Art . Nr . 8 DE BOUW EN DE DEFINITIEVE TEKENING . Op het midden van ons vel papier trekken we een verticale lijn . Zet o…
Art . Nr . 8
DE BOUW EN DE DEFINITIEVE TEKENING .
Op het midden van ons vel papier trekken we een verticale lijn . Zet op die lijn een willekeurig , doch goed gekozen punt , dat de top van het voorwerp voorstelt . Op de plaats van de grootste breedte zet u vervolgens een horizontale lijn . Om deze plaats te bepalen is het voldoende wanneer u de onderlinge verhouding tussen de breedte en hoogte van het voorwerp in het oog houdt . Dit is nu gemakkelijk te bepalen met behulp van de lineaal , zoals hieronder is uiteengezet .
Wanneer wij een symmetrisch voorwerp gaan tekenen ( een symmetrisch voorwerp wordt door de verticale as in twee precies gelijke helften gedeeld ) trekken wij de verticale as precies door het midden van de horizontale as . In alle andere gevallen zullen we steeds met behulp van de lineaal de onderlinge verhoudingen moeten vaststellen . Bepalen wij ons nu weer tot een symmetrisch voorwerp , zoals de kan van Fig . 56 , dan gaan wij , na het trekken van de horizontale en verticale as , eens zien welke hulplijnen er nog meer nodig zijn om tot een goede tekening te komen . In fig . 57 zien wij als het ware de kan herleid tot een tekening van louter rechte lijnen ; of anders gezegd : de werkelijke vorm van de kan is ingesloten door een rechtlijnige vorm . Zo'n rechtlijnige tekening noemen we wel de geometrische vorm . Dit insluiten in geometrische vormen nu is een uiterst belangrijke handeling , welke u bij het opzetten van een tekening nimmer mag verwaarlozen . U kunt het werkelijk beschouwen als de fundamenten van een huis . Ook een tekening heeft een echt fundament nodig ! Vergeet dit nimmer !
De geometrische vormen kunnen de meest uiteenlopende zijn : vierkanten , rechthoeken , ruiten , veelhoeken enz.... Bekijk daartoe fig . 6 nog eens . Nuttig is het vervolgens wanneer wij een rechthoek om de tekening trekken en dan eens kijken hoe het gesteld is met de verhoudingen van de omringende ruimte van het voorwerp . Wanneer de tuit aan de kan geschetst is moeten we bijvoorbeeld eens onderzoeken of de ruimte tussen tuit en kan voldoende is , waardoor er meteen een controle is op de goede stand van die tuit . Al met al zult u er dus langzamerhand van doordrongen worden dat het bij het tekenen gaat om kijken , kijken , kijken !
Daarom bekijken we nu fig . 60 en 61 .
Wanneer u met zorg de vorm van het hier grijs gedurkte silhouet bestudeert - fig . 60 onderaan nog eens extra duidelijk gemaakt in zwart en wit - zult u een belangrijk hulpmiddel hebben om de contouren zuiver te bepalen . Fig . 61 laat nog eens zien , dat we in onze schets zoveel mogelijk hulplijnen moeten betrekken .
Op die manier ontstaan dan langzamerhand steeds ingewikkelder geometrische figuren waarmee wij de uiteindelijke vorm van ons voorwerp kunnen bepalen . Het wordt een " spinneweb ", waaruit tenslotte de juiste vorm tevoorschijn komt . We behoeven eigenlijk niet angstig meer te zoeken naar de vorm , hij ontstaat als het ware vanzelf .
En dit alles zal u gemakkelijker afgaan wanneer u de eerste schetsen op het geruite papier in herinnering houdt , wanneer u regelmatig meet met de lineaal en op die wijze de onderlinge verhoudingen bepaalt . Aan de andere kant echter moeten we natuurlijk wel bedenken dat het er tenslotte om gaat dat u vanzelf " goed " leert zien . Daarom mogen we ook weer niet teveel gaan steunen op al die hulpmiddelen . Naarmate u vordert , zult u zich slechts tevreden mogen stellen met het bepalen van twee afstanden : lengte en breedte en met het vaststellen van het kader om de tekening . Daarna bepaalt u , door met het oog te schatten , de onderlinge verhoudingen van de verschillende onderdelen van het voorwerp . Achteraf kunt u deze dan nog wel met hulplijnen controleren en zo u wilt kunt u ter controle het scherm gebruiken .
De verschillende illustraties in dit hoofdstuk zullen deze uiteenzetting stellig duidelijk hebben gemaakt . In het geval van een voorwerp in perspectief gezien , zoals de kast van fig . 63 , kunnen wij ook prachtig gebruik maken van het bestuderen der omringende ruimten . Door de grijze driehoekjes welke " overblijven " trachten te zien , zult u de helling van de schuine lijnen gemakkelijk kunnen bepalen en de scherpte van de hoeken kunnen vastellen . Ter controle kunt u dan nog de wijkende lijnen doortrekken om te zien of zij werkelijk in één punt samenkomen .
Wanneer wij later ook beeldjes of andere ingewikkelder vormen te tekenen krijgen ,
zullen wij steeds gebruik maken van deze methode , nl. het observeren van de omringende ruimten , om zodoende de ware vorm uit de omgeving " los te maken ".
In de fig . 64 en 65 laten wij u nogmaals zien hoeveel gemak u hebt van hulplijnen waarmee u de " vaste punten " in een tekening onderling kunt bepalen . In onze afbeeldingen zijn deze lijnen met door het kader heen getekend . Bij de duif ziet u dat de verticale lijn , welke langs de achterkant van de kop loopt , meteen de juiste plaats van de poot bepaalt . De hoogte van de vleugel komt gelijk met de plaats waar de kop in de romp overgaat . Controleer nu voor u zelf ook de overige punten .
Het beste is het om voor de hulplijnen in uw tekeningen een HB potlood te gebruiken , omdat u hiermede een lichtere lijn krijgt , die na het voltooien van de tekening gemakkelijk weg te vlakken is . Voor de tekening zelf raden wij een 3B potlood aan . Wanneer de tekening in potlood eenmaal goed lukt , dan is het nuttig om ook eens enkele studies met penseel en O.I. ink te maken .
En nu zullen wij alles nog eens kort samenvatten .
Samenvatting .
Bij het tekenen naar de natuur komt alles aan op het VERGELIJKEN VAN DE AFMETINGEN en het VERGELIJKEN VAN DE VORMEN .
Alvorens met een tekening te beginnen eerst het voorwerp GOED OBSERVEREN om het GOED TE BEGRIJPEN en zodoende zijn juiste vorm en karakter te kunnen weergeven .
Begin nimmer met het tekenen van de omtrek , doch met het neerzetten van de hulplijnen om zodoende een verantwoord geraamte te krijgen . Een tekening wordt van binnenuit opgebouwd . Werk aan alle gedeelten van een tekening tegelijk . Dus nooit een bepaald gedeelte helemaal afmaken , wanneer de totale vorm nog niet zuiver bepaald is . Leer ieder onderdeel zien in zijn betrekking tot het geheel .
Laat u niet van de wijs brengen door de details . Trek zoveel mogelijk verticalen , horizontalen en schuine lijnen . Zoek naar de vaste punten . Stel de plaats van een punt vast met betrekking tot een ander punt . Precies zoals op een landkaart , waar een stad, die op een bepaalde meridiaan ligt , wordt vergeleken met een andere . Deze onderlinge betrekkingen van de verschillende onderdelen van het voorwerp moet u van begin tot eind blijven observeren . In een tekening bestaat een onderdeel slechts in betrekking tot de andere . Dit geldt niet alleen voor de afmetingen , maar ook , zoals u later zult bemerken , voor de lichte en donkere partijen en ook voor de kleuren .
Bekijken wij nu fig . 59 nog eens . We zien dan dat de tuit van de kan uitkomt in een bepaalde kruising van lijnen en dat het oor wordt bepaald door een schuine lijn .
Wanneer de plaats van ieder onderdeel op deze manier is vastgesteld , is de taak van de hulplijnen volbracht en zijn wij tot de werklijke omtrek gekomen . Om de details in die omtrek zuiver te kunnen tekenen , mag u -wij dwingen u er geenszins toe - gebruik maken van de lettervormen . Hoe u ook werkt , denk ook steeds aan de vorm van de overgebleven ruimten welke buiten het voorwerp liggen . Deze zijn minstens zo belanrijk voor het bepalen van de goede vorm .
Al tekenende zal uw oog de vormen naukeurger gaan waarnemen . U zult vlugger gaan werken en dadelijk de belangrijke aanknopingspunten kunnen ontdekken . Oefen u eerst in het tekenen van een enkel voorwerp , hetgeen u op verschillende manieren kunt opstellen . Naarmate u vordert gaat u moeilijker voorwerpen tekenen , doch u tekent ze nog steeds afzonderlijk .
HET TEKENEN VAN STILLEVENS.
Tenslotte kunt u zich gaan oefenen in het tekenen van verschillende voorwerpen tot een stilleven samengevoegd . In uw omgeving zijn er vast en zeker voorwerpen die u graag eens wilt tekenen , en waarmee u al enigszins vertrouwd bent . Kies echter wel voorwerpen van verschillende hoogte , vorm en volume . Plaats deze voorwerpen voor u op tafel en schuif er eens mee , om zodoende tot een prettig geheel te komen . Zet ze nimmer zo stijkjes op een lijn , doch laat het ene voorwerp het andere een gedeelte afdekken . Dit is dan tevens uw eerste oefening in " compositie " . U zult versteld staan welke mogelijkheden zich voordoen met een 3 of 4 tal voorwerpen . Ook zult u ondervinden , dat het ene voorwerp het beter doet in de compositie dan een ander , dat een symmetrische opstelling vaak vervelend is , evenals een al te regelmatige . Een onverwachte opstelling daarentegen kan het oog in verrukking brengen . Ook zult u ontdekken dat een groot voorwerp heel
aardig in evenwicht wordt gebracht door twee of drie kleinere voorwerpen . Dat in evenwicht brengen van de verschillende vormen is ook een zaak die u al ziende leert . Hierbij zult u dan ook opmerken dat een oneven aantal voorwerpen zich tot een prettiger compositie zal laten rangschikken dan een even aantal . Als voorbeeld van een gelukkige opstelling tonen wij fig . 66 , waarbij is op te merken dat het geheel in een pyramide te " vangen " is . Met deze " pyramide-opstelling " komt men meestal tot aardige resultaten .
Het tekenen van stillevens is een uitstekende oefening in het bestuderen van de vormen en verhoudingen , aangezien wij regelmatig moeten vergelijken . En hierbij niet alleen de onderlinge verhoudingen van een enkel voorwerp vergelijken , doch deze ook moeten leren zien in betrekking tot de vormen der omringende voorwerpen . Ook voor het weergeven van de perspectief in deze voorwerpen zult u de richtingen van het ene voorwerp moeten vergelijken met , de richtingen in het andere .
Het is welhaast overbodig te zeggen dat u bij het tekenen van een stilleven ook zoveel mogelijk gebruik maakt van hulplijnen . Het A.B.C.-scherm komt pas te voorschijn wanneer de gehele tekening voltooid is , om zodoende de juistheid van uw weergave te controleren . Maak uw stilleven niet te groot , maar ook niet te klein ( grootste afmeting 16 à 18 cm . ) .
Art . Nr . 7 a HET TEKENEN IN LIJN NAAR DE NATUUR . Voorlopig laten wij het scherm rusten . Wij maken er alleen gebruik van…
Art . Nr . 7 a
HET TEKENEN IN LIJN NAAR DE NATUUR .
Voorlopig laten wij het scherm rusten . Wij maken er alleen gebruik van bij de contrlole - achetraf - om de juistheid van de lijnen te bepalen .
Het eerste stadium :
HET BESTUDEREN VAN DE VORM .
Kies een eenvoudig voorwerp en zet het voor u op tafel . De afstand tot het oog moet ongeveer vijfmaal de grootste afmeting van het voorwerp bedragen . Zorg voor een goede belichting . U moet het voorwerp duidelijk kunnen zien in één enkele oogopslag , zonder uw hoofd te buigen of de horizon te verleggen . Het prettigste is , wanneer het licht van links boven het voorwerp valt . Zo , en nu gaat u eerst eens aandachtig dit voorwer bekijken . Het is een goede gewoonte waaraan u zult moeten wennen . Doch naarmate u vordert zult u leren inzien , dat die ogenblikken van \"meditatie \" vaak het welslagen van de tekening bepalen . U dient zich namelijk rekenschap te geven van wat u tekent . De meeste mensen kijken mechanisch en oppervlakkig .
Het zijn de mensen die zeggen \" ik kan geen potlood vasthouden \" . Hun gebrek libt echter ergen anders : zij kunnen niet kijken !
\" Gewoon maar kijken \" is voor het tekenen ook niet voldoende . Wat de tekenaar van anders onderscheidt is dan ook zijn \" bewust kijken \" . De tekenaar leest als het ware het voorwerp . U moet eens opletten hoeveel tekeningen van beginners een zekere leegheid vertonen . Wij zien een paar angstig neergezette lijnen welke ieder verband missen . Men is niet verder kunnen komen , omdat men niet kon of niet wist het voorwerp te \" lezen \" .
Om de vormen te leren begrijpen moet ons kijken gepaard gaan met nadenken . In onze gedachten moeten wij de lijnen reeds op het papier zien . Steeds moeten wij onszelf ook afvragen : waarom loopt die lijn zo en waarom heeft deze lijn weer een andere richting . Leer ieder voorwerp zien als ware het doorzichtig . Teken in uw gedachten de lijnen door , zoals wij deden bij de cilinder van fig . 44 . Tekenen is begrijpen en andere laten begrijpen . Voor een leek is het bekijken van een partituur een zien van \"tekentjes \" op papier . Voor de musicus echter betekenen deze tekentjes iets : ze worden geluiden , stilten , bewegingen . Kunstenaar is hij , die de partituur weet te ontcijferen . Zo is het ook met het tekenen . Wij moeten de vormen in de natuur leren ontcijferen om op die manier die vormen voor anderen begrijpelijk te doen worden .
Het tweede stadium : DE VERHOUDINGEN
Op enkele uitzonderingen na , ziet de beginner zijn onderwerp teveel als uit kleine stukjes samengesteld . Hij ziet het geheel nog niet . Wanneer hij gaat tekenen bekijkt hij zo\'n stukje , trekt haastig een lijn , richt het hoofd weer op en trekt de volgende lijn . Omdat hij zonder methode te werk gaat , zet hij deze fragmenten achter elkaar op een rijtje , zonder hun werkelijke grootte te schatten . Dit moet op mislukking uitdraaien . Wanneer details afzonderlijk van elkaar worden waargenomen , zal er nimmer een verantwoord geheel onstaan ; Daarom moet u altijd eerst de grote verhoudingen vaststellen en daarna de verhoudingen van de onderdelen . Op die manier komen dan vanzelf de details op hun juiste plaats te staan en in de juiste verhouding .
Wanneer u een voorwerp tekent waarvan de hoogte groter is dan de breedte , dan neemt u het vel tekenpapier in de lengte , voor u . In het tegenovergestelde geval neemt u het papier in de breedte voor u . Al naar gelang u op een stuk karton of en tekenbord werkt , zet u het papier met klemmen of punaises vast . Prettig is het om het tekenbord eerst een paar vellen papier te spannen ter grootte van het bord zelf . Hiermede voorkomt u dat putjes en nerven in het bord storend werken bij het tekenen . Gebruik altijd tekenpapier van goede kwaliteit . Het mag niet te grof of te fijn van korrel zijn . Glad papier mag u voor potloodtekeningen nimmer gebruiken .
De eerste vraag die bij de beginner opkomt is wel : \" hoe begin ik met het vaststellen van de verhoudingen ? \" . Het antwwoord op die vraag is eenvoudiger dan u denkt . We beginnen namelijk met het vaststellen van de grootste hoogte en de grootste breedte . Deze twee maten te vergelijken , het verschil dat tussen beiden bestaat te schatten , dat is de hele kwestie ! Wanneer in uw tekening de twee grootste afmetingen van het voorwerp in hun juiste verhouding zijn weergegeven , dan ligt daarin de kans , dat alle overige verhoudingen juist zullen zijn , op voorwaarde echter , dat u deze ook even zorgvuldig bestudeert en tegen elkaar afweegt . Wij geven u wel de raad om de studies voor dit deel niet te klein te maken . De grootste afmeting van een voorwerp mag niet kleiner zijn dan 10 cm . Hoewel er toe moeten komen de verhoudingen op het oog te leren schatten , zullen wij in het begin het meten met potlood of lineaal als hulpmiddel toepassen . Neem het potlood of lineaal ter hand zoals fig . 55 laat zien . De lineaal wordt door duim en pink gesteund . Meet nu , met een zoveel mogenlijk gestrekte arm , eerst de hoogte AC . De bovenkant van de lineaal laat u samenvallen met het punt C ; uw duim laat u langs de lineaal glijden totdat de nagel samenvalt met het punt A . Nu gaat u , zonder uw duim te verschuiven , dezelfde handeling uitvoeren op de grootste breedte van het voorwerp . U kijkt dus hoeveel keer de hoogte op de breedte gaat . In fig . 55 is de breedte AB gelijk aan 4 X de hoogte AC . Om deze metingen zuiver te kunnen verrichten is het de zaak dat u het hoofd volkomen stil houdt . Ga daarom goed op uw stoel zitten met de rug tegen de leuning . Van groot belang is ook , dat u de arm steeds gestrekt houdt en er op let dat de lineaal noch naar voren , noch achteren , noch naar links of naar rechts helt .
De twee enige standen die de lineaal bij deze metingen mag hebben zijn : een zuiver verticale voor het meten van de hoogte en een zuiver horizontale stand voor het bepalen van de breedtemaat . In het laatste geval de lineaal vooral niet schuin houden . Houdt hem evenwijdig aan de denkbeeldige horizonlijn , evenwijdig aan de horizontale lijnen van het scherm , toen u dat zuiver recht tegenover u had geplaatst .
Maar wat bent u nu eigenlijk aan het doen , wanneer u op deze wijze te werk gaat ? Door de handelingen met de lineaal zet u in feite het scherm weer ineen , met zijn verticale en horizontale lijnen . Op de verticale assen geeft uw duim de hoogten aan en op de horizontale assen bepaalt hij de breedten . Dezelde maten dus , die u in de vorige oefeningen bepaalde met behulp van de ruiten op het papier .
Art . Nr . 7 DE OEFENING VAN HET OOG . Hoe leert men zien ? De studie die u maakt met behulp van het A.B.C. - scherm zijn …
Art . Nr . 7
DE OEFENING VAN HET OOG .
Hoe leert men zien ?
De studie die u maakt met behulp van het A.B.C. - scherm zijn zeer belangrijk en wij nemen aan , dat u dit zelf ook goed inziet . Immers , met zijn hulp zult u fouten , waartoe u zich als het ware " instinctmatig " hebt laten verleiden , kunnen voorkomen . Met dit scherm zult u bij het tekenen naar de natuur de fouten in afmetingen en perspectievisch verloop kunnen ontdekken . Leren zien . Dat is het grote geheim van het tekenen . En om dat te leren , zult u steeds de lijnen van het voorwerp moeten vergelijken met die van het ruitverdeling op het schrem . Dat scherm moet uw beste vriend worden . Tekenen is vergelijken . Wij hebben dit al gezegd , toen we over het gebruik van de Lettervormen spraken . Bekijk ieder voorwerp door dat scherm .
Bekijk het in zijn geheel , bestudeer de details , controleer de verhoudingen en vergelijk uw bevindingen bij het bestuderen van andere voorwerpen . De uiteenzetting over de perspectief hebben wij u laten zien aan de hand van een voudige voorwerpen , opdat u de vormveranderingen die zij ondergaan meteen kunt waarnemen en controleren . Nu zult u aan ieder ruimtelijk voorwerp soortgelijke vormveranderingen kunnen ontdekken ( het wijken der lijnen , de verkortingen enz. ) , wanneer u deze door het scherm bestudeert . Gaat het om voorwerpen met grote afmetingen , dan wordt de beginner hierdoor vaak afgeschrikt . Wees er echter niet bang voor . Wat u moet doen , is het scherm zo opstellen , dat het gehele voorwerp hierin zichtbaar is . Op die manier zult u de perspectieviche verschijnselen gemakkelijk kunnen waarnemen en het weergeven van het geheel wordt daardoor eveneens vergemakkelijkt ( fig . 52 en fig . 53 ) .
De vereenvoudiging van het zien en de weergave.
Thans zijn wij gekomen aan de weergave van meer ingewikkelde voorwerpen en het is goed hier meteen de aandacht te vestigen op een veelvuldig verbreid misverstand . Dit bestaat hierin , dat men meent dat de kwaliteit van een tekening afhangt van een pietepeuterige afwerking en van de hoeveelheid details die daarop zijn afgebeeld . Dit is onjuist , want veelal dient deze bedriegelijke weelde aan details slechts om fouten die men in het begin maakte , te verbloemen . Door zich in het begin teveel te richten op de onbelangrijke details , wordt de algemene vorm - en vooral ook de verhoudingen - verwaarloosd . Het geheim van het tekenen is dan ook , dat men weet te kiezen , welke lijnen van belang zijn om de vorm weer te geven , om het karakter van het voorwerp tot uitdrukking te brengen .
Hoe kunnen wij nu vermijden dat wij teveel gaan tekenen ? Welnu , dit is tamelijk eenvoudig . Wij moeten onze tekening als het ware van de grond af opbouwen ; zorgen voor een hechte constructie . Daarom dus moeten wij de bijkomstige details buiten beschouwing laten en meer gaan letten op de algehele vorm , waartoe het tekenen van silhouetten ons reeds heeft gebracht . Direct bijj de eerste opzet al moeten wij zoveel mogelijk gebruik maken van hulplijnen , daar deze als het ware het geraamte van de tekening vormen . Is de grote vorm op deze wijze vastgesteld , dan kunt u de belangrijke details gaan tekenen en daarna - wanneer blijkt dat het noodzakelijk is voor een begrip van het voorwerp - tekent u de minder belangrijke details . In het kort gezegd komt het dus hier op neer , dat uw tekening klaar is , wanneer u zelf meent dat hij voldoende is uitgewerkt om de bedoeling weer te geven . Begint u echter met het weergeven van de bijkomstigheden , dan is het leed vaak niet te overzien . Een verkeerde plaatsing van één detail heeft tot gevolg dat ook de andere niet op de juiste plaats komen te staan . Op die wijze heeft u in het geheel geen houvast en is de tekening tot mislukking gedoemd .
De constrctie , het geraamte van uw tekening , behoedt u voor fouten in proporties en perspectief . Het is een onbetaalbare hulp , zoals blijken zal in het laatste hoofdstuk van deze les :
Vervolg: Art. 7 a