vingerrijmen


Duimeloot is in 't water gevallen,
Likkepoot heeft hem eruit gehaald,
Lange raap heeft hem thuisgebracht,
Korte Knaap heeft hem in 't bed geleid,
en dat klein, Kleine <pinkje heeft alles gezeid.
Naar bed, naar bed zei Duimeloot,
Eerst nog wat eten zei Likkepoot,
Waar zal ik het halen, vroeg Langeloot,
In grootmoeders kast zei Ringeling
Ik zal het verklappen, zei 't Kleine ding.
Duimeling had een koe gekocht,
Ringvinger had ze thuis gebrocht,
Langhals had ze gestoken,
Fielefak had worst gemaakt
en kleine pinkje heeft ze opgesmakt.
Duimeloot
Lekkerpoot
Lange raap
korte knaap
en klein, klein, klein Pernukkeltje
Uit: Groot Verzenboek Karel Jonckheere 1978



















