Het was de eerste keer dat ik in deze streek kwam wandelen, in gezelschap van Paul en Rudolf. Toen we er aan kwamen, was Café des Sports nog gesloten, maar gelukkig was een sandwicherie aan het station al open, en daar vonden we enkele wandelaars die er iets aten en dronken. Na een poosje, mijn warme chocomelk was nog halverwege, kwam Frans zeggen dat het café open was, maar we haastten ons niet (Paul was nog een baguette Dagobert aan het verorberen, en dan wachtte nog een taartje), al ging Rudolf, wiens koffie al op was, erheen met de doos met inschrijvingsbenodigdheden. Nadat ook Paul en ik het onze binnengespeeld hadden, gingen we er ook heen, en Rudolf had ons al een geschikte plaats aan de rand van een tafelrij gereserveerd (zoals hij had ik ook nog wat bagage bij).
Bij de inschrijving kregen we van organisator en baankapitein Didier een overzicht van de tussenafstanden en bevoorradingsplaatsen, daar stond per lus van 25 km ook een profielschets van de wandeling op. Zo merkten we dat vooral de eerste lus aanspraak zou maken op onze beenspieren. Er waren drie hellingen voorzien van respectievelijk 4,9, 5,2 en 7,6 % gepland, net voor de eerste en halverwege de derde was bevoorrading voorzien, beide op het grondgebied van Musson. De wandeling verliep grotendeels langs goed begaanbare wegen, maar eens de gemeente Mont-St.-Martin bereikt, gingen we het woud in en daar was natuurlijk nog niet alle sneeuw en ijs gesmolten en waar er dan gras was, lag die berm aflopend, dus zo simpel om daar op te wandelen was dat niet, dus moest men een goed spoor zoeken op het pad zelf. Hoe breed dat dan ook was, de sporen slingerden wat. De ene wandelaar was wat vaster te voet dan de andere en op het einde van het lange bospad wachtte baankapitein Didier op de hele groep. Hoewel ik moeite deed om niet te vallen (wat me ook lukte), ik was toch de laatste niet, had zelfs nog tijd om een paar foto’s te nemen, want Hans-Joachim kwam nog achter. Ik ging me dan nog gauw discreet verstoppen en toen ik van achter die boom kwam, was de groep weer vertrokken. Gelukkig waren we daar op een geasfalteerde weg gekomen, dus de groep inhalen was geen probleem. Even verder evenwel bereikten we alweer een natuurlijk pad en dat moesten we dan bergaf volgen. Bergaf op ijs en een beetje sneeuw met een slingerend spoor, ik was weer zeer voorzichtig en kreeg gelukkig een steunende arm van Marc (waarvoor dank!!), die blijkbaar een vastere voet heeft op ijs (hij woont dan ook in Andenne). Zo bereikten we voorspoedig de straten van Piedmont (“voet van de berg”
), het drielandenpunt met Frankrijk en G.H. Luxemburg en België. De spaghetti bolognese was waarlijk lekker (en de donkere Leffe had de juiste temperatuur) maar ik had aan een portie genoeg, ging van t-shirt verwisselen (van dat klimmen en glijden had ik het meerdere keren warm gekregen en vriezen deed het die dag niet) en nog wat uitrusten.
Voor de tweede lus, die van Messancy, was een helling van 6,5% voorzien met aan de top een eerste bevoorrading, hoewel het parcours nog wel steeg, hier en daar, maar niet zo uitgesproken. Ter gelegenheid van die eerste wagenrust trakteerde Marc op zijn verjaardag (twee dagen eerder) met schnaps van peren en/of mirabellen, die laatste vond ik nog het lekkerst. Tegen 17:45 uur waren we in de stad Athus waar nog een wagenrust georganiseerd was met een vleestaart. Voor Conrad, een echte vegetariër, had men een vervangend pakketje voorzien, en voor wie wou een kroesje Orval (dus een fles ging over zeker twee kroesjes leeg). Om terug naar Aubange te stappen, gingen we nog even langs de industriezone (“zoning commercial”) en de gewestweg naar het café.
De omlopen waren mooi en dat het ijs nog niet overal gesmolten is, daar kan Didier natuurlijk niet aan verhelpen, wel zorgde hij met zijn helpers voor een piekfijne culinaire verzorging (ontbijtkoeken tijdens de eerste wagenrust, fruitwafels op de tweede van de eerste lus, bananen tijdens de eerste wagenrust, vleeskoek en Orval tijdens de tweede wagenrust van de tweede lus). Het was overigens de tweede keer dat Didier deze tocht organiseerde en eigenlijk verdiende hij wel meer bezoekers, maar ja, ’t is wel een hele eind rijden, hé (al was dat voor 4 West-Vlamingen blijkbaar toch geen beletsel), 2h30 rijden vanuit Denderleeuw. Voor de aanwezige Duitsers en Fransen (uit de streek van Nancy) was het natuurlijk dichter.
Het weer was zonloos maar tenminste droog en dus niet te koud.
Mijn fotoalbum: http://picasaweb.google.be/9470hvds/EuraudaxAthus