Art . Nr . 10 , a Hoe Gebruiken wij de A. B. C. ledepop Wij vouwen de ledepop op de aangebrachte vouwlijnen . Om te bereike…
Art . Nr . 10 , a
Hoe Gebruiken
wij de A. B. C. ledepop
Wij vouwen de ledepop op de aangebrachte vouwlijnen . Om te bereiken dat de pop in de juiste stand blijft staan moeten wij het karton op de gewenste plaats goed omvouwen en even tussen duim en wijsvinger vasthouden . U zult zo aan de ledepop de gewenst houding geven , in aanmerking genomen dan dat er geen onnatuurlijke bewegingen tot uitdrukking gebracht worden . Vervolgens zet U de ledepop op een stukje dik karton of tripplex vast met spelden of punaises ( duimspijkers )
in de voeten of in de handen , al naar gelang de stand die hij inneemt . Op die manier bent U er zeker van dat hij blijft staan en dat U met plezier en zonder veel moeite een interessant deel van onze cursus zult doorwerken..... Uw toekomstige modellen lert U zien in hun wezenlijke uitdrukkingen en U kunt gemakkelijk hun lijnen , vlakken , hun onderlingen verhoudingen , hun vormveranderingen door de perspectief , de verkortingen enz , waarnemen . Na uw ledepop in de gewenste stand gezet te hebben begint U met hem door het A. B. C . - scherm te tekenen . Geef U goed rekenschap van de perspectief, van de richting van de vouwlijnen , van het samenkomen van de vluchtlijnen , door deze te verlengen . Vergelijk deze richtingen met horizontale en verticale lijnen . Dit gaat gemakkelijk met de ruitjesverdeling op het scherm . Overigens is hier geen enkel verschil met de reeds uitgevoerde tekeningen volgen deze methode in onze vorige lessen .
Wanneer U de objecten door het A. B. C. - scherm observeert , kunt U dit het beste doen door één oog - bij voorkeur het linker - te sluiten . Op die wijze onderdrukt U de verschuiving van het beeld , welke zou ontstaan door nu met het rechter oog , dan weer met het linker oog of met beide ogen naar het object te zien . Doe Uw best de verhoudingen tussen de verschillende lijnen en vlakken , evenals de richting waarin zij gaan , goed waar te nemen . U kunt zelf ( dat hebben wij reeds aangeraden ) de perspectief controleren door de vluchtlijnen te trekken , zoals plaat I laat zien . Zeer nuttig is het dan ook om de ledepop eerst op ooghoogte te tekenen en vervolgen in dezelfde stand onder en boven ooghoogte . Tenslotte bestudeert en tekent U alle verkortingen . Wanneer U op deze wijze tal van studies heeft gemaakt van Uw ledepop A , waarvan de omtreklijnen uitsluitend rechtlijnig zijn en de vlakken rechthoekig , gaat U de ledepop B gebruiken welke ook bij deze les hoort . Zijn vormen komen al dichter bij die van het menselijk lichaam . De vouwen blijven echter gelijk en laten dezelfde veelvuldigheid van houdingen toe en dezelfde perspectievische verschijnselen . Op de tweede ledepop ziet U zeer dikke lijnen welke overeenkomen met het tot het uiterste vereenvoudigde schema van het menselijk geraamte . Wij spreken hier nog over en zullen er veel gemak van ondervinden . De ledepop B is afgebeeld op plaat II en laat een hele serie schetsen zien , vol beweging en levendigheid . De studies met ledepop B zullen U , evenals die met de eerste ledepop , veel plezier geven doch ook meer aandacht vragen omdat de vorm minder tot de grondvorm teruggaat . U zult telken weer nieuwe standen ontdekken , doch bedenk steeds bij Uzelf of die standen in werkelijkheid ook mogelijk zijn . Bestudeer daarom ook regelmatig levende figuren en boots hun standen na met de ledepop . Bestudeer vooral de perspectievische vormveranderingen en verkortingen , welke bij deze ledepop al meer tot de werkelijke vormen komen . Door hier en daar met licht en donker te werken of er silhouetjes van te maken kunt U al heel natuurlijke beelden verkrijgen . Maar eerst is het noodzakelijk om onze theoretische kennis aan te vullen .