naar gister
|
oh, ik ga maar even natuurlijk kan de plek een liefdevolle wens
|
naar gister|
oh, ik ga maar even natuurlijk kan de plek een liefdevolle wens
|
perspectief|
ach, ik laat het gaan als een walm mijn afgehakte handen toch blijkt het na verloop van tijd
|
het schone lothet mooie is slechts gevoel soms vaag en dun omschreven het schone kent slechts één doel het ware na te streven ervaren van zulk een geluk is waarnemen in de mist soms als een plotse ruk in het edele hart geritst alwaar men, zo de mens is het tracht vast te klinken; men zoekt immers niet het gemis doch wil het liefst in het hemelse langzaam dromerig wegzinken de helse nevel, immer aanwezig ligt, geheel aards, op de loer hij kent geen generaal pardon of geeft mij meer eer dan jou nee, het is het onvoorspelbaar lot dat als enige wikt onder de zon vaak zo zot doch menigmaal bot |
de levensboognaarmate mijn tijd verstrijkt en ik lijk te verjaren schijnt mij steeds meer toe dat al wat rondom mij is verzameld stilaan weg wil varen en mij als maar minder toebehoort al ben ik aldoor meer geworden de toekomstwijzer stagneert steeds minder blijkt van mijzelf en dat niet ik maar de schepping gloort waar mijn wortels eerst moesten aarden om te groeien tot wie ik ben dringt nu steeds meer tot mij door dat niet mijn ik, maar het leven mij baarde |
de mensendaadik verhaal vandaag van het immense grote in het schrijven een omvangrijke mensendaad scheppen van de wereld met al zijn loten een wonder laten geschieden zonder enig verraad slechts ik ben daar in bescheidenheid toe in staat het is aan de geringe echt genade gegeven van het alom omvangrijke niets een geheel te vormen waar ook nog de schrale mens mag leven en ruimte is voor kruipende wormen uit mijn door liefde verzadigd hart ontspruit zich een in regenboogkleuren openslaand lelieblad als waterfontein getooid waar druppels zich glinsterend en juichend verspreiden over een dorre aardse mat het is nog alleen aan mij, te zeggen goed, ja goed is deze wonderlijk schone daad onvoorwaardelijk uit mijn zachtheid geboren het is overzichtelijk naar menselijke maat het kostbaar vocht blaast ontelbare toverachtige kristallen bellen verspreidend naar alle hoeken die bij het teder afdalen naar de ontvangende bodem zingend en springend aan u ja, aan u gaan vertellen je mag er zijn hier en nu ga niet meer zoeken aldus geschiedde de schepping van u en anderen maak nu zelf het beeld van zee en lucht en dieren we mogen hier en daar wat zichtbaars veranderen ik zag nog even het was heel goed zo te sieren daarna hebben wij gelijk de mens is de touwtjes laten vieren |
draalster (draaikont)ook al waart gij heden de allergetrouwsten en ditmaal wellicht geen draalster toch zijt gij een heuker die als bij een dompige neveling aalwaardig uw grei vergaart genaak mij niet, gij Brutus gij onthoudt u van gemenstig gedrag ik vertrouw nimmer uw geplogenheid slechts hervallen in uw zwartigheid is uw streven onbekend zijt gij met nederigheid gaat derhalve hene bij de aanbraak van de avondlucht toelichting: draaikont ook al was u nu in hoge mate betrouwbaar en ditmaal wellicht geen draaikont toch bent u een tobber die als bij een dampige nevelachtigheid onbezonnen uw begeerte vergaart kom mij niet nabij, Brutus U onthoudt zich van eerlijk gedrag ik vertrouw nooit uw gewoonten slechts terugvallen in uw schaduw is uw doel u bent onbekend met bescheidenheid gaat daarom weg bij het vallen van de avond |
ongeboren vruchtmorgen is mijn jaar verleden alwaar eerder de zon ongevraagd doch gestaag de stille dood heeft doen intreden de herfst heeft haar mantel laten verkleuren en verteren terwijl ik zwijgend naar binnen kantel om de sluipende donkere dagen te eren het is loven met voortschrijdende weemoed uit dankbaarheid, nog zo vaak gepaard met ampel gedroogde tranen over de aan mij uitgeleende dagen van voor- en tegenspoed morgen schijnt ons toe als nieuw maar is nog slechts een ongeboren vrucht uitzien naar het wederom te baren licht is trachten zwanger te blijven tijdens de winterlucht |
overdonderende stilte| ik aanschouw het zielenwater langszij jouw ogen gaat het over vroeger of later verdriet of mededogen dat jij mij aanblikt in verwachting uitziend naar enig gevoel al was het maar gering we ontmoeten elkaar op een onzichtbaar brandpunt buiten ons gelegen gevangen in een verre staar waar woordeloze stromen worden samengeregen in deze overdonderende stilte weet ik niets te zeggen in deze ontvloden kilte weet mijn hand niet hoe die in de jouwe te leggen |
quatre-mainsbespeel met mij de solo, een gewichtig zielenpartij in een menselijk partituur een quatre-mains voor een ongebonden paar die toetsen bespelen naast en met elkaar zich voegend in het andante maar zichzelf weer vinden in een jagend presto, hun vrijheid niet laten bestelen vanwege hun solo constante |
nussun dormaniemand slaapt of sluit bewust de ogen de stilte van deze nacht kan schreeuwen of opnieuw verwonderen het ligt niet in mijn macht de verzuilde gevoelens van dit moment zomaar af te zonderen het zijn verleden gedachten van Latijnse gezangen ook de droom van opnieuw verwachten waar mijn hart onbewust door wordt bevangen maar bovenal het onbestemde uur na twaalven waarin leegte zich telkens openbaart waar niet het kind maar vooral melancholie opnieuw wordt gebaard |