Dagpauwoog
Dagpauwoog
Wat lief fladderend kwam jij aangevlogen
Zeer opvallend waren jouw fel gekleurde ogen
Je vlamde voorbij in je vleugels met oranjerode gloed
Zo herkenbaar bracht je mij een welkomstgroet
Als je eens wist hoe waanzinnig mooi je bent
Het is net of je beschilderd bent van begin tot het end
Met je fonkelende ogen die je blijven aanstaren elke keer
Breng je je vijand in verwarring en schrikt je ze af, steeds weer
Met dichtgeklapte vleugels ben je een onzichtbaar exemplaar
Als wonderbaarlijk schepsel in ons natuurbeeld onmiskenbaar

