Leeftijd en suiker

Leeftijd en suiker
De spijsvertering zet suikers uit het voedsel om tot glucose, brandstof voor de cellen. Zonder de hulpstof "insuline" blijft glucose ongebruikt in de bloedsomloop. Dorst, moeheid, gewichtsverlies en veelvuldig plassen zijn de signalen van "hyperglycemie" of te veel suiker in het bloed. Over de hele wereld kennen meer dan honderd miljoen mensen dit verschijnsel. Iedereen kan vroeg of laat suikerziek of diabeet worden.
Type 1 en Type 2
Mensen van het Type 1 maken
plots helemaal geen insuline meer. Dit gebeurt veelal in de puberteit en vaker
bij jongens. Type 2 ontwikkelt zich rond veertig jaar. De productie van insuline
is onvoldoende en het lichaam reageert ondermaats. Overgewicht, weinig
lichaamsbeweging, stress zijn uitlokkende factoren.
Verwikkelingen
Je voelt je goed bij een
bloedsuikerwaarde tussen 70 en 140 mg/dl (3,9-7,8 mmol/l). Meer glucose
beschadigt langzaam alle cellen. Je loopt kans op hart- en vaatziekten. Een
rokende suikerzieke vraagt om problemen ! Er ontstaan klachten aan ogen en
nieren. De seksuele activiteit gaat bergaf. Het zenuwstelsel ontsnapt evenmin.
Door gevoelloosheid worden wondjes minder snel opgemerkt. Vooral
wrijvingsletsels (voeteelt bijvoorbeeld) hebben de kwalijke naam te
verzweren.
Zelfzorg bij Type 2
![]() |
![]() |
Voorop staat een gezond dieet. In de korf zit veel fruit, groenten, mager
vlees en gevogelte, wat minder aardappelen en brood. Vraag desnoods een diëtist
om advies. De apotheker kan je helpen aan suikervrije (hoest)siropen en hapjes
zoals koekjes, chocolade en confituren. Die zijn bereid op basis van fructose of
sorbitol. Alcohol mag, maar op rantsoen ! Stel je tevreden met 2 à 3 glazen wijn
per dag. Vermageren en sporten maakt het lichaam gevoeliger voor insuline.
Beweeg verstandig. Versneld glucose gebruik bij sport kan - in samenspel met je
geneesmiddelen - leiden tot een te laag suikergehalte of "hypo". Leg jezelf een
regelmaat op wat medicijnen, dieet en lichaamsbeweging betreft. Sla geen
maaltijd over. Zo schommelt het suikergehalte minder.
Heb een klontje suiker
bij de hand in geval van wazig zicht, beven en hongergevoel. Zelfcontrole van de
bloedglucose is verantwoord. Digitale glucosemeters zijn eenvoudig te bedienen.
Soms is een inzicht nodig in het verbruik van de vetreserve. Teststrookjes op
"ketonen" geven hierover een idee. De apotheker zal je met raad en daad
bijstaan.
Dit is een nieuwe glucosemeter, onder de vorm van een horloge. |
In de apotheek
Diabetes van type 2 is niet te
genezen maar met dieet en medicijnen goed te behandelen.
Geneesmiddelen hebben tot doel of de afscheiding van insuline te verhogen of deze insuline beter te laten werken of de opname van suiker uit de dunne darm te remmen. Een combinatie van deze groepen is niet uitzonderlijk. Insuline injecties blijven in reserve. Neem de tabletten in met een slok water 30 minuten vóór of bij het begin van een hoofdmaaltijd. Op zoek naar de ideale dosis wordt die aanvankelijk om de 3 tot 7 dagen opgedreven.
Bij de start van de behandeling kan je wat maag- en darmlast ondervinden.
Jeuk is niet uitgesloten. Nier- en leverstoornissen vertragen de afvoer van deze
geneesmiddelen uit het lichaam. Zo blijven ze langer werken. Met de leeftijd
neemt de kans toe op een "hypo".
Tal van andere geneesmiddelen treden in
wisselwerking met anti-diabetes tabletten. Verwittig de dokter of apotheker
wanneer je bijvoorbeeld aspirine, betablokkers, reumamiddelen, hormonen of
bloedverdunners neemt. Overmatig alcoholgebruik kan met antidiabetes tabletten
een vreemd "kater" gevoel oproepen. In bijzondere gevallen zoals bij
zwangerschap, borstvoeding, operatie of infectie moet tijdelijk op insuline
worden overgegaan.
Opsporing verzocht
Velen weten niet dat ze
lijden aan diabetes type 2. Voor risicogroepen (zwaarlijvigen, vrouwen met
diabetes tijdens de zwangerschap, kinderen en bloedverwanten van suikerzieken)
is vanaf veertig jaar een jaarlijkse controle aangewezen. Anderen denken aan een
vijfjaarlijkse controle vanaf hun vijftigste.
Met tijdig ontdekte diabetes is een alledaags leven best mogelijk.
|
Diabetes infolijn: |
Bron: Apotheek












1 reactie op dit bericht
vraag op je tekst
mvg declercq jose oudenaarde