NEBRA

NEBRA (RANEB) KAKAOEZoals eerder gezegd staat de opvolging Hetepsechemoei, Nebra, Ninjeter vast. Zie hiervoor hoger de bevindingen van graf A te Midden-Sakkara en het beeldje van de priester Redjit (vroeger Hotepdief). NAMEN![]() De horusnaam ( zie hierboven de serech op lijn drie) Nebra vinden we op een uit Memphis afkomstige stele, op het Cairo CG 1 beeldje en verder op afdrukken van cylinderzegels en rotsgraffiti. Soms wordt de naam als Raneb gelezen dit zou echter impliceren dat de betekenis van de naam '(De god ) Ra is (mijn) Heer indhodt. Maar in deze tijd was Ra als godheid nog onbekend. Het is dan ook meer dan waarschijnlijk dat het hier om een zogenaamde directe genetief gaat . De genetief is een naamval die op bezit duidt en best kan vertaald worden in het nederlands door "van". Neb kennen we reeds als zijnde "heer" , en Nebra wordt dan de heer van Ra waar Ra staat voor de zon en niet voor de godheid. Dus de Heer van de zon. (Wilkinson 1999 p. 84; maar ook J. Kahl, in voorbereiding). De geboortenaam in latere koningslijsten is unaniem Kakaoe (Sakkara-Tjoeloi graflijst nr; 4; Abydos-Sethi tempellijst nr. 10, Turiinse Canon 2,21). Zie hierboven lijn 1 en 2. Dit gelijkt bovendien erg op de naam die Manetho vermeldt " Kaiechos "0( versie Africanus) en Kaichoos ( versie Eusebius); Manetho voegt er nog aan toe dat tijdens zijn regering :" de' Apis-stier te Memphis en de Mnevis stier in Heliopolis alsook de geit van Mendes vereerd werden als goden. De lengte van zijn regering versie Africanus was 39 jaar maar dit is blijkbaar te lang een periode van 10-15 schijnt dichter bij de werkelijkheid te liggen. In de Annalen van Memphis (Palermo steen, Caïro steen en andere fragmenten), zou de regering van Nebra, volgens de reconstructie van de muur waar de stenen vandaan komen op de vijfde lijn staan . Deze lijn vangt rechts aan met de regering van Hetepsechemoei. Zijn regering zou ongeveer zes jaarkompartimenten eindigen voor de sectie van Ninetjer' s regering die bewaard gebleven is op de Palermo steen. Alle reconstructies komen overeen over het feit dat de beide regeringen van Hetepsechemoei en Nebra ongever 39 jaar hebben geduurd. Maar de juiste onderlinge verhoudingen van de regeringsjaren zijn niet precies bekend intelligente gokken gaan van 29+10 tot 19+19. Alle mogelijkheden blijven echter open al schijnt een kortere regering van Nebra van ongeveer 10 jaar meer waarschijnlijk dan een 19+19 verdeling (Helck M.D.A.I.K. 30,1974 p.31; id.'Thinitenzeit' 1987 p.125; Kaiser Z.A.S. 86,1961 p.39; Barta Z.A.S. 108,1981 p.11; text in Schafer 'Ein Bruchstuck Altagyptischer Annalen' ). *(Helck-Z.A.S. 106, 1979 leest de naam 'Kaoe' en niet 'Kakaoe').
Naam Noebnefer op vazen uit djoser's complexUiteindelijk nog dit : Gunn (in A.S.A.E. 28 p.152) stelt de naam Noebnefer -zoals te zien op lijn 4 - (in twee inscripties op vazen uit Djoser's complex) voor als Nebra' s nesoet-biti naam; maar aangezien de beide namen sindsdien nooit meer samen zijn gevonden moeten we op onze hoede zijn met deze hypothese. Nebra's nesoet-biti naam is waarschijnlijk Kakaoe ofwel een totaal verschillende naam. Noebnefer kan ook onmoglijk de nesoet-biti naam van Neferkaseker (reeds zelf een nesoet-biti naam) zijn en zou dan een ander ephemere koning uit de periode post-Ninetjer en pre-Chasechem zijn. Anderzijds komt de paleis naam 'Hoet Menet-'Anch' voor in beide Pyr.Deg. IV inscripties (nr.99 en 100) maar ook in een inscriptie die gedateerd wordt onder Ninetjer (Noeb Rn). Dicht bracht er Helck toe om Noebnefer als een dichte opvolger van Ninetjer te beschouwen die hij plaatste na Oeng en Sened. Maar alles zou beter op zijn plaats vallen indien Noebnefer inderdaad de nesoetbiti naam van Nebra zou zijn, die op dit ogenblik indien we abstractie maken van Kakaoe niet echt met zekerheid bekend is. Indien dit werkelijk zo zou zijn dan kan echter Kakaoe niet meer als nesoet-biti fungeren en waar moet men dan de oorsprong van deze naam zoeken ? ![]() Deze lezing van de naam wordt nu algemeen aanvaard. Zoals we in onze uiteenzetting over Ka (29.09.2006) reeds hebben gezegd wordt stier gespeld zoals op de eerste lijn het correcte meervoud zou dan zijn zoals op de tweede lijn en de correcte naam Ka-kaoe:Ziel van de stieren zoals op lijn drie. Vergelijk dit met de bovenstaande namen zoals ze op de monumenten werden gevonden en u zult begrijpen dat Egyptenaren vrij los maar esthetisch verantwoord omsprongen met hun spelling. In het eerste geval wordt de stier weggelaten en meervoud wordt hier uitgedrukt niet door gans het woord driemaal te herhalen of door de meervoud streepjes maar door alleen de penis driemaal voor te stellen wat natuurlijk de mannelijke kracht van de koning benadrukt. Indien we alleen over deze versie zouden beschikken zou het logischer zijn Kaoe (Stieren) in plaats van Kakaoe te lezen. De betekenis van de naam komt dan wel in het gedrang. In het tweede geval wordt de eerste Ka correct voorgesteld als ziel en het meervoud eveneens correct door de drie streepjes maar nu herhaalt men de armen niet bij het begin van het woord stier. VOORWERPEN
Nota bij de inscripties op de stenen vazenDe inscriptie op de vaas uit het graf van Peribsen te Oemm el Qa'ab (P) werd bestempeld als een usurpatie van een vaas van Nebra' door Ninetjer, maar de rechterzijde kan evengoed op een natuurlijke wijze ziijn afgesleten en het 'ra-neb' teken boven links heeft niets te maken met de koningsnaam maar is misschien een aanwijzing van de dagelijkse reinigings rite door de priester. De tekens onder de serech van Nebra kunnen mogelijk duiden op het koninklijk domein 'Hoet za Ha neb' , bekend uit de eindperiode van de Eerste Dynastie. Een ander domein van koning Nebra vinden we terug op een zegelafdruk uit het graf van Hetepsechemoei-Nebra (Maspero A.S.A.E. 3, 1902) (cfr. fig. nr. 264) maar de lezing als Ti-oea is zeer onzeker. ![]() Een andere inscriptie op een vaas van Horus Ninetjer (Pyr.Deg. IV n. 68) noemt Hoet Pe-Hor-Msn van Horus Nebra , op een gelijkaardige inscriptie (Pyr. Deg. IV nr.58) uit de regering van Hetepsechemoei werd de Horus naam van Nebra toegevoegd. Buiten deze vazen zijn er geen andere meer waar de naam van Nebra op voorkomt. Hierbij laten we buiten beschouwing de twee waarop de naam van Noebnefer voorkomt vermits we deze als een aparte koning zullen beschouwen. GRAF A (Sakkara)De gallerijen onder het complex van Oenas werden besproken in het artikel van Hetepsechemoei. Hier zullen we alleen herhalen dat sinds een paar jaar de tendens bij de meeste onderzoekers is om dit graf niet alleen aan Hetepsechemoei maar ook aan Nebra toe te schrijven. Er zijn vier mogelijkheden
De stratigrafie van dit monument is echter weinig bekend en latere begravingen hebben deze nog meer komen verstoren. Men kan dus met een bepaalde zekerheid Hetepsechemoei als de bouwheer van dit graf aanwijzen. Zijn regering heeft waarschijnlijk dubbel zolang geduurd als deze van Nebra ( 19 versus 10 jaar). Stadelmann heeft de de gallerijen onder de volledige westzijde van Het Djoser complex te Sakkara met zekerheid tijdens de Tweede Dynastie gedateerd. Niet minder dan drie verschillende groepen gallerijen werden in de zachte rots uitgehouwen in deze area ( van de westelijke helft van het noordelijke plein, door het centraal "Westelijk Massief" tot aan de zuidelijke gallerijen die slechts een vijftigtal meters van graf A verwijderd zijn. De langste, centrale groep zou van Ckasechemoei kunnen zijn ( maar geen enkele vondst bewijst dit ). Dus kan er evengoed aan gewerkt zijn door de weinig bekende vorsten uit het midden van de dynastie of zelfs door Nebra. Een ander alternatief is dat andere gallerijen zich zouden kunnen bevinden in een nog niet geëxploreerd en met zand bedekt gebied ten zuiden van Hetepsechemoei's en Ninetjer' s gallerijen en ten oosten van de pyramide van Sechemhet. BESLUIT.We kunnen besluiten dat de weinige vondsten in ons bezit niet toelaten om ons een duidelijk beeld te vormen van de regering van Nebra, die wellicht een vijf- tot tiental jaar geduurd heeft. We kunnen wel gaan speculeren over het bijzonder karakter van de koninklijke namen en titels van de koningen van deze dynastie, waarvan verschillende maar vage schaduwen zijn in de lange geschiedenis van het Oude Egypte. Onafhankelijk van de correcte lezing van zijn naam Raneb of Nebra kunnen we zeggen dat de "zonneverering" terrein schijnt te winnen tijdens deze periode in de namen en titels: Horus Neb-Ra, Nesoetbiti-Nebtyi Oeneg, Seth-Ra Peribsen, Netjerikhet Ra-noeb... om nog niet de namen op de koningslijsten uit het Nieuwe Rijk (en latere afleidingen ervan(?)) van deze Tweede en Derde Dynastie te noemen. Het zijn namen die samengestld zijn met Ra: Neferkara, Nebkara. Deze feiten samen met het begin van de "slechte tijden" op het eind van de Eerste Dynastie en nadien (zowel de naam van Hetepsechemoei als deze van Chasechemoei, zouden een afspiegeling zijn van deze situatie) kunnen door ons niet omgezet worden in "zekere" geschiedenis maar zijn wellicht voldoende om ons voor te stellen dat de staat bepaalde "onrust" diende te verwerken (daarom niet in de aard van een burgeroorlog tussen de volgelingen van Seth en die van Horus of tussen het Noorden en het Zuiden zoals vroeger al eens werd gesuggereerd). Deze perikelen vonden hun einde-alhoewel verre van definitief- op het einde van de regering van Chasechemoei en deze van Djoser/Netjerichet: de verbondenheid met koninklijke voorgangers werd benadrukt op verschillende manieren: ("collecties " van stenen vazen met koninklijke inscripties, legitimatie van het heilig bloed langs vrouwelijk lijn, voorzitten en organizeren van de begrafenisceremonieen begraving van de overleden koning, oprichten van majestueuze monumentale koninklijke graven en complexen). Voor de schitterende periode van de "grote pyramiden" aanvangt zou er nog een duistere periode van enkele decaden ( midden en late Derde Dynastie) volgen.(cfr D. Gould, 2003]. De wortels van de mysterieuze (en ongetwijfeld ook politieke) problemen die eindigden met Peribsen's "ketterij van Seth" schijnen te liggen of op zijn minst de kop op te steken bij het begin van de eerste helft van de Tweede Dynastie of misschien reeds op het einde van de vorige dynastie (F. Raffaele, 2005). Tot op heden echter is het practisch onmogelijk gebleken om de oorsprong en de essentie van de culturele veranderingen die leidden tot de aanname van bepaalde namen, nieuwe koninklijke titels, en de verandering van godheid die het koningschap beschermde (en gedeeltelijk ook de verandering van plaats van de koninklijke necropool en andere meer of minder relevante verschijnselen) te verklaren. Nieuwe vondsten zijn steeds welkom en essentiëel voor een betere interpretatie. Maar ook het bestuderen van de gekende feiten vanuit een andere theoretische hoek of een nieuwe analyse van vanouds bekende bronnen (met betere foto's, door directe observatie, of in het licht van andere nieuwe ontdekkingen of juist zonder de vanzelfsprekendheid van "oude" dogmas) kan belangrijke details en oplossingen aanbrengen die werden over het hoofd gezien en aldus nieuwe gedachtenstromen op gang brengen die leiden naar volkomen verschillende conclusies dan deze die momenteel algemeen aanvaard worden. |





































1 reactie op dit bericht
Ancient Mysteries
mag ik U mijn recent verschenen boek "Wie schiep Egypte?" onder de aandacht brengen. Een uiteenzetting hiervan vindt U in mijn website Ancient Mysteries (www.ancientmysteries.eu) na het volgen van de Quick Tour.
mvrgroet
Dr. Bert Thurlings
Eindhoven