muziekje...

muziekje...
fado....
fado
scharensliep
de lente

Reeds is het statig eiber-paar gekomen,
‘t geduldig rijs wringt stil de knoppen los,
de zoele lente luwt door ‘t zonnig bosch
en wiegt mijn geest in weemoeds-zoete droomen.
Violengeur stijgt op uit vochtig mos,
een bronzen gloed veerjongt de dorre boomen,
en primula’s en dotterbloemen zoomen
de groene wei met gouden voorjaarsdos.
Wat heb ik, milde! naar uw komst gesmacht!
wat scheen uw toeven lang! — is ‘t niet mijn leven
dat door uw donzen adem wordt gewekt?
Eens zult ge niet meer keeren, als ge trekt,
des weerziens zaligheid mij niet meer geven
en grimmig grijnst dan d’eindelooze nacht.
Frederik van Eden 1860-1932
primula
klompertje

Klompertje
Klompertje en zijn wijfje
Die gingen vroeg opstaan,
Om met hun boter en eiertjes
Al naar de markt te gaan.
Ze waren halverwege,
Halverwege den dijk,
Toen braken al de eiertjes
En 't botertje viel in 't slijk.
Het speet 'r niet om d'r eiertjes,
Maar om d'r mooien doek,
Dien ze gister pas gemaakt had
Van Klompertje's beste broek.
Uit: Nederlandsche Baker- en Kinderrijmen
verzameld door J. van Vloten
klompenkapper
anemoontjes
Adio Akropolis
hei molentje
Hei molentje
Tekst: J. Prins - Muziek: B. Verhallen
Hei molentje, molentje, hoog in de wind,
Wat sta je weer dapper te draaien.
Je doet of je 't uiterst noodzakelijk vindt
Het licht van de zomer te maaien.
Je kijkt naar de zon en je denkt: wat een schat,
Wat een schat, laat ik daadlijk beginnen.
De zon is van goud, maar het licht is te glad
Je haalt er geen hallem van binnen.
De wieken bewegen en vliegen en vegen.
Hun schaduwen tegen de grond.
De stenen die dreunen en draaien en steunen
En komen al kreunende rond.
Maal verder, maal verder, maal stevig en straf.
Je werken blijft toch onbegonnen.
Het licht van de zomer, dat maai je niet af
Het licht van de zomerse zonne.
windmolen
nog neen oudje...ken j't nog

de sleutel van de bibelebontse berg....
Op de bibelebontse berg
Staat een bibelebonts huis
In dat bibelebonts huis
Wonen bibelebontse mensen
En die bibelebontse mensen
Hebben bibelebontse kinderen
En die bibelebontse kinderen
Eten bibelebontse pap
Met een bibelebontse lepel
Uit een bibelebontse nap.
love songs
het vinkje

Het vinkje
Tekst: Diederik - Muziek: R. Hol
Ik heb een aardig vinkje,
Zit buiten in een kooi.
Fluit allerhande deuntjes,
Oh jongens klinkt zo mooi.
Ik wou dat ik ook zo fluiten kon,
Ik wed dat ik er best de kost mee won.
'k Zal op mijn vinkje passen,
zo goed als ik maar kan.
zijn bakje wil ik vullen,
Met zaad, daar houdt het van.
Met helder water vul ik 't glas,
'k Wou, dat ik ook zo'n vinkje was.
Maar altijd zo gevangen,
Te zitten in een val.
Denk niet dat mij zo'n leven,
Heel goed bevallen zal.
Niets gaat er boven vrij en blij,
Dat zeg ik en daar blijf ik bij.
En daarom, aardig vinkje,
Gaat straks uw kooitje los.
Uw liedje klinkt toch mooier,
Daar ginder in het bos!
Kom in de winter maar eens weer,
Dan strooi ik kruimpjes voor u neer.
lieveheersbeestje
die ken je wel... hoop ik
ken je dit nog.... Kleine Katrijne

Kleine Katrijne.
Kleine Katrijne
zat op het groene gras,
en lepelde uit een schoteltje
waar zoete pap in was.
Toen kwam een dikke spin
en viel er midden in.
Kleine Katrijne
die huilde van verdriet,
en zei: " Die pap, die spinnepap,
die éét Katrijne niet! "
wit geitje
ochtenddauw
3 reacties op dit bericht
Een lieve groet doet altijd goed
We wensen u een heel mooie zondag
Lieve groetjes Gerda & Elza
Vriendelijke groetjes van Ingrid
Mooie muziekbox Jos
Een vriend voor het leven is
elkaar een hand geven
Op alle wegen elkaar steunen
en op moeilijke momenten
Op elkaars schouder kunnen leunen
wens jullie een fijne dag
Lieve groetjes Roosje