Fig. 23

Fig. 23
ART . NR . 4 . a , - FIG . 21 en 21 bis - FIG . 22
FIG . 25 . - PENSEELTEKENINGEN VAN JAPANSE KUNSTENAARS
FIG . 24 . - HET PENSEEL
ART . NR . 4 . - FIG . 13 . - HB POTLOOD
Art . Nr . 4 .
FIG . 17 . - CIRKELS OVALEN EN ELLIPSEN
FIG . 18 . - AFBEELDINGEN VAN DECORATIEVE VERSIERINGEN EN VOORWERPEN
Fig . 18 .
ART . NR . 4 . - FIG . 19 en 20
ART . NR . 4 . - FIG . 14 , 15 en 16 . - LOSSE LIJNOEFENINGEN
ART . NR. 4 . - HET POTLOODArt . Nr . 4 .
Het Potlood
Eigenschappen en gebruik van dit materiaal
Een zacht potlood is een volgzaam en gevoelig tekenmateriaal bij uitstek . Naarmate wij er meer of minder op drukken onstaan lijnen van uiterst licht tot krachtig . Wij moeten het potlood vast en tegelijkertijd licht in de hand houden ; zonder krampachtigheid dus . Het moet vrijuit kunnen rollen en zwenken tussen onze vingers . Gebruik altijd potloden van goede kwaliteit . Ook de wijze waarop wij onze potloden slijpen is van belang . Een scherpe punt , een ronde punt of een punt die door het gebruik wat schuin afgesleten is geven niet alle dezelfde lijn . Hoe zachter een potlood is , des te meer beantwoordt het aan de minste of geringste beweging van de vingers en kunt er ook de krachtigste lijnen mee zetten . een hard potlood daarentegen geeft een grijzere en scherpere lijn . Dergelijke potloden zijn meer in gebruik bij architecten en tekenaars in bedrijven . Voor ons werk kiezen we de zachtere potloden uit de B serie , waarin 6B het allerzachst is . De H serie ( harde potloden ) loopt van H tot 5H , waarin 5H , dus het hardst is . Het HB potlood is noch hard , noch zacht . Door dus gebruik te maken van de
" hartegraad " van onze potloden , kunnen wij de lijndikte in onze tekeningen variéren - kunnen wij de lijnen dus modileren . Dit is uiterts belangrijk , zoals u zult bemerken .
De lijnen - Praktische oefeningen
Wij onderscheiden drie soorten rechte lijnen : verticale lijnen , horizontale lijnen en schuine lijnen . De richtingen van de eerste
twee zijn altijd vast . Met ons 3B potlood gaan wij die lijnen trekken , waarbij we de kanten van ons tekenbord als gids hebben . Oefen ook in het tekenen van evenwijdige lijnen , horizontaal , zowel als verticaal en met variatie in de ondelinge afstand ( fig. 14 )
Schuine lijnen daarentegen laten verscheidenheid in richting zien . Om er de richting van te kunnen beoordelen moeten wij die lijnen leren zien ten opzichte van een verticale of horizontale lijn . Op deze wijze schatten wij - zo nauwkeurig mogelijk - hoe groot de hoek is , welke de schuine lijn maakt met een horizontale of verticale lijn . Wij zullen nu eens van boven , dan weer van onderen moeten beginnen , nu eens links dan weer rechts , dan weer naar boven , dan naar beneden ( fig. 15 ). Kijk echter niet naar de punt van uw potlood - of welk ander materiaal ook - maar naar het doel , het eindpunt . De blik moet aan het gebaar voorafgaan . Het verschil in gebogen lijnen is oneindig . Laten we ze vergelijken met de rechte lijnen om te kunnen zien in welke mate ze zich van hen verwijderen om op deze wijze hun juiste kromming vast te stellen .
Maak daarom in het begin ook gebruik van verticale , horizontale en schuine lijnen als hulplijnen . In fig . 16 zien we enkele voorbeelden waaruit we inspiratie kunnen putten . Het is echter niet noodzakelijk deze voorbeelden precies over te nemen . Wel is het van belang dat u eerst wat " vingeroefeningen " doet . Laat het potlood in de lucht spiralen en cirkels beschrijven , zonder dat het 't papier raakt ; zo maar wat spelen dus , om uw hand en pols " los " te maken . Wij vragen nog geen " meesterwerken " , verre van dat . In het begin gaat het om de oefening . En naarmate u oefent zult u bemerken dat uw hand losser wordt , dat de lijnen zwieriger worden , kortom dat de lijn karakter krijgt . Begin de gebogen lijnen afwisselend van boven naar beneden en van links naar rechts .
Tenslotte de gesloten gebogen lijn - en speciaal de cirkels , de ovalen en de ellipsen , waarbij u veel nut zult hebben van een rechthoek of vierkant , met daarin dan getekend de assen en de diagonalen , als hulpvorm . Oog en hand hebben hieraan een enorme steun ( fig. 17 ) .
Deze assen zijn ook heel belangrijk bij het tekenen van symmetrische figuren . Door eerst deze assen te trekken kunnen we de vorm van de beide helften zuiverder bepalen . Doch eigenlijk moeten wij bij het maken van iedere tekening gebruik maken van de assen als hulp- en richtingslijnen . Een ondersteunende functie dus , hetgeen wij heel goed kunnen zien bij een boom - of bloemblad . Door de lijn van de nerf te volgen krijgen wij een veel beter begrip van de vorm en de wending van het blad . Staat die nerf er goed op , dan is het aangeven van de
zij-nerven niet zo moeilijk meer . Ook wanneer wij een figuur gaan schetsen is het noodzakelijk om de middenassen op te zoeken . Zij bepalen de karakteristieke houding of de uitdrukking . In de twee schetsjes van fig. 19 hebben wij de assen met een stippelijn aangegeven . In de tekeningen van fig. 20 zien wij tenslotte , dat ook voor het maken van decoratieve versieringen steeds gebruik gemaakt wordt van de construtielijnen om alle onderdelen op de juiste plaats te krijgen .
Fig. 10 . - VOORBEELD VAN HET TEKENEN MET A.B. C. - SCHERM
Fig. 11 . - HOOG VOORWERP GEZIEN DOOR HET SCHERM
Fig. 12 . - BREED VOORWERP GEZIEN DOOR HET SCHERM
ART . NR. 3 . - HET A.B.C. - SCHERM. - HET TEKENEN NAAR DE NATUUR .
Art . Nr . 3
FIG . 6 . - MEETKUNDIGE FIG. WAARMEE HET VOORWERP KAN WORDEN OMSLOTEN
FIG . 4 en 5 . - DRIE AARDIGE SCHETSJES IN LETTERVORM
ART . NR . 2 . - FIG . 3 EN 3 BIS . - MAN MET BOLHOED
FIG . 7 . - HET NATEKENEN
ART . NR . 2 . - FIG .8 . - HET NATEKENEN
ART . NR . 2 . - OEFENING VAN HAND EN OOG