Dit blog zal verhuizen naar http://egyptologie.t35.com
WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom |
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Abydos
NECROPOOL VAN ABYDOSIn 1896 ondekte De Morgan, die toen aan het hoofd stond van de Archeologische Dienst van Egypte, een zeer groot graf te Nagada. Op grond van daar gevonden voowerpen dacht hij dat dit het graf van Hor(us)-Aha, de eerste koning van de eerste dynastie was. Door later onderzoek is men echter te weten gekomen dat het waarschijnlijk het graf van Neith-hotep, de moeder van Horus Aha was. Een belangrijke vondst in dit graf echter was een klein naamplaatje waar naast de naam van Horus Aha ook \"Men\". Op grond daarvan dacht men de \"Menes\" van Manetho te kunnen identificeren met Hor Aha. Maar later werden er te Abydos ook kruiken gevonden waar op de zegels de naam Horus Narmer naast die van Men voorkwam. Dus een pat-stelling. In 1897 begon Amйlineau te graven te Abydos in een streek die men de \"Oem-el-Qa\'ab\" of de \"Moeder der Potten\" noemt naar het grote aantal potscherven dat daar gevonden wordt. Amйlineau ontdekte er een aantal putgraven die men destijds identificeerde als de graven van de koningen uit de archaïsche periode (1e & 2e dyn.) Maar dit draaide terug uit op een grote ramp voor de Egyptologie. Amйlineau was niet archeologisch geschoold en richtte alleen zijn aandacht op het zo snel mogelijk en zoveel mogelijk kunstschatten bij elkaar te schrapen om zijn geldschieters ter wille te zijn. Het verhaal gaat zelfs dat hij bij vasen die in dubbel voorkwamen hij er één liet kapotslaan om de waarde van de andere te verhogen. Waarschijnlijk liep het echter niet zo een vaart. Maar feit is dat dit zo belangrijke terrein grondig door elkaar werd gehaald. Na vier jaar liet hij echter zijn concessie verlopen en het was de zeer nauwkeurige Petrie die deze overnam. Onmiddellijk hervatte hij de opgravingen en kon hij redden wat er te redden viel. Hij wist de architectonische evolutie van deze graven te ontrafelen en kon met de talrijke vondsten een volgorde op voor de koningen van de eerste dynastie opstellen. Zodanig dat zijn reconstructie vrijwel ongewijzigd tot vandaag de dag wordt aanvaard. Naamplaatje van Narmer gevonden te AbydosDe necropool zegels van de eerste dynastie die nog vrij recent in 1987 te Abydos in de Oem el Qa\'ab graven van Horus Den en Horus Ka\'a gevonden werden en waar de namen van de koningen alternerend voorkomen met de titel Horus en de epitheton Chentia-mentioe, leggen de volgorde van de koningen van de eerste dynastie vast. Waarom ? De Chentia-mentioe titel is namelijk een oude vorm van de titel Osiris, die men voorbehield aan de overleden koning en in een later tijdvak zelfs aan iedere overledene. Men mag dus aannemen dat wanneer zoals op deze zegels het geval is twee koningen voorkomen, de ene met een Horus naam en de andere met de titel Chentia-mentioe, het hier gaat om de opvolger en zijn overleden voorganger. Aldus is de volgorde van de Horus namen Narmer, Aha, Djer, Djet, (Merneith), Den, Adjib, Semerkhet, Ka\'a nu volledig vastgelegd. Het is bijzonder voornaam dat deze volgorde door de koningen zelf erkend werd als de legitieme volgorde. |
Canon van Turijn

Papyrus van Turijn of Canon van TurijnDe Turijnse Koningslijst of de Canon van Turijn is evenzeer een tragisch geval. Het is een unieke papyrus geschreven in het hiлratisch ( =vereenvoudigde vorm van het hiлrogliefenschrift). Hij wordt momenteel bewaard in het Egyptisch museum van Turijn vanwaar zijn naam. Onvoldoende ingepakt bij transport werd hij beschadigd en bestaat heden uit 160 kleine fragmenten waarvan er ook verschillende verloren zijn gegaan. Toen de payrus in 1822 door de Italiaan Bernardino Drovetti ontdekt werd in begraafplaats te Thebe was hij vrijwel intact. Hij behoorde lange tijd tot de Egyptische collectie van de koning van Sardiniл maar bij zijn aankomst in het museum was hij zwaar beschadigd. Het belang van deze papyrus werd voor het eerst erkend door Jean-Franзois Champollion, de ontcijferaar van het hiërogliefen schrift die, later gevolgd door Gustavus Seyffarth, de reconstructie en restauratie van de papyrus aanvatte. Alhoewel zij erin slaagden de meeste fragmenten op hun juiste plaats bij elkaar te puzzelen ontbreken nog talrijke stukken. De papyrus meet 170 bij 41 cm. Het begin en het einde zijn volledig verloren gegaan. Op de voorzijde vinden we een soort taxatie- en belastingsformulier voor personen en venootschappen waarvan de namen zijn aangegeven. Het is echter de achterzijde die ons het meest interesseert. Hier vinden we een lijst van goden, halfgoden, geesten en mythische en menselijke koningen die Egypte hebben geregeerd vanaf het begin der tijden tot de periode waarop de papyrus werd beschreven. De voorzijde dateert zeker van tijdens de regering van Ramses II ( ca 1200 v.Chr.). Op de achterzijde kan geschreven zijn vanaf deze tijd tot eventueel de twintigste dynastie. Het feit dat de lijst op de achterzijde van een ander document werd geschreven lijkt er op te wijzen dat de schrijver het document weinig belangrijk vond. Mogelijks was de lijst bedoeld als oefening in een schrijversschool. We tasten echter in het duister over het feit welke bronnen de schrijver gebruikte als basis voor zijn lijst. Copiëeerde hij een bestaande papyrus ? Indien zo, waarom en wat gebeurde er met het origineel? Hoe werd dit op zijn beurt dan samengesteld ? Of deed de schrijver opzoekingen in de tempelarchieven en compileerde hijzelf een lijst aan de hand daarvan ? Niet zeer waarschijnlijk maar indien zo dan maakt het van de papyrus wel een zeer uitzonderlijk document. Uniek is hij echter toch daar het geen cultus lijst, zoals die van Abydos en Saqqara, is waar de koning zijn voorouders, beter gezegd voorgangers vereerd, om te bewijzen dat hij hun waardige opvolger is. In zo een propaganda document kan de koning naar willekeur namen van koningen die hen niet zinnen weglaten. Niet zo in de Turijnse lijst want zelfs de, bij de Egyptenaren weinig populaire want vreemde Hyksos koningen, worden er in opgesomd. Begin en einde van lijst zijn verloren gegaan. Een eventuele inleiding en de lijst van de koningen van de zeventiende dynastie vinden we dus niet terug. De papyrus was onderverdeeld in een onbekend aantal kolommen of pagina\'s waarvan er slechts 11 overblijven. Naar het einde toe neemt het aantal regels per pagina toe alsof de schrijver begon in te zien dat hij niet alle namen op het document zou krijgen. De koningen zijn in groepen gerangschikt. Hun naam komt voor in een cartouche. Dit is een anachronisme voor de eerste koningen tot en met koning Hoeni van de derde dynastien, daar pas van af die tijd een cartouche werd gebruikt. De namen van deze koningen lijken op deze die werden gebruikt in de Abydos en Saqqara lijsten en zijn dus duidelijk verschillend van hun Horusnaam waaronder ze op monumenten voorkomen. Voor de latere koningen van de eerste dynastie lijkt hun \"nebti\" naam genoteerd. Maar hoe men aan de namen van de rest van de koningen van de eerste en ook deze van de tweede en derde dynastie is gekomen is niet geweten. ![]() De eerste dynastie in de papyrus van TurijnAchter de naam van elke koning wordt het aantal van zijn regeringsjaren vermeld; soms top op maand en dag precies. Maar dit aantal jaren schijnt onwerkelijk hoog voor sommige koningen van de eerste en tweede dynastie en is dus waarschijnlijk niet correct. Alhoewel een aantal onderzoekers aannemen dat het in die bijzondere gevallen zou gaan om de ouderdom bij overlijden van de koning. Dit lijkt niet zeer waarschijnlijk De koningen zijn ook gegroepeerd en wel naar de stad waarin ze resideerden. Dit komt niet helemaal overeen met de dynastiЁëen die Manetho gebruikte. Dit wijst erop dat de notie dynastie zich nog niet ontwikkeld had in de negentiende of twintigste dynastie. Als dit geen contradictio in terminis is! Soms wordt het totaal aantal jaren dat een groep koningen regeerde aangegeven Dus spijts het feit dat deze papyrus onvolledig is en dat de wijze van ordenen van de fragmenten zo nu en dan eens werd aangevochten is deze papyrus een voorname bron van kennis van de chronologie van de farao\'s van de eerste tot en met de zeventiende dynastie |
Les 3

De andere payrus van Turijn

Papyrus van TurijnWe gingen het vandaag hebben over de papyrus van Turijn met de koningslijst. Maar er is nog een andere papyrus van Turijn en toevallig las in de campuskrant van de Universiteit van Leuven een artikel waar ondermeer deze papyrus in voorkomt naast twee ostraca (potscherven waarop geschreven werd) die evenals deze papyrus een nogal expliciet verhaal vertellen. Het artikel is van Wouter Verbeylen Twee Demotische ostraca. Of: twee potscherven met wat tekst erop. Dat is wat onderzoeker Mark Depauw van de Afdeling Oude Geschiedenis voor ons op tafel legt. Echt oogverblindend zijn ze niet, maar het verhaal dat erachter schuilgaat is gekruid met een stevige scheut mysterie en een tikkeltje seks. De scherven doen alvast vermoeden dat de oude Egyptenaren net iets minder kuis waren dan doorgaans wordt aangenomen. ![]() De twee potscherven zijn er eigenlijk vier (zie foto): elke scherf is op zijn beurt in twee stukken gebroken. Tot voor kort had de Faculteit Letteren er slechts drie in haar bezit, twee samenhorende delen en een derde onvolledig exemplaar. Wijlen professor Quaegebeur kocht de drie scherven aan in 1987 via een Brusselse antiquair, vertelt Mark Depauw. Het deel dat naadloos aansluit op de derde scherf kregen we pas onlangs - vijftien jaar later - in handen. Iemand van de universiteit van Lille (Rijssel) had in augustus bij een Zwitserse antiquair een scherf onder ogen gekregen waarop de naam Ai voorkwam. Nu is Ai een bijzonder onbekende godin - de professor herinnerde zich dat zij ook op onze scherven voorkwam en waarschuwde ons. Die scherf bleek het ontbrekende puzzelstuk van ons tweede ostracon. Oud-Egyptische ostraca of beschreven potscherven zijn op zich niet zo een zeldzaamheid. Ze waren in hun tijd het goedkoopste schrijfmateriaal, een gratis alternatief voor het dure papyrus, en dus werden ze gebruikt voor minder belangrijke boodschappen zoals takskwitanties en rekeningen. Voor antiquairs hebben ze ook weinig waarde, want echt esthetisch zijn ze niet. Het Demotisch schrift op de scherven is eigenlijk een cursieve vorm van de hiëroglyfen, die in de eeuwen voor en na Christus in Egypte werd gebruikt. Mark Depauw: Van de vorm van het schrift kunnen we afleiden dat onze scherven uit de Ptolemeeëntijd stammen, dat is de periode tussen Alexander de Grote en Cleopatra. Maar deze scherven zijn dus wel bijzonder. Ostraca met literaire of religieuze teksten komen al een stuk minder voor. En de tekst die we op deze scherven vonden, is helemaal zeldzaam: het is een sacraal-erotisch document. Sacrale seksLaat hem drinken, laat hem eten, laat hem seks hebben voor de godinnen. Zo vertaalt Mark Depauw een deel van de tekst op de scherf. Ja, zo staat het er, vrij cru eigenlijk, het expliciete woord "nek" wordt gebruikt. De tekst handelt over een priester die deze handelingen en andere moet doen ter ere van de godinnen Ai en Nehemanit. Meestal worden zulke seksuele verwijzingen heel verbloemd of eufemistisch weergegeven. De tekst op beide scherven is grotendeels gelijkluidend. Wat hun doel was? Het jammere bij ostraca is dat de context volledig verloren gegaan is. We kunnen dus alleen gissen aan de hand van interne criteria. Een hypothese is dat het hier gaat om spiekbriefjes om te gebruiken bij het reciteren. Eigenlijk was het al langer bekend dat de oude Egyptenaren niet vies waren van seks. In niet sacrale contexten werden wel vaker fallische afbeeldingen (=penissen) ontdekt. En er is de befaamde satirisch-erotische papyrus van Turijn. Mark Depauw: Dat document werd al in de negentiende eeuw ontdekt, maar is pas in 1973 voor het eerst integraal gepubliceerd. Dat is een zeer expliciet document, waarvan je de inhoud zou kunnen omschrijven als "de avonturen van een priester in een bordeel". Het is dus ook sacrale erotiek, en mogelijk gaat het zelfs om een gelijkaardig feest als dat waar onze ostraca naar verwijzen. Het merkwaardige is dat de egyptologen de papyrus van Turijn liever verborgen hielden voor het grote publiek. Van de Romeinen en de Grieken waren zulke uitspattingen immers al langer bekend. Blijkbaar wilden ze de reputatie van hun studieobject hoog houden. Kuis als geen ander volk , omschreef een Duitse egyptologe de oude Egyptenaren ooit. Maar onze potscherven staven dus een heel andere waarheid. Waarschijnlijk was de situatie bij de oude Egyptenaren vergelijkbaar met de onze: over seks kon gepraat worden, zelfs op sacrale seks rustte geen taboe, in de context van een soort vruchtbaarheidsritus, een feest van het teveel. Maar toch: een priester die seks heeft op een podium voor een massa mensen - je fronst toch even je wenkbrauwen. (einde citaat) Moet kunnen zouden we zeggen maar niet "life " op prime time in de U.S.A. daar heeft men al moeilijkheden met een blote borst van Miss. Jackson. We weten nu in elk geval dat seks ook in het Oud-Egyptisch bestaat. Dus ondertussen toch nog maar eens uw kennis getest:wat staat hieronder ? de betekenis is vrijen en het laatste teken is een determinatief. Maar dat had u al gemerkt waarschijnlijk.![]() |
Les 2

Bronnen 3
BRONNEN 3De tablet van KarnakBevindt zich momenteel in het Louvre te Parijs. Hierop stonden oorspronkelijk de nesoe namen van 62 koningen van Menes tot Thoetmose III. De lijst is in waarde niet te vergelijken volgens W.B.Emery met de lijst van Abydos want deze lijst zou hoofdzakelijk gebaseerd zijn op traditie en niet op geboekstaafde kronieken. Is echter wel van belang daar deze lijst de namen van de koningen van de duistere periode, die de Tweede Tussentijd was, vermeldt. De lijst van SakkaraBevindt zich momenteel in he museum van Caïro. De lijst werd gevonden in het graf te Sakkara van de koninklijke schrijver Thoeneri. Hij omvat de nesoe namen van zevenenveertig koningen beginnende bij de zesde koning van de eerste dynastie Merbapen en gaat door tot Ramses II. Mogelijks werden de eerste vijf namen weggelaten omdat deze lijst de opvatting van Neder-Egypte vertegenwoordigde die (door de recente verovering ?) deze koningen niet erkende. Hij bevat nog 47 cartouches, oorspronkelijk 58 maar de koningen uit de Tweede Tussentijd ontbreken. de palermosteenHet is de oudst bewaarde koningslijst. Hij dateert waarschijnlijk uit de vijfde dynastie. Hij is gehakt uit zwart dioriet (olivijnbasalt) en was oorspronkelijk twee meter lang en meer dan een halve meter hoog. Het is een tragisch geval want we weten niet waar hij gevonden werd en we bezitten slechts een vijftal fragmenten ervan. Het is waarschijnlijk dat de ander brokken nog ergens onder het zand verborgen liggen maar men weet niet waar men ze moet zoeken. Een groot fragment bevindt zich momenteel in het museum te Palermo en wordt daarom de Palermosteen genoemd. Andere kleinere fragmenten liggen in het museum in Ca¨i;ro en in het Petrie museum in het University College in London. De steen is aan beide zijden beschreven. We weten dat alle koningen uit het archaïsch tijdperk hier beschreven werden met hun regeringsperiode en de voornaamste gebeurtenissen tijdens hun bewind. Op de voorzijde staan de namen van de koningen die Opper- en Neder-Egypte afzonderlijk bestuurden voor eenmaking gevolgd door de heersers van de twee landen tot en met Bicheris, de 5e koning van de vierde dynastie. Op de achterzijde vinden we dan de namen te beginnen met koning Mykerinos, de zesde koning van de vierde dynastie, om te eindigen bij Neferefre, de vijfde koning van de vijfde dynastie. Men vermoedt dat de steen ongeveer kort na of nog tijdens de vijfde dynastie tot stand kwam. Dat zou dan betekenen ongeveer 700 jaar na de gebeurtenissen wat toch vrij dicht bij vermelde feiten aansluit. De steen van Palermo was tot in 1877 in privй handen en werd dan afgestaan aan het Museo Archeologico van Palermo. Het fragment meet 43 bij 25cm. Op de voorzijde vindt men zes registers tekst en deel van het zevende register. Hierbij is elk register onderverdeeld in drie horizontale banden.Het tweede en derde register bevatten de annalen van de acht koningen van de eerste dynastie en het vierde en vijfde register deze van de negen koningen van de tweede dynastie. Door toepassing van de jaartallen van Manetho heeft men wiskundig aangetoond dat deze jaartelling vrij goed overeenkomt met deze van de steen. Uitvergroting van de Palermosteen ( voorzijde) waarbij U onderaan een beeld van de ganse Annalensteen ziet en P de Palermosteen en C1 het Caïrofragment vertegenwoordigt |
Hiërogliefen Les 1

Lijst abydos

DE BRONNEN 2Lijst van Abydos ![]() Deze lijst vindt men op een muur in de tempel van Seti I te Abydos. Hij toont ons Seti I en zijn zoon Ramses II die de voorvaderen eren onder vorm van hun cartouches. Deze lijst bevat de nesoe namen van 76 koningen die voor Seti regeerden. Er ontbreken wel enkele namen zoals deze uit de Tweede Tussentijd en deze van de vrouwelijke farao Hatsjepsoet en verder Achnaton en de andere farao's van de ketterse Amarna periode (Smenckare, Toetanchamon en Aië) die door Seti juist wegens hun ketterij aanzien werden als niet bestaand. De cartouches staan op drie rijen maar de onderste rij is slechts een herhaling van de cartouche van Sethi Op deze lijst wordt geen onderscheid gemaakt tusssen de dynastieën. We nemen dus een beetje dogmatisch de eerste acht als behorende tot de eerste dynastie. We lezen : |
Meni Teti Iti Ita Djati Mer-ba-pen Semsem Qebh
De goede opmerkers onder U zullen al gezien hebben dat het het halve rondje gelezen dien te worden als letter "t" en de veer als letter "i". Ook vinden we het rechthoekje met de streepjes terug dat we ook zagen in de naam van Toet-anch-Amon of Toet-anch-imen en dat dit dus "men" moet betekenen. In feite gaat het hier om de afbeelding van een soort bordspel.Als we nu nog aannemen dat de giervalk ongeveer de klankwaarde "a"heeft dan kunnen we reeds naam 1,2 en 4 en stukje van naam 3 lezen.Voor alle duidelijkheid merken we nog op dat het getand tekentje"overeenkomt met de letter "n". Waarom wordt Meni dan niet Men-n-i geschreven. Wel de Egyptenaren hadden de goede gewoonte bij bepaalde tekens die de klankwaarde van meer dan een letter hadden ofwel vooraan ofwel achteraan enkele letters te herhalen. Men kon dus "men" schrijven als "m-men-n", of als "men-n" of "m-men-en". De combinaties zijn zowat eindeloos. Dit diende eigenlijk allen de schoonheid van het schrift want men trachtte de hiërogliefen steeds in mooie vierkantjes te combineren. We zullen in een volgend berichtje eens al wat we reeds over deze tekens en hun grammatica gezien hebben netjes op en rij zetten.
We zullen ook eerst de andere bronnen bekijken vooralleer we een vergelijking met de lijsten van Manetho enz.. aanvatten.
bronnen 1
DE BRONNEN 1Manetho:Manetho was een priester uit Sebennytos in de Delta, die zijn ambt echter uitvoerde in de tempel van Heliopolis. Hij leefde in de derde eeuw v.Chr. en schreef na 271 v.Chr. een geschiedenis van Egypte in opdracht van de toenmalige Griekse heerser van Egypte Ptolemaios II . Van de Griekse schrijver, Plutarchus, vernemen wij dat hij een van de twee geestelijke adviseurs van deze koning was en dat hij sterk verbonden was met de invoering van de cultus van de god Serapis (een versmelting van een Egyptische en Griekse god). Hij verdeelde in zijn \"Aantekeningen over Egypte\" de farao\'s van het begin 3100 v.Chr. tot de dood van de laatste inheemse farao, Nectanebo II, in 343 v.Chr. in dertig dynastieën. Alhoewel hijzelf als betrouwbaar geacht wordt -- hij beschikte immers over toen nog bestaande geschriften in bibliotheken van de tempels--, en hij ook reeds in de oudheid gewaardeerd was, werd geen enkele volledige tekst van zijn werk bewaard. Delen ervan zijn wel bewaard gebleven bij andere schrijvers die hem uitvoerig in hun, nog bewaarde boeken, aanhaalden en citeerden. De voornaamsten hiervan zijn de christelijke chroniekschrijvers Sextus Julius Africanus en bisschop Eusebius van Caesaerea (gestorven rond 340) . Van deze laatste zijn nog twee versies bewaard: een Armeense en een Griekse. (pseudo)-EratosthenesMen spreekt van pseudo-Eratosthenes omdat er wordt getwijfeld of dit werkelijk afgeschreven werd uit het werk van Erathostenes van Kyrene ( stad in Libië moderne Shahhat - vormde vroeger met vier andere steden een Griekse kolonie, de Pentapolis =vijf steden genaamd.) Het werk is bewaard bij Syncellus, die het overgeschreven had bij Apollodorus (tweede eeuw v.Chr.), die zelf beweerde het overgeschreven te hebben bij Eratosthenes (derde eeuw v.Chr.). U ziet vroeger werd om plagiaat niet zoveel heisa gemaakt. Belangrijk is dat ook Eratosthenes evenals Manetho gebruik kon maken van Egyptische documenten. Het feit dat er bepaalde koningen niet vermeld worden kan men waarschijnlijk daaraan wijten dat deze voor de tempel of stad waarop het document steunde minder van belang waren. We zullen verder nog voorbeelden van dergelijke praktijk bij de Egyptenaren tegenkomen. Hieronder vindt je een lijst van de koningen zoals ze bij de verschillende auteurs voorkomen met hun regeringsjaren en het totaaal van al die regeringsjaren samen. De vlugge rekenaars onder jullie zullen reeds gezien hebben dat er onderlinge verschillen zijn maar ook dat de totalen niet kloppen. Voor Africanus is het totaal 263 ipv 253 en voor Eusebius Grieks 258 ipv 252 en Armeens 228. Maar erg ver uit elkaar liggen deze totalen toch niet en het zijn vooral de vier eerste koningen waar dit het meest tot uiting komt. Wat betreft de namen ziet men dat er door het overschrijven fouten zijn gemaakt maar dat ze toch sterk gelijkend zijn.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wist Je ?
WIST JE ?Dat tot in 1895 de kennis van de Egyptische geschiedenis niet verder rijkte dan de regering van farao Snefroe, de eerste koning van de vierde dynastie.! Tot in de negentiende eeuw de pyramide van farao Choefoe (Cheops), gebouwd in het derde millennium voor Christus, het hoogste gebouw in de wereld was. Hoogte 146 m. Dat op het grondvlak van deze pyramide van 5,3 ha gemakkelijk de kathedralen van Milaan, Florence, St-Pauls Cathedral en Westminster Abbey in Londen samen met Sint-Pieter in Rome konden worden gebouwd en dat er nog plaats zou over zijn. Dat de waarde van de puur gouden binnenkist van Toet-anch-Amon, alleen maar in goudgewicht gerekend 1,5 miljoen euro zou bedragen en dat Toet-anch-Amon maar een kleine onbelangrijke farao was. Wat moet er dan niet in het graf van de grote Ramses II gelegen hebben. |
HIEROGLIEFEN CURSUS ?
Ben je geïnteresseerd in een cursusje hiërogliefen ?
Bij voldoende interesse zou ik
Ronald Milo alias Ramsesje.
Bronnen van de koningslijsten vb. Eerste Dynastie
BRONNEN VAN DE KONINGSLIJSTEN
|
|
|
| Niet eigentijdse bronnen |
| Manetho, zoals overgeschreven bij Africanus en Eusebius (Griekse versie en Armeense versie) |
| Eratosthenes |
| Lijst van Abydos |
| Lijst van Karnak |
| Lijst van Saqqara |
| Koningspayrus van Turijn |
| De Analensteen |
| Eigentijdse bronnen |
| Materiaal uit de necropool (begraafplaats) van Abydos, Nagada en Hierakonpolis |
| Materiaal uit de necropool van Saqqara |
| Ander materiaal |
Eigennaam

Troonnaam

cartouche

DE CARTOUCHE
Nu zo een sjen ring is in feite niets meer dan geknoopt touw. Ringen en knopen hadden een magische betekenis voor de Egyptenaren. Ze beschermen wat er zich binnenin bevindt. In de eerste dynastie zien wij de goden aan de koning zo een magische ring aanbieden. De ring is echter leeg. Maar reeds in de tweede dynastie worden ze opgevuld met de naam die de koning bij zijn geboorte kreeg. Daar het altijd niet even gemakkelijk was om de naam in een cirkel te schrijven werd deze uitgerokken met rechtlijnige kanten. Waarschijnlijk verschoof dan om esthetische redenen de knoop van de onderzijde naar de zijkant. Als hiëroglief gelezen betekent de sjen ring "omsluiten" of "cirkelen om". Dit omcirkelen leidt ons dan weer naar de zon die (althans volgens de Egyptenaren) de aarde voor eeuwig omcirkelt. De sjen-ring is dat waar de zon in zijn baan omheengaat. Dit sluit dan weer aan bij de godsdienstige theorie van het koningschap waarbij de koning de vertegenwoordiger is van de zon of zonnegod op aarde. ![]() Voor Egyptologen boden de cartouches het voordeel dat men wist dat de tekens binnen de cartouche de naam van de koning vertegenwoordigde. Door vergelijking van deze tekens binnen de cartouches op de steen van Rosette (die naast een hiërogliefen tekst ook nog een Griekse versie van de tekst bevatte) met de Griekse versies van de koningsnamen slaagde Champollion erin eerste hiërogliefen te ontcijferen. |
Gouden Horus

DE GOUDEN HORUS NAAM
![]() Wat de betekenis van deze naam is weet men niet echt. Het is zo dat hij vanaf het Middenrijk geschreven werd met voorafgaand teken: d.i; Horus (=valk)boven een gouden halskraag. De halskraag staat trouwens voor het woord goud met klankwaarde "neboe" of "noeb" Voor het Middenrijk konder er zich echter andere tekens boven de halskraag bevinden wat er toch schijnt op te wijzen dat niet Horus maar wel het goud het voornaamste onderdeel van deze titel was.
Het zelfstandig naamwoord " neboe" is waarschijnlijk afgeleid van het werkwoord "nebi" wat betekend gloeien, smelten. Dit zou dan kunnen betekenen dat deze naam van de koning het verband legt tussen de koning als zon op aarde en de zon in de hemel. De zon is immers een goudgloeiende schijf aan de hemel. Anderzijds dient men ook rekening te houden dat de hemelgodin Hathor reeds sinds het Oude Rijk aangeduid wordt met de term "neboe". Wat er ook moge van zijn Egyptologen hebben de gewoonte aangenomen deze naam te vertalen als "Gouden Horus". Zoals gewoonlijk geven we als voorbeeld de Gouden Horus naam van Toet-anch-Amon " Hij die de diademen(chaoe) opzet (toont) en de goden (netjeroe) tevreden stelt (sehetep)". ![]()
|
Nebti naam

|
DE TWEE MEESTERESSEN OF DE NEBTI-NAAMDe tweede naam van de koning werd voorafgegaan door onderstaand teken ![]() Maar ik zie alleen maar nebneb en een gier en cobra zul je zeggen. Inderdaad want in het hiлrogliefenschrift kan men het tweevoud ook schrijven door het afgebeelde tweemaal te herhalen. Voor het gewone meervoud wordt het voorwerp driemaal herhaald. Dus nebneb wordt gelezen als neboei het mannelijk meervoud voor twee, hoor ik je zeggen want ik zie nergens een teken dat voor "t" of "ti" zou kunnen doorgaan tenzij die twee beesten. Goed geredeneerd maar het Oud-Egyptisch liet in gestandaardiseerde uitdrukkingen zoals hier in de koningsnaam de uitgang "ti" wegvallen daar het vrouwelijk karakter van de twee godinnen voor de Egyptenaren vaststond evenals het feit dat ze met twee waren. De gier en de valk staan er dan voor spek en bonen bij vraag je. Neen zij duiden aan over welke twee meesteressen het hier precies gaat. Tot zover de grammatica De twee godinnen waarover het gaat zijn Nechbet, de giergodin, en Wadjet, de cobragodin, resp. de beschermgedoninnen van Opper- en Neder-Egypte. Dus opnieuw wordt hier de tweeledigheid van Egypte benadrukt maar met de koning, wiens naam erachter volgt, als verenigende factor. Sommige auteurs nemen aan dat de koning zich identificeert met deze twee godinnen. Anderen menen dat dit omwille van het geslachtsverschil onmogelijk is en zeggen dat men in feite niet "nebti" maar "nebti-i" zou moeten lezen; wat dan betekent: "Hij die in relatie staat met de twee Meesteressen". Geen gemakkleijke jongens die Egyptenaren hoor ik U al zeggen maar gelukkig is dat niet voor alles zo. Beloofd is beloofd en hier volgt de nebti naam van Toet-anch-Amon. Verschiet niet van de lengte.
|
Titulatuur van de farao

DE VIJF NAMEN VAN DE FARAODe officiële titulatuur van de farao bestond uit vijf namen. Die werden niet zo gekozen omdat ze populair waren of omdat vader of grootvader zo noemde. Neen, de namen werden voor de kroning gekozen door priesters, die hiervoor oude literatuur raadpleegden. Want de titulatuur van de koning kwam overen met een regeerprogramma. Zo konden de namen van een vroegere koning worden gekozen omdat men dingen wilde verwezelijken die de drager van de naam had verwezenlijkt. In dit opzicht is de naamgeving van de farao een beetje te vergelijken met de naamkeuze van een aantredende paus. De vijfdelige naam is pas in de loop der tijden in zijn definitieve vorm tot stand gekomen. We geven verder aan hoe en wanneer. De vijf namen van de farao waren:
DE HORUS-NAAMDe Horus-naam legt een verband tussen de farao en de valkgod Horus. De koning is de reïncarnatie van Horus. Hij is de "levende Horus" op aarde. In een belangrijke Egyptische mythe is Horus de zoon van Osiris, de god-koning die door zijn broer, Seth, vermoord wordt. Horus zal de dood van zijn vader wreken en het koninschap opeissen. De overleden voorganger van de koning, nu Osiris geworden, wordt dus opgevolgd door zijn zoon Horus. Deze naam is dan ook de eerste die verschijnt en reeds voor de eerste dynastie in gebruik was. De Horus-naam wordt geschreven in een "serech". Dit is de afbeelding van de voorgevel of de ommuring van het paleis. Maar waarbij het rechthoekige paleisplein dat er achter ligt als het ware verticaal omgeklapt wordt voorgesteld. Hierboven prijkt dan de Horus-valk en tussen de klauwen van de valk en de tinnen van het paleis is er dan plaats om de naam van de koning weer te geven.
![]() Dit is de serech van koning Djet uit de eerste dynastie. Bovenaan de, voor mij wat droefuitziende Horus-valk en onderaan de afbeelding van het koninklijk paleis. Tussenin het omgeklapte binnenplein waarin de naam van de koning wordt geschreven met het slangenteken met klankequivalent Djet. Omdat men zich een klaarder idee zou kunnen vormen van hoe er een paleismuur, die door de serech werd afgebeeld, uitzag heb ik hieronder een afbeelding van de muur rond het domein van koning Djoser (uit de derde dynastie)te Saqqara geplaatst.
Was op bovenstaande serech nog duidelijk de paleisstructuur te zien dan is dit heel wat minder duidelijk in onderstande tabel waar talrijke serech's of proto-serech's te zien zijn die een duidelijk beeld geven van de ontwikkeling van de serech in de voor- en vroegdynastische tijd. Als voorbeeld zullen we telkens de namen van de aan ieder wel bekende farao Toet-anch-Amon geven. Zijn Horusnaam was "Horus, Sterke Stier, volmaakt van geboorte".Hieronder deze naam in hiërogliefen met transliteratie en conventionele Egyptologische uitspraak. ![]() |
Narmer palet

HET NARMER PALET ![]() Dit palet is een votiefpalet waarop in de ring tusen de halzen van het fabeldier, kleurstof- of geurstoffen werden bewerkt. Het werd gevonden te Hiërakonpolis in het zogenaamde centrale depot samen met talrijke andere voorwerpen. De omstandigheden van de vondst blijven echter tot op heden nogal mysterieus. Door zijn uitzondelijke versieringen lijkt het alleen bedoeld voor rituele handelingen in een tempel en niet voor practisch gebruik. Tot voor enkele jaren heeft dit palet gegolden als het ultieme bewijs dat Narmer Opper- en Neder-Egypte verenigde en dus als afbeelding van een historisch feit. Dat het om een palet van koning Nar-mer gaat kunnen we afleiden uit de serech die tussen de twee boviene koppen staat bovenaan het palet. We noteren in de serech twee hiërogliefentekens: een horizontaal teken dat een soort katvis voorstelt en dat de klank "nar" voorstelt en een verticaal teken, net daaronder, dat een beitel voorstelt en de klankwaarde "mr (mer)" of ook "ab"heeft. Zie de afbeelding hieronder. De koppen zelf zijn een afbeelding van de macht van de farao of mogelijks ook nog van de koe-godin Hathor. We noteren verder dat de farao een aan de lenden geknoopte stierenstaart draagt. Verder zien we op de andere zijde van het palet een stier (de farao), die een omwalde stad aanvalt en daarbij de vijand vertrappelt.
Het palet toont op de ene zijde Narmer met de kroon van Opper Egypte terwijl hij met zijn knots een vijand het hoofd in slaat (een stereotype houding die de duur van het Egyptisch rijk zal meegaan) en op de andere zijde van het palet vinden we de farao terug helemaal bovenaan nu met de kroon van Neder-Egypte. We kunnen de farao gemakkelijk herkennen want in de Egyptische kunst worden de figuren naar gelang hun belangrijkheid groter afgebeeld. In beide gevallen is de farao vergezeld van zijn sandaaldrager, die achter hem loopt en iets kleiner wordt afgebeeld maar toch nog groter dan de soldaten die de standaarden dragen. Dat het hier om Nar-mer gaat wordt nogmaals duidelijk gemaakt doordat hier zijn naam vermeld wordt vlak voor zijn aangezicht maar nu niet in een serech. Een tweede personage evengroot als de sandaaldrager is waarschijnlijk een schrijver-secretaris daar hij het lusvormig schrijfgerief draagt. Deze ganse groep inspecteert een aantal vijanden, die onthoofd zijn en waarvan het hoofd tussen hun benen ligt. Op de andere zijde zien we ook een valk (ook een verpersoonlijking van de macht van de farao of van zijn beschermgod Horus), die gezeten op papyrusplanten (later een van de heraldische emblemen van het zuiden) met een haak in de neus van de vijand, deze laatste aanbrengt voor de fatale slag van de koning. Onderaan op deze zijde zien we vluchtende vijanden die verschrikt achter zich kijken. Tenslotte in het midden van de andere zijde van het palet zien we de ineengevlochten halzen van mythologishe dieren. Dit zou de vereniging van de Twee Landen afbeelden. De uiteindelijke interpretatie was dus: Een farao van Opper-Egypte (grootste figuur draagt de kroon van Opper-Egypte), Narmer dus, verslaat een of meeerdere vijanden, vernielt hun steden, en laat op zijn minst een deel ervan terechtstellen. Het zou hier gaan om leiders van Neder-Egypte want boven de naam van de koning, die gaat doodgeslagen worden, ontcijferen we een harpoen en een vijver (Neder-Egypte was een moerassige streek) en bovendien brengt de valk van Opper-Egypte de gevangenen, met op hun rug de papyrus of het heraldisch embleem van Neder-Egypte, naar de slachtbank. Waarna de lijken geпnspecteerd worden door de farao, die nu de kroon draagt van Neder-Egypte en zo de twee landen verenigt cfr de gekruiste halsen van de eigenaardige beesten (sarpoparden genoemd).Ik vind persoonlijk dat je over een behoorlijke dosis fanatasie moet beschikken om aan Egyptologie te doen. Verschillende andere interpretaties zijn dan ook naar voor gebracht ondermeer: dat het niet om Neder-Egyptenaren maar om Palestijnen zou gaan of dat het slechts om een of ander lokaal conflict zou handelen. De meest gangbare huidige opvatting echter is dat het niet om de afbeelding van een historish feit gaat maar dat de protodynastische kunst reeds ver genoeg gevorderd was om iets abstract uit te beelden als "de koning is machtig genoeg om zijn vijanden te verslaan en te straffen" in het algemeen genomen dan. Zeer recent echter werd een plaatje gevonden waarop een van de op het Narmer palet afgebeelde gebeurtenissen als jaar-label wordt gebruikt. Het zou hier dan toch om een historische gebeurtenis gaan. Op zijn minst toch voor deze afbeelding. De bron vermeldt echter niet om welk feit het zou gaan. (Early Dynastic Egypt, Wilkinson) |















2 reacties op dit bericht
zonder titel
zonder titel