gaf als hoofdvak Nederlands, meer hij gaf daarnaast ook Nederlandse Handelscorrespondentie en Economische Geschiedenis (in het Graduaat). Aanvankelijk heeft hij een korte periode les gegeven in de lagere cyclus, maar veruit het grootste deel van zijn lessen gaf hij in de hogere cyclus van de handel. Toen in 1940 het Graduaat ontstond (2 jaar hoger onderwijs) was hij ook daar leraar.

     

    Toen hij in 1937 leraar werd in het college was hij al een bekend figuur. Zijn naam als dichter en romanschrijver was hem al voorafgegaan. We keken naar hem op met achting. Zijn naambekendheid, zijn competentie, zijn eenvoudig optreden en zijn toewijding maakten dat hij een natuurlijk gezag had. Het was vanzelfsprekend dat we hem waardeerden. Naderhand groeide nog de waardering voor de leraar en de mens Demedts.

     

    Hij gaf les op een rustig tempo, kon goed vertellen, bracht gedegen leerstof aan. Daardoor waren zijn lessen nooit saai. Aan hem was geen oppervlakkigheid. Alles aan hem was gedegen, menselijk, fundamenteel. Hij huldigde het devies : “Niet gelijkaardig, wel gelijkwaardig”. Met discipline had hij geen problemen. Ik herinner mij niet dat hij een straf uitdeelde.  De achting voor André Demedts kwam niet alleen van de leerlingen. Bij sommige gelegenheden trad hij ook op als spreekbuis van het lerarenkorps. Zo herinner ik mij een feestdag in het college (aanstelling E.H. Depoortere als principaal). Er was ’s middags een feestmaal voorzien, waarop het lerarenkorps was uitgenodigd. Wie hield daar de tafelrede ? André Demedts.

     

    In het Graduaat kregen we Economische geschiedenis van André Demedts. Dat was voor ons een complete verrassing. We hadden eerder verwacht dat dit vak zou gegeven worden door een licentiaat Geschiedenis of Economie. Hier stelden we eens te meer vast hoe knap en belezen hij was. Ik was in het college geen grote liefhebber van het vak Geschiedenis, maar die slechte ervaring werd door het optreden van André Demedts volledig omgeturnd.

    We stonden verwonderd  - zelfs verbaasd – over het feit dat hij zo goed op de hoogte was van dit vak. Zijn uitgebreide kennis samen met zijn eenvoudige en klare aanbreng, heeft bij mij veel interesse voor Geschiedenis opgewekt.  We waren onder de indruk van zijn brede kennis. Het gaf ons het sterke vermoeden dat hij zo knap was dat het voor hem volstond iets gelezen (of gehoord) te hebben om het te begrijpen. Daaronder verstaan we niet alleen weten, maar ook inzien en onthouden en dat is een kenmerk van de heel knappe geesten !  En we mogen daarbij nog zeggen dat hij, met al zijn talenten, altijd een eenvoudige nederige mens bleef.

      

    Zijn inzet voor de leerlingen

     

    André Demedts was ongetwijfeld een harde werker. Naast zijn taak in het onderwijs schreef hij romans, gedichten, bijdragen in tijdschriften en boekbesprekingen. Hij heeft ook talloze voordrachten gegeven in binnen- en buitenland : Nederland, Frankrijk, Duitsland, … zelfs Zuid-Afrika. Zijn werk als leraar heeft  - naar mijn weten en overtuiging –  nooit geleden onder het vele andere werk. Hijzelf kon hard en snel werken, zich goed organiseren en slaagde er dus in om op één dag heel veel te presteren.

     

    Voor zichzelf volgde hij een vaste dagorde van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, waarin plaats was voor al zijn activiteiten. Kwart na acht was hij al op het college voor de lessen van 8.30 u. Hij was ook zeer stipt in het terugbezorgen van de nazien van avondtaken. Buiten de lessen was hij steeds beschikbaar en aanspreekbaar voor de leerlingen met vragen of problemen. Waar hij kon was hij behulpzaam en betrokken.

     

    Voor de laatstejaars organiseerde Mr Demedts een culturele club. De bedoeling was om ons meer algemene vorming bij te brengen; ook om te leren het woord te voeren voor een publiek.

    Mr Demedts was de organisator en zat de bijeenkomst voor. De club was volledig vrij en er werd geen enkele druk uitgeoefend. Een leerling gaf dan een spreekbeurt over een zelfgekozen onderwerp. De onderwerpen waren heel verscheiden, maar meestal heel interessant. Ze konden zowel gaan over oude Vlaamse volksgebruiken of de werking van een motor als over een muziekstuk of optreden van een student-muzikant.

    Tot slot nam Dhr Demedts het woord. Zijn eenvoudige en gemoedelijke manier om verstandige dingen te zeggen, waren keer op keer een succes bij de toehoorders. Alleen al om dat slotwoord was het de moeite waard om naar de club te komen.

     

    Eind 1949 werd André Demedts benoemd tot directeur van radio Kortrijk. Na 12 jaar leraarschap verliet hij het college. Hij had er altijd graag les gegeven, en het was met weemoed dat hij voor het laatst de voordeur achter zich toetrok. We beseften duidelijk dat dit een groot verlies was voor het college, maar ook voor de gemeenschap van Waregem en het wijde omliggende. Dat hij in het college een zaal naar zijn naam gekregen heeft, en hier nu ook gevierd wordt, bewijst dat het college hem in de herinnering blijft bewaren. Ik ben er het college dan ook dankbaar voor.”

    19-06-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    15-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ambulant theater project '˜DE LEVENDEN EN DE DODEN' van Anton Cogen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Op 12, 13 en 14 augustus wordt in de tuin en de omgeving van het André Demedtshuis te Sint-Baafs-Vijve het ambulant theaterproject ‘De levenden en de doden’ van Anton Cogen opgevoerd naar de gelijknamige roman van ANDRE DEMEDTS. De opvoeringen kaderen in het “André Demedtsjaar” naar aanleiding van zijn geboorte op 8 augustus 1906, 100 jaar geleden. Het openlucht theatergebeuren wordt uitgevoerd door de vzw. Het ES-battement in opdracht van de André Demedtsstichting.

     

    Omschrijving van het project

     

    Het project is multispectraal.

    Het wil zowel de auteur en zijn literair-filosofische aspecten, als het natuurlijke decor St.Baafs-Vijve en zijn unieke Demedtssite aan de dode arm van de Leie, artistiek-toeristisch, aan een zo ruim mogelijk publiek voorstellen. Daarom is het ambulant bedacht.

     

    Het publiek wordt ontvangen in een soort info-room. Daar zijn alle iconen en componenten, zowel van de auteur en zijn oeuvre, als van de voorliggende roman en diens entourage, ondergebracht. Men zal er zowel een foto van Martin Heidegger, Joris Van Severen als Vladimir Iljitsj Lenin, aantreffen. Zij worden er door de gids becommentarieerd en als mentaal richtsnoer voor de theaterwandeling, uitgezet.

     

    De gids is Anton Cogen. Hij vertelt de overgangsfasen van het verhaal, terwijl het publiek zich verplaatst van de ene locatie naar de andere. Aangekomen op de nieuwe locatie, wordt het voorgaande gebeuren, telkens emotioneel samengevat in een soort van Brechtiaanse ballade, te zingen door de marktzanger van dienst.

     

    De hoofdscènes worden gespeeeld op de locaties, de boorden van de Leie, de kerk, het kerkhof, het André Demedtshuis, het schooltje, een ouderwets parochiezaaltje, een simpel woonhuis en een drijvende platbodem op de Leie. Regelmatig wordt het publiek vergast op een natje en een droogje, een streekproduct of een leuke artistieke gadget. De wandeling eindigt zoals ze begon: in de info-room, waar alle uitgezette iconen, nu in een helder daglicht komen te staan.

     

    Op 8 augustus is er een try-outwandeling om 20u, voor genodigden en pers, sponsors en eventuele subsidianten. Op 12,13 en 14 augustus start er een theaterwandeling om 18 u. en 20u.

    De wandeling duurt 90 minuten. Van de theaterwandeling is er ook een zaalversie voorhanden, speciaal bedoeld voor reisvoorstellingen.

     

    De levenden en de doden

     

    De roman behandelt op een indringende, analyserende en toch meeslepende wijze, het leven van mensen, wiens verhaal start aan de vooravond van de 2de Wereldoorlog.  Het fictieve West-Vlaamse dorpje Elselo, maar ook China en Rome, Brussel en Normandië, fungeren als startplaatsen.

     

    In tegenstelling tot de romanfiguren van vele andere coryfeeën, die deze woelige periode hebben aangepakt, vertrekt André Demedts vanuit een volstrekte normaliteit, zonder extreme wezens, zonder opvallende excessen. Het zijn bijzonder herkenbare types, handelingen, reacties en reflexen, van doodgewone reality-mensen, die elk op hun manier een remedie zoeken tegen de mentale vernielzucht van deze niets ontziende oorlog, zijn aanloop en zijn nasleep.

     

    Een zoekende priester, een verdwaalde jonge rebel, een cynische vader, een chaotische moeder, een verstarde rechter, een libidineus-verlaten echtgenote, een idealistische communist, een geïdealiseerde geliefde, een verharde “witte” brigadist, een gedesoriënteerde Vlaamse wachter, allemaal proberen ze hun verstoorde dramatische lijn in deze tijden zonder houvast, door te trekken. Zij bevinden zich in hun moestuin, in China, in een werkkamp in Frankrijk, in een strafkamp voor incivieken, in huiskamers, klaslokalen, op een boot naar het Westen of in genoeglijke natuurbeschrijvingen. Thanatos slaat toe, maar ook Eros is present!

     

    De romanfiguren werken zich, elk op hun eigen manier, naar de finale loutering toe, terwijl hun levens zich kruisen, mekaar beïnvloeden, kapot maken en genezen. De gemotiveerde lezer ziet in dit prachtige epos, de aanwezigheid van Demedts, die gedeeltelijk huist in elk van deze personages en hun lijdensweg of vreugdetocht telkens gedeeltelijk volgt en een extra waarde geeft.

     

    Het artistiek concept

     

    Het ligt niet in de bedoeling om de roman zonder meer te vertalen in een realistische theatercode. Eerder dan op een filmreële wijze te werk te gaan, worden de hoofdscènes opgeroepen en becommentariëren de personages zichzelf. De actie verloopt niet geïsoleerd, maar filtert de meningen, gedachtegangen en overtuigingen, de ideologieën en de historische feiten.

     

    Het project probeert ook de geregistreerde ervaringen op onze actualiteit toe te passen, te toetsen wat blijft, in te schatten wat verandert en te signaleren wat ons bedreigt. Zonder belerend te willen zijn, wordt het een historische medicatie, een kunstzinnige therapie. Zij laat de locaties meespelen en maakt ruimte voor de pro- of anti-emoties van het publiek.

    Met andere woorden, het concept probeert, met de soberste middelen van het theater, te doen wat Demedts, op een meesterlijke wijze, met de literaire middelen van de roman heeft gedaan.

     

    Het ES-battement en DE PLOEG

     

    Het theatergezelschap werkt sowieso altijd met een heterogene ploeg. In dit geval betreft het een vrij uitgebreide rolbezetting, wat een nationale “extending”, bijna noodzakelijk maakt. De ploeg is samengesteld uit full-professionals, gediplomeerde en “op basis van verworven rechten”, semi-professionelen, en gedreven eersterangs amateurs. Kortom, de traditionele samenstelling van een heleboel gesubsidieerde projecten en gezelschappen of gesponsorde televisieproducties.

     

    WERKINGS-EN PRODUCTIEKOSTEN

     

    De “André Demedtsstichting” draait op voor de basiskosten van dit artistieke product en van dit multispectrale opzet. De uiteindelijke finesse van de afwerking, zowel wat het concept, de regie, de spelers, de sets, de kostumering, de make-up, de licht- en geluidsinfrastructuur, kortom “ het haalbare” betreft, zijn natuurlijk afhankelijk van de financiële mogelijkheden. Ook als men de tering naar de nering zet of de fameuze stelregel hanteert, dat armoede de artistieke vindingrijkheid provoceert, kan het project een financiële duw in de rug zeer goed gebruiken.

     

    Gemeentelijke, Provinciale, Vlaamse en Federale culturele instanties bezitten vangarmen die tot in de kern van dit product reiken, en hebben artistiek belang bij het internationalisme en de volksverbondenheid van deze auteur, filosoof, radioman en mens, wiens grote waarde, door de geestelijke luiheid, de gewenningsverschijnselen en het clansysteem van de grote denkers over cultuur, dreigt te verzeilen in het wassenbeeldenmuseum van de Vlaamse en/of Belgische cultuurgeschiedenis.

     

    CONTACT

     

    Wij zijn er vast van overtuigd dat u voor dit opzet iets kan betekenen. U werkt voor een persinstantie, de media… U zit in een cultureel circuit, u hebt de leiding van een cultureel fonds of een vereniging, u bepaalt de culturele teneur van een onderwijsinstelling, u bent op zoek naar een originele uitstap, waarbij uw leden een ervaring van het hoogste inhoudelijke niveau kunnen meemaken. Of u wenst informatie over de zaalversie van dit project?

     

    En wat natuurlijk te mooi zou zijn…

    U bent iemand die door uw gezag en interesse, de keuze van de verdeler kan beïnvloeden…

    Gedenk ons dan. Een heleboel Vlaamse, Belgische en Frans-Vlaamse Vlamingen zullen u er dankbaar om zijn!

     

    voor de “André Demedtsstichting”

    voor vzw. het ES-battement,

     

    Anton Cogen

    15-06-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)


    Archief per maand
  • 11-2017
  • 02-2014
  • 03-2013
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 05-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 08-2010
  • 12-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
  • 12-2005

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Bezoek ook
  • e-waregem
  • 2012-blog
  • internetlinks naar A. Demedts
  • Louis Jacobs' thuispagina
  • Wiki
  • poëzie Luc Verbeke
  • DBNL
  • ES-battement
  • ODIS
  • Demedtshuis


    Foto

    Foto

    U kunt meewerken aan deze site door zelf suggesties te doen en zelf informatieve teksten of getuigenverslagen te bezorgen voor bijdragen op deze site. 

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!