neboe

WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom |
neboe
Horus ? Schorpioen een koning uit Dynastie 0
Horus Schorpioen IIHet debat bij deze koning kan reeds beginnen bij de nummering. Deze koning Schorpioen II was reeds bekend door zijn knotskop uit Nekhen (NakadaIIIB/C1) toen naar aanleiding van G.Dreyer's publicatie (1998) een andere koning Schorpioen door de meeste Egyptologen aanvaard werd als zijnde de eigenaar van graf U-j te Abydos ( Nakada IIIA1/IIIa2) . Verschillende van de potten en verpakkingen in de opslagplaatsen aldaar vertoonden ingesneden ivoren labels en geverfde tekens in de vorm van een schorpioen hiëroglief. Als gevolg werd de reeds bekende en ook stilistisch later te dateren koning Schorpioen bedacht met het label II om vergissingen met zijn homoniem uit de periode Nakada IIIA1/IIIa2 van graf U-J te vermijden. Recent is daar echter twijfel over ontstaan.Vooreerst is het zo dat de namen van de meeste predynastische koningen in serechs voorkomen en dat nergens in het graf een Schorpioen serech werd gevonden. Anderzijds is het ook zo dat koningen waarvan wel serechs bekend zijn zoals Narmer de naam soms ook voorkomt zonder serech (zie hiervoor de achterzijde van het Narmer palet ) en dat b.v. van koning Ra/Iry evenmin serechs bekend zijn. Het wordt er niet duidelijker op door het feit dat er naast de schorpioen afbeeldingen in dit graf ook labels met andere dieren op gevonden. werden. Recent werd er dan ook duidelijk kritiek geuit op de eerste lezing van het materiaal uit tombe U-j waarbij het schorpioen teken als een koningsnaam wordt geïnterpreteerd. Het schorpioenteken en andere diertekens zouden eerder als plaatsnamen van herkomst of levering van de grafgoederen moeten worden gelezen. Maar dan vervalt natuurlijk koning Schorpioen I en blijft er misschien maar één koning Schorpioen (II) over ! Voor de volledigheid vermelden we dat een Brits televisie programma voorstelde dat de knotskop, het voornaamste argument voor zijn bestaan, een tribuut zou zijn geweest van Narmer aan koning Schorpioen I en dat er dus helemaal geen Schorpioen II zou hebben bestaan. (1) Op stilistische basis dienen de artefacten die aan deze koning kunnen worden toegewezen zeker op het eind van dynastie "0" geplaatst worden. Begraafplaats:Het graf van Schorpioen II is nooit met zekerheid gevonden . G.Dreyer en M.Hofman hebben op speculatieve gronden respectief volgende mogelijkheden voorgesteld : het vierkamerig graf B50 te Abydos, Oem el-Qaab en/of tombe 1, uit locatie 6 van de begraafplaats in Hiërakonpolis. (2)Monumenten en artefacten
Over welk gebied regeerde Schorpioen II ? Wanneer men abstractie maakt van zijn zogenaamd graf in Abydos dan zou hij evengoed een koning van Nekhen kunnen zijn die gelijktijdig met Narmer regeerde en misschien door deze opzij werd gezet. De rosette in plaats van de serech zou ook in deze richting kunnen wijzen. Uit de plaats van de vondst kan weinig worden afgeleid daar ook koning Narmers knotskop die zeker een vorst van This was op dezelfde plaats in Nekhen werd gevonden. Dreyer denk trouwens dat Schorpioen II een Thinitische vorst was wiens graf nog niet werd gevonden te Abydos. Later nam hij an dat graf B50 dit van Schorpioen zou zijn. Wanneer regeerde hij ?
(2) Dreyer, in: MDAIK 43, 1987; id., MDAIK 46, 1990 p. 71; Hoffman, The Sciences, Jan/Feb 1988, 40-7 (3) J.E.Quibell and F.W. Green , Hierkonpolis, 2 vols -London 1900 -1902 (4) Shaw, Ian; and Nicholson, Paul. The Dictionary of Ancient Egypt. p. 254. The British Museum Press, 1995 Monumenten en inscripties: Andere litteratuur [5]Edwards, I.E.S., The Early Dynastic Period in Egypt. in The Cambridge Ancient History, vol. 1, part 2, ed. Edwards, I.E.S, et al. p. 6. Cambridge University Press, 1965. @ F. J. Yurco, "Narmer: First King of Upper and Lower Egypt. A Reconsideration of his Palette and Macehead" in Journal of the Society for the Study of Egyptian Antiquities, No. 25, 1995, Figure 1 * Voor de mogelijke datering ( voorgesteld door G. Dreyer, in Umm el-Qaab I, 1998, 173ff.) van de Tehenoe palet (Steden palet) tijdens de regering van koning Schorpioen II cf. Dynasty. OOk L.D. Morentz has heeft recent nog (2004, 144ff.) de connectie tussen de "Boeto Palet" en koning Schorpioe bevestigd. with king Scorpion. ARTIKEL NOG ONDER CONSTRUCTIE |
Anoebis
Anoebis (Inpoe)
Beeld van Anoebis (onder in kleur) zoals aangetroffen door Carter in het graf van Toetanchamon."Hij met het hoofd van een wilde hond". De zeventiende westelijke nome of gouw van Boven-Egypte1 voert als embleem Anoebis maar dat wil nog niet zeggen dat Cynopolis, de hoofdstad van deze nome, de originele cultplaats van Anoebis was. Indien, zoals Sethe denkt, de pluim in de rug van de hond er op zou duiden dat het dier niet langer meer vereerd werd maar dat afbeeldingen ervan als het ware heilige afbeeldingen geworden waren dan moet zijn verering al zeer oud zijn. Zeker is dat hij reeds vanaf het Oude Rijk wordt beschouwd als de universele god van de begrafenis en de doden. Hij had ondertussen reeds gelijkaardige goden zoals Sokar, Wepwawet (Oepoeaoet), Chentimentioe uit Abydos, Ha en Amentit geassimileerd. In Lycopolis en Abt was de cultus van Anoebis bijzonder ontwikkeld. ![]() Hij verstrekt aan de overledene de begrafenis-offerande en wordt beschouwd als de "heer van de overledenen" en dit tot en met de vijfde dynastie. Op dat ogenblik wordt hij in deze rol door Osiris vervangen en wordt hij de assistent van deze laatste in het begrafenis ritueel. In het bijzonder waakt hij over de bewaring van het lichaam en dus de mummificatie. Hij had immers ook Isis en Horus geholpen bij de balseming van het lichaam van Osiris. Hij bezorgde hen de zalven en stoffen noodzakelijk voor dit doel. Hij kan zowat beschouwd worden als de apotheker van de goden en werd dan ook als het ware de beschermheilige van de lijkbalsemmers.
Anoebis neemt de mummie in ontvangst bij het begin van de onderwereldDit is in elk geval de traditionele opvatting. Volgens anderen (waaronder Chr. de Noblecourt) is Anoebis wel aanwezig bij de mummificatie van Osiris maar neemt hij niet actief deel aan het proces en raakt hij enkel het hart van de mummie aan om dit aldus naar de plaats van het oordeel te begeleiden. Er is inderdaad geen enkele tekst die uitdrukkelijk de deelname van Anoebis aan de mummificatie komt bevestigen.
De houding van Anoebis, zoals hier getoond werd vaak beschouwd als een actieve deelname aan de mummificatie in feite zou hij slechts het hart van de overledene aanrakenNaast de god van de lijkbalseming wordt hij ook beschouwd als de god van de begraafplaatsen. Jakhalzen, (alhoewel er volgens natuurkenner en Egyptoloog Louis Keimer in Egypte geen echte jakhalzen voorkomen) en wilde honden waren veel voorkomende aaseters op de Egyptische begraafplaatsen. Het vereren van Anoebis kan dan ook beschouwd worden als een manier om de lijken te beschermen tegen vernieling. Het is echter onder Egyptologen geen uitgemaakte zaak of de hondachtige die vaak met het Egyptische woord "sab" wordt aangeduid een wilde hond of een jakhals betreft. Maar naar alle waarschijnlijkheid gaat het toch om een min of meer zuivere soort van het ras Canis lupaster. Daarnaast dient opgemerkt dat de gelijkenis van de eigentijdse Basjeni hond met de afbeeldingen van Anubis treffend is. Zie hiervoor ook "de offerformule deel IV" Samen met Horus waakt Anoebis ook over de psychostasie of de "waag van het hart". Hij vergezelde de overledene naar Osiris troon voor dit ritueel van het wegen van het hart. Zijn voornaamste taak hierbij was het bewaken van de schalen waarop het hart afgewogen werd tegenover de pluim van de godin Maat (rechtvaardigheid). Oorspronkelijk was Anoebis de oppertse rechter maar deze functie ging over op Osiris.
Links onder begeleidt Anoebis de dode naar het oordeel. Iets verder naar rechts ziet men hem zorgvuldig de weegschaal afstellen. Het resultaat zal opgeschreven worden door Thot met de Ibiskop en aan Osiris, gezeten op de troon met achter zich de godin Maat, medegedeeld. Horus met de valkenkop zal de dode dan naar Osiris leiden om het verdict te horen. Indien het negatief is zal het beest naast de weegschaal (samengesteld uit delen van een krokodil, leeuw en nijlpaard) het hart verslinden en de overledene zal voor eeuwig ophouden met bestaanHij wordt afgebeeld als een wilde hond maar ook als een man met het hoofd van een hond. Priesters die bedrijvig waren bij de balseming of de begrafenisplechtigheid leidden droegen vaak een hondenmasker om de godheid uit te beelden. Anoebis wordt dikwijls bij de ingang van het graf afgebeeld en niet zelden door twee afbeeldingen in spiegelbeeld. Maar het han hier ook om Oepoeaoet gaan. Een afbeelding van Anoebis was ook terug te vinden op de zegels waarmee de tomben in de vallei der koningen werden afgesloten. Een liggende Anoebis werd hierop afgebeeld boven een set van negen gebonden gevangenen met als betekenis dat Anoebis het graf tegen boosdoeners zou beschermen. <:p> De zwarte kleur van Anoebis is terug te voeren op de kleur van vergane lijken maar ook op de bitumen van de balseming en de zwarte aarde (kemet) van de Nijvalei. Deze aarde jaarlijks aangebracht door de overstroming was nauw verbonden met het idee van "wedergeboorte". Het zwart had dus niets met rouwen te maken integendeel. De zittende Anoebis droeg vaak een ceremoniële halsband on de nek en soms een sechem-scepter ( net als Osiris). In zijn meest traditionele vorm komt Anoebis liggend voor ("hij die op zijn buik ligt") iets wat hem onderscheidt van de door hem geassimileerde Oepoeaoet die meestal staande op vier poten afgebeeld. Anoebis heeft ook verschillende bijnamen en titels ![]() 2.Hij die op zijn berg zit (tepi djoe-ef). Anoebis zit namelijk op de toppen van de bergen van de westelijke oever boven de de begraafplaatsen die hij van daaruit bewaakt. 3.Heer van het heilige land.(neb ta djeser). Met het Heilige Land bedoelde men de woestijn en de daarin gelegen necropolen waar de begrafenissen plaatsvonden. 4.Degene die over gods paviljoen heerst. (chenti seh netjer). Hiermee wordt de grafkamer of de plaats (hut of tent) waar de balseming plaatsvond bedoeld. 5. Hij die in de plaats van de balseming is. ( imi-oet ). Men stelt hem zich dan voor gehuld in een soort van nebride ( huid van hertekalf en meer algemeen dierenhuid) als allusie op de oude overgangsriten waarbij het lichaam bij de begraving in een dierenhuid( out) gewikkeld was. 6.Slechts in enkele gevallen wordt Anoebis genaamd als de "per nefer" een term die op het huis van de mummificatie ( of misschien huis van de vitaliteit) duidt. Wat dan dus toch zou kunnen wijzen op zijn betrokkenheid bij deze mummificatie. 7. Zonen van de hesat-koe. Dit meervoud vergt enige verklaring. Anoebis werd ook in verband gebracht met de imioet fetisj. Deze bestond uit de onthoofde huid van een dier aan een paal opgehangen ( cfr imi-oet onder nr 5). In het begrafenismateriaal van het Nieuwe Rijk zijn afbeeldingen van deze imioet-fetisj bekend en een beeldje ervan werd aangetroffen in het graf van Toetanchamon. Beiden, de fetisj en Anoebis, werden beschouwd als de zonen van de hesat-koe. 8. Opener van de weg (oepoeaoet). Een titel die ook aan Anoebis werd toegeschreven maar in feite aan een afzonderlijke godheid behoort. Samen met Anoebis begeleidde hij de doden door de onderwereld naar de troon van Osiris. In feite was Anoebis dus een beschermer van de dode en zijn mummie. Hij was ook aanwezig bij de ceremonie van de opening van de mond en beschermde en begeleide de overledene op zijn tocht door de onderwereld. Merkwaardig is dat in verschillende culturen de hond als begeleider in de onderwereld wordt voorgesteld. In Peru en Mexico werden honden bij de begrafenis geofferd en het is niet onmogelijk dat eenzelfde idee aan de basis van de cultus van Anoebis lag.
Anoebis of een priester met een Anoebismasker bij de ceremon,ie van het openen van de mondOver zijn afkomst was men het niet eens. Hij wordt soms beschouwd als de vierde zoon van Ra maar ook nog (volgens de theologie van Heliopolis) als de zoon van Nephtys en Osiris alhoewel men doorgaans Seth voor zijn vader hield. De beide laatste stellingen duiden erop dat Anoebis wellicht oorspronkelijk een kosmische god was en ergens een fase van de duisternis van de nacht ( en dus het westen en de verblijfplaats van de doden) verpersoonlijkte. (1) Anubis, herr von Sepa und der 18 oberägyptische Gau.ZДS 58( 1923), 79-101, Der Gau von Kynopolis und seine Gottheit, MIO 6(1958), 157-75
Terug naar de godenlijst |
Laatste Updates| Laatste aanpassingen Home 05.06.2009: Koning Schorpioen 26.07.2008: de god Anoebis (Inpoe) 11.07.2008: de god Aker 03.07.2008 : Lijst van de farao's 01.06.2008 : samenvatting van de Egyptische geschiedenis toegevoegd. 25.05.2008 : Plioceen tijdvak toegevoegd en een deel van de samenvatting van de geschiedenis 18.05.2008 : Indeling hoofdstuk Religie, lijst van alle goden, beschrijving van de god Amon. 17.05.2008 : Het Oligoceen, Mioceen toegevoegd aan de geologische tijdvakken 04.05.2008 : GoudenHorusnaam van Toetanchamon in hiërogliefen 03.05.2008 : Horusnaam van Toetanchamon in hiërogliefen maar ook zij nebti naam . . 03.02.05 Indeling hoofdstuk Bestuur 02.05.2008 : Paleoceen en Eoceen toegevoegd aan geologische tijdvakken Home |
Aker
AkerAker was een god van de aarde. Hij hield toezicht op de overgang van de westelijke naar de oostelijke horizon, die de in- en uitgang van de onderwereld vormden. Daar waar de zon verween en zijn nachtelijke tocht in de wereld van de doden begon en daar waar iedere ochtend de zon weer oprees uit deze donkere wereld hield hij de wacht. Hij wordt meestal afgebeeld als twee rug aan rug zittende leeuwen maar ook als een stuk land met aan elk uiteinde ofwel een leeuwenkop ofwel een mensenhoofd. In het begin betrof het een stukje land met slechts aan één zijde een mensenhoofd 1 en pas later werd een tweede hoofd toegevoegd om hem als goddelijk wezen te onderscheiden2. De god door wiens lichaam de zon werd opgeslokt en dit terug verliet na haar nachtelijke tocht door er doorheen.
Afbeelding van de Aker(oe), als twee leeuwen, die de opgaande zon Achet op hun rug en de hemel Noet op hun hoofd schragen, Afbeelding uit het Dodenboek van Ani , negentiende dynastie,ca 1250, geschilderd op papyrusSinds het Nieuwe Rijk worden ook de voorpoten van een leeuw aan het hoofd toegevoegd. Het wordt dan als het ware een dubbelsfinx . Nu en dan zal het mensenhoofd door een leeuwenkop vervangen worden. Waarom de overgang van mensen naar leeuwenhoofd plaatst vond is niet met zekerheid geweten. Aanleiding daarvoor kan geweest zijn dat Aker in de dodenteksten vaak optrekt met de luchtgod Sjoe (en dus met Roeti, het leeuwenpaar van Leontopolis, die met Sjoe en Tefnoet geïdentificeert werden )3 . De dode wil namelijk niet in de aarde blijven; wel willen zijn voeten op Aker (aarde) rusten maar zijn hoofd wil zich door Sjoe (lucht) omringd zien 4. De leeuwen of de hoofden zijn respectievelijk naar het westen en het oosten gericht waar de zon ondergaat en opstaat. In de pyramide teksten 5 spreekt men tot de mensen voor wie de poorten van de onderwereld geopend zijn aldus " de poorten van de aardegod (Aker) zijn geopend voor jou". Aker is dus, ondanks de gruwel die hij opwekt, de dode niet ongunstig gezind en onder de amuletten die men aan de doden meegeeft vindt men ook afbeeldingen van Aker 6. Maar hier is één van de leeuwenkoppen soms vevangen door een stierenhoofd. Een verwijzing naar Osiris, "de stier ven het Westen". Verder vinden we Aker vooral in kosmische afbeeldingen terug. De koningsinscripties uit het Oude Rijk zijn dikwijls symbolisch door aarde, hemel en hemelsteunen omringd, waarbij de aarde door Aker uitgebeeld wordt.7. Verder vinden we Aker in afbeeldingen van de kringloop van de zon. 's Nachts beweegt de zon zich door het lichaam van deze God ( een variante op de doorgang van de zon door het lichaam van de hemelgodin Noet) om 's morgens weer uit zijn lichaam te voorschijn te komen. Men beeldt dit uit door de zonnebark tussen de hoofden van Aker te laten opgaan zoals de zon tussen de bergen.8.
Aker draagt het zonneschipZo worden beide hoofden dan ook symbool voor het oosten en het westen en van daaruit is het kleine stap om hen te bezien als bewakers van deze horizonten, die de toegang tot de geheimen van de onderwereld bewaken. In de latere theologie zullen de leeuwen afzonderlijk beschouwd "Sef" en "Doeaoe" genaamd worden wat zoveel wil zeggen als "gisteren" en "vandaag". Aker stond dus nauw in betrekking tot de reis van de zon in de onderwereld en later werd de houder van de mast van de zonneboot dan ook met Aker geïdentificeerd. Ook werd het concept van de sfinxachtige figuren die de onderwereld bewaakten uitgebreid en beelden van leeuwen of sfinxen werden aan de ingang van graftomben en paleizen gezet om deze te bewaken. Al bij al speelt Aker maar een bescheiden rol ind e myhtologie en als aardgod werd hij al snel door Geb uit de kosmogenie van Heliopolis (On) overvleugeld, daar waar de pyramide teksten 9 beide goden nog als gelijkwaaridg behandelen. Soms komen ze samen voor in afbeeldingen en de gestalte van Geb wordt dan door Aker op de rug of de schouder gedragen. In de oudste teksten werd zijn naam nog geschreven met het teken "aarde" , een smal stukje land. De naam van deze god in hiërogliefen vindt u hieronder. Het heeft niets moeilijk en is in zuivere unileterale tekens geschreven met het teken van zittende god als determinatief. ![]() Anderzijds komt ook de meervoudsvorm van Aker n.m.l. Akeroe voor. Normaal betreft het twee goden en verwachten we een dualis "Akeroei" en deze komt ook voor. In vele gevallen echter zijn de Akeroe aardegeesten die onder de vorm van slangen de doden bedreigen 10
Lit:
|
Lijst Farao's
Lijst van de farao's
Terug naar Geschiedenis |
Samenvatting van de geschiedenis
Samenvatting van de geschiedenis van het Oude EgypteGeleerden verdelen de lange geschiedenis van het Oude Egypte in periodes en dynasties. De indeling in periodes is een uitvinding van de moderne Egyptologie waarbij de dynasties gegroepeerd worden in grotere tijdvakken meestal overeenkomend met periodes van eenheid en verdeeldheid van het land. De Dynastische Periode van Egypte begint rond het jaar 3000 v.Chr. wanneer het land onder één centrale regering komt. Voor die tijd was Egypte verdeeld over een paar lokale machtscentra en deze periode staat bekend als de Predynastische Periode. Meestal bedoeld men met de Protodynastische Periode de periode van de eenmaking van het land vlak voor de Eerste Dynastie. Meest waarschijnlijk was deze eenmaking niet het gevolg van een enig feit of veldslag maar een langzaam en progressief gebeuren. Manetho laat zijn 1e Dynastie beginnen met de legendarisch koning Menes, die Noord- en Zuid-Egypte verenigde en een nieuwe hoofdstad bouwde te Memfis ( net ten zuiden van het huidige Cairo). De Egyptologen zijn er nog steeds niet uit met wie, van de archeologisch bekende farao's, deze Menes nu moet geïdentificeerd worden. Tegenwoordig neemt men aan dat de eerste koning van de 1e Dynastie ofwel Aha, ofwel zijn voorganger, Narmer zou zijn. Maar in feite zijn er veel argumenten om aan te nemen dat reeds een aantal koningen voor Narmer controle hebben uitgeoefend over een groot deel van, zoniet over gans, Egypte. De Egyptologen groeperen deze koningen in een "Dynastie 0".
Strijdknots met afbeelding van koning "Schorpioen" (Dynastie 0)De dynasties 1 en 2 werden door Egyptologen gegroepeerd in een ARCHAÏSCHE PERIODE (ca 3200 -2686 v.Chr.) die ook naar de stad van afkomst (This) van deze farao's wel eens THINIETENTIJD genoemd wordt. Tijdens deze periode kunnen we reeds de ontwikkeling volgen van vrijwel alle traditionele aspecten van de Egyptische beschaving op gebied van regering, godsdienst, kunst, schrift e.a.
Beeld van farao Chasechem (Dyn. 2)Maar het is tijdens de Dynastie 3 tot 6, gegroepeerd in het OUDE RIJK (ca. 2686 - 2172 ) dat de Egyptische cultuur volledig tot bloei kwam. Dit is de tijd waarin de grote pyramiden werden gebouwd en ook deze van het verschijnen van volledige hiërogliefen teksten.
Beeld van koning Djoser (Derde Dyn)Na de Zesde Dynastie begon het centraal gezag in Egypte te verslappen en ving een periode van oproer en verwarring aan, die bekend staat al de EERSTE TUSSENPERIODE (Dynasties 8- 11, 2173 - 2040).
Gewicht met de cartouche van farao Chety Nebkaoere (9 & 10 dyn.)Rond 2040 slaagde Mentoehotep II, een koning van de Elfde Dynastie, erin opnieuw gans Egypte onder zijn scepter te herenigen. Daarmee werd de periode van het MIDDENRIJK (Dynasties 11 -12, ca 2040 - 1786) ingezet. Met de Twaalfde Dynastie, die vanuit een nieuwe hoofdsad Lisht (een dertigtal kilometer van Cairo verwijderd) regeerde, begon een tweede luisterrijke periode voor de Egyptische cultuur. De eerste grote werken in de Egyptische literatuur werden toen geschreven in een fase van de Egyptische taal die bekend staat onder de naam klassiek of Midden-Egyptisch.
Koning Sesostris I (dynastie 12) 1965-1920 v.Chr.Na de Twaalfde Dynastie begon het centrale gezag opnieuw te verzwakken en begon voor Egypte de TWEEDE TUSSENPERIODE (1789 -1552 v.Chr. Dynasties 13-17). Deze startte nog tijdens de Dertiende Dynastie toen een aantal lokale heersers de controle over de Delta overnam. Rond 1650 namen heersers van een Aziatische nederzetting in Delta de controle over het grootste gedeelte van Egypte over. De Egyptenaren noemden deze koningen de "heka hasoet", de buitenlandse heersers of Hyksos. Deze koningen worden traditioneel ondergebracht in de Vijftiende Dynastie. Ondertussen nam de Dertiende Dynastie een einde maar rond Thebe, in het zuiden van Egypte stond een nieuwe dynastie van lokale heersers (Zeventiende Dynastie ) op en in de Westelijke Delta regeerden koningen van de Zestiende Dynastie ( waarschijnlijk als vazallen van de Hyksos). ![]()
Beeld en cartouche van koning Apepi = Ippi (Hyksos)Na een serie gevechten slaagden de koningen van de Zeventiende Dynastie er in de Hyksos te verdrijven en Egypte weer onder één scepter te herenigen. Dit luidde het begin van de Achtiende Dynastie en meteen ook van HET NIEUWE RIJK (1552 -1069 v.Chr., dynasties 18-20) in. De Egyptische cultuur straalde weer uit en nu ook over een groot deel van het Nabije-Oosten, dat de farao's van de Achtiende Dynastie hadden weten te veroveren. Grote bouwprojekten werden op touw gezet maar op het eind van de Achtiende Dynastie zou de "ketterse " farao Achnaton een periode inluidden van onrust (hij trachte een monotheïstische godsdienst op poten te zetten). Dit tijdperk van Achnaton en zijn onmiddellijke opvolgers waaronder Toetacnhamon staat bekend als de "Amarna periode" (ca 1350-1323 v.Chr.).
Reuzenbeeld van Ramses II (tempel te Aboe Simbel)De laatste farao van de Achtiende Dynastie Horemheb slaagde er wel in de gevolgen van de hervorming en de verwaarlozing van de buitenlandse betrekkingen recht te trekken en heerste opnieuw over een stabiel en sterk rijk. De meeste vorsten van de twee volgende dynasties droegen de naam Ramses en deze periode staat bekend als de periode van de Ramessieden(Dynasties 19-20, ca 1295- 1070/69 v.Chr.). De regering van Ramses II (ca 1279-1213 v.Chr. ) vormde het hoogtepunt van deze periode, gekenmerkt door een vredesverdrag met de Hittieten ( de tweede grootmacht van het Nabije-Oosten) , opmerkelijke vorderingen in de theologie en de filosofie en de grootste bouwprojecten sinds de pyramiden 1300 jaar voordien. Alhoewel de meeste opvolgers van Ramses II dezelfde naam droegen waren het maar zwakke afspiegelingen die met moeite de erfenis voort torsten.
Afbeelding van farao Psammetichos I 644-610 v.Chr. (Saïtische periode)De Saïtische periode kwam echter brutaal tot een eind door de verovering van Egypte door de Perzen in 525 v.Chr. Voor het eerst in de eeuwenlange geschiedenis van Egypte werd het land geregeerd niet als een onafhankelijk koninkrijk maar als een provincie van een vreemd rijk. Toen Alexander de Grote het Perziche Rijk veroverde viel ook Egypte in zijn handen (332 v.Chr.). Na zij dood zou Egypte onder het gezag van een van zijn generaals, Ptolemaios genaamd, vallen. Alhoewel ze van Macedonische komaf waren regeerden hij en zijn opvolgers als echte Egyptische farao's. Gedurende hun driehonderjarig bewind, bekend als de Ptolemeïsche Periode ( 323 -30 v.Chr.) zou Egypte opnieuw heropleven onder een sterk centraal gezag met een voortdurend programma van herbouwing en verbouwing van de oudere monumenten.
Munt van Ptolemaios IV Philopator 221-205 v.Chr.Aan dit tijdvak kwam een eind in 30 v.Chr. toen Marucs Antonius, bondgenoot van Cleopatra VII door Octavianus ( de latere keizer Augustus) verslagen werd in de zeeslag bij Actium. Egypte werd een provincie van het Romeinse Rijk. Alhoewel gedurende de eerste vierhonderd jaar Egypte zijn tradities min of meer behield onder de Romeinse keizers als nominale farao's , ging de Egyptische identiteit toch progressief verloren. Eerst door beinvloeding van het christendom (Koptisch Tijdvak) en daarna in 641 door deze van de Islam (bij de verovering van het land door de Arabieren). Terug naar geschiedenis |
Amon
Religie indeling|
|
Lijst van de goden|
|
Het Bestuur
Het Bestuur
|
Cursus Hiërogliefen
Geologische periodes van de aarde
Voor een beter begrip van de geologische evolutie van de Nijl worden hier de opeenvolgende geologische periodes op een rijtje gezet. Voor de Nijl zijn alleen de laatste periodes van belang. Maar het leek ons nuttig en interessant om ook de andere periodes in het licht te zetten en even de grote trekken ervan te bespreken.
De tijdschaal wordt uitgedrukt in miljoen jaar (Ma) . Ze vangt aan met het eerste eon het Hadeïcum ( afgeleid van de Griekse god van de onderwereld Hades) . Het is de periode tussen het ontstaan van de aarde en het voorkomen van de eerste sedimentaire gesteenten. Het oudtse bekend mineraal gesteente dateert van 4.400 Ma geleden. Men neemt algemeen aan dat er tijdens het Hadeïcum geen leven bestond op aarde. In het Archaïcum ontstonden de eerste cellen en er wordt aangenomen dat zo'n 70% van de landmassa op aarde in dit tijdvak is ontstaan. Ook vormden zich eenvoudige bacteriën en planten zoals algen, die door middel van fotosynthese glucose konden maken uit zonlicht , CO2en water waarbij ook zuurstof werd geproduceerd. De volgende eon is het Proterozoïcum. Een tijdperk waarbij complexe levende organismen nog niet veelvuldig voorkwamen. De eon wordt ingedeeld in drie era waarbij in het Paleoproterozoïcum de continenten voor het eerst stabiliseerden. De era wordt verder onderverdeeld in verschillende periodes. Tijdens het Mesoproterozoïcum vormde zich voor het eerst een zuurstof bevattende atmosfeer. Voor deze tijd was alle leven op aarde anaëroob (met een ademhalingscyclus zonder zuurstof) en was zuurstof zelfs toxisch voor het leven. Een groot gedeelte van het aardse leven verdween dan ook tijdens deze periode (Zuurstof katastrofe). In het Callymium brak het supercontinent Columbia in stukken. Ook ontstond toen, meer bepaald in de Ectasium periode de eerste vorm van sexuele reproductie ( rode algen) . Het Stenium zag het ontstaan van een nieuw supercontinent Rodinia genaamd. Binnen het tijdsbestek van het Neoproterozoïcum situeren zich een paar ijstijdperken waarbij deze in het Cryogeen bijzonder zwaar waren en ijs de aarde bedekte tot aan de evenaar (Sneeuwbal Aarde)
Aarde tijdens de Cryogene periode naar William T. Hyde, Thomas J. Crowley, Steven K. Baum and W. Richard Peltier in Nature 405, 425-429(25 May 2000).Tijdens deze cryogene periode brak het supercontinent Rodinia in stukken en begon de vorming van het supercontinent Pannotia. Multicellulaire organismen zijn karakteristiek voor de laatste periode voor het Cambrium het Edicarium. Het eon volgend op het precambrium en tevens het huidige eon is het Fanerozoïcum of het eon van het zichtbare leven. De biodiversiteit tijdens dit eon zal geweldig toenemen. Het wordt onderverdeeld in drie era waarvan de Paleozoïsche era de eerste is met als eerste periode het Cambrium. Een periode waarin de biodiversiteit exponentieel toenam. Men spreekt dan ook van de "Cambrische explosie". Bij de start van het paleozoïcum bestonden alleen bacterieën, algen en sponsen. Op het eind van de era vinden we op de continenten verschillende reptielsoorten en moderne planten. De era start kort na het uiteenvallen van het supercontinent Pannotia en het stoppen van het Varanger Ijstijdperk. Tegen het eind van de era vormden de verschillende continenten opnieuw een supercontinent Pangea genaamd.
Aarde bij aanvang van het cambriumOp het Cambrium volgt het Ordovicium. Een periode die begint en eindigt in en catastrofe waarbij een groot deel van het leven op aarde uitsterft. Zuid-Amerika en Afrika vormden één continent, Gondwana genaamd, dat afdreef naar de Zuidpool. De continenten Laurentia, Siberia,en Baltica bleven gescheiden (sind het uiteenvallen van Pannotia ), maar Baltica begon naar Laurentia te bewegen en Avalonia brak los van Gondwana en ging op drift naar het noorden naar Laurentia toe. De zeespiegel was hoog . Op het eind van periode bereikte Gondwana de zuidpool en was bedekt met ijs. De periode eindigde met de vernietiging van 49 tot 60% van alle levende mariniene soorten vermoedelijk door herhaalde ijstijdperken. Nu volgt het Siluur. Gondwana bleef zich verder naar het zuiden bewegen maar de ijskappen waren minder uitgesproken en de zeespiegel rees dus nog hoger. De andere continenten dreven naar elkaar en naar de evenaar toe en vormden een tweede supercontinent naast Gondwana namelijk Euramerica. De botsing van Noord-Amerika met Europa gaf aanleiding tot uitgesproken bergvorming ( Caledonische bergvorming) Op eind van de periode daalde de zeespiegel. Het klimaat was uitgesproken warm. Het zeeleven ging zijn gang en de eerste beenvisssen verschenen in de oceanen. Op het eind grepen een paar kleine uitstervingsperiodes plaats Volgt nu het Devoon Tijdens deze periode ontwikkelden zich de eerste vissen met poten en gingen zij aan land. Tegen het eind van de periode werd het zeeleven weer getroffen door een periode van uitsterven. Nu volgt het Carboon waarbij aan land Coniferen verschijnen. Gondwana, stoot op Euramerika (Laurasia) en het supercontinent Pangea, hieruit gebormd, doet aldus zijn intrede. Noord China (dat aansluit bij het eind van het Carboon) en Zuid-China blijven eerst nog gescheiden van Laurasia. Het klimaat was warm maar koelde af tegen het eind van de periode. Be basis voor steenkoolvorming op grote schaal werd gevormd door uitzonderlijk grote moeraswouden in Noord-Amerika en Europa. De uitvinding van het "ei met een vruchtvlies of amnion" , dat verhindert dat de foetus in de vruchtzak uitdroogt laat aan de viervoeters toe zich nu ook op land voort te planten. In het midden en op het eind van de periode deed zich opnieuw een periode van uitsterven voor. Het Perm is de volgende periode, gekenmerkt door onder meer een lagere zeespiegel. Bijna alle landmassa's, op uitzondering van delen van Oost-Azië, waren in een enkel supercontinent Pangea verenigd. Hierdoor werd de kustlijn veel korter en stierven een aantal soorten in deze biotoop uit.
Pangeia in het late Perm met onderaan Gondwana en daarboven Noord-Amerika en Europa en helemal bovenaan Siberiл | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Paleo-, Proto-, Pre- en Neonijl
Geografie
Geografie van Egypte
Terug naar het begin van het blog |
Geschiedenis
Geschiedenis
Terug naar het begin van het blog |
Eonijl
Nijl_Quaternair
Evolutie van de Nijl in het Quaternair tijdperkDe Huidige situatieOm de evolutie van de Nijl in het Quaternaire Tijdperk te verstaan is het onontbeerlijk om de originaliteit, enig op aarde, van deze regio onder ogen te brengen met name het contrast tussen de vallei van de Nijl en de Delta. Langs de ene zijde een smalle vallei omringd door brandende woestijnen en anderzijds de wijdse groene Delta. In het Quaternair is de tegenstelling tussen deze regio's nu eens toe- en dan weer afgenomen naargelang de veranderingen in het klimaat. Niet alleen het klimaat ter plaatste maar ook dit van veraf gelegen oorden zoals de streek der Grote Meren en bergketens van Abyssiniл (Ethiopiл). Wanneer de woestijn vervangen werd door steppes gingen de mensen zich in kleine groejes verspreiden maar werd het klimaat warmer en droger dan dwong de natuur hen zich te verzamelen in de vallei waarbij de organisatie in steeds groter wordende groepen als het ware onvermijdelijk werd. In het noorden van het land zal de nabijheid van de Middellandse zee de jaarlijkse neerslag verhogen ( 240 mm te Alexandriл) en de temperatuur binnen bepaalde grenzen bufferen ( 26 C maandgemiddelde in augustus te Alexandriл). Eens men meer in het binnenland binnendringt loopt de temperatuur snel op evenals het verschil tussen winter- en zomertemperatuur ( maandgemiddelde van 41°C in augustus en 7,5°C in januari te Oeadi-Halfa). De relatieve droogte van de lucht zal het verschil tussen de dag en nacht temperatuur nog doen aangroeien en vaak ligt de nachtelijke temperatuur zelfs tegen het vriespunt aan. Ten westen van de Nijlvallei strekken zich de zand- en kalkstenen plateaus van de Libysche woestijn uit. Het zijn de hamadas, begrensd door plotse steile wanden en doorsneden met uitgedroogde valleien gevuld met duinvelden. Breuken begrenzen langwerpige depressies waarin zich een keten van oases (Kharga, Farafra, Sioeah) hebben genesteld.In het noorden domineren deze hamadas de depresie van Kattara en in het noordwesten deze van de Fajoem. In het oosten vormen de bergen, van de Arabishe keten een meer uitgesproken reliлf en domineren de Rode Zee met hun steile, rechte breuklijnen daterend uit het Tertiair. De Nijl zelf, deze miraculeuze stroom die door de Egyptenaren tot god werd verheven, stroomt meer dan 3000 km door de Egyptische woestijn zonder ook maar йn zijarm te ontvangen. Zijn debiet wordt bepaald door dit van de Witte Nijl dat zijn water ontvangt via de Semliki vanuit het George- en Edwardmeer en via de Kagera vanuit het Victoriameer. Vanuit het Albertmeer vertrekt de Bahr-ed-Djebel ( de stroom van de bergen), ontvangt verschillende bijrivieren od zijn rechteroever en daalt snel af naar de Soedanese vlakte. De Witte Nijl, de verlenging van de Bahr ed-Djebel naar het noorden toe draineert dus streken gelegen op de evenaar en zijn debiet is het ganse jaar behoorlijk groot. In Khartoem ontvangt de Witte Nijl de Blauwe Nijl en wat meer stroomafwaarts de Atbara. Beide stromen ontspringen in het Ethiopisch gebergte en worden voornamelijk gevoed door de zomerregens die begin mei beginneen en begin september eindigen. De Witte Nijl zorgt dus voor een basisdebiet waarop zich tijdens de zomer het toegenomen debiet van de Blauwe Nijl en de Atbara ent waardoor de overstromingen ontstaan. Evolutie in het Quaternairwordt vervolgd<>.
|
Opvatting over geschiedenis


Volgens de faraonische gedachte bestond er geen geschiedenisen ook geen technische of intellectuele vooruitgang. De fysische wereld was geschapen door de oergod. De monarchie, geboren met de zon, had zijn vorm en functies aangenomen wanneer Horus, zegevierend over Seth, de Twee Landen verenigd had. Nadien hadden half-goden geregeerd over Egypte, obscure monarchieën, centraal of regionaal, in Memphis en This (volgens Manetho)," dienaars of volgelingen van Horus" in Hiérakonpolis en Boeto ( volgens een priesterlijke encyclopedie uit de Late Tijd). De troonsbestijging van een zekere Menes luidde dan de periode van de menselijke koningen in. Maar deze historische koningen zijn daarom, volgens hun opvatting, niet minder goden. Erfgenaam en vertegenwoordiger van Re zorgt iedere nieuwe Horus door het uitvoeren van de juiste rites voor het functioneren van de cosmos en onderhoudt hij de juiste orde (Maat) op het ondermaanse.
Dit oerconservatief concept maakt van de geschiedenis een eeuwige herhaling en houdt ook in dat alles al geschapen werd in de primordiale momenten van het scheppingsproces. Alles of toch bijna alles. Het is dan ook niet verwonderlijk om te constateren dat de kunst en de gewijde teksten die die moeten aantonen "wat er is" en "wat er moet zijn" iedere plastische of technische vernieuwing, die werd uitgevonden of ingevoerd gedurende de drie duizend jaar dat het faraonisch rijk zich staande hield, afstompten of zelfs verwaarloosden.
En wat "primitief", "prehistorisch", of "totemachtig" lijkt in de iconografie (beeldvorming) of het bestuur van deze uitzonderlijk "moderne" staat is in feite allen maar "primordiaal"( in de betekenis van bij de schepping ontstaan) maar dan wel meer dan ooit actueel.
In het Oud-Egyptisch collectief geheugen komen maar zelden verwijzingen voor naar een menselijke voor- of protogeschiedenis. In de vergelijkende ethnologie merkt hierover op dat wat vooral opvalt niet alleen het ontbreken is van een eerste mens of een primitief koppel maar ook van elke sage die een of ander held ten tonele voert om de "beschaving" aan te brengen. Zelfs een buitengewone innovatie, de uitvinding van de pyramide als koningsgraf en de architectuur in gehouwen steen onder koning Djoser ( 3e Dynastie) werd uiteindelijk aan de goden toegeschreven. De architect Imhotep werd een zoon van de god Ptah, de god die hout en steen geschapen had en kunsten en ambachten had uitgevonden.
In het begin kende men in het westen ook niet veel van de obscure milennia van de prehistorie en de duistere eeuwen van de eerste twee dynastieën. Toen in 1866 Emmanuel de Rougé zijn "Recherches sur les monuments qu'on peut attribuer aus six premières dynasties de Manéthon " ( Opzoekingen over de monumenten die men aan de eerste zes dynastieën van Manetho kan toeschrijven) publiceerde, reikte de kennis niet veel verder dan de derde en vierde dynastie.
De Egyptenaren lieten de schepping plaatsvinden 30.000 jaar en het verschijnen van de mens 5.000 jaar voor Christus geboorte. Dit was onaanvaardbaar volgens de toen heersende katholieke opvatting. Volgens de bijbel was de schepping niet ouder dan circa 4000 jaar. De katholieke wereld werd dan ook gescandaliseerd door de opvatting van Champolion die de mening van de Egyptenaren bijtrad. Het zogenaamd "Egypte van voor de zondvloed " werd slechts moeizaam en sporadisch ontdekt. Het is pas in 1868/9 dat de geoloog Arcelin en de prehistoricus Hamy voor het eerst de prehistorische ateliers in het zand van de Saïd ontdekten. Zo werd de prehistorie van de Nijl ingepast in de algemene prehistorie van de mensheid.
De Thinitentijd begon pas vorm te nemen met de opgravingen van Amélineau te Abydos in de jaren 1890. Ondertussen is veel veranderd en de minitieuse methodes van de moderne archeologie zijn er in geslaagd de eerste technische realisaties van de opeenvolgende bevolkingen van de Nijlvallei in kaart te brengen als lokale mijlpalen van de algemene technische vooruitgang van de mensheid. Ze zijn er ook in geslaagd de elementen te reconstrueren die ons laten begrijpen hoe een monarchische staat ontsproot uit de verscheidenheid van deze lokale beschavingen
Wat het paleolithicum betreft kunnen we nog niet echt, tenzij uit gewoonte en conventie , spreken van Egyptenaren. Noch het landschap, noch zijn bewoners waren toen al wat ze in historische tijden zouden worden. Wat men aan de Nijl dan kan beschrijven is een vooruitgang in de werktuigen en adaptatie aan de omgeving van kleine groepen jagers, vissers en plukkers. Een Paleolithicum met meer dan genoeg lokale variaties binnen een Afrikaans geheel. Met interesse ontdekken we hier voor het eerst de systematische exploitatie van wat Egypte te bieden had o.a. visserij in stilstaand water, geologische kennis maar ook het oudst bekende graf op het Afrikaans continent.
Hierbij dient men zich voor de geest te houden dat de geschiedenis van Neder-Egypte op dit gebied zowel topografische als chronologische hiaten vertoont die er misschien geen zijn, omdat de erosie verschillende sites kan hebben vernietigd en aanslibbing er andere diep hebben bedolven. In feite gaat het, wanneer men in deze omstandigheden spreekt over Neder-Egypte in tegenstelling met Boven-Egypte, omde Fajoem en het uiterste noorden van Midden-Egypte enerzijds en de "Saïd" ten zuiden van Assioet anderzijds. De tussenliggende vlakte en de Delta zijn, gegeven de huidige stand van zaken, nog een onbeschreven blad alhoewel de opgravingen van Thomas Von der Way te Boeto daar wel enige verandering in hebben gebracht.
In het neolithicum zien we het ontstaan van veeteelt (rund, schaap, geit, varken) en landbouw ( granen) die ook later de basis van de Egyptische economie zullen blijven. Later komt het gebruik van koper en het gebruik van in de zon gedroogde tichelsteen. Toch zal het metaal het gebruik van silex nog niet verdringen en de kunst om silex te bewerken zal zelf zijn hoogtepunt bereiken en het gebruiksmateriaal bij uitstek blijven ook onder de farao's
Dan doen de eerste afbeeldingen van mens en dier hun intrede, voorwerpen die men toeschrijft aan de Nagada-cultuur. Vorm en iconografische thema's sluiten nochtans weinig aan bij het latere Egypte van de farao's Maar dan komen ook de votiefknotsen en de paletten waar men beter en beter de evolutie in continuiteit van de ene cultuur (Nagada) naar de andere (Faraonische) kan volgen.
Er schijnen twee grote cultuurgroepen te hebben bestaan. Eén in het noorden bij de punt van de Delta de andere in Boven-Egypte, deze laatste blijkbaar een groter voortbrenger van artistieke creaties. Het zou dus blijken dat in de tijd van de "Volgelingen van Horus" er twee Egyptes hebben bestaan die dienden verenigd te worden. De urbanisatie van Hieraconpolis, bij het eind van het vierde millenium, schijnt overeen te stemmen met de aanwezigheid van een monarchie. Tegenwoordig meent men ook in het mythische Boeto in de Delta een overeenkomstig centrum van koninklijke macht te mogen erkennen al is niet iedereen het hierover eens.
Daarenboven meent de archeologie een opschuiven stroomafwaarts van artefacten uit het zuiden en dus ook van mensen uit deze streek te mogen opmerken en tonen enkele vondsten van predynastische koningen tekenen die op veroveringen wijzen. Verovering van het noorden door het zuiden of vreedzame penetratie ? Het is in deze politieke en culturele context dat op een zeer korte periode hiërogliefen, het gebruik van papyrus, de karakteristieke afbeeldingen van goden en farao in zwang geraken. Horus Narmer in wie we de klassieke Menes menen te mogen erkennen scheidt, een beetje arbitrair misschien, tenslotte de prehistorie van de historie
De prehistorie
De Prehistorie van Egypte
|