Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1b

seniorennet.beseniorennet.be

de wandeling

 

 

 

 

in een strakke trui

en dito broek

loopt zij mee in het groen

ze heeft een rode blos

en wapperend haar

met een blik in haar ogen

gericht op ver mededogen

 

nee, ze is hier duidelijk;

een spanning, sterk aanwezig

ik voel me soms een dier

zeker in het groen

ach, je kent mij

ik zou nimmer wat doen

 

ze is een lopend voetstuk             

en kletst al maar door

ik zie haar wel, maar

niet dat ik haar hoor

ze is een engel uit

het maagdenkoor

 

haar blonde, wilde haren                    

winden mij erg op

en al dat ander

haar borsten met name

ach alles tezamen             
maar ja, ik blijf koen

ik zou nimmer wat doen

 

o ja, het ging om               

de honden

die laten we uit

een ommetje mag het heten

ik was het bijna vergeten

 

ik ben dan wel oud

maar nog niet versleten

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 20:36

wa ge in me oge lees

 

 

 

hoe kunde gij me kenne

als de deur me hinne zie
ge kunt ut noit witte

ik fuul me dan veugelvrie          


nim munne ope hand

zo werm tussen dun oewe

worde ge dan nie overmand

over wie ik zij

bende dan nie angeland

zo wezenluk dichbij

 

da bin ik

unne mens van flees

heur munne siel roepe

di ben ik

wa ge in mun oge lees

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 20:35

die manne (iegene taole, eigen dichttaal)

         

 

su sieje for uut

in dencke versoncke

hie in sorge gesinckt

die bure in gewesend

gelieke unne droncke

 

 

sie komme nie frie

um hiere te sijne

skouder am aender

doch nimmer int reine

 

 

so goat die daghe

so stille ende vurt

icke fuule die swaore ruste

gelieke er bie heurt

 

 

so sie treffe mekaore

met unne seeje geskeide

dele die werlt

umme ut ene te mijde

 

 

so dele sie

aol in stille

sie kunne nie anders

sie souwe nie wille

 


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 20:34

ochtendgloren

 

 

 

 

het is nog vroeg

als de nacht eindigt en de

uil van het donkere licht

voor mij uit zweeft naar

de blauwe fontein               

waar druppels

schitteren in vlagen

van de stervende

maneschijn

 

 

door knarsende kiezelstenen

schuifel ik naar de bank

gelegen aan het pad

langs de waterpartij

hier zet ik mij neder

en zie de dag traag

ontvouwen met een

schaduw aan mijn zij

 

 

deze plek van eindeloze duur

schept vreugde in een

onnoemelijk ogenblik

hier ontmoet ik de schepping

waar licht en teer ruisen

van de waterstralen

het wonder opnieuw

in mij laten dalen

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

als lippen zuigen

 

                       

 

 

mijn lippen zuigen

aan jouw vel

 

 

en als ik mijn tong

van passie vertel

 

 

kreunt het zuchten

van jouw lijf

 

 

en ruik ik al

het zwetend vocht

 

 

zijn we al

in een hemels verblijf?

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

ik ben dichter

            

 

 

ik ben dichter

van het eerste uur

nog sterker,

van het eerste kwartier

of twintig minuten

dus niet een noeste werker

of gedreven poëtendier      

 

nee, ik zit en handel

en de woorden,

zo die komen,

gaan met mij aan de wandel

 

het is niet de romantiek

die u verwacht

van langhaar en snor,

een afgezakte bril

en sacherijnig geknor          

 

het is wat toetsen aanslaan

op het bord

al schijn ik dat wel

met kracht uit te voeren

ja, immers na uiterlijk

een halfuur

moet ik weer voort

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

spiegelen

 

 

 

dag Hans          

zeg ik

en zie mijzelf

in de etalageruit

 

je oogt niet slecht,

mijn jongen,

voor jouw leeftijd sta je

nog betrekkelijk recht

en zie nog goed

jouw strakke huid

 

dag Hans            

zeg ik

en kijk nog dieper

in mijn ogen

duw haast mijn neus

tegen het raam

 

zeg ouwe viezerik

kan je het wel zien

ga naar binnen

en koop die blaadjes

over seks en                       

betaald beminnen

 

of loop door

maar blijf niet staan

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

mijn zwijgzaamheid



naarmate de jaren korten
en seizoenen vervlakken
groeit mijn zwijgzaamheid


niet dat aan praten
maar iets zou schorten
het brengt niet bij voorbaat
iemand in verlegenheid


nee, als ik enkel kijk
met uitnodigende ogen
hoeft niets gezegd,
of blijft iets verduisterd


vaak is het zo
dat zelfs beter
naar mij wordt
geluisterd


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 16:21

mijn zwijgzaamheid (vervolg)



naarmate de jaren korten
en seizoenen vervlakken
groeit mijn zwijgzaamheid

soms schiet praten
het doel voorbij
er schort iets aan de brug
naar de overkant
planken vallen in diepten
van ijskoude gevoelens
onbereikbaar blijkt
de waterkant

mijn ogen spreken niet meer
dof en verduisterd als zij zijn
uitzichtloosheid krijst
in verstopte oren
wie kan in deze stilte
de hartslag nog horen

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 16:21

de fiets met cyclaam



zo even en niet onbekwaam
passeerde een fiets met cyclaam
die het meisje versierde

op een omafiets langs banen
door parken en lindelanen
die mede voorjaar vierden

het maakte mijn hart ook vrolijk
ben voor toeschouwers dan olijk
als een deerne mij belicht

ik ben een warme zonnestraal
een schijnend vreugdevol verhaal
en op iedereen gericht

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 16:17

winterdeken



niet alleen de nacht
schermt licht af van
helder waarnemen
waarin dromen mij soms
ongevraagd meenemen
naar diepe dalen
van verwarring

ook de dag kent momenten
van onzichtbare schaduwen
gevoed door gevoelens
van verkrachte woorden
zij overvallen soms mijn gemoed,
zomaar, zonder te schuwen

een muur met
een zacht fundament
is soms door een
zuchtende wind
om te duwen

temeer daar in de winter
het glazen plafond
door koude is aangeslagen
en dichter boven
de dode aarde hangt
alles is dan zwaarder
te dragen
het is dan een winterdeken
die over mij hangt




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 09:49

kerstmijmering



onder de oude
middeleeuwse toren
sta ik even stil
als de bejaarde slag
het angelus laat horen


hij is een roepende
over de winterse velden
kijkt statig uit zonder
dat men hem nog hoort
of ziet als hemelse bruid
hij draagt slechts
een stenen verleden
en echoënde psalmen
naar verluidt


laten we ons
nog verwonderen
door eenvoud en mystiek
ik zou het niet weten:
zie zoveel koude mimiek


bij de geboorte
van ieder mensenkind
kan men slechts ervaren
hoe de onvoorwaardelijke
goddelijke verwachting
mag worden bemind


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 09:48

mijn vader



heden
zoveel jaar na dato
versteen ik
het beeld van mijn vader
houw de
lagen van zijn persoon

tracht zijn wezen
te plaatsen in
een menselijk kader


een postuur
van ruimtelijke omvang
gevoed door
smakelijkheden
een zuivere inborst
gevormd door haast
verborgen verleden
gaven deze kleine man
met humor
en weinig woorden
een ongekende kracht:

de zachte macht
van ervarend voelen
in de stilte
van het ongezegde

soms ook afvragend
wat hij zou bedoelen


mijn beitel breekt
te vroeg
zoek nu in mijzelf
naar zijn diepte
ik kan pas zeggen
wie hij was
als mij is gegund
nog even niet
mijn lijf
voor het laatst
neder te leggen



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 09:48

sluit de ogen na het lezen



in dit moment
van eeuwige stilte
waar vogels zwijgen
en mijn hartslagen
zich rustig aan
elkander rijgen


vertoef ik in tederland
met zachte tonen
van een fluisterende wind
ervaar het warme zand
onder mijn blote voeten
en valt de rust mij toe
verdwijnt al het moeten


dit voortschrijdend genoegen
van geluk en zaligheid
doordrenkt al mijn vezels
zonder enig zwoegen


wil het delen
met allen
die mij vinden

mij willen zien
met mij zich
willen verbinden


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 09:45

wees mijn bruid


wees mijn bruid
als de avond valt
en de zon van mijn ogen
neerdaalt in mijn hart
wees mijn gade
als ik afdaal in
de vergankelijkheid
van geschapen smart

rust je hand
op mijn schouder
en stuur mij zacht
naar beminde wouden

waar de ruis van
vele zielen
mij zullen dragen
in voorbijgaande koude

wees mijn bruid
al is het voor even,
een tel van eeuwigheid,
streef voorbij wat was
niets bleef nog heel
draag mij om te weven

door het ven van engelen
lacht mij de schoonheid toe
dan pas, voel ik het grootse
dan pas heb ik weet
van wat ik verlies
wees nog even mijn bruid
dat is leven,
als ik onomkeerbaar
de klokken luid


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 09:44

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1b

↑ Terug naar de berichten