Les 2

WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom |
Les 2
Bronnen 3
BRONNEN 3De tablet van KarnakBevindt zich momenteel in het Louvre te Parijs. Hierop stonden oorspronkelijk de nesoe namen van 62 koningen van Menes tot Thoetmose III. De lijst is in waarde niet te vergelijken volgens W.B.Emery met de lijst van Abydos want deze lijst zou hoofdzakelijk gebaseerd zijn op traditie en niet op geboekstaafde kronieken. Is echter wel van belang daar deze lijst de namen van de koningen van de duistere periode, die de Tweede Tussentijd was, vermeldt. De lijst van SakkaraBevindt zich momenteel in he museum van Caïro. De lijst werd gevonden in het graf te Sakkara van de koninklijke schrijver Thoeneri. Hij omvat de nesoe namen van zevenenveertig koningen beginnende bij de zesde koning van de eerste dynastie Merbapen en gaat door tot Ramses II. Mogelijks werden de eerste vijf namen weggelaten omdat deze lijst de opvatting van Neder-Egypte vertegenwoordigde die (door de recente verovering ?) deze koningen niet erkende. Hij bevat nog 47 cartouches, oorspronkelijk 58 maar de koningen uit de Tweede Tussentijd ontbreken. de palermosteenHet is de oudst bewaarde koningslijst. Hij dateert waarschijnlijk uit de vijfde dynastie. Hij is gehakt uit zwart dioriet (olivijnbasalt) en was oorspronkelijk twee meter lang en meer dan een halve meter hoog. Het is een tragisch geval want we weten niet waar hij gevonden werd en we bezitten slechts een vijftal fragmenten ervan. Het is waarschijnlijk dat de ander brokken nog ergens onder het zand verborgen liggen maar men weet niet waar men ze moet zoeken. Een groot fragment bevindt zich momenteel in het museum te Palermo en wordt daarom de Palermosteen genoemd. Andere kleinere fragmenten liggen in het museum in Ca¨i;ro en in het Petrie museum in het University College in London. De steen is aan beide zijden beschreven. We weten dat alle koningen uit het archaïsch tijdperk hier beschreven werden met hun regeringsperiode en de voornaamste gebeurtenissen tijdens hun bewind. Op de voorzijde staan de namen van de koningen die Opper- en Neder-Egypte afzonderlijk bestuurden voor eenmaking gevolgd door de heersers van de twee landen tot en met Bicheris, de 5e koning van de vierde dynastie. Op de achterzijde vinden we dan de namen te beginnen met koning Mykerinos, de zesde koning van de vierde dynastie, om te eindigen bij Neferefre, de vijfde koning van de vijfde dynastie. Men vermoedt dat de steen ongeveer kort na of nog tijdens de vijfde dynastie tot stand kwam. Dat zou dan betekenen ongeveer 700 jaar na de gebeurtenissen wat toch vrij dicht bij vermelde feiten aansluit. De steen van Palermo was tot in 1877 in privй handen en werd dan afgestaan aan het Museo Archeologico van Palermo. Het fragment meet 43 bij 25cm. Op de voorzijde vindt men zes registers tekst en deel van het zevende register. Hierbij is elk register onderverdeeld in drie horizontale banden.Het tweede en derde register bevatten de annalen van de acht koningen van de eerste dynastie en het vierde en vijfde register deze van de negen koningen van de tweede dynastie. Door toepassing van de jaartallen van Manetho heeft men wiskundig aangetoond dat deze jaartelling vrij goed overeenkomt met deze van de steen. Uitvergroting van de Palermosteen ( voorzijde) waarbij U onderaan een beeld van de ganse Annalensteen ziet en P de Palermosteen en C1 het Caïrofragment vertegenwoordigt |
Hiërogliefen Les 1
Lijst abydos
DE BRONNEN 2Lijst van Abydos ![]() Deze lijst vindt men op een muur in de tempel van Seti I te Abydos. Hij toont ons Seti I en zijn zoon Ramses II die de voorvaderen eren onder vorm van hun cartouches. Deze lijst bevat de nesoe namen van 76 koningen die voor Seti regeerden. Er ontbreken wel enkele namen zoals deze uit de Tweede Tussentijd en deze van de vrouwelijke farao Hatsjepsoet en verder Achnaton en de andere farao's van de ketterse Amarna periode (Smenckare, Toetanchamon en Aië) die door Seti juist wegens hun ketterij aanzien werden als niet bestaand. De cartouches staan op drie rijen maar de onderste rij is slechts een herhaling van de cartouche van Sethi Op deze lijst wordt geen onderscheid gemaakt tusssen de dynastieën. We nemen dus een beetje dogmatisch de eerste acht als behorende tot de eerste dynastie. We lezen : |
De goede opmerkers onder U zullen al gezien hebben dat het het halve rondje gelezen dien te worden als letter "t" en de veer als letter "i". Ook vinden we het rechthoekje met de streepjes terug dat we ook zagen in de naam van Toet-anch-Amon of Toet-anch-imen en dat dit dus "men" moet betekenen. In feite gaat het hier om de afbeelding van een soort bordspel.Als we nu nog aannemen dat de giervalk ongeveer de klankwaarde "a"heeft dan kunnen we reeds naam 1,2 en 4 en stukje van naam 3 lezen.Voor alle duidelijkheid merken we nog op dat het getand tekentje"overeenkomt met de letter "n". Waarom wordt Meni dan niet Men-n-i geschreven. Wel de Egyptenaren hadden de goede gewoonte bij bepaalde tekens die de klankwaarde van meer dan een letter hadden ofwel vooraan ofwel achteraan enkele letters te herhalen. Men kon dus "men" schrijven als "m-men-n", of als "men-n" of "m-men-en". De combinaties zijn zowat eindeloos. Dit diende eigenlijk allen de schoonheid van het schrift want men trachtte de hiërogliefen steeds in mooie vierkantjes te combineren. We zullen in een volgend berichtje eens al wat we reeds over deze tekens en hun grammatica gezien hebben netjes op en rij zetten.
We zullen ook eerst de andere bronnen bekijken vooralleer we een vergelijking met de lijsten van Manetho enz.. aanvatten.
bronnen 1
DE BRONNEN 1Manetho:Manetho was een priester uit Sebennytos in de Delta, die zijn ambt echter uitvoerde in de tempel van Heliopolis. Hij leefde in de derde eeuw v.Chr. en schreef na 271 v.Chr. een geschiedenis van Egypte in opdracht van de toenmalige Griekse heerser van Egypte Ptolemaios II . Van de Griekse schrijver, Plutarchus, vernemen wij dat hij een van de twee geestelijke adviseurs van deze koning was en dat hij sterk verbonden was met de invoering van de cultus van de god Serapis (een versmelting van een Egyptische en Griekse god). Hij verdeelde in zijn \"Aantekeningen over Egypte\" de farao\'s van het begin 3100 v.Chr. tot de dood van de laatste inheemse farao, Nectanebo II, in 343 v.Chr. in dertig dynastieën. Alhoewel hijzelf als betrouwbaar geacht wordt -- hij beschikte immers over toen nog bestaande geschriften in bibliotheken van de tempels--, en hij ook reeds in de oudheid gewaardeerd was, werd geen enkele volledige tekst van zijn werk bewaard. Delen ervan zijn wel bewaard gebleven bij andere schrijvers die hem uitvoerig in hun, nog bewaarde boeken, aanhaalden en citeerden. De voornaamsten hiervan zijn de christelijke chroniekschrijvers Sextus Julius Africanus en bisschop Eusebius van Caesaerea (gestorven rond 340) . Van deze laatste zijn nog twee versies bewaard: een Armeense en een Griekse. (pseudo)-EratosthenesMen spreekt van pseudo-Eratosthenes omdat er wordt getwijfeld of dit werkelijk afgeschreven werd uit het werk van Erathostenes van Kyrene ( stad in Libië moderne Shahhat - vormde vroeger met vier andere steden een Griekse kolonie, de Pentapolis =vijf steden genaamd.) Het werk is bewaard bij Syncellus, die het overgeschreven had bij Apollodorus (tweede eeuw v.Chr.), die zelf beweerde het overgeschreven te hebben bij Eratosthenes (derde eeuw v.Chr.). U ziet vroeger werd om plagiaat niet zoveel heisa gemaakt. Belangrijk is dat ook Eratosthenes evenals Manetho gebruik kon maken van Egyptische documenten. Het feit dat er bepaalde koningen niet vermeld worden kan men waarschijnlijk daaraan wijten dat deze voor de tempel of stad waarop het document steunde minder van belang waren. We zullen verder nog voorbeelden van dergelijke praktijk bij de Egyptenaren tegenkomen. Hieronder vindt je een lijst van de koningen zoals ze bij de verschillende auteurs voorkomen met hun regeringsjaren en het totaaal van al die regeringsjaren samen. De vlugge rekenaars onder jullie zullen reeds gezien hebben dat er onderlinge verschillen zijn maar ook dat de totalen niet kloppen. Voor Africanus is het totaal 263 ipv 253 en voor Eusebius Grieks 258 ipv 252 en Armeens 228. Maar erg ver uit elkaar liggen deze totalen toch niet en het zijn vooral de vier eerste koningen waar dit het meest tot uiting komt. Wat betreft de namen ziet men dat er door het overschrijven fouten zijn gemaakt maar dat ze toch sterk gelijkend zijn.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wist Je ?
WIST JE ?Dat tot in 1895 de kennis van de Egyptische geschiedenis niet verder rijkte dan de regering van farao Snefroe, de eerste koning van de vierde dynastie.! Tot in de negentiende eeuw de pyramide van farao Choefoe (Cheops), gebouwd in het derde millennium voor Christus, het hoogste gebouw in de wereld was. Hoogte 146 m. Dat op het grondvlak van deze pyramide van 5,3 ha gemakkelijk de kathedralen van Milaan, Florence, St-Pauls Cathedral en Westminster Abbey in Londen samen met Sint-Pieter in Rome konden worden gebouwd en dat er nog plaats zou over zijn. Dat de waarde van de puur gouden binnenkist van Toet-anch-Amon, alleen maar in goudgewicht gerekend 1,5 miljoen euro zou bedragen en dat Toet-anch-Amon maar een kleine onbelangrijke farao was. Wat moet er dan niet in het graf van de grote Ramses II gelegen hebben. |
HIEROGLIEFEN CURSUS ?
Bronnen van de koningslijsten vb. Eerste Dynastie
BRONNEN VAN DE KONINGSLIJSTEN
|
|
|
| Niet eigentijdse bronnen |
| Manetho, zoals overgeschreven bij Africanus en Eusebius (Griekse versie en Armeense versie) |
| Eratosthenes |
| Lijst van Abydos |
| Lijst van Karnak |
| Lijst van Saqqara |
| Koningspayrus van Turijn |
| De Analensteen |
| Eigentijdse bronnen |
| Materiaal uit de necropool (begraafplaats) van Abydos, Nagada en Hierakonpolis |
| Materiaal uit de necropool van Saqqara |
| Ander materiaal |
Eigennaam
Troonnaam
cartouche
DE CARTOUCHE
Nu zo een sjen ring is in feite niets meer dan geknoopt touw. Ringen en knopen hadden een magische betekenis voor de Egyptenaren. Ze beschermen wat er zich binnenin bevindt. In de eerste dynastie zien wij de goden aan de koning zo een magische ring aanbieden. De ring is echter leeg. Maar reeds in de tweede dynastie worden ze opgevuld met de naam die de koning bij zijn geboorte kreeg. Daar het altijd niet even gemakkelijk was om de naam in een cirkel te schrijven werd deze uitgerokken met rechtlijnige kanten. Waarschijnlijk verschoof dan om esthetische redenen de knoop van de onderzijde naar de zijkant. Als hiëroglief gelezen betekent de sjen ring "omsluiten" of "cirkelen om". Dit omcirkelen leidt ons dan weer naar de zon die (althans volgens de Egyptenaren) de aarde voor eeuwig omcirkelt. De sjen-ring is dat waar de zon in zijn baan omheengaat. Dit sluit dan weer aan bij de godsdienstige theorie van het koningschap waarbij de koning de vertegenwoordiger is van de zon of zonnegod op aarde. ![]() Voor Egyptologen boden de cartouches het voordeel dat men wist dat de tekens binnen de cartouche de naam van de koning vertegenwoordigde. Door vergelijking van deze tekens binnen de cartouches op de steen van Rosette (die naast een hiërogliefen tekst ook nog een Griekse versie van de tekst bevatte) met de Griekse versies van de koningsnamen slaagde Champollion erin eerste hiërogliefen te ontcijferen. |
Gouden Horus
DE GOUDEN HORUS NAAM
![]() Wat de betekenis van deze naam is weet men niet echt. Het is zo dat hij vanaf het Middenrijk geschreven werd met voorafgaand teken: d.i; Horus (=valk)boven een gouden halskraag. De halskraag staat trouwens voor het woord goud met klankwaarde "neboe" of "noeb" Voor het Middenrijk konder er zich echter andere tekens boven de halskraag bevinden wat er toch schijnt op te wijzen dat niet Horus maar wel het goud het voornaamste onderdeel van deze titel was.
Het zelfstandig naamwoord " neboe" is waarschijnlijk afgeleid van het werkwoord "nebi" wat betekend gloeien, smelten. Dit zou dan kunnen betekenen dat deze naam van de koning het verband legt tussen de koning als zon op aarde en de zon in de hemel. De zon is immers een goudgloeiende schijf aan de hemel. Anderzijds dient men ook rekening te houden dat de hemelgodin Hathor reeds sinds het Oude Rijk aangeduid wordt met de term "neboe". Wat er ook moge van zijn Egyptologen hebben de gewoonte aangenomen deze naam te vertalen als "Gouden Horus". Zoals gewoonlijk geven we als voorbeeld de Gouden Horus naam van Toet-anch-Amon " Hij die de diademen(chaoe) opzet (toont) en de goden (netjeroe) tevreden stelt (sehetep)". ![]()
|
Nebti naam
|
DE TWEE MEESTERESSEN OF DE NEBTI-NAAMDe tweede naam van de koning werd voorafgegaan door onderstaand teken ![]() Maar ik zie alleen maar nebneb en een gier en cobra zul je zeggen. Inderdaad want in het hiлrogliefenschrift kan men het tweevoud ook schrijven door het afgebeelde tweemaal te herhalen. Voor het gewone meervoud wordt het voorwerp driemaal herhaald. Dus nebneb wordt gelezen als neboei het mannelijk meervoud voor twee, hoor ik je zeggen want ik zie nergens een teken dat voor "t" of "ti" zou kunnen doorgaan tenzij die twee beesten. Goed geredeneerd maar het Oud-Egyptisch liet in gestandaardiseerde uitdrukkingen zoals hier in de koningsnaam de uitgang "ti" wegvallen daar het vrouwelijk karakter van de twee godinnen voor de Egyptenaren vaststond evenals het feit dat ze met twee waren. De gier en de valk staan er dan voor spek en bonen bij vraag je. Neen zij duiden aan over welke twee meesteressen het hier precies gaat. Tot zover de grammatica De twee godinnen waarover het gaat zijn Nechbet, de giergodin, en Wadjet, de cobragodin, resp. de beschermgedoninnen van Opper- en Neder-Egypte. Dus opnieuw wordt hier de tweeledigheid van Egypte benadrukt maar met de koning, wiens naam erachter volgt, als verenigende factor. Sommige auteurs nemen aan dat de koning zich identificeert met deze twee godinnen. Anderen menen dat dit omwille van het geslachtsverschil onmogelijk is en zeggen dat men in feite niet "nebti" maar "nebti-i" zou moeten lezen; wat dan betekent: "Hij die in relatie staat met de twee Meesteressen". Geen gemakkleijke jongens die Egyptenaren hoor ik U al zeggen maar gelukkig is dat niet voor alles zo. Beloofd is beloofd en hier volgt de nebti naam van Toet-anch-Amon. Verschiet niet van de lengte.
|
Titulatuur van de farao
DE VIJF NAMEN VAN DE FARAODe officiële titulatuur van de farao bestond uit vijf namen. Die werden niet zo gekozen omdat ze populair waren of omdat vader of grootvader zo noemde. Neen, de namen werden voor de kroning gekozen door priesters, die hiervoor oude literatuur raadpleegden. Want de titulatuur van de koning kwam overen met een regeerprogramma. Zo konden de namen van een vroegere koning worden gekozen omdat men dingen wilde verwezelijken die de drager van de naam had verwezenlijkt. In dit opzicht is de naamgeving van de farao een beetje te vergelijken met de naamkeuze van een aantredende paus. De vijfdelige naam is pas in de loop der tijden in zijn definitieve vorm tot stand gekomen. We geven verder aan hoe en wanneer. De vijf namen van de farao waren:
DE HORUS-NAAMDe Horus-naam legt een verband tussen de farao en de valkgod Horus. De koning is de reïncarnatie van Horus. Hij is de "levende Horus" op aarde. In een belangrijke Egyptische mythe is Horus de zoon van Osiris, de god-koning die door zijn broer, Seth, vermoord wordt. Horus zal de dood van zijn vader wreken en het koninschap opeissen. De overleden voorganger van de koning, nu Osiris geworden, wordt dus opgevolgd door zijn zoon Horus. Deze naam is dan ook de eerste die verschijnt en reeds voor de eerste dynastie in gebruik was. De Horus-naam wordt geschreven in een "serech". Dit is de afbeelding van de voorgevel of de ommuring van het paleis. Maar waarbij het rechthoekige paleisplein dat er achter ligt als het ware verticaal omgeklapt wordt voorgesteld. Hierboven prijkt dan de Horus-valk en tussen de klauwen van de valk en de tinnen van het paleis is er dan plaats om de naam van de koning weer te geven.
![]() Dit is de serech van koning Djet uit de eerste dynastie. Bovenaan de, voor mij wat droefuitziende Horus-valk en onderaan de afbeelding van het koninklijk paleis. Tussenin het omgeklapte binnenplein waarin de naam van de koning wordt geschreven met het slangenteken met klankequivalent Djet. Omdat men zich een klaarder idee zou kunnen vormen van hoe er een paleismuur, die door de serech werd afgebeeld, uitzag heb ik hieronder een afbeelding van de muur rond het domein van koning Djoser (uit de derde dynastie)te Saqqara geplaatst.
Was op bovenstaande serech nog duidelijk de paleisstructuur te zien dan is dit heel wat minder duidelijk in onderstande tabel waar talrijke serech's of proto-serech's te zien zijn die een duidelijk beeld geven van de ontwikkeling van de serech in de voor- en vroegdynastische tijd. Als voorbeeld zullen we telkens de namen van de aan ieder wel bekende farao Toet-anch-Amon geven. Zijn Horusnaam was "Horus, Sterke Stier, volmaakt van geboorte".Hieronder deze naam in hiërogliefen met transliteratie en conventionele Egyptologische uitspraak. ![]() |
Narmer palet
HET NARMER PALET ![]() Dit palet is een votiefpalet waarop in de ring tusen de halzen van het fabeldier, kleurstof- of geurstoffen werden bewerkt. Het werd gevonden te Hiërakonpolis in het zogenaamde centrale depot samen met talrijke andere voorwerpen. De omstandigheden van de vondst blijven echter tot op heden nogal mysterieus. Door zijn uitzondelijke versieringen lijkt het alleen bedoeld voor rituele handelingen in een tempel en niet voor practisch gebruik. Tot voor enkele jaren heeft dit palet gegolden als het ultieme bewijs dat Narmer Opper- en Neder-Egypte verenigde en dus als afbeelding van een historisch feit. Dat het om een palet van koning Nar-mer gaat kunnen we afleiden uit de serech die tussen de twee boviene koppen staat bovenaan het palet. We noteren in de serech twee hiërogliefentekens: een horizontaal teken dat een soort katvis voorstelt en dat de klank "nar" voorstelt en een verticaal teken, net daaronder, dat een beitel voorstelt en de klankwaarde "mr (mer)" of ook "ab"heeft. Zie de afbeelding hieronder. De koppen zelf zijn een afbeelding van de macht van de farao of mogelijks ook nog van de koe-godin Hathor. We noteren verder dat de farao een aan de lenden geknoopte stierenstaart draagt. Verder zien we op de andere zijde van het palet een stier (de farao), die een omwalde stad aanvalt en daarbij de vijand vertrappelt.
Het palet toont op de ene zijde Narmer met de kroon van Opper Egypte terwijl hij met zijn knots een vijand het hoofd in slaat (een stereotype houding die de duur van het Egyptisch rijk zal meegaan) en op de andere zijde van het palet vinden we de farao terug helemaal bovenaan nu met de kroon van Neder-Egypte. We kunnen de farao gemakkelijk herkennen want in de Egyptische kunst worden de figuren naar gelang hun belangrijkheid groter afgebeeld. In beide gevallen is de farao vergezeld van zijn sandaaldrager, die achter hem loopt en iets kleiner wordt afgebeeld maar toch nog groter dan de soldaten die de standaarden dragen. Dat het hier om Nar-mer gaat wordt nogmaals duidelijk gemaakt doordat hier zijn naam vermeld wordt vlak voor zijn aangezicht maar nu niet in een serech. Een tweede personage evengroot als de sandaaldrager is waarschijnlijk een schrijver-secretaris daar hij het lusvormig schrijfgerief draagt. Deze ganse groep inspecteert een aantal vijanden, die onthoofd zijn en waarvan het hoofd tussen hun benen ligt. Op de andere zijde zien we ook een valk (ook een verpersoonlijking van de macht van de farao of van zijn beschermgod Horus), die gezeten op papyrusplanten (later een van de heraldische emblemen van het zuiden) met een haak in de neus van de vijand, deze laatste aanbrengt voor de fatale slag van de koning. Onderaan op deze zijde zien we vluchtende vijanden die verschrikt achter zich kijken. Tenslotte in het midden van de andere zijde van het palet zien we de ineengevlochten halzen van mythologishe dieren. Dit zou de vereniging van de Twee Landen afbeelden. De uiteindelijke interpretatie was dus: Een farao van Opper-Egypte (grootste figuur draagt de kroon van Opper-Egypte), Narmer dus, verslaat een of meeerdere vijanden, vernielt hun steden, en laat op zijn minst een deel ervan terechtstellen. Het zou hier gaan om leiders van Neder-Egypte want boven de naam van de koning, die gaat doodgeslagen worden, ontcijferen we een harpoen en een vijver (Neder-Egypte was een moerassige streek) en bovendien brengt de valk van Opper-Egypte de gevangenen, met op hun rug de papyrus of het heraldisch embleem van Neder-Egypte, naar de slachtbank. Waarna de lijken geпnspecteerd worden door de farao, die nu de kroon draagt van Neder-Egypte en zo de twee landen verenigt cfr de gekruiste halsen van de eigenaardige beesten (sarpoparden genoemd).Ik vind persoonlijk dat je over een behoorlijke dosis fanatasie moet beschikken om aan Egyptologie te doen. Verschillende andere interpretaties zijn dan ook naar voor gebracht ondermeer: dat het niet om Neder-Egyptenaren maar om Palestijnen zou gaan of dat het slechts om een of ander lokaal conflict zou handelen. De meest gangbare huidige opvatting echter is dat het niet om de afbeelding van een historish feit gaat maar dat de protodynastische kunst reeds ver genoeg gevorderd was om iets abstract uit te beelden als "de koning is machtig genoeg om zijn vijanden te verslaan en te straffen" in het algemeen genomen dan. Zeer recent echter werd een plaatje gevonden waarop een van de op het Narmer palet afgebeelde gebeurtenissen als jaar-label wordt gebruikt. Het zou hier dan toch om een historische gebeurtenis gaan. Op zijn minst toch voor deze afbeelding. De bron vermeldt echter niet om welk feit het zou gaan. (Early Dynastic Egypt, Wilkinson) |
DYNASTIE 0
Peribsen
Zoals we reeds aangaven is er geen bewijsstuk dat aantoont dat Sechemib en Peribsen twee op elkaar volgende namen waren van één koning. Een zegel inscriptie gepubliceerd door Petrie3.1 draagt de naam Sechemib - Peribsen (dit laatste echter geschreven als Per-en-ib). Maar later werd aangetoond dat dit diende gelezen als Sechemib - Perenmaat. Het voorkomen van materiaal met de naam Sechemib in een context die steeds qua datering met Peribsen in verband wordt gebracht (Oem el-Qa'ab en de omheining van het "Middelste Fort") geeft wel aanleiding tot twee hypotheses: ofwel veranderde Horus Sechemib/Perenmaat inderdaad zijn naam in Seth Peribsen, ofwel volgde de ene koning de andere op en hergebruikte hij voor zijn eigen begrafenis de gebouwen opgericht door zijn voorganger of voltooide ze gewoon
D.Wildung hierbij gevolgd door W.Barta stelt voor om Horus Sechemib te beschouwen als dezelfde persoon als de nesoet-biti Oeneg en Seth Peribsen als Sened. Het dient gezegd dat voor het eerste gedeelte van deze stelling er geen enkel bewijs pro of contra kan worden aangehaald wat niet geldt voor het koppel Peribsen-Sened. Want de inscripties op de valse deur van het graf van Sjeri (Sakkara Mastaba B3) maken een duidelijk verschil tussen Sened en Peribsen ( zie het artikel over Sened) en Sened is zeker niet de nesoet-biti naam van Peribsen want deze kennen en het is eveneens Peribsen zoals blijkt uit zegels en vaasinscripties.
Laten wij dus de epigrafische en archeologische documenten bekijken om de reltieve posities van deze twee koningen ten opzichte van elkaar te bepalen
Sechemib/Perenmaat en Peribsen zijn ofwel serech-namen of wel nesoet-biti/nebti namen . Op zijn minst vijf kortsondige opvolgers van Ni-netjer zijn alleen maar bekend onder hun nesoetbiti/nebti naam : Oeneg, Sened, Noebnefer, Neferkara en Neferkaseker ('Za' is voorgesteld als de Horus naam van Oeneg, maar dit is slechts een veronderstelling) om deze reden dacht Helck3.2 dat Ni-netjer misschien het rijk had opgesplitst in twee delen en twee van zijn zonen aan het hoofd geplaatst van respectievelijk Noord- en Zuid-Egypte.
De koning die in Memfis zetelde zou dan de nesoetbiti-nebti naam gedragen hebben en deze die in Abydos resideerde zou de naam in een serech gevoerd hebben. Dit heeft als gevolg dat de vijf genoemde koningen tegelijkertijd met Sechemib en Peribsen (in Abydos) zouden geregeerd hebben maar dan te Memfis. Om deze theorie te ondersteuenen wijst hij op het feit dat de bewuste vijf koningen geen enkel spoor hebben nagelaten in Opper-Egygte en dat Peribsen, maar ook Chasechemoei slechts sporadisch voorkomen te Sakkara. Dit kan natuurlijk ook op puur "archeologisch toeval" berusten maar er is waarschijnlijk meer kans om artefacten van Peribsen en zeker van Chasechemoei te Sakkara te vinden (Gisr el Mudir, Trappyramide complex en de gallerijen van het westelijk massief) dan om de namen van Oeneg of Neferkaseker in Opper-Egypte aan te treffen. Zelfs de drie eerste koningen van de Tweede Dynastie, die samen toch meer dan zeventig jaar regeerden, hebben niet bijzonder veel resten nagelaten te Abydos.
Het probleem van de juiste begrenzing van de begraafplaatsen van de Vroeg-Dynastieke Periode te Sakkara en Abydos is hier een belangrijk probleem. West-Sakkara zou wel eens veel meer materiaal kunnen bevatten dan West-Abydos. Al wijst Dr. Nabil Swelim er in een persoonlijke communicatie met F.Raffaele er op dat er ook te Abydos niet ver van Oemm el Qa'ab nog een belangrijke massa graven en andere structuren te vinden zouden zijn. Het zou interessant zijn ook de opinie van Dr.Dreyer over dit probleem te kennen
Zes belangrijke factoren dienen uitgediept te worden om de zogenaamde "Sethiaanse Revolutie " van Peribsen en de waarschijnlijkheid dat hij alleen over Opper-Egypte geregeerd heeft te begrijpen.
Het onderzoek van al deze punten zal meteen ook helpen om het verband tussen Horus Sechemib-Perenmaat en Seth Peribsen op te helderen.
a) Horus boven op de serech staat symbool voor het koninklijk paleis dat beschermd wordt door deze belangrijke god. Deze god wordt bovendien geпdentificeerd met de koning en het is dus de god-koning zelf die zijn eigen paleis, het land en al zijn inwoners beschermt. De sterkte en de betekenis van deze metafoor zijn van religieuze origine daar ze het concept van goddelijk koningschap, als oorsprong en oorzaak van het recht van te koning om het land en zijn inwoners als geheel te besturen, impliceren. De titel heeft dus een sterk religieuze betekenis.
b)De nesoet-biti naam daarentgen heeft geen enkele religieuze betekenis. De titel legt vooral de nadruk op het geografisch aspect door de koning te assimileren met twee dingen die respectievelijk specifiek zijn voor het milieu van Opper- en Neder Egypte, die de domeinen van de koning vormen ,, vereend maar toch apart.
c/De nebti titel daarentegen heeft zowel een religieuze als een geografische waarde. Maar het is pas in een later stadium in het Oude Rijk dat deze titel apart zal gebruikt worden. In de Thinietentijd is hij dikwijls gekoppeld aan de nesoet-biti titel en is er vaak maar ййn naam voor de beide titels (vb. Nesoet-biti / Nebti Peribsen).
Het is hoogst waarschijnlijk dat de koning zijn Horus naam verkreeg bij zijn troonsbestijging. De naam legde de nadruk op de magische of fysische kracht of op een andere eigenschap van de koning. , noemde een beschermingsgod, een totemdier, gaf een bedreiging, een doel, een wilsbeschikking, een programma of een wens aan (Christine Van Heertum, pers. comm. aan RF.Raffaele). Het doel van de koning was een bepaald aspect van de god Horus, met wie de koning geidentificeerd werd, te benadrukken.