WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom |
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Laatste drieletter-tekens

Hier volgt dan de derde enlaatste lijst van drie-letter tekens. Ook hier dient niet alles onthouden te worden ![]() |
Tweede deel Drieletter-tekens

|
Hier volgt dan een tweede lijst van drie-letter tekens. Ook hier dient niet alles onthouden te worden Maar het is nodig de lijst te hebben om die te kunnen raadplegen in geval van nood. Een teken dat zeker gemakkelijk te onthouden is dat van de kat (vierde van boven tweede rij) het heeft de klankwaarde "mioe" ![]() |
HORUS DEN

Wat GRAMMATICA (tegen de goesting maar nodig)
Wat basisbegrippen uit de grammaticaDit wordt even zeer theoretisch maar is nodig om Egyptische zinsbouw te begrijpen. Ik heb evenwel gepoogd om het zo eenvoudig mogelijk voor te stellen Als we een zin nemen dan is er een element A waarvan iets gezegd wordt (B)
A noemt men grammaticaal het onderwerp, dat waarvan iets gezegd wordt B noemt men grammaticaal het predicaat, wat er gezegd wordt over het onderwerp en "is" noemt men de koppeling (copule) die strikt genomen niet noodzakelijk is en kan voorgesteld worden door :
Denk maar aan de zin: waar is hond. Onder tafel. Voor te stellen als hond(A) : waar(B) - () : onder tafel (B).In het tweede zinsgedeelte is het onderwerp weggevallen omdat het verondersteld wordt gekend te zijn uit het eerste gedeelte van de zin Nu onderscheidt men volgens de aard van de de betrekking tussen onderwerp en predicaat in het Egyptisch vier soorten zinnen (aangeduid in het rood) binnen twee categoriën aangeduid in het blauw.
|
Drieletter-tekens Deel 1

|
Hier volgt dan een lijst van drie-letter tekens. Deze lijst is vrij lang maar in tegenstelling met de twee-lettertekens hoeft deze niet gememoriseerd te worden.Veel van die tekens komen eerder zelden voor. Anderen komen frequenter voor maar dan soms alleen maar als determinatief. Dus zeker niet trachten te memoriseren. Maar het is nodig de lijst te hebben om die te kunnen raadplegen in geval van nood. ![]() |
Koningin Mer-Neith

Koningin Mer-NeithDeze koningin is een van de personen uit de Archaische periode van de Egyptische geschiedenis waarover het meest geredetwist wordt. Het is zelfs zo dat niet alle geleerden het er over eens zijn of ze wel effectief heeft geregeerd. Het is nu wel zeker dat het Horuis Den's moeder was. Dit werd aangetoond door vrij recent ontdekte zegelafruk in tombe T van Oemm el Ka'ab te Abydos. Daarop komt ze voor als de moet nesoe.t naast de naam van Den . ![]() Op deze zegel afdruk ziet u de namen van Horus Narmer tot Horus Den. Zoek maar eens uit. Op de onderste afbeelding naast de naam van Den (hand en watergolfjes) ziet u bovenaan het koninksteken soe als afkorting voor koning met daarnaast de gier Moet (= moeder) daaronder staat dan de naam van de koningin met het teken voor de godin Neith (komt nog niet voor in de reeds gegeven lijsten) en er achter het teken mer, de godin komt uit eerbied op de eerste plaats (zie ook de stele waar het teken mer eerst staat) Het is dus zeker mogelijk dat zij de echtgenote van Horus Djet was. Lauer in 1966 dacht dat ze waarschijnlijk wel Horus Djer dochter zou zijn geweest, die huwde met Horus Djet en als zoon Horus Den had. Hij meende deze gevolgtrekking te mogen maken omdat haar naam voorkomt op voorwerpen toegeschreven aan deze drie regeringen. Deze stelling is in elk geval niet bewezen. Een andere speculatie gaat ervan uit dat zij, omwille van haar naam, een prinses uit het noorden zou zijn geweest en door een huwelijk de nog recente band tussen zuid en noord zou hebben aangehaald
Stele van Mer-Neith uit het graf te AbydosWel ligt haar graf (graf Y te Abydos) dicht bij dat van haar echtgenoot Djet ( graf Z). Het is een van de grootste en best gebouwde van deze groep. Het bestaat uit een put met tichelbekleding, door dwarsmuren verdeeld in een ruime centrale grafkamer omring door acht magazijnen. De grafkamer had een houten vloer en het geheel een houten dak. De afmetingen bedragen 19,2 bij 16,3 meter met de verwoeste bovenbouw inbegrepen. Het graf is omringd door 41 bijgraven van dienaren waarin ook enkel steles werden gevonden. De stele, die we hierboven voorstellen en de hare was, bevindt zich nu in het Louvre en werd net buiten graf Y in 1900 door Petrie gevonden . Petrie zelf dacht eerst dat de stele aan een mannelijke koning toebehoorde. Evenals Horus Aha had de koningin een tichelstenen bootgraf aan de noordzijde van haar graf. Dit had een zonneschip van 17,5 m bevat waarmee de koningin langs de hemel kon varen.
Graf te Abydos van Mer-NeithTe Abydos zelf hebben we dan nog haar begrafenisplein binnen een omheining. Het ligt het verst naar het oosten ten opzichte van de groep gebouwd noordoost van Peribsen's westelijke mastaba en ten zuidoosten van het plein van Djet. Het bevat 77 graven van dienaren netjes in rijen van drie gerangschikt waarschijnlijk rond een gebouw of gebouwen welke nu verdwenen zijn. In Saqqara is mastaba 3503 de enige die aan haar kan toegeschreven worden. Deze mastaba ligt iets ten noorden van S 3504 (Sekhemkasedj), een van tijdens de regering van Djet. De bovenbouw mat 42,6 bij 16 m en is identiek aan deze van de graven van Horus Aha en Horus Djer, die vlakbij liggen. Het was omringd door bijgraven en vele waren ongeschonden en bevatten voorwerpen waaruit kon worden opgemaakt welke functie de begravene had uitgevoerd. Er lagen modelschepen bij haar kapitein, verfpotten bij haar schilder, stenen vaatwerk en koperen gereedschap bij haar steenhouwer, allerlei typen aardewerk bij haar pottenbakker. De zegelinscripties uit het graf behoren aan Den. Maar er is wel een afdruk gevonden met de naam van Mer-Neith in een serech-achtige figuur. Het graf te Saqarra is veel groter dan dat te Abydos en kan door de aard van de gevonden voorwerpen gedateerd worden in het begin van de dynastie.
Graf te Saqqara van Mer-NeithHet is mogelijk dat Mer-Neith, als koningin-moeder, na de vrij korte regering van haar echtgenoot Djet een korte tijd zelf geregeerd heeft. Namelijk de periode voor haar zoon Den de troon besteeg komt hiervoor in aanmerking. Dit hoeft ons niet te verwonderen want haar echtgenoor Djet stierf waarschijnlijk reeds na een regering van ongeveer tien jaar (waarschijnlijk had hij reeds een respectabele leeftijd bereikt toen zijn regering aanvatte en hij met haar huwde want zijn voorganger Djer had zeer lang geregeerd). Dus is het waarschijnlijk dat haar zoon nog te jong was om de troon te bestijgen en nam zij het regentschap waar. Er is echter geen enkele titel of serech voorhanden die de positie die zij toen bekleedde kan aantonen. De hoger genoemde zegelafdruk van Den vernoemt Mer-neith wel als moeder van de koning in een reeks namen van de koningen maar een gelijkaardig stuk aan Ka'a toegeschreven vermeldt deze koningin dan weer niet. Het zijn dus alleen de twee steles en de twee graven die aangeven dat haar status te vergelijken was met deze van een koning. Het kan zijn dat, volgens de mentaliteit van de Oude-Egyptenaren, haar status als regerend vorst nooit aanvaard werd en zeker was het niet zoals later het geval zou zijn met de koninginnen Nitokerti, Neferoe-sobek, Hatsjepessoet en Cleopatra. Bijna alle vermeldingen van Mer-Neith's naam zijn gevonden te Abydos; buiten een stenen vaas waarvan men de herkomst niet kent en een paar fragmenten van vazen en een ivoren vaas uit Saqqara en een wondermooi beeldje uit de Michailidis collectie te Pavia waarvan de afkomst eveneens onbekend is. Ronald Milo |
Transliteratie

Het wordt zo stillaan tijd om eens een lijst te geven van de voornaamste hiërogliefen maar ook om eens te spreken over transliteratie. Transliteratie wil zeggen dat we de hiërogliefen omzetten in letters die overeenkomen met klankwaarde. Er is een speciaal transliteratie font daarvoor ontwikkeld. Het wordt door de Egyptolegen sinds jaar en dag gebruikt en toch gaan we het eerst nog hebben over en ander transliteratie font namelijk dat wat werd ontwikkeld voor computer. In onderstaand schema ziet u naast elk teken een letter, die de overeenkomende letter is van het computertransliteratie font. De twee tekens met klanwaarde a worden respectief voorgesteld door a en A, waarbij a overeenkomt met het teken van de arm en A met het teken van gier. Er zijn ook twee manieren om de letter n te schrijven die respectievelijk worden getranslitereerd als n voor het water-teken en N voor de kroon. Het hand-teken staat voor d en voor het slangteken staat D ( dit wordt echter dj uitgesproken) dus voor de uitsprak verwijs ik naar de eerste lijst. Het is wel handig deze lijst te memoriseren. Voor wie hem wil printen. Ga gewoon op het plaatje staan met de cursor - druk op de rechtermuisknop - er komt een rolmenu naar beneden-ga naar "afbeelding opslaan als" en save deze afbeelding ergens op uw schijf onder een naam die u kiest. Daarna kunt u deze terug oproepen, eventueel vergroten en afprinten naar believen. Wie belangstelling heeft voor het echte transliteratie font kan dit vinden op mijn eerste afbeeldin,g van het alfabet dat op 23.03.2006 gepubliceerd werd. ![]() Waarom dit translieteratie font ? Wel in de meeste computerprogrammas die hiërogliefen afdrukken kunt je gewoon door op het toetsenbord a of A (='shift.a) te drukken een armpje of een gier op het beeldscherm te voorschijn brengen. Hetzelfde geldt voor de andere letters. Ik zal de afwijkinge in uitspraak toch nog maar eens herhalen. H staat voor eeen geaspireerde "h", x en X staan respectief voor "ch" en "kh", S staat voor "sj ", T voor "tj" en D voor "dj" de ander hoofdletters zijn slecht varianten in teken van de kleine letters dus zelfde klank maar een ander hiërogliefteken. Hieronder zullen we de tweeletterteken-lijst afdrukken. Althans de meest voorkomende tekens. ![]() |
Horus Djet (Wadji- Oeadji)

HORUS DJETHorus Djet ( de slang). Het is de laatste koning wiens naam zuiver pictografisch geschreven wordt .
Plattegrond van het graf te SaqqaraZijn graf te Saqqara nr 3504 is zeer groot (49,5 x 20 m) het heeft het karakteristiek profiel met afwisselend vooruitstekende en teruggetrokken delen. Een soort trede, rond het ganse gebouw, is bezet met meer dan 300 stierenkoppen in klei met echte horens. ![]() Rij stierenkoppen bij het graf van Hemaka door Emery toegeschreven aan Djet.Ook is hier de structuur van de inspringende panelen duidelijk te zienBuiten de ringmuur (56,45 x 25,45 m) aan de westelijke, zuidelijke en oostelijke kant vindt men 62 kleine satellietgraven met gebogen dak. De onderbouw van het graf bestaat uit een grote put, uitgehouwen in de rots en door dwarsmuren in vijf kamers verdeeld, waarvan de middelste, de grafkamer, oorspronkelijk houten panelen, ingelegd met stroken bladgoud, bezat. Deze vijf kamers hebben aan de oost- en westzijde een reeks magazijnen en de hele ondergrondse bouw, grafkamer en nevenvertrekken, had een houten plafond. De gehele bovenbouw was hol en verdeeld in vijfenveertig magazijnen en de buitenzijde zoals gezegd was verfraaid met het gewone type inspringende panelen. Zoals bij andere graven van de eerste dynastie waren de grafkamer en de andere onderaardse vertrekken totaal verbrand, maar in dit geval was het verbrande gedeelte hersteld door koning Ka'a. Men nam aan dat dit het noordelijk graf van koning Djet was maar het veelvuldig voorkomen van de naam van een hoge ambtenaar Sechem Ka wijst op de mogelijkheid dat het diens graf is en niet dat van de koning; alhoewel het dubbel zo groot is als het graf van de koning te Abydos. Deze mening heeft momenteel de overhand. In dit graf werden verscheidene voorwerpen van grote artistieke waarde gevonden vooral gebeeldhouwde houten en ivoren meubelen en spelfiguren. Zijn werkelijke graf zou dan graf Z te Abydos zijn. Het is veel kleiner dan dit van Saqqara (19 x 21 m) maar er zijn echter meer satellietgraven nml 174. In deze graven werden ongeveer twintig ruw bewerkte stèles gevonden. Ook op een lager gelegen terrein te Abydos had Djet een groot carré van graven van dienstpersoneel, 161 in totaal.
Plattegrond van het graf et AbydosHet graf bestaat uit een grote put waarin men de restanten van een houten grafkamer heeft gevonden. Deze werd aan drie zijden geflankeerd door magazijnen uit tichelsteen. Er werden verscheidene stèles gevonden waaronder de beroemde stèle met zijn naam in een serech, 1,45 m hoog, die zich momenteel in het Louvre bevindt.
Dit werk kan beschouwd worden als het eerste grote Egyptische kunstwerk. Het vertoont een volmaaktheid van ontwerp en van vakmanschap dat in latere tijden nauwelijks werd geëvenaard. De grafkamer bevindt zich ongeveer 3m onder het maaiveld. Uit recente Duitse opgravingen in Oem el Qa'ab is naar voorgekomen dat in centrale gedeelte van de superstructuur onmiddellijk boven de grafkamer er zich een tumulus van bakstenen bevond1. ![]() Een ander groot graf uit Djet's regering bijna evengroot als dat te Saqqara maar zeer sterk geschonden werd ontdekt te Gizeh (mastaba V). Het was eveneens met satellietgraven omringd. Volgens Emery kan het toebehoord hebben aan een niet bij naam gekende gemalin van Djet. Het begrafenispaleis van Djet te Abydos bevindt zich ten oosten van dit van Djer en ten noorden van dit van Mer-Neith. Koning Djet is de koning uit de eerste dynastie waarvan het minst gekend is. Volgens zijn zegels veronderstelt men dat hij de korste regeringsperiode heeft gehad uit de eerste dynastie: ongeveer vijf tot tien jaar. Hij leidde een expeditie naar de Rode zee waarschijnlijk met het doel de mijnen in de Oostelijke Woestijn te ontginnen. Men heeft inderdaad zijn naam gevonden op een ruwe rots in de Oostelijke Woestijn ten zuiden van Edfoe. Naast hoger genoemde Sechem Ka kennen we, uit zegels gevonden te Abydos, nog een van zijn hogere ambtenaren Hetepsechemwy (Petrie R.T.I .19).
Cartouches en serech van DjetDjer zou als nebti naam Ita of Iteti gevoerd hebben dit blijkt uit een naamplaatje gevonden te Saqqara. Kenkenes en Oeënephes zijn de twee namen bij Manetho die het meest kans maken om met Djet geïdentificeert te worden. Volgens Manetho regeerde de vierde koning (Oeënephes) drieentwintig (bij Africanus) of tweeënveertig jaar (bij Eusebius). Manetho vertelt dat tijdens de regering van deze koning er en hongersnood zou hebben geheerst in Egypte en dat hij een piramide bouwde bij Kochimi, een plaats die men tegenwoordig met het moderne Saqqara identificeert.
(1)Dit kan gezien worden als een voorloper van graf S 3038 |
Oplossing van de opgave

|
Oplossing van de opgave uit vorige les ![]() De eerste vier tekens waren zeer gemakkelijk het gaat om de geijkte uitdrukking "Hetep di nesoe" Het betekent een offer dat de koning geeft Op de eerste regel zien we verder een cartouche, hieruit weten we dat het om een koningsnaam gaat. De cartouche is voorafgegaan door het teken van de bies = koning en door de bij. Deze combinatie is een van de vijf officiële namen van de koning, de troonnaam of nesoe biti naam en deze betekent zoveel als "hij die behoort aan de bies en de bij" In de cartouche lezen achtereenvolgens "re cheperoe neb". Re de naam van een god staat uit eerbied vooraan dus wordt het "cheperoe neb re". Het tweede teken is immers de scarabee, mestkever of ch.p.r =cheper. De drie streepjes erachter duiden aan dat we het meervoud moeten lezen dus cheper.oe. Het laatste is een korfje, klankwaarde neb en betekent heer. Uit vergelijkingen echter met spijkerschrift versies van deze naam weten we dat we Neb-cheperoe-re moeten lezen. Dus om in de esthethiek regel te blijven van de hiërogliefen zoveel mogelijk in vierkantjes onder te brengen heeft men hier het korfje achter de kever en onder de drie streepjes gezet. Dit kon je dus uiteraard niet weten. De betekenis is dus "heer van de scarabees van Re". De kever zelf kan ook als werkwoord "worden" of "ontsaan" gelezen worden maar heeft dan natuurlijk geen meervoud. De kever rolde inderdaad zijn mestballetje, waarin de eitjes gelegd waren, voor zich uit. Later zouden hier als het ware uit het niets nieuwe kevers onstaan hadden de Egyptenaren opgemerkt. Vandaar de betekenis van onstaan, worden, scheppen. Op de volgende regel ook weer een cartouche. Voorafgegaan door de eend=sa=zoon, gevolgd door het teken voor zon of re. De sa-re of eigennaam van de koning dus met betekenis van "zoon van Re". De pientere lezers zullen opmerken dat re nu echter niet uit eerbied vooraan staat maar quasi op de rug van de eend. Dit is nu echter om aan het esthetisch principe van de "vierkant"-regel te voldoen. Men tracht de tekens steeds in vierkantjes of halve vierkantjes onder te brengen. U ziet hoe wispelturig deze taal is. Er is immers geen vaste spelling. Maar als algemeen regel geldt "het esthetische primeert". Binnen de cartouche is het eerste teken een pluim of i, gevolgd door het bordspelteken mn=men, en de water teken of letter n. Gezien he voorgaand teken eindigt op n dient deze n als fonetisch complement beschouwd te worden en dus niet gelezen. Hierop volgen de letters t, oe en opnieuw t = toet. De betekenis is beeld. Het laatste teken is het anch teken wat staat voor leven. We lezen dus imen-toet-anch. Hiernij is Imen de naam van de god die wij Amon plegen te noemen en uit eerbied is hij vooraan gezet. Dus in feite staat er Toet anch imen = Toetanchamon. Of beeld-leven-amon wat kan gelezen als het levende beeld van Amon. Voor de laatste drie tekens verwijzen we naar vorige les; de anch, dja, s staan voor anch,oedja, seneb wat betekent leven, welvaart en gezondheid. Het is een standaard afkorting. De totale zin is dus "hetep di nesoe nesoe biti neb cheperoe re sa ra toet anch imen anch oedja seneb" of "een offer dat de koning geeft, hij van(of die behoort tot) de bies en de bij "de heer van de scarabees van Re", de zoon van re" het levende beeld van Amon" hij leve in welvaart en gezondheid." Rare jongens die Egyptenaren. Niet ?
|
Mensoffers bij de farao's

Mensenoffers ?Zoals we gezien hebben werd het graf van koning Djer omringd door 317 bijgraven. Dit verschijnsel werd ook aangetroffen bij andere graven van de de vorsten van de eerste dynastie en ook bij de grafpaleizen die deze vorsten lieten aanleggen te Abydos. Deze grafpaleizen, rechthoekige bouwwerken, lagen aan de rand van de akkers langs de Nijl in het zicht van de stad. Het was Petrie die het het eerst vermoedde dat het bij deze graven om mensenoffers zou kunnen gaan. ![]() Individuele bijgraven naast het graf van Hor AhaIn de afbeeldingen op enkele etiketten (cfr o.a. vorig artikel over Djer, met het etiket over de processie met de mummie) zien we trouwens een typisch tafereel van een man die een dolk plant in de borst van een andere man. Hieronder wordt een deel van ander etiket afgebeeld met dezelfde offerscиne. In beide gevallen staat een kommetje om het bloed op te vangen tussen beide figuren in. De precieze betekenis is niet bekend maar anderzijds weten we dat in latere tijd het offeren van een mens (misdadiger of gevangene) soms een rol speelde bij bepaalde religieuze rituelen. ![]() Scиne met dolksteek op een deel van een etiket.In latere perioden was het de gewoonte dat zij, die het dichts bij de koning stonden, ook het dichts bij de koning begraven werden. In bepaalde omstandigheden was het een gunst van de farao om dicht bij hem (bv. in de vallei der koningen) te mogen begraven worden. De pyramiden van het Oude Rijk zijn dan ook omgeven door grote grafvelden van gunstelingen en ambtenaren van de koningen. Maar zij werden pas begraven nadat ze een natuurlijke dood waren gestorven. In het begin van het Egyptische Rijk was een onsterfelijk hiernamaals nog niet voor iedereen bestemd. De gewone sterveling mocht slechts in een soort onderaards hiernamaals van de voorouders op een "voortbestaan na de dood" in de gedachtenis van zijn nabestaanden hopen.Aan de koning was het vergund om een soort "verlossing van de dood" te ervaren. hij werd opgenomen in de goddelijke, aan de hemel gesitueerde, sfeer van het hiernamaals om zo zelf god te worden en onsterfelijkheid te verwerven. Het was de tegenstelling van het eeuwig wonen in de hemel tegenover het "wonen in het graf". Geen woner dus dat men zijn graf zo dicht mogelijk bij dit van de "god" wou hebben. Het is pas tegen het einde van het Oude Rijk dat door de opkomst van de Osiris religie het eeuwig leven aan elke Egyptenaar ten deel kon vallen. Wellicht begon eerst de omgeving van de farao, familie en hoge ambtenaren, en later steeds meer en meer mensen hierop aanspraak te maken. Dicht bij de koning begraven worden zou dan wellicht de kans op een eeuwig leven verhogen. Bij de graven van de eerste dynastie echter handelt het zich om iets anders. Uit de stиles die in de bijgraven werden gevonden weten we dat het niet om hoge ambtenaren of familie maar om eenvoudige bedienden zoals concubines, dwergen en in enkele gevallen ook om huisdieren ging. Grondig onderzoek naar hun doodsoorzaak zou wellicht wat licht op de kwestie kunnen werpen. Maar helaas waren reeds voor de ontdekkingen door Petrie de graven zo dikwijls geplunderd dat de meeste skeletten verdwenen waren. Er zijn wel een paar intacte graven aangetroffen en uit niets bleek dat de overledenen levend zijn begraven zoals we wel kunnen opmaken uit andere bekende gevallen van menenoffers in het Oude Nubiл, Mesopotamiл en China waar de skeletten in een bijzonder verwrongen positie werden aangetroffen. Ook handelt het hem hier niet om massagraven maar heeft eenieder een bijzonder graf ter beschikking gekregen. Wat toch pleit voor een zekere eerbied van de slachtoffers. Ook werden geen tekens van onthoofding of andere rituele slachtoffering aangetroffen. Allen blijken een natuurlijke dood te zijn gestorven. Maar wel eigenaaridg is dat ze allen op jonge leeftijd zijn gestorven. Bij de bedienden, bij het graf van Horus Aha begraven, leek geen van hen ouder te zijn geweest dan 25 jaar. Wat er op duidt dat ze kort na zijn dood aan hun eind zijn gelomen. ![]() Foto van een stиle uit een bijgraf. Tekeningen van andere stиles vind je bij het tweede artikel over Djer.Een verder bewijs hiervoor zijn de graven van de farao's Semerchet en Ka'a, op het eind van de eerste dynastie. Uit deze graven blijkt dat de bijgraven en het graf van de koning aanvankelijk door eenzelfde bouwwerk werden bedekt. Wat er op wijst dat ze allen rond hetzelfde tijdstip zijn gestorven. Toch is dit nog geen bewijs dat ze werden vermoord. Mogelijks benamen ze zich van het leven om zo samen met hun heerser meer kans op een eeuwig leven veilig te stellen. Hoe dan ook deze gewoonte zou snel afnemen. Tegen het eind van de tweede dynastie stonden de graven van de koningen er alleen bij. De Egyptenaren waren te practisch ingesteld om zich op gezette tijden van gewaardeerde en ervaren bedienden aan het hof te laten beroven. In hun plaats zouden beelden en tekeningen de rol gaan vervullen van de vorst op zijn eeuwige reis naar de sterren te vergezellen en hem te dienen. Deze beeldjes werden oesjabti's genaamd. Maar hierover later. ![]() Het graf van koning Ka'a merk op dat de bijgraven onmiddellijk aanleunen bij het graf van de koning en de voorraadkamers. |
Bericht
pa & ma, is niet vader & moeder

|
ER IS PA EN MA, VADER EN MOEDER De eerste van de tweeletterklanken hieronder is een sikkel. Het toestel werd gemaakt van hout maar aan de binnenzijde, zoals trouwens nog te zien in de oudste versies van de hiлroglief, werden scherpe vuurstenen tandjes aangebracht. Het was pas in de Grieks-Romeinse tijd dat deze vuurstenen werktuigen vervangen werden door metaaL. De klankwaarde is "mA". Van nu af zullen we de a-klank die afgebeeld wordt door gier met een hoofdletter schrijven en de a-klank die afgebeeld wordt door de arm met en kleine letter.
Oude vorm van het teken mAHet teken daarnaast heeft de klankwaarde "pA" Het is een opvliegende eend. Het was eerst het ideogram pA voor vliegen en later de klankwaarde pA Het derde teken is een afbeelding van een houten zuil (hier liggend afgebeeld maar kan ook staand), het heeft de klankwaarde "aA" Het vierde en laatste teken is een lasso met de klankwaarde wA of oeA Op de tweede lijn zijn een paar tekens afgebeeld waarvan we de klankwaarde en ideogram betekenis al kennen. Het is de jabiroevogel "bA", met als betekenis een onderdeel van de ziel. Het teken voor duizend , een lotusplantje op een t met als klankwaarde ch.A= cha. De eend met als klankwaarde sA en als betekenis zoon. Het overstroomd veld waar de lotus opkomt met als klankwaarde sj.A =sja en de speciale klankwaarde Acht in het teken voor het eerste der drie seizoenen dit van de overstroming. Het wordt ook gebruikt als determinatief bij zaken die wat te maken hebben met overstroming zoals moeras e.a. De ten hemel gerichte armen met als klankwaarde "kA" en als betekenis een ander aspect van de ziel dan de bA. Het laatste teken echter kennen we nog niet. Het is een apparaatje om vuur te maken waarbij het stokje in de uitgeholde ruimte onderaan zo snel wordt gedraaid dat het gaat verhitten en zo gedroogd mos of vezels gaat aansteken. Het heeft de klankwaarde dj.A =dja. ![]() We kennen nu de klanken pA en mA en andere. Maar op de laatste rij hierboven staan ook de woorden vader en moeder. Het eerste woord kunnen we lezen, vermits we alle tekens kennen "itef". Maar helaas is dit niet zo. Het woord voor vader is it en de gehoornde adder (letter f) staat hier als determinatief. Is dit een allusie op de legende waarin een slang de wereld schiep of is het eenvoudig omdat "f" ook het persoonlijk voornaamwoord "hij" betekent en ons vader toch de eerste onder alle hij's is die we leren kennen en voor ons zorgt dé "hij" dus. Het woordje voor moeder lezen we als m.oe.t = moe.t. Dus moe met de vrouwelijke uitgang t. De gier is hier determinatief. Als dit voor ons een weinig sympathieke vogel lijkt zo niet voor de Oude Egyptenaren waarvoor het een vogel was die heel goed voor haar broedsel zorgde. Het determinatief kan op zich ook gelezen worden als moet en speelt hier naast de rol van determinatief ook deze van fonetisch complement. Moet was ook de naam van de grote godin van Karnak de echtgenote van Amon. ![]() De bovenstaande tekens zijn vaste uitdrukkingen. Het eerste teken is een plant "de zegge" met klankwaarde "soe". Daarop volgt een t. Soet dus maar in deze context alleen echter wordt het gelezen als nesoe en betekent koning. Het derde teken is een offermatje met daarop een brood. Het is het drieletterteken "htp"= hetep en betekent een offer, gunst, vrede, tevredenheid. Het vierde teken is een kegelvormig brood en heeft de klankwaarde "di" en het heeft de betekenis van het werkwoord "geven". De ganse uitdrukking wordt gelezen als "hetep di nesou" en heeft de betekenis van "een offer(gunst) dat(die) de koning schenkt". Het is een standaarduitdrukking waarmee een soort gebed aanvangt dat de Oude Egyptenaren vaak op hun stele's, grafzerken en sarcofagen schreven. Daarnaast staat een andere geijkte uitdrukking. Het eerste teken stelt de riemen van een sandaal voor, het heeft de klankwaarde "a.n.ch", de betekenis is "leven". Meestal wordt het geschreven met achteraan de fonetische complementen n en ch ( anch.n.ch) en minder frequent met de a (arm) vooraan. Maar hier staat het als eenvoudig drieletterteken. Het volgende teken hebben we net leren kennen als tweeletterteken "dj.a" maar hier staat het als afkorting voor "wedja" wat welvaart betekent. Het laatste teken kennen we als "s" maar in deze context staat het als afkorting voor het woor "seneb" wat gezondheid betekent. Het geheel wordt dus gelezen als "anch, wedja, seneb" en betekent "leven, welvaart en gezondheid". Het was een geijkte formule die vaak achter de naam van de koning werd gezet en had dan de betekenis van " hij weze levend, welvarend en gezond." Als we daar nog aan toevoegen dat de kever of scarabee een drieletterteken met klankwaarde "ch.p.r" (spreek uit cheper) is en het rechthoekje, met streepjes bovenop, een spelbord voorstelt en het tweeletterteken "mn" (spreek uit "men") aanduidt moet je in staat zijn de volzin te vertalen. Goede moed. |
Horus DJER II

Het graf van Djer te Abydos werd later vereerd als cenotaaf van Osiris. Het bevatte turkoois meegebracht van expedities naar de Sinaï. De begrafiskamer bevond zich ongeveer drie meter onder de begane grond, dus lager dan deze van Aha. Deze put is bezet met tichels en vertoont onregelmatig gevormde magazijnen aan drie zijden. De eigenlijke grafkamer was waarschijnlijk van hout en het hele graf was oorspronkelijk bedekt met houten balken en planken. Er is geen spoor van deze bovenbouw overgebleven. De afmetingen zijn 21 x 20 m (420 m²). Het is dus minder groot dan het graf te Saqarra Het graf werd omringd door 317 ( 338 volgens Emery) satellietgraven van hovelingen waarvan enige voorzien van houten sarcofagen en nogal ruw afgewerkte steles . Het waren voornamelijk vrouwen. In elk geval is het niet zeker dat al deze satellietgraven behoorden aan personen die geslachtofferd werden tijdens het begrafenisfeest van de koning. Deze praktijk om zich met een groot gevolg te laten begraven werdt opgegeven tegen het eind van de tweede dynastie (over dewelke we trouwens opmerkelijk weinig weten). Kleine beeldjes (oesjabti's) en afbeeldingen op de wand van het graf moesten sindsdien het gevolg, dat de koning in het hiernamaals moest dienen, vervangen
Stèles uit de bijgraven te AbydosIn tombe 0 te Abydos vondt Petrie een vrouwenarm met vier armbanden met parels van goud, amethist, turkoois en lapislazzuli; één daarvan toonde 27 miniatuur serekh's met daarboven een valk. Afwisselend 14 in turkoois en 13 in goud. Verborgen en nooit gerecupereerd in een inham door enkele grafrovers was de arm ontsnapt aan de aandacht van Amélineau maar werd in 1901 door Petrie teruggevonden. ![]() Zeker is echter dat hij de Wadi Halfa in Nubië bereikte, waar zijn naam in de rots gegraveerd werd in de nabijheid van een scène waarbij een schip de vijand tegemoet vaart met een gevangene aan de boeg vastgebonden. Of dit gedenkstuk verhaalt van een strafexpeditie of van een echte verovering valt niet te zeggen maar in Noord-Nubië werden voorwerpen gevonden van onmiskenbaar Egyptische oorsprong uit deze periode. Maar uiteindelijk zijn de meeste onderzoekers geneigd deze scène toch toe te schrijven aan de periode van de dynastie "0". ![]() Djer liet een koninklijk paleis oprichten te Memphis. Hij leidde het land met een stevige militaire en godsdienstige politiek naar een periode van ongekende welvaart. Hiervan getuigen de rijkdom en de afmetingen van de grafmonumenten van de adel en de hoge functionarisssen. Graf 2185 (Quibell) en graf 3471 (Emery), dat meer dan 620 m² ( 41,30 x 15,15 m) groot is, beiden te Saqarra, worden eveneens aan Djer, of althans aan zijn regeerperiode, toegeschreven. Het graf 3471, dat bijna even groot is als dat van Horus Aha, is echter meer bewerkt en vertoont een verder ontwikkeling in de architectuur. Dieper uitgegraven met zeven magazijnen. Omringende muren of bijgraven werden echter niet ontdekt maar die kunnen eventueel later vernield zijn. ![]() HERNEITH, aan wie de tombe 3507 te Saqqara (circa 38 m x 15 m) toebehoord, is waarschijnlijk zijn gemalin. . MERNEITH, begraven te Abydos, zou daarentegen zijn dochter zijn die werd uitgehuwelijkt aan zijn opvolger DJET aan wie ze een zoon DEN, de vierde souverein van de dynastie, zou hebben geschonken. Zij zou ook enkele jaren de regering hebben waargenomen na het voortijdig overlijden van haar echtgenoot en voor de intronisatie van haar zoon. Manetho beweert dat pas onder BINOTHRIS, de derde koning van de tweede dynastie het ook aan de vrouwen werd toegestaan om te regeren. Hoe dan ook het zou hier toch gaan gaan om de eerste betrouwbare vermelding van een regentieperiode door een vrouw; gezien deze toegeschreven aan NEITHOTEP toch op minder vaste gronden berust. Op een fragment van de Palermosteen, bewaard te Caпro, is de naam van de moeder van Djer, KHENTHAP, bewaard gebleven. |
Gelukkig Nieuwjaar !

|
De Egyptische astronomen hadden vastgesteld dat de ster Sirius (ster alfa uit het sterrenbeeld de grote Hond), nadat ze meer dan twee maand niet zichtbaar was geweest, in de maand juli terug zichtbaar werd aan de horizon net voor zonsopgang. Dit verschijnsel noemt men de heliakische (helios = zon) opkomst van de ster. Daar deze gebeurtenis samenviel met het opkomen van de Nijlvloed dacht men dat deze ster een godin was (Spd.t = Sepedet of Sopdet, vergriekst tot Sфthis) die de overstroming bracht. Nieuwjaar werd dan ook gevierd op de eerste dag van de maanmaand die volgde op deze gebeurtenis. Indien Sфthis na twaalf maanden nog niet was teruggekeerd werd in het maanjaar een dertiende (ongeluksbrengende) maand ingelast. Wanneer men nu de nieuwe kalender van 365 dagen invoerde. Met een tekort van slechts 1/4 dag per jaar in plaats van 10 tot 11 dagen met de maankalender duurde het natuurlijk veel langer voor men ging inzien dat de opkomst van Sirius steeds verder na nieuwjaar optrad. Maar aan de kalender werd echter niets meer veranderd zoals we hoger gezien hebben. Na precies 1460 jaar (365 : 1/4 = 1460) echter vielen beide evenementen weer samen (apokatastase). Zo een jaar is ons bekend uit Griekse geschriften namelijk 139 n. Chr. volgens onze Gregoriaanse tijdrekening. Dat wil zeggen dat we ook de andere jaren waarbij deze gebeurtenissen samenvielen kan berekenen. Het zijn de jaren 1317 v.Chr., 2773 v.Chr en 4323 v.Chr. Eduard Meyer stelde dat de beste dag om een tijdrekening te beginnen ook voor de Egyptenaren de dag van de opkomst van Sirius zou zijn en nam aan dat de kalender van 365 dagen op deze dag door hen begonnen werd. Hij meende deze gevolgtrekking te mogen maken uit opmerkingen hierover door latere priesters gemaakt. Dan moet men ook begonnen zijn met de invoering van het kalenderjaar van 365 dagen op een van hogervermelde data. Hierbij lijkt dan 2773 waarschijnlijk ( deze datum valt tijdens de regering van farao Persibsen) daar 4323 te ver in de prehistorie ligt en in 1317 de 365-kalender sinds eeuwen bestond. Dit is echter zeer onwaarschijnlijk want in dit geval zou men na vier jaar reeds bemerkt hebben dat de opkomst van Sirius een dag later viel. Deze berekening van de apokatastase data hebben wel hun nut want op 19 juli 1317 v.Chr volgens de Gregoriaane kalender zou dit evenement zich opnieuw hebben voorgedaan en hiermee bezitten we een vast refentiepunt tussen de Gregoriaanse tijdrekening en de Egyptische tijdrekening van 365 dagen. In volgende tabel vinden we op de eerste plaats het teken voor jaar het bestaat uit een palmscheutje op de letter t (broodje) geplaatst. Het is dus een vier-letterteken r.n.p.t. = rnp.t met klankwaarde renpet. De eind t duidt hier op een vrouwelijk woord. Het betekent zowel "jaar" als "voedsel" . Een nieuw jaar bracht immers nieuw voedsel aan. Daarnaast vinden we de hiлroglief met de ossenhorens. Deze staan op het hoofd van het dier, waar het dier dus als het ware begint bovendien staan de orens open en de betekenis is dan ook beginnen, openen. Het is een twee-letterteken en de klankwaarde is oe.p = oep ![]() De opening van het jaar (d.i. nieuwjaar) wordt dus geschreven oep renpet wat we afgebeeld zien op de tweede rij. Daarachter lezen we "renpet neferet" dit betekent " goed, voorspoedig nieuwjaar". Het drie-leterteken voor "goed" n.f.r. is immers een hart met een stuk luchtpijp eraan. De klankwaarde is nefer. Gezien echter jaar een vrouwelijk zelstandig naamwoord is eindigend op t dient aan het bijvoeglijk naamwoord nefer dat in geschlacht overeenkomt met het zelfstandig naamwoord ook een t toegevoegd "neferet" dus. Op de derde lijn vinden we als teken een maansikkel en een ster: het is een vaste combinatie die de klankwaarde a.b.d = abed heeft en de betekenis van maand. Dit woord vindt dus zijn oorpsprong in de maankalender Het laatste woord moeten we kunnen lezen vermits het uit ййn-lettertekens bestaat en het determinatief met de zon gebruikt wordt zoals we hoger gezien hebben bij tijdsaanduidingen. De klankwaarde is h.r.oe = heroe. De betekenis is dag. Hieronder de oplossing van de schrijfwijze van 235 mannen en 145 vrouwen. Het ideogram teken werd | werd onder de mannelijke en vrouwelijke figuur gezet om aan te duiden dat het om werkelijke mannen en vrouwen gaat. Het staat er niet achter zoals gewoonlijk omdat het dan zou verward worden met de drie streepjes achter de man/vrouw die het meervoud aanduiden. Drie achter elkaar geplaatste mannen/vrouwen met ideogram teken achter zou ook juist zijn. Men ziet de Egyptenaren hadden geen streng bepaalde schrijfwijze maar keken vooral naar het esthetische van de tekst die zoveel mogelijk in vierkante blokjes werd ingedeeld. ![]() |
De seizoenen

| De seizoenen in hiërogliefenschrift, dit wordt een hele brok.
Eerst de oplossingen van vorige maal. De eerste naam was R.OE.B.R.T. gevolgd door het mannelijke persoonsdeterminatief en dus Robert. De volgende was OE.I.L.L.I.AM ( gelijk oewaarde landgenoten) dus William. De meisjesnamen werden gevolgd door het vrouwelijk determinatief: de eerste M.a.r.i.a. en de tweede C.l.oe.p.d.r.a. wat een authentieke schrijwijze was voor Cleopatra. De koningsnaam was CH.OE.F.OE, wat vergriekst werd tot Cheops. De oplossing van de numerieke vraag bij volgende aflevering. Hieronder hebben we een naam afgebeeld van koning Djer. Het is niet zijn Horus naam maar zijn troonnaam zoals deze op de lijst van Abydos voorkomt. We veronderstellen dat het zijn nebti naam zal geweest zijn die door de samensteller van de lijst gebruikt werd als Sa Ra naam, omdat de Sa Ra- naam in de tijd van Djer nog niet bestond maar wel wanneer de lijst werd samengesteld. De nebti naam bestond reeds in de tijd van Djer. ![]() -We lezen Sa Ra ( I.T.TI ) of de zoon van Ra "Iteti" wat door Manetho vergriekst werd tot "Athotis". We hebben een nieuw twee-letterteken leren kennen namelijk ti. In onderstaande figuur staat het als eerste van een reeks twee-lettertekens die we nog zullen nodig hebben. Het is de stamper van een vijzel. De klankwaarde is zoals gezegd ti. -Het volgende teken stelt een vijver voor met lotusbloemen. Het kan op drie manieren gebruikt worden. -Het derde teken is het grondplan van eenvoudig huis en heeft de klankwaarde p.r = per -Het vierde teken, bestaande uit drie onder elkaar geplaatste golven, heeft als twee-letterteken de klankwaarde m.oe = moe. We hebben reeds gezien dat om het meervoud te vormen een van de mogelijkheden is het voorwerp driemaal te herhalen. Alle golfjes bij elkaar vormen het water. Dus kan dit teken ook gebruikt met verticale streep erachter als ideogram voor water. ![]() Nu de seizoenen : we beginnen achteraan. Bij het seizoen van de grootste hitte, als het ware de zomer. We lezen sj.moe = sjemoe (of chemoe in het Angelsaksisch). Het stelt een bassin (sj) voor met water (moe). Tijdens dit droge seizoen diende men de watervoorraden opgeslagen in bassins aan te spreken. Logisch toch ! In het midden lezer we Pr.r.t en determinatief voor de zon of Ra. Het determinatief van de zon wordt nog al eens gebruikt voor begrippen die iets te maken hebben met de tijd. Lezen we dit woord dan als pereret ? Neen want nu komen we op de proppen met een BEGRIP dat we het "FONETISCH COMPLEMENT" noemen. Wat is dit ? Het eerste seizoen dan. Hoe moeten we dit woord lezen. Veronderstellen we dat de lotusvijver voor "sja" staat. Dan lezen we A.sja.ch.t. Dit is een mogelijkheid maar als de lotusvijver voor "acht" staat dan lezen we a.(acht).ch.t. waarbij zowel a,ch en t als fonetisch complement dienen en dus niet uitgesproken en waarbij de "t" tevens dienst doet als vrouwelijke uitgang. De juiste lezing is dus achet. Daarbij dient men nog op te merken dat de lotusvijver, het gehele woord zelf dus, als een soort binnendeterminatief verwijst naar overstroming. Het seizoen van de overstroming. Zo ziet je maar dat men soms zonder de exacte klankwaarde te kennen men reeds uit het determinatief en de context waarin het woord voorkomt zijn betekenis kan gissen. Samenvatting:
|
Leren tellen

| LEREN TELLEN> De eerste vijf regels zijn opnieuw namen die je moet trachten te ontcijferen. De vierde is de naam van een befaamde historische koningin en kwam in deze schrijfwijze voor op haar monnumenten. |
De vijfde is een koningsnaam gezien hij in een cartouche staat. Het is de naam van een van de farao's die de pyramiden van Gizeh bouwden. Het is wel de Egyptische versie van de naaam en dus niet de vergriekste versie (dwz Cheops, Kefren en Mycerynos). Het onderste woord in de rij wordt gelezen als IP het betekent meten, tellen, bepalen, onderzoeken, rekenen. De eerste twee tekens kent u en het derde is een determinatief dat staat voor abstracte begrippen. Het kan echter ook als het drieletter teken htp (hetep, hotep) gelezen worden en betekent ondermeer tevreden , verzadig, vredevol zijn. De naam van de farao Amenhotep(Amenhetep) betekent dan ook Amon is tevreden.
Om getallen te schrijven gebruikten de Egyptenaren de volgene tekens.
Een streepje om de eenheid aan te duiden. Dit werd een tot negenmaal herhaald om de cijfers van 1 tot 9 aan te geven. Het "boogjes" teken om de tientallen aan te geven. Ook deze werden herhaald van 10 tot 90, waarna dan de eenheden volgden. Het "krulletje" dat ook de letter w (of oe) voorstelt stelt ook de honderdtallen voor en wordt eveneens telkens herhaald van 100 naar 900 Het teken dat de duizendtallen voorsteld is een lotus bloem en wordt ook herhaald Het teken dat de tienduizendtallen voorstelt is een duim. Zelfde principe. Het teken dat de honderdduizendtallen voorstelt is een kikkervisje. Zelfde principe Het teken dat de miljoentallen voorstelt is een zittende man met een pluim op het hoofd en de armen naar de hemel gericht. Dit is de standaardhouding voor een iemand die vreugdevol is. 1 miljoen betekende voor Egyptenaar zoveel als oneindigHet principe was dus dat men met het hoogste cijfer begon ( net als wij) en dit zoveel maal herhaalde als er eenheden waren in die rangorde. U ziet hiervan enkele voorbeelden aangegeven. Als laatste voorbeeld het getal 1.268.345 zou worden geschreven als volgt éénmaal het miljoen teken, gevolgd door tweemaal een kikkervisje (100.000), zesmaal het duimteken (10.000) achtmaal de lotusbloem(1.000), drie krulletjes(100), vier boogjes(10) en vijf streepjes.
Deze tekens kwamen dus overen met onze cijfers daarnaast bezaten de Egyptenaren ook telwoorden ( zoals wij één ipv 1, tien ipv 10, duizend ipv 1000) om deze aantallen uit te drukken. Om de dit in hiërogliefen te schrijven is het nog wat vroeg. Maar voor degene die de klanken zoals ze door Egyptologen worden uitgesproken een willen horen van één tot vijf gaat het als volgt: waa (1), shenoe (2), khemet(3), fedoe(4), djoe(5).
Als we stellen dat wanneer een teken gevolgd wordt door een verticaal streepje het werkelijk betekent wat het teken uitbeeldt ( voorbeeld het teken voor w gevolgd door een vertikaal streepje betekent kwartelkuiken en niet w(oe). Hoe zou je dan 235 mannen (en) 145 vrouwen schrijven ?
Horus DJER en Uitwijding over de tijdrekening van de Egyptenaren2
| KALENDER EN BIJGELOOF (DE DERTIENDE MAAND EN DERTIEN ONGELUKSGETAL)
Zoals de meeste volken waren de Egyptenaren zich in het begin niet bewust van de lengte van een jaar. Maar al snel merkte men terugkerende processen op. Het begin van de Nijloverstromingen, het opschieten van het zaad, begin van de moesson, het vallen van de eerste sneeuw, het vallen van het blad enz. Snel werd vastgesteld dat hier ongeveer twaalf maanmaanden tussenzaten. Maar aangezien de lengte van een gemiddelde maanmaand slecht ongeveer 29,5 dagen bedroeg (het jaar dus ongeveer 354 dagen), kwamen na een tijdje de verschijnselen niet meer op het juiste tijdstip. Bij deze maankalenders moest men af en toe een dertiende maaand inschakelen om terug op tijd te zijn. Een dergelijke dertiende maand werd beschouwd als een periode die buiten de normale ordening viel en waar de demonen vrij hun gang konden gaan. Vandaar waarschijnlijk de heilige betekenis van het getal twaalf en de bijgelovige vrees voor het getal 13. Een liggende maan is het hiërogliefteken voor het woord maand. Dit maakt het waaarschijnlijk dat ook de Egyptenaren in het begin met een maanjaar rekenden. Zoals hoger vermeld wordt voerden de Egyptenaren echter reeds van bij het begin van het derde millenium hun van de maan onafhankelijke kalender in. Maar doordat de werkelijke lengte van zonnejaar ongeveer zes uur langer was dan de 365 dagen die zij als jaarlengte aannamen, verschoof de kalender per vier jaar één dag. Na 700 jaar viel de Nijloverstroming niet meer in het seizoen Akhet en grootste hitte niet meer in het Chemoe-seizoen. Het duurde 1460 jaar om de kalender terug met het zonnejaar te synchroniseren en de Nijl weer in de eerste maand van Akhet te laten overstromen. Julius Caesar voerde in 45 v.Chr ook een van de maan onafhankelijke kalender met schrikkeljaar (om de vier jaar één dag meer) in de zogenaamde Juliaanse kalender. Deze kalender bleef, na een kleine correctie in 1582 door paus Gregorius XIII (Gregoriaanse kalender), tot op heden gehandhaafd. De Egyptenaren hielden echter aan hun wandelende kalender van 365 dagen vast. Het is pas met de Romeinse overheersing dat om de vier jaar een bijkomende of Epagomendag werd bijgevoegd. Het is de zogenaamde Alexandrijnse kalender die tot op heden nog in voege is bij de Kopten ( christelijke inwoners van Egypte). In de tempels echter rekende men nog steeds met het oude jaar tot in de tweede eeuw n.Chr. |
Horus DJER en Uitwijding over de tijdrekening vab de Egyptenaren

HORUS DJER![]()
Tweede vorst van de Eerste Dynastie. Zijn Horus naam betekent" Hij die ter hulp komt". Hij heeft zowat een 45-57 jaar geregeerd volgens de meest waarschijnlijke schattingen. Hij is te vereenzelvigen met Kenkenes of Athotis (ITIT) van Manetho. Volgens Manetho zou hij 17 jaar hebben geregeerd. Op de steen van Palermo komt zijn Horus en Nebti naam ITIT voor op het Canon van Turijn en te Abydos verschijnt hij als ITI. Nog volgens Manetho zou hij als arts boeken geschreven hebben over anatomie en deze bestonden nog 2800 jaar later in Manetho's tijd. Labels en zegels van hem werden hoofdzakelijk te Abydos en Saqqara gevonden. Eentje ervan (zie afbeelding hieronder) in ivoor, gevonden te Abydos, schijnt gewag te maken van een bootreis naar DEP (Boetho) en misschien naar SAïS, beide belangrijke predynastische steden in de Delta waren ook godsdienstige centra waar respectievelijk de godinnen Wadji (Oejat) en Neith vereerd werden. ![]() Een houten label uit Saqqara waarop zijn Horus naam voorkomt lijkt een ceremonie voor te stellen waarbij een standbeeld (of mummie) waarboven het teken MS ( mes=geboren worden) overgebracht wordt. Het beeld is gevolgd door edelen en mogelijks door een mensenoffer ritueel. deze plaatjes hebben waarschijnlijk betrekking op de artikelen waaraan ze vastgemaakt waren. Maar ze zijn ook gedateert volgens een bijzondere gebeurtenis die dat jaar plaats gevonden had. Maar onze kennis is nog te rudimentair om deze oudste hiërogliefen te begrijpen. ![]() Interessant is nog een ander ivoren plaatje , ondekt midden de twintigste eeuw, waarop de naam van de stad DEP voorkomt onder zijn serech terwijl een centrale obelisk de naam scheidt van een zittende koe met een jonge scheut tussen de horens en een kleine hiëroglief onder de koe die Akhet, het eerste seizoen voorstelt. ![]() Akhet was de naam van het het eerste seizoen van de door de Egyptenaren gebruikte zonnekalender. We kunnen hier nu wat uitwijden over het Egyptische jaar en kalender. Het jaar omvatte drie siezoenen elk van vier maanden en elke maand bestaande uit 30 dagen zo komen we tot 360 dagen. Hierbij werden nog vijf dagen gevoegd die nergens bij ingedeeld waren en door de Grieken "Epagomenen" genaamd werden. Deze dagen werden beschouwd als geboortedagen van de goden Osiris, Horus, Seth, Isis en Nephtys en aldus ook benoemd. Ze behoorden echter niet tot het oude en ook niet tot het nieuwe jaar en waren dus dagen waarin de chaos onder de vorm van de leeuwengodin Sekhmet regeerde. Het echte zonnejaar (=tijd waarin de aarde exact één omwentelig om de zon maakt) is echter 365 dagen 5 uur en 49 minuten lang. Dus elk jaar kwam nieuwjaar 5 uur en 49 minuten te vroeg. Wat wij ondervangen hebben door iedere vier jaar een schrikkeldag in te voeren. De meeste kalenders in de vroege oudheid waren geen zonne- maar maankalenders. Het islamitisch jaar is nog steeds een maanjaar en omvat slechts 354-355 dagen en wandelt in een eeuw driemaal door ons kalenderjaar. Een maanmaand wisselt immers van maand tot maand in duur met een gemiddelde lengte van 29 dagen 12 uur en 44 minuten (x 12= 354 dagen en 8 uren)
De drie seizoenen waren
De maanden werden genummerd van één tot vier binnen het seizoen. Wij stellen ze gemakshalve voor door Romeinse cijfers. Dit zal ook verder doorheen deze uiteenzetting aangehouden worden. Onze maanden zullen we voorstellen door Arabische cijfers. De maanden werden lang alleen door hun rangcijfer binnen het seizoen aangegeven en pas laat echt benoemd. De namen die ze toen kregen werden bewaard in het Grieks en het Koptisch. Voor de documentatie volgen hier hun namen ook in het Grieks
Wat betreft de kalender dienen we aan te stippen dat de Egyptenaren het enige volk zijn dat sinds het begin van het derde millennium een abstracte kalende bezat die niet meer op de maanstanden gebaseerd was. |
LES HIEROGLIEFEN

| ||||

















