1 december: Brussel - San José
Met de taxidienst gespecialiseerd in vervoer naar en van de luchthaven kom ik voorspoedig aan nabij de Delifrance waar ik niet eens de eerste ben. Tegen 06.15 uur (nog Belgische tijd
) vertrekken we met zijn allen naar de “drop off” om daar rap in te checken voor de vlucht naar Madrid. We zijn: reisbegeleidster Marijke en 14 toeristen, zijnde Rita & Remi, Lena & Alex, Andrea & Harry, Carine & Eddy, Monique & Walter, Louis, Josse (die twee delen hun kamers om geen toeslag te betalen) en ik. Twee keer vliegen we in een Airbus 340, die naar Madrid is mooi op tijd, die naar San José loopt wel wat vertraging op, daar is goede bediening aan boord maar geen individuele schermen, enkel schermen in het midden. De meeste groepsleden zitten min of meer samen, namelijk met twee naast elkaar zodat een van de twee aan het raam zit. Ik zit in het midden, aan de gang, maar word gevraagd om een zetel naar achter op te schuiven, op die manier zit ik op de laatste rij, niet de interessantste, al kan ik mijn rugleuning achterover klappen zonder iemand te storen. We krijgen drie keer iets te eten: pasta, rijst of vleesballetjes; broodje hesp en kaas, sandwich, drank à volonté (ook na het eten). In San José gaan we vlot door de controle en we moeten maar een kwartier wachten op de bagage. Gids Gerardo staat ons al op te wachten en buschauffeur Orlando voert ons naar hotel Villa la Condesa in Monte de la Cruz (dus niet in de hoofdstad zelve, maar zowat 45’ noordelijk rijden). Ik ben een van de vier die nog komt eten (samen met Marijke, Carine en Eddy, Louis en Jos komen enkel een kop koffie drinken).
2 december: San José - Poás vulkaan - La Paz watervallen - San José
Het ontbijtbuffet is rijk en ik bekom een warme chocolademelk.
Om acht uur (Costa Ricaanse tijd nu) vertrekken we langs de vele koffieplantages en bloemenboerderijen naar het Poás Nationaal Park (65 km²). De Poás vulkaan, 2708 m hoog, heeft een ontzagwekkende krater die 1,5 km breed is. De vulkaan is nog actief maar vormt geen gevaar voor de bezoeker, we kunnen tot aan de krater komen op een gemakkelijk begaanbaar pad. Het park heeft een weelderige plantengroei en dierenleven. Die wandeling naar de krater is zeer eenvoudig en vordert dus goed. Er schuiven eerst wat wolken over de krater, maar even later ruimen die een beetje plaats zodat we de krater goed zien. We maken een wandeling naar een smaragdgroene lagune, Botos, door het oerwoud over een even gemakkelijk pad, tot tegemoet lopende bezoekers zeggen dat iemand gevallen is. Gerardo spoedt zich naar de plaats des onheils (een terras nabij dat meer) om daar te helpen met de reanimatie (dertig keren pompen en twee keer beademen). Dat duurt lang en de parkwachters roepen het Rode Kruis op (hoe ze daar in geslaagd zijn, zonder GSM-ontvangst is me een raadsel), die zowat een half uur later aankomt (2 personen met zuurstof). Al wie met het slachtoffer niets te zien heeft, wordt gevraagd om via de zelfde weg terug te gaan, en Harry neemt de rugzak van Gerardo mee naar het bezoekerscentrum. Daar bezoeken we de tentoonstelling over de vulkaan en wachten verder op onze gids. Wanneer hij aankomt, bevestigt hij wat Marijke eerder al zei, dat een uur reanimeren in teams helaas niet geholpen heeft.
Vooraleer terug te rijden naar de hoofdstad bezoeken we de La Paz watervaltuinen, waar we eerst genieten van het rijk buffet. We bezoeken een dierentuintje met kolibries, twee soorten apen, vlinders, reptielen en padden. Dit park werd in 2000 open gesteld. Langs een goed begaanbaar pad wandelen we naar twee van de 5 mooie watervallen (de andere drie zijn tijdelijk niet toegankelijk, vier jaar na een aardverschuiving). In totaal is 3,5 km wandelpad begaanbaar, maar dan heb je misschien een hele dag nodig, als je echt alles wil zien (wij zien bijvoorbeeld niet de wilde katten).
3 december: San José - Veragua regenwoud - Cahuita / Puerto Viejo de Limón
Na het ontbijt rijden we richting Atlantische Oceaan (of Caribische kust) met een fotostop voor twee vulkanen en een pitstop waar ik een zakje bananenchips koop. Daar trakteert Gerardo op een guanabana, in ’t Nederlands zuurzak, de vrucht is licht afgeplat, peervormig en vaak gekromd, ze wordt tot 20 x 35 cm groot en is tot 6 kg zwaar. De donkergroene, wittig-groen gespikkelde schil vertoont een ruitjespatroon (die wordt eerst door de gids gewassen, alvorens hij die open snijdt); ieder ruitje draagt een zachte tot 1 cm lange kegelvormige, gebogen stekel. Het vruchtvlees is sneeuwwit, volrijp zeer zacht, vezelig-pappig, sappig en zoetzuur van smaak (ik vind ze vooral sappig, veel smaak heb ik er niet aan, maar dat ligt ongetwijfeld aan mij). Aan de lucht blootgesteld wordt het vruchtvlees snel bruin. De vruchten bevatten vele 1 x 2 cm grote zaden. We rijden vervolgens naar het Veragua regenwoud, het grootst en meest afgelegen nationaal woud. Daar worden we rondgeleid door een parkgids, eerst door het serpentarium. We nemen dan de kabelbaan (“open tram”) neerwaarts om van het benedenstation naar de Waterval van de Poema te stappen (350 treden). Poema’s zien we niet (de naam komt wellicht van de vondst van poemasporen door de parkwerkers die het pad aanlegden), wel kleine dieren. We keren terug naar de kabelbaan, wachten even en zien intussen van ver apen in een boom klimmen. Terug boven eten we kip met rijst, bonen en andere groenten, en volgen de parkgids naar de amfibieën (hij is te rap bij de beestjes die ’s nachts leven, je hebt niet de gelegenheid om ze allemaal te zien in hun terrarium) en de vlinders. Tijdens ons middagmaal begint het te regenen en terwijl we de vlinders in hun tuin zien, regent het nog harder. Maar het is gestopt wanneer we de vlindertuin verlaten en naar de bus terug keren.
We zitten dan ongeveer twee uur in de bus en wanneer we aan het hotel, de Cariblue, zijn, is het donker. We krijgen een welkomstdrank en een verfrissingsdoekje in textiel. We tekenen een formulier, ontvangen een bonnetje voor de badhanddoek voor het zwembad en een kaartje met wachtwoorden voor de Wifi. De kamers maken per 3 of 4 deel uit van een huisje. Het avondeten is normaal niet voorzien maar Hobo trakteert op de 25ste verjaardag met het avondmaal (hartelijk dank en gefeliciteerd !). Maar we aperitieven eerst, en ik kies graag een caipirinha (of caipirita, in ‘t Spaans). De kamer doet wat denken aan die in de Braziliaanse Pantanal of Amazone, met natuurgeluiden, een plafondventilator en een hangmat op het kamerterras. 
4 december: Cahuita Nationaal Park
Vandaag vertrekken we pas om 9 uur. We rijden naar het klein Nationaal Park van Cahuita, waar we eerst onze naam, land, uur van aankomst en gemeente aan een lijst toevoegen. We wandelen ongeveer een kilometer en trachten intussen dieren te herkennen in hun habitat: luiaards, leguanen, eekhoorns, parkieten en zelf merk ik drie brulapen in een boom, dat blijken dan een moeder met haar jongeren, de vader zit in een andere boom. We komen dan aan een plek met picknicktafels, zitbanken, WC en douche. Daar gaan we (Marijke, Louis, Eddy en ik) een poos zwemmen. Het water is kalm en lauw van temperatuur, vervolgens spoelen we ons af in een meertje en keren dan allemaal terug, enkelen onder ons (Marijke, Louis en ik) langs het strand, tot aan het begin van het pad, waar we ons douchen (zonder zeep noch shampoo, zoals daar voorgeschreven is). Cahuita werd in 1970 een nationaal park met de bedoeling het grootste koraalrif van het land te beschermen. 123 soorten vis zijn hier geteld samen met verschillende variëteiten van koraal en andere ongewervelde dieren. Het park bestaat uit een mooi regenwoud en moerasland. We gaan eten, rode poon met saus, per koppel. Nadine en ik verkiezen saus van kokosmelk. We rijden dan terug naar het hotel, ik maak de bagage (groot & klein) klaar, schrijf en bezegel postkaarten en profiteer dan van de hangmat tot het tijd is om alweer te gaan eten. Eerst wandelen we wat in Puerto Viejo om dan bij de Italiaan te gaan. Bij terugkomst aan het hotel geef ik de bonnen terug en ga dan de grote valies aan de deur zetten.
5 december: Cahuita / Puerto Viejo de Limón - Tortuguero
We vertrekken iets later want de ontbijtdozen (met belegde boterham, fruitsap en stuk fruit) staan nog niet klaar. Wij eten in de bus, ook Luis, al rijdt hij verder veilig. Aanvankelijk rijden we een heel eind van waar we twee dagen eerder kwamen. Om ongeveer half negen stoppen we bij een restaurant, “El Ceibo”, voor een iets ruimer ontbijt (in buffetvorm), waar ik roerei en stukjes Frankfurter worst neem met een snee brood, en nadien een bordje fruit (ananas, watermeloen, papaja). Na een uurtje en een foto van een ceibo boom (een Nederlandse naam lijkt niet te bestaan, “gespierde boom” lijkt wel op zijn plaats, zie maar naar de foto’s
), volgens Gerardo kan die 650 jaar oud zijn, maar heel zeker is dat niet. Bij ons kan je de leeftijd van de omgehakte boom bepalen aan de ringen in de stam, maar daar niet omdat er maar 2 seizoenen zijn, droog en regenseizoen. We rijden dus naar de kade, Caño Blanco, en varen dan met de boot, bestuurd door Hanibal, naar onze Evergreen lodge in Tortuguero, het belangrijkste nestgebied voor zeeschildpadden, een bedreigde diersoort. Normaal gaat die vaart in een keer, maar Hanibal stopt wel eens om een dier te fotograferen, en ook in de bochten vaart hij wat langzamer.
Bij aankomst krijgen we weer een lekkere welkomstdrank en we kunnen meteen de kamer betrekken, de sleutel steekt al in ’t slot. We hebben een uur om ons te installeren, het middagmaal is in buffetvorm. Na de middag bezoeken wij de Sea Turtle Conservancy, waar we uitleg krijgen middels een video over de werking van dat centrum, het verzorgen van de schildpadden en de research die er gedaan wordt. We wandelen dan via het strand – helaas geen schildpad te zien – naar het dorpje, waar we wat rondkijken op de stalletjes waar iets kan gekocht of verbruikt worden. In de onmiddellijke buurt pikt de boot ons weer op om ons naar ons verblijf te voeren. We gaan eens kijken waar dat vieruurtje, dat ons beloofd is, zou kunnen plaats vinden, maar dat blijkt dan voor morgen op het programma te staan. De meesten onder ons gaan zwemmen en in het bubbelbad en de massagebaden.
Om 18.30 uur verzamelen we aan de poolbar voor een aperitief (voor mij nog een caipirinha) alvorens te gaan eten. ’s Avonds lig ik al zalig te slapen wanneer ineens een hevige stortbui losbarst, later in de nacht volgt er nog ene, en tussendoor regent het gewoon.
6 december: Tortuguero
Na het ontbijt varen we een toertje om wilde dieren te zien en indien mogelijk te fotograferen: apen, reigers en aanverwanten, leguanen, waterschildpadden en zelfs een kaaiman. Er zijn verder ook vele soorten kikkers, tropische vogels, toekans, papegaaien en vissen. Voor en na het middagmaal luier ik in de schommelstoel op mij terras. In de namiddag maken wij een bijkomende tocht in de andere richting op de kanalen op zoek naar de mooie flora en fauna van dit Caribische gebied. De kaaiman die we dan treffen, drijft dicht tegen een aanlegsteiger en laat zich verleiden om tot tegen de motorboot te komen alvorens onder te duiken. We keren dan terug voor het vieruurtje: de drank betalen we zelf en we kunnen gratis koekjes en kleine empanadas eten.
7 december: Tortuguero - Arenal National Park
We nemen dezelfde waterweg terug, eten opnieuw (nu voor de middag) in El Ceibo en rijden verder tot Arenal, met een fotostop hier en een “pipistop” daar (in Muellos, namelijk, waar ik een ijsje eet en bananenchips koop). In het Royal Corin hotel krijgen we ook al een verfrissingsdoekje en een welkomstdrankje. Ik heb een sjieke kamer met een sjieke douche, de eerste waar ik de douchesproeier kan afhaken (zoals thuis). De Happy Hour is in de bar want de andere bar op de 5de verdieping is bezet wegens huwelijksfeest. De beloofde hapjes verschijnen evenwel niet op de toog. Ik drink een “briza” (flauw drankje) omdat ik caipirinha niet in de lijst vind, maar even later blijkt dankzij Louis dat ze dat wel kunnen mixen. In “La Nación” zie ik tegen wie de Belgen in Brazilië de eerste ronde zal spelen: Algerije, Rusland en Zuid-Korea (de foto van H.-M. Son is gedateerd, want nog in HSV-shirt
).
8 december: Arenal Nationaal Park
Om half negen vertrekken we naar het nationale park, waar we door het woud wandelen en na een splitsing over stenen tot een panoramisch punt komen. Daar bewonderen we de mooie conische vorm van de vulkaan en het meer met dezelfde naam. We keren even terug over de rotsstenen en kiezen dan voor het Ceibopad, waarlangs ook zo’n “gespierde boom” staat. We zien en fotograferen ook toekans, korte snavel vogels, goudhazen, enzovoort. We rijden dan, via het hotel om Louis op te pikken, naar Arenal stad. Daar drentel ik een uur rond, werp een blik in de kerk, en loop wat winkels in en uit. In de namiddag geniet ik na van de warmwaterbronnen van het hotel, al is het eigenlijk de bedoeling eerst in het bad met het koude water te plonsen. Omdat het zondag is, werkt niet alles naar believen, hopelijk morgen wel.
Voor het avondmaal genieten we nog eens van het “happy hour”, opnieuw in de bar bij de receptie en opnieuw zonder hapjes. Tijdens het eten speelt een muzikant enkele deuntjes op gitaar en zingt erbij. Op de kamer gekomen, zie ik een bordje met wat hapjes, ik denk dat het de bedoeling was dat die hapjes nog warm waren, maar dat is intussen niet meer het geval.
De eerste helft van de reis is gedocumenteerd in dit fotoalbum: https://picasaweb.google.com/9470hvds/CostaRica13a