Pianist Ludovico Einaudi voor het eerst in België


Foto Alex Vanhee
Minimalisme op het maximum Ludovico Einaudi: ingetogen virtuositeit.
In het buitenland is Ludovico Einaudi (****) een begrip en voeren zijn cd's regelmatig de klassieke charts aan. In België maakte de Italiaanse pianist afgelopen weekend een vliegende start. Einaudi's eerste bezoek aan ons land was meteen goed voor twee compleet uitverkochte concerten.
De magie in de Beursschouwburg was haast letterlijk voelbaar. Einaudi is geen hokjesdenker. Zelf noemt hij zich een minimalist in de traditie van Michael Nyman, Craig Armstrong en Philip Glass, maar naast zijn intimistische pianoplaten werkt hij net zo vlot samen met een rockmuzikant als Yann Tiersen of de Malinese koraspeler Ballaké Sissoko. In Brussel had Einaudi twee metgezellen meegebracht die zijn veelzijdigheid nog uitvoeriger onderstreepten. Robert Lippok van het Duitse postrockgezelschap To Rococo Rot omkaderde de composities met elektronische soundscapes, terwijl cellist Marco Decimo vooral de weemoed in het repertoire beklemtoonde. Al in de eerste vijf minuten merkte je dat dit geen gewoon concert zou worden. Einaudi, geconcentreerd achter zijn Steinwayvleugelpiano, speelde zowel zichzelf als het publiek naar een gemoedsgesteldheid die plaats en tijd oversteeg. Het was alsof de muziek in het luchtledige zweefde en bezit van je nam. Lippok smokkelde een schuchtere beat binnen, zodat het geheel zowel tijdloos klassiek als vinger-aan-de-pols-modern aandeed. Ingehouden adem Daarmee werd ook meteen aangegeven dat Einaudi's jongste cd, Divenire, centraal zou staan, een plaat waar de ontmoeting tussen akoestische en elektronische instrumenten uitmondt in een geluid dat raakpunten vertoont met het experimentelere werk van Radiohead. Maar ook toen de pianist dieper in zijn repertoire groef, kon je een speld horen vallen. De muziek mocht dan minimalistisch zijn, het rendement dat hij ermee sorteerde was maximaal: het publiek zat met ingehouden adem te luisteren. Frappant overigens hoe Einaudi met een handvol schijnbaar eenvoudige akkoorden toch moeiteloos wist te ontroeren. Dat had deels te maken met het filmische karakter van zijn repertoire. Een nummer als 'Le onde' kon bijvoorbeeld zo op de soundtrack van een relationeel drama van Wong Kar-wai of Krzysztof Kieslowski. Dansende vingers Halverwege de set ruimde Einaudi plaats in voor een paar solostukken waarin zijn vingers schijnbaar autonoom over het klavier dansten, maar zelfs toen bleef de sfeer ingetogen en voelde de pianist niet de behoefte om zichzelf in de kijker te zetten. De muziek was de enige ster op het podium. En die bleef, ook zonder visuals, breedsprakige bindteksten of oogverblindende verlichting, glorieus overeind. Pas in de laatste ronde werd de toon iets extroverter met het dynamische 'Eden roc'. Lippok toverde een technobeat tevoorschijn, Decimo legde zijn strijkstok neer en begon aan de snaren van zijn cello te pulken, en ook Einaudi zelf speelde in een hogere versnelling. Een einde in schoonheid, dat na een toegift uiteindelijk werd beloond met een staande ovatie. (Bart Steenhaut) (De Morgen)







