Dag 11, 13.12.2011, Puerto Natales - Torres del Paine
Na het ontbijt bollen we naar het nationaal park, onderweg stoppen we voor een bezoek aan de grot van Milodon. Dat is een natuurlijk monument, 24 km noordwest van Puerto Natales en 270 km noord van Punta Arenas. Het monument is gesitueerd langs de flanken van de Cerro Benitez bergen. Het omvat meerdere grotten en een rotsformatie genaamd Silla del Diablo (Duivelsstoel). Het monument is belangrijk voor de ontdekking in 1896 van huid, botten en andere delen van de Mylodon darwini ofwel reuzenluiaard. Aan de ingang van het monument is een levensgrote replica van de prehistorische Milodon, wat een erg grote herbivoor is, wat lijkend op een grote beer. Het werd uitgeroeid aan het einde van het Pleistoceen. Wat verder stoppen we voor een kop koffie en voor foto’s. De Andesketen, zo vernemen we, begint in Colombia aan een vallei en eindigt in de Straat van Magellaan en is 7240 km lang. In Cerra Castillo stoppen we voor een half uurtje in een cafetaria met souvenirwinkel waar ze ook Belgische chocolade hebben van een mij onbekend merk, maar ik behoef enkel een paar flessen water. we rijden verder naar het Nationaal Park Torres del Paine en “paine” is een Indiaans woord dat blauw betekent, het blauwe van de meren. Het Lago Sarmiento (genaamd naar een Spaans wetenschapper) ligt er zo uitzonderlijk rimpelloos bij dat je er “puzzelfoto’s” kan maken met de bergen in het water gereflecteerd. Eten doen we aan de Lago Azul waar we ook foto’s nemen. De volgende fotostop is aan de watervallen van de Paine, de rivier die deze watervallen voedt. Het lijkt wel een miniatuurversie van de watervallen van Iguazú met zelfs een “halve” Duivelshals.
De Lago Amargo is een zoutmeer en de guanaco’s komen er voor het zout, niet zozeer voor het water. Nino reserveert onze plaatsen in het buffetrestaurant voor ’s anderendaags en later rijden we via de Puente Weber over de Painerivier. Die houten brug van Weber dateert van 1984 en zal wel dienen tot de nieuwe brug met begonnen wegdek klaar is. Het Hotel Rio Serrano ziet er misschien nieuw uit maar er komt alleen koud water uit de douche waar de kop vast zit, niet afneembaar aan een slang zoals thuis. Binnen dezelfde betonnen omheining staan nog gebouwen, twee ervan lijken bewoonbaar, een derde dient blijkbaar om aanhangwagens onder te parkeren. Om 19.30 uur biedt het hotel een welkomstdrank aan (joepie) en om 20 uur gaan we eten. Behalve warm water is hier ook geen GSM-ontvangst. Na de pisco sour en het lekker eten met 2 glazen wijn inbegrepen gaan Lucie, Myriam en ik in de tuin en zelfs over de afsluiting tot de Río Serrano wandelen, even later gevolgd door Marleen en Jeannine, en dan Daniel die ook zijn fototoestel mee heeft. Terug in het hotelgebouw zie ik dat mijn batterij van het fototoestel opgeladen is, Myriam daarentegen geraakt niet “op” het internet.
Dag 12, 14.12.2011, Torres del Paine
Na het ontbijt vertrekken we om negen uur met meteen een fotostop om de Serranovallei met het hotel en de andere gebouwen te fotograferen. Dan rijden we naar een camping om vandaar een wandeling te maken langs de waterval van de Salto Grande. Het lijkt hier de Pyreneeën in het kwadraat: besneeuwde bergtoppen en een bergrivier met waterval, het vallende water maakt een “lawaai” dat me alweer herinnert aan de watervallen van Iguazú. Verder gaat het bergop en bergaf over een toch wel gemakkelijk pad naar het uitkijkpunt Cuernos. Daar pauzeren we om meer foto’s te maken en af en toe horen we het gekraak en gedonder van de gletsjer waar een stuk ijs afbreekt. We nemen dezelfde weg terug en Nino wacht pas aan een afslag: in plaats van rechtsaf te vervolgen, snijden we af en gaan rechtdoor. Dat de lokale gids nogal ver vooruit blijft gaan, zint Marleen niet zo, dat gedrag past ook niet voor een gids. We rijden dan naar dat buffetrestaurant. Daar moet men kiezen uit een van de 4 menu’s, en net als Jeannine en Daniel kies ik voor zalm (met pasta voor mij en salade voor iedereen naar keuze), maar ik krijg een flinke blok, bijna zo groot als hun vismoten samen, ik krijg hem dan ook niet helemaal opgepeuzeld. Voordien hebben we allen soep gehad, en dessert genomen en iets gedronken (een frisdrank is inbegrepen, daarnaast heb ik ook bier). Na betaling en bezoek aan de sanitaire infrastructuur rijden we naar een andere parking voor een wandeling van heen en terug ongeveer 4 km. Die begint langs een leuk pad en dan een wiebelende brug waar je met maximaal zes personen tegelijk over mag, en wat Daniel graag doet wiebelen.
Even verder valt Jeannine en bezeert zich aan het been (schaafwonde), Rob blijft bij haar en Marleen (die na de ochtendwandeling wat last heeft van haar knie). Myriam, Lucie, Daniel en ik volgen Nino over het stenen strand naar het pad dat naar een uitkijkplatform leidt. Eens te meer loopt Nino te ver voor maar we kunnen ons niet vergissen en laten hem gaan. De Grey gletsjer is toch nog ver van ons vandaan, de ijsschotsen zijn niet talrijk en het waait er flink. Na enkele minuten en talrijke foto’s keren we langs hetzelfde pad terug. Deze keer blijft Nino een eind achter en steekt dus geen helpende hand uit aan twee iets moeilijker stukjes van de afdaling. Tja, zo hadden wij vier niets aan hem, we zouden het ook zonder hem kunnen doen hebben… Op de parking treffen we het gezelschap dat niet of een kort eindje mee gestapt heeft en we keren terug naar het hotel. Marleen heeft grote dorst en vraagt wie er mee gaat iets drinken, enkel ik vergezel haar voor een flink pint (Marleen) en een pisco sour (bij gebrek aan een calafate sour…). Nadien ga ik douchen en mijn grote en kleine bagage zo ver mogelijk klaar te maken voor onze transfer morgen naar Puerto Montt. Die avond speelt Universidad de Chile overigens tegen Bolivië voor een of andere Zuid-Amerikaanse beker, een erg luidruchtige supporter zal wel blij geweest zijn met de thuiszege, wij horen hem tot een verdieping hoger waar we zitten te eten.
Dag 13, 15.12.2011, Torres del Paine - Punta Arenas – (Puerto Montt) - Puerto Varas
Na het ontbijt vertrekken we met een groter busje zonder aanhangwagen naar de luchthaven van Punta Arenas, dus zuidwaarts. Eerst stoppen we aan Villa Tehuelcha voor een flinke pistolet, voor mij met ham en kaas, de broodjes worden belegd en opgewarmd. Marleen krijgt haar pompoensoep niet helemaal opgelepeld, dus kan ik bevestigen dat deze ook lekker is. bij aankomst in de luchthaven van Punta Arenas blijkt dat de Chileense vulkaan Puyehue sedert afgelopen zomer (onze zomer, hier was het dan winter) as blijft spuwen en voorlopig gaat de vlucht van ongeveer 18 uur niet op. We krijgen wel onze boordkaarten maar houden onze bagage nog bij. Om 17.30 uur zouden we weten waar we aan toe zijn, maar we moeten zo lang niet wachten, want Nino geeft elk van ons een document om te ondertekenen. Ik had het bijna gelezen (heel de tekst was in het Spaans zonder vertalingen), het komt er op neer dat we recht naar Santiago de Chile vliegen zonder tussenstop in Puerto Montt, en geen vergoeding moeten verwachten. Daar zien we dan wel hoe we in Puerto Varas geraken, Marleen heeft in ieder geval druk telefonisch contact gehad. We geven onze bagage dus af, krijgen ons paspoort met roze papiertje en boordkaart van Nino terug en begeven ons naar de controlebalie waar het bij iedereen piept, maar we mogen allemaal door en even later zelfs inschepen. À propos, het is als voorzien LAN die ons vervoert, een Zuid-Amerikaanse maatschappij met filialen in enkele landen en met blijkbaar een goede reputatie bij reizigers naar deze landen. Aanvankelijk zit ik tussen twee oude dozen die “mijn” zitplaats hadden bezet met hun jas en handtas. Marleen heeft een rij van 3 zetels voor zich alleen, aanvankelijk zit ze in het midden, maar ze schuift spoedig op naar het raamplaatsje. Zodra de gordels los mogen, verhuis ik naar de plaats naast de doorgang, dus een zitje tussen mij en Marleen houdend, Jeannine verhuist naar de plaats, ook naast de doorgang, naast haar Rob, die plaats was nog vrij. Aan de andere kant van Rob zit een vieze vent die de hele dag zat te snotteren zonder een zakdoek te gebruiken, behalve dan aan het einde van de reis… Op het TV-scherm, als het geen veiligheidsvoorschriften zijn, komen eerst enkele Champions’ League doelpunten en dan een film van Robert Redford met Charlie Sheen, “The Way”, over de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Het verhaal op zich boeit me niet, en wat voor mij belangrijke plaatsen zijn, zoals O Cebreiro, zijn niet in de film opgenomen, anderzijds hebben de hoofdkarakters het zich wel erg gemakkelijk gemaakt waar het overnachtingen betreft, zo logeren ze in het poepsjieke hotel rechtover de kathedraal van León. Maar kom, ze waren toch vóór ons in Santiago (resp. in Spanje en wij in Chili) aangekomen.
Weldra krijgen we ook iets te drinken (ik kies een sinaassap) en een doos met drie knabbels.
Na ontvangst van onze bagage treffen we Hugo en een extra buschauffeur, die ons naar Puerto Varas zullen brengen (al moet de extra buschauffeur niet rijden). Hugo spreekt behoorlijk Engels en Marleen verneemt van hem dat hij voordien als gids gewerkt heeft maar als chauffeur meer verdient. Om ongeveer 23.10 uur stoppen we voor een snack met frisdrank in een autostradecafé. We bollen dan verder tegen ongeveer 100 km/h, maar er moet op tijd gestopt worden voor een péage.
Dag 14, 16.12.2011, Puerto Varas - Bariloche (Argentinië)
Ik vang enkele uiltjes en om ongeveer 8 uur ’s morgens stoppen we voor ontbijtkoffie (oploskoffie) of thee, de tweede chauffeur eet zijn grote pistolet met kaas ter plaatse, wij doen dat in de bus. De helft van de broodjes zijn met kaas en de andere helft met kaas en vlees. Het was me al opgevallen dat ook in Chili, zoals in Argentinië en Brazilië, eten en roken blijkbaar niet samen gaan, zo zijn in dit koffiehuis enkele zachte aanmaningen om niet te roken aanwezig. Op een bordje staat de tekst: “Gracias de no fumar” (bedankt om niet te roken). Rob maakte daarvan: “Het is gratis als je niet rookt.” J Waarop hij het compliment van Marleen oogstte dat zijn kennis van het Spaans elke dag verbeterde. Rond tien uur komen we in het centrum van Puerto Varas aan, maar de catamaran om het Llanquihue-meer over te steken halen we niet meer. Wij rijden naar het hotel (Hotel Solace) waar we normaal moesten overnacht hebben, daar heeft men ons twee kamers ter beschikking gesteld om ons te verfrissen, de koppels benutten de ene kamer, en de singles de andere. Om half twaalf ’s middags zijn we weer samen en worden naar een stijger gereden waar een motorbootje twee toeren maakt, eerst met Marleen, Myriam, Rob en ik (Jeannine blijft liever aan wal), dan met Lucie, Daniel en Maja. Wanneer zij terug zijn, gaan we eten, getrakteerd door HOBO, want normaal is het regime in Chili half pension. Ik kies een gegratineerd krabgerecht, iedereen krijgt een pistache-ijsje. Dan voert Hugo ons naar het busstation waar we in een dubbeldekker instappen. Wij zitten beneden en blijven er want Myriam gaat boven poolshoogte nemen en komt vertellen dat het er vuil is en stinkt naar voeten. In Osorno, genaamd naar de vulkaan die we van op het meer Todos los Santos zagen, haalt de bus nog passagiers met bagage op, naast mij komt een oudere man zitten, Marleen, die haar buur Myriam had aangespoord wat meer vooraan een plaats aan het raam in te nemen, krijgt ook gezelschap. De douaneformaliteiten aan de buitengrens van Chili verlopen behoorlijk vlot, wel houdt de bediende het formuliertje dat wij vijf dagen geleden invulden. Intussen is al goed te zien wat een laag grijs as de vulkaan heeft uitgestoten maar hoe dichter we de grens met Argentinië naderen, hoe hallucinanter het beeld. Ineens stopt de bus: een vrachtwagen had kennelijk zijn lading verloren (de vorige nacht, volgens mijn buur, maar het is nu al namiddag): bier en water voor de verkoop. Wanneer de buschauffeur zijn korte babbel met de carabinieros gehad heeft, rijdt hij verder. En pas later komen we aan de Argentijnse grenspost… Iedereen moet natuurlijk uitstappen en omdat wij 8 ons douanebriefje al bij de Chilenen hadden achtergelaten, moeten we een nieuw invullen. Een douaneambtenaar doet de buschauffeur diverse reistassen uit de ruimte halen, wellicht een steekproef zoals in de luchthaven van Trelew. Maar nu wordt de bus met alle inzittenden opgehouden, en dat zint de chauffeur steeds minder. Uiteindelijk kan hij vertrekken en rijdt gezwind naar Bariloche. Daar komen we om ongeveer 22.30 uur aan. Daar is ook de lokale gids Alessandra met twee chauffeurs, ene voor het busje en ene voor de bestelwagen voor de bagage. Maar eer we onze bagage hebben duurt dat nogal ook al worden we door Alessandra en de twee chauffeurs bijgestaan. Er wordt beslist niet meer te gaan avondmalen en we rijden recht naar Hotel Design Suites.
Puerto Varas ligt in het merengebied of Los Lagos zoals de Chilenen dit mooie deel van Chili noemen. Het origineel, door de Puyehue getorpedeerd, plan was om vandaag van hier in een combinatie van busritten en bootvaarten over drie meren, lago Nahuel Huapi, lago Frias en lago Todos Los Santos, in Bariloche te geraken. Dat stadje heeft een aantal authentieke huizen en een grote kerk in Duitse stijl.
Dag 15, 17.12.2011, Bariloche
Alessandra en de chauffeur halen ons op voor een rondrit die begint langs het meer en het dan de rug toekeert. San Carlos de Bariloche ligt 750 m boven de zeespiegel, er wonen ongeveer 130.000 mensen en het is gesticht in 1902, behoorlijk jong nog, dus. De Tornador, 3500 m hoog, is de berg op de grens met Chili, hij heeft een gletsjer die snel aan het smelten is. Tijdens de rit zien we het Nahuel Huapi meer en de Limay rivier waar je de overgang van de pieken van Patagonië naar de bossen van de Andes kan bewonderen. Wij volgen weg 65 stroomopwaarts de Traful rivier en hebben een adembenemend uitzicht over het meer. Wij volgen de boorden van het meer tot Traful en verder door naar Puerto Arrayanes. Vandaar gaat het richting El Portezuelo en volgen wij de route langs de zeven meren. De weg loopt tussen de meren Correntoso en Espeyo tot Villa la Angostura, een pittoresk Alpendorpje. Tijdens een pitstop vertelt Alessandra mij dat zij thuis 30 kruiwagens vol as uit hun tuin gehaald hebben, nadien laat ze in de bus een mapje foto’s rondgaan van de vulkaan en al de as die hij al achtergelaten heeft, tot 500 km ver. De hoeveelheid trucks die met al die as zouden kunnen gevuld zijn, zouden achter elkaar opgesteld vijf keer rond de aarde geparkeerd kunnen worden. De burgers krijgen geen enkele tegemoetkoming van de overheid, tenzij hier of daar uitstel van betaling, vertegenwoordigers van de overheid waren eens komen overvliegen in een helikopter, maar zelfs toeristen hebben een beter beeld van de situatie.
In Villa La Angustia staat een kasteel waar Evita Perón nog gevangen gezeten heeft, en waar nu de gouverneur van Neuquén woont. Een eind verder stappen we uit en wandelen tot het strand vol vulkanische steentjes. Dan eten we lekker alvorens het centrum van het stadje even te bezoeken, maar de meeste winkels zijn dicht wegens siësta. De chauffeur voert ons naar Bariloche voor een stadswandeling. Alessandra geeft uitleg over het centrale plein met o.a. het stadhuis en het Museum van Patagonië wat, net wanneer zij het aanwijst, de deur sluit. Het hout aan de gevel van het politiekantoor is anders omdat het kantoor op zijn tijd in brand gestoken wordt tijdens betogingen ter nagedachtenis van twee winkeldieven die vorig jaar door de politie werden gedood. We nemen dan afscheid van Alessandra en gaan elk onze gang zodra we afgesproken hebben dat we om 18.20 uur per taxi terug naar het hotel zullen keren. Na een paar foto’s van het meer wandel ik de winkelstraat, Avenida Bartolomé Mitre, af, wissel mijn Chileense Peso’s om voor Argentijnse, koop in een supermarkt een flesje water en in een kledingzaak 2 mutsen met vlechten voor Annemie en Mark (hetzelfde design maar andere kleuren). Ik keer terug via een artisanaal marktje waar ik Marleen zie, en even later ook Jeannine & Rob. Samen gaan we naar de plaats van afspraak waar ook Myriam, Lucie en Daniel hun opwachting maken. Met twee taxi’s bereiken we het hotel, waar ik als eerste in de kamer aan kom en de kans grijp om een jacuzzibad te nemen, nadat ik eerst het vulkaanstof van mijn voeten gespoeld heb.
Ik maak me dan klaar voor het avondmaal en ga nabij de receptie nog wat het internet bezoeken. We eten in een Duits restaurant, als hoofdgerecht neem ik goulash met frieten, drink een donker bier van een brouwerij van Bariloche.
Bariloche (voluit: San Carlos de Bariloche) is een stad in het departement Bariloche in de provincie Río Negro in Argentinië. De stad ligt in het hart van het Nationale Nahuel Huapi-park en aan de oever van het Nahuel Huapi-meer. Qua uiterlijk heeft de stad een sterk Centraal-Europese voorkomen, aangezien de voorvaderen van veel inwoners van uit Duitsland, Zwitserland en Noord-Italië afkomstig zijn. Zowel de stedelijke architectuur met zijn Zwitserse chalets als de economie, die sterk op het toerisme, chocolade- en keramiekindustrie steunt, getuigt van deze invloed. De chocolade is nog steeds in de handen van een aantal Italiaanse families. Het Patagonia-museum in het Burgercentrum is - naast de chocoladefabrieken - de belangrijkste bezienswaardigheid in de stad zelf. Dit behandelt de geologische geschiedenis van de omgeving en zijn fauna, daarnaast is er aandacht voor Indiaanse kunst. Bariloche, één van de mooiste streken van de wereld, wordt ook wel het Zwitserland van Zuid-Amerika genoemd. Het Nahuel Huapi-meer (Spaans: Lago Nahuel Huapí) ligt in het Nationaal park Nahuel Huapi en heeft een oppervlakte van 529 km², het ligt 765 m boven de zeespiegel en heeft een maximale diepte van 438 m. Het is verbonden met andere kleinere meren, zoals Gutierrez, Moreno, Espejo en Correntoso en er is een eiland, Isla Victoria, van 31 km². De naam van het meer komt van dit eiland in Mapudungun (die wordt gesproken door de Mapuche, Che = Mensen + Mapu = van het land, inheems volk van Centraal- en Zuid-Chili en Zuid-Argentinië): "Eiland van de Jaguar (of Puma)", uit Nahuel, "jaguar (of puma)", en huapí, "eiland". Het meer is zeer gevoelig voor klimatologische veranderingen en heeft een gemiddelde oppervlaktetemperatuur van 7 °C. Kajakken is er een populaire watersport. Het meer is ook het beginpunt van de rivier Limay. Het Nahuel Huapi-meer heeft verschillende (niet inheemse) soorten forellen zoals de regenboogforel, meerforel en beekforel, die hengelaars trekken uit de hele wereld. Hoewel het meer op grote hoogte ligt en ver van zee, leven er ook de kelpmeeuw en de keizersaalscholver (Phalacrocorax atriceps) die eigenlijk zeevogels zijn.
Het Nationaal park Nahuel Huapi is het oudste nationale park in Patagonië in de uitlopers van het Andesgebergte in Argentinië. Het werd opgericht in 1934, maar het hart wordt gevormd door het gebied dat Perito Moreno (die van de gletsjer welke wij zagen van op de catamaran in de buurt van El Calafate) in 1903 aan de federale regering schonk. Het park is ongeveer 7050 km² groot en ligt in het zuidwesten van de provincies Neuquén en in het noordwesten in Río Negro grenzend aan Chili. De grootste stad in het park en een basis voor het toerisme is San Carlos de Bariloche. Ook Villa La Angostura ligt binnen het park. Er zijn vele meren in het park, zoals Nahuel Huapi-meer, Lago Mascardi, Lago Gutierrez, Lago Traful, Lago Moreno en Lago Guillelmo. Het gebied staat bekend als het Argentijnse Lake District. Lago Nahuel Huapi bevat verschillende eilanden zoals Isla Huemul. Het Quetrihué schiereiland in het noorden van het meer is een afzonderlijk nationale park, Nationaal park Los Arrayanes. De berg Cerro Catedral is 2388 m hoog en een belangrijk skigebied. Cerro Tronador, over de Chileense grens, is de hoogste berg in het park met 3491 m. In het noorden grenst het aan het Nationaal park Lanín. Het park heeft een rijke flora met vele biotopen. De hoogte varieert van 700 tot 3000 m. De neerslag varieert van de regenwouden met 4000 mm/jaar op de westelijke hellingen tot de steppen met minder dan 300 mm/jaar in het oosten. De Patagonische cipres is een langzaam groeiende conifeer in het park. Andere plantensoorten zijn onder andere de Arrayanes (mirte), coihues (schijnbeuk, die zagen we ook bij Ushuaia), varens, de cana colihue riet, lengas (die zagen we ook bij Ushuaia), ñires (andere soort schijnbeuk, die ook), amancayes (soort lelie) en arvejillas. De llao llao schimmel veroorzaakt een onregelmatige groei van de bomen en is het symbool van het gebied. Dieren zijn onder andere otters, huemuls (hert), pudus (kleinste hertensoort), guanaco, Maras, parkieten en condors. Enkele bergen zijn Cerro Catedral (2405 m), Cerro Vie Lopez en Cerro Otto.
Dag 16, 18.12.2011, Bariloche - Buenos Aires (ontbijt en avondmaal)
Ik ben nogal rap klaar en gezien zelfs het fruitsap nog niet meteen op het buffet staat, (normaal begint het ontbijt om 07.30 uur maar we vertrekken een kwartier later), geef ik mijn sleutel af. Ik krijg meteen een factuur voorgeschoteld, maar ik heb daar, behalve het ontbijt, niets verbruikt, dus betaal ik niets (ik heb twee avonden eerder, toen we zo laat aankwamen, de soep of het broodje niet aangeraakt, het werd pas om 23.40 uur gebracht…). Om 07.45 uur is onze bagage al klaar en wij dus ook om naar het busstation vervoerd te worden. Daar wachten wij op de bus van Via Bariloche die ons naar de luchthaven van Esquel brengt. De plaatsen zijn niet genummerd, de meesten van ons zitten eerst beneden maar wanneer Jeannine komt zeggen dat er boven nog veel plaats is, verhuizen wij (behalve Maja). Ik doe een paar nodige hazenslaapjes, intussen moet de bus eens stoppen voor een technisch probleem en om iemand een eind mee te nemen. Door die stops komen we later aan bij de luchthaven van Esquel, maar toch nog tijdig genoeg voor de hele procedure. We vliegen met Austral, ongetwijfeld behorend tot Aerolíneas Argentinas, en wel met een Embraer 190, een toestel van Braziliaanse makelij (tenzij die onderneming ook in Argentinië gevestigd is). elk krijgt een koptelefoontje ter beschikking en eens het televisietoestelletje ingesteld, luister ik naar wat muziek van Bocelli en kijk vervolgens naar “Prison Break”. En dat tot het vliegtuig de daling begint in te zetten, we vliegen boven wijken waar in veel tuinen ook een zwembad is, en zelfs over het stadion van River Plate. Het oppikken van de bagage verloopt ook vlot en Marcela staat ons al op te wachten. We betrekken onze kamers in het hotel, Marleen biedt me een drankje aan (een Stout bier) omdat ik haar al eens help met haar handbagage.
Zodra Marcela weg is, installeren we ons en na een tijdje komt Myriam vertellen dat haar nochtans grote kamer stinkt alsof iemand er gerookt heeft. Marleen vraagt haar dan een andere kamer. ’s Avonds is het avondmaal vrij, met Marleen, Myriam, Jeannine, Rob, Lucie en Daniel ga ik een paar straten verder eten en drinken, om dat eten te laten zakken, gaan we een blokje om.
Dag 17, 19.12.2011, Buenos Aires
Er is ruim tijd om uit te slapen en te ontbijten want we vertrekken pas om 10 uur. Het is niet Marcela maar ene Nadia die vandaag gidst, het is wel José die ons rond rijdt. Nadia werkt menigeen meteen op de zenuwen met haar manier van uitleggen, alsof we een groepje dommeriken zijn. we zijn altijd blij de vertaling van Marleen op een normale, volwassen manier te ontvangen. We rijden dus naar Recoleta, een van de gemeentes van Buenos Aires. We passeren aan het stadion van River Plate, 80.000 plaatsen in de tribunes, behoorlijk veel voor een ploeg spelend in tweede klasse.
In Recoleta is het kerkhof waar alleen prominenten hun laatste rustplaats hebben en waarvoor die behoorlijk in de slappe was moeten gelegen hebben, niet alleen kost de grond zelf genoeg, men kan er ook maandelijks laten betalen voor onderhoud en veiligheid (zodat je lijk niet ontvreemd wordt door criminelen die het dan aan je familie voor grof geld weer verkopen). Terwijl Nadia dit vertelt, zie ik inderdaad iemand bezig met poetsen. Men vindt er graven in diverse stijlen, zoals een mausoleum, een kapelletje, en met diverse steensoorten, ook marmer, opgetrokken. Evita Perón heeft er ook haar laatste rustplaats en men noemt het bescheiden, maar het is toch mooi en getooid met diverse herinneringsplaten. Wil je het fotograferen, dan heb je wel wat geduld nodig, want het is een populair foto-onderwerp. Andere graven zijn veel vlotter te fotograferen, en daarom niet minder fraai.
De weg wordt dan voortgezet maar nu stopt José wel aan de Tulp (die niet meer sluit wegens een of ander defect, twee weken geleden liet Marcela hem daar alleen trager rijden). We rijden dan zo’n 80 km verder de stad uit naar Los Cardales (met een stop aan een tankstation met souvenirwinkel voor een sanitaire pauze) waar we de Santa Susana ranch bezoeken. Daar nemen we na een welkomstdrank en hapje foto’s in twee huizen die als museum ingericht zijn. We hebben intussen al gezien van waar we het ringsteekspel later kunnen volgen. Dan maken we een ritje mee in een open koets getrokken door twee paarden gemend door Cirilo. We gaan dan aan tafel voor de asado, de barbecue. Nu is de drank inbegrepen, wijn en water, en de diverse salades worden al op tafel gezet. We krijgen dan met tussenpozen vlees geserveerd, maar ik neem niet alles aan (ik heb geleerd van de churrascaria in Brazilië :wink:). Als dessert krijgen we pastelitos, mierzoete gebakjes. Intussen is de show begonnen in diverse delen, op het einde wordt het behoorlijk populair met enkele meezingers. Er zitten namelijk ook Amerikanen, Nederlanders, Canadezen, Australiërs en enkele Polen in de zaal. Na het eten kijken we dus naar het ringsteken, de gaucho die een erg hoog handende ring haalt, mag hem geven aan een vrouwelijke toeschouwer en krijgt er een kus voor. Van onze groep vallen Marleen, Jeannine en Lucie in de prijzen. Er is dan de mogelijkheid een rit te paard te maken, als ruiter of als passagier, en zo doe ik het, rondgereden door de grappigste ruiter, Cirilo. Nadia vindt het tijd om te gaan maar de stop in de souvenirwinkel onderweg duurt langer dan verwacht.
Wij hebben 2,5 uur om ons klaar te maken voor de tangoavond, men komt ons om 20.30 uur halen. De gaucho's staan symbool voor het leven op de Pampa's en hebben het imago van pionier en volksheld. Vandaag werken zij op estancia's, grote boerderijen voor runder- en schapenteelt, in de vorige eeuw gebouwd met nostalgie naar Europa. Velen lijken op kastelen of kleine paleizen.
Deze keer is Marcela opnieuw onze gids, ze vertelt over Claudio Gardel, een grote naam in de tango maar ik leerde pas over hem toen ik de gids las die ik bij de voorbereidende vergadering kreeg. In de “Esquina Claudio Gardel” krijgen we een tafel in de VIP-ruimte op het balkon. We moeten onze keuze voor de drie gangen en de drank (inbegrepen in de prijs) meteen laten kennen. Het moet vooruit gaan en na de video en het eten worden tafels en stoelen herschikt zodat iedereen een goed zicht heeft. De show is vooral wervelend afgezien van een paar trieste nummers en de dansers zijn professioneel (zo verzekert Marcela ons later). De show mist niet echt enige commercie: men verkoopt er CDs, DVDs en ter plekke gemaakte foto’s (wij zelf mogen ook fotograferen, maar zonder flitslicht). Tegen half een ’s nachts zijn we terug op de kamer.
Wat me opgevallen is in Buenos Aires, is dat op straatnaamborden geen stadsdeel (of parochie of hoe het ook moge heten), zoals Centro, Recoleta, La Boca, Palermo, wordt vermeld zoals dat in Rio de Janeiro wel is, ik hoop dat lezers mij deze vergelijking vergeven. Ik vind het gemakkelijk op die manier te weten waar ik precies ben in een mij vreemde stad. Na het vrije avondmaal bij onze terugkeer uit Patagonië is me ook de bergen zwerfvuil opgevallen, vermoedelijk regelt het stadsbestuur dat anders dan ik bij ons of in Rio de Janeiro gezien heb. Zo heb ik gemerkt dat een paar mensen ’s avonds een zeil trekken over een container met zwerfvuil, en ook heb ik de Argentijnse “collega’s” van ILVA ’s avonds laat zien rijden om vuilnis op te halen. Wat ik in beide steden ook gezien heb, is trottoirs in slechte staat, vooral nabij ons hotel ter hoogte van de bushalte moet je goed opletten en zeker niet met je voeten slepen…
Dag 18, 20.12.2011, Buenos Aires – Iguazú (verlenging
)
Er is tijd genoeg om te ontbijten en ik zie de 5 blijvers nog aan het ontbijt. Dan ga ik mijn reistas in de gang zetten. Terug op het gelijkvloers zie ik Marleen aan het ontbijt en ik houd haar gezelschap. De 5 blijvers komen ook nog eens langs. Het is dan bijna tijd, ik neem afscheid van Marleen en de 5 blijvers maar de bagage staat er nog niet en Marcela heeft de onbeschofte (volgens haar of volgens Marleen) chauffeur met zijn gedeukte en geblutste wagen teruggestuurd, en een andere gevorderd. Met Ricardo aan het stuur van een andere auto worden Maja en ik naar de kleinere luchthaven gebracht waar Marcela ons begeleidt tot aan het scherm waar de vlucht wel op vermeld staat maar nog niet met de poort. Ik koop, beschrijf, bezegel en post nog een laatste kaart, drink een warme chocomelk en tegen dan is de poort gekend. Op het gemak ga ik erheen, de handbagagecontrole verloopt vlot en ik vind spoedig poort 5, maar bezoek eerst de sanitaire faciliteiten. Tegen dat ik normaal moet instappen, blijkt dat de vlucht een half uur vertraging heeft… Maar dat half uur gaat ook voorbij, om ongeveer 12.50 uur begint het inschepen door een gang en een busritje. Ik zit als gevraagd aan de doorgang. De kapitein van de vlucht laat weten dat het in Puerto Iguazú 33°C warm is. J Voor de daling echt ingezet wordt, laat de piloot de Boeing 737-700 genoeg zakken om de passagiers, eerst links en dan rechts, een innemend zicht op de watervallen te gunnen. Al zit ik dus aan de gang, ik zie er wel wat van, ook van het hotel waar ik 2 jaar geleden overnachtte.
Eens de reistas vastgegrabbeld, ga ik op zoek naar de lokale agent. Ik dacht dat Marleen het over een vrouw had, maar ’t is een man, en nog gene lelijke, bovendien vertelt Rodrigo later in de auto dat hij Braziliaan is. Hij gaat ons voor naar de auto die ons door het centrum van Puerto Iguazú (ongeveer 25’ wandelen vanaf het American Portal Iguazu Hotel) naar het hotel brengt. We checken in, betrekken de kamer en ik ga niet naar het centrum, doch naar het drielandenpunt, op zo’n 5’ wandelen. Het is zo te zien een populair plaatsje want er zit nog volk te zonnebaden. Ik ga dan richting centrum, een weg volgend dat parallel loopt met de rivier, maar de straat is wat verder afgezet met een podium. Gezien ik geen zonnemelk noch drinkwater bij heb, keer ik terug, ga aan de receptie een krant lezen en vervolgens het internet afspeuren. Dan is het tijd voor de douche en het avondmaal. Gezien ik een eetbon heb (per dag), is de keuze wat beperkter, maar ik vind toch mijn zin. Eerst moet ik een hele poos wachten op het voorgerecht (empanadas), het hoofdgerecht vlot rapper (pasta bolognese) en het dessert volgt normaal (ijsje van twee bollen). Daarbij drink ik een Quilmes Stout. Ik kijk dan wat TV, o.a. over de betoging in Buenos Aires waarbij de kerstboom in brand wordt gestoken, en wat voetbalnieuws, vervolgens bezoek ik nogmaals het internet. Ineens barst er een knallend lawaai uit: in de buurt wordt een vuurwerk afgestoken en ik ga ook kijken en fotograferen. Daarna is het tijd voor het bed.
Dag 19, 21.12.2011, Dagtour Argentijnse kant
De zomer begint hier en om 07.45 uur worden we opgehaald door Rodrigo en de chauffeur. We nemen het treintje van het nationale park, maar ik hoor geen muziek uit de film “The Mission”, zoals twee jaar geleden wel het geval was. L Aan het eind van de treinrit (er zijn drie stationnetjes) stappen we uit en bezoeken de watervallen, hebben van op diverse paden en platforms zicht op de Duivelshals en verschillende watervallen. Op een pad steken enkele neusberen met hun jongeren het pad over. Tegen 11.40 uur komen we nabij de aanlegsteiger voor de “natte safari”. We kunnen nog foto’s nemen tot de gids (niet Rodrigo, want die wandelt op zijn gemak terug naar het plein nabij de ingang van het nationaal park) ons zegt ons fototoestel weg te bergen in de waterdichte zak (dit is verschillend met de boottocht aan Braziliaanse zijde: daar hield de gids de grote zak bij met alle fototoestellen). Wij krijgen dan enkele douches te verwerken, het is wel hevig, ik houd meestal mijn adem in of hou mij hoofd halvelings weg om nog wat te kunnen ademen. Na een poos verwijderen we ons van die waterval, maar dan krijgen we, van links, nog een golf over ons heen. Nog verder zitten reigers aan de oevers, maar pas wanneer we die niet meer zien, zegt de gids dat we weer kunnen fotograferen… We stappen uit aan een andere steiger, geven eerst onze zwemvest terug en doen wat trappen eer we een overdekt platformpje zien met banken. Daar haal ik mijn spullen uit de zak, en laat deze achter. Nog een trap hoger is nog gelegenheid om te zitten, want daar staan de jeeps voor het laatste deel van de safari. Een tweetalige vrouwelijke gids geeft uitleg over de planten, maar een fotostop is er niet bij, behalve om een tegenligger te laten passeren. Dan komen we terug bij de ingang van het nationaal park. Rodrigo vertelt daar dat de chauffeur weggeroepen is om toeristen op de luchthaven op te pikken. Hij stelt ook meteen dat we naar Puerto Iguazú terug keren en daar in het centrum een broodje kopen, het eten in de restaurants van het nationaal park vindt hij niet lekker. Zelfs wanneer ik opper dat er nochtans buffet is, houdt hij voet bij stek… OK, dan kopen we maar een sandwich, hij gaat niet meer mee tot het hotel, ik eet mijn middagmaal op gezeten op het overdekt terras met zicht op het zwembad. Nadien ga ik wat zwemmen en zonnen, verder is er internet, een dagblad, een douche, het avondmaal (met nog graten in een visring…), en nog wat internet vooraleer ik naar bed ga.
Dag 20, 22.12.2011, Halve dagtour naar de Braziliaanse kant
Terwijl in België wordt gesakkerd op alweer een staking, natuurlijk ook bij het spoor, worden wij om half negen opgepikt voor een bezoek aan de watervallen aan Braziliaanse kant. Argentinië verlaten duurt zo lang niet als Brazilië binnen geraken, omdat het personeel toch zijn uren moet kloppen, een quotum van paspoortstempels per dag zal er niet gehaald moeten worden. J Weldra zijn we aan de ingang van het nationaal park en wanneer Rodrigo onze toegangsbewijzen heeft, stoppen we in de pendelbus. Die heeft enkele stops die wij overslaan, we stappen pas uit aan het Hotel Dos Cataratas, waar ik dus twee jaar geleden overnachtte. Intussen is het overgenomen door Engelsen die er enkele miljoenen hebben geïnvesteerd, volgens Rodrigo. Bij dat hotel beginnen we aan de wandeling die veel korter is dan aan de overzijde, het net van wandelpaden is er niet zo uitgebreid. Toch doen we er lang genoeg over vooral omdat Maja de watervallen nog niet gezien had (de gids is ze misschien al beu gezien). Intussen zien we ook weer neusberen, een leguaan en veel vlinders. Nabij de Duivelshals kunnen we ons verfrissen aan de druppelsluier, blijkbaar doe ik er langer over dan zij, want wanneer ik terug bij de gids ben, zit zij er al. En we blijven er een uur zitten. Had ik dat geweten!! Intussen babbelt de gids met enkele collega’s van andere gezelschappen, en raadt hij Maja aan om veel vitamine C in te slaan want ze heeft blijkbaar een zomergriep opgelopen. Enfin, eindelijk gaan we voort en in de buurt van de lift is nog een panoramisch platform. We nemen dan de lift, de bus tot aan de ingang en dan de auto tot aan Helison voor een helikoptervlucht. Twee dagen eerder besloot ik al dat ik voldoende had aan een vlucht van 10 minuten over de watervallen. Maja zou liever de vlucht van 35 minuten nemen met ook het drielandenpunt en wat van het nationaal park (de top van de bomen) maar als ze alleen gaat, moet ze veel meer betalen, dus het wordt mijn keuze. We moeten dan nog een gezelschap van 6 mensen voor laten gaan omdat de ene helikopter meer passagiers kan meenemen dan de andere, en op die moeten we wachten, net zoals een koppel dat al zit te wachten. Het is dan eindelijk onze beurt, dat koppel stapt eerst in, madam naast de piloot, maar ik zie haar geen foto’s nemen, ik zit achteraan in het midden, maar ik doe toch mijn best voor mooie plaatjes. Nadien wil Helisun ons een DVD met video en foto’s verkopen, maar wij vertrekken naar de souvenirwinkel waar ik destijds een kalender en een arendje kocht. Arendbeeldjes vind ik nu niet, maar ik koop wel een muurkalender. En dan rijden we terug, de gids stapt alweer in de stad uit. Maar deze halve dag duurde toch langer dan de “hele” dag aan Argentijnse zijde.
Terug op de kamer besluit ik weer te zwemmen en te zonnen, ik heb toch geen honger van al die grote porties en drinkwater heb ik wel nog. ’s Avonds krijg ik een ruimere keuze, de pompoensoep, spaghetti met kazensaus en cake van fondant chocolade met een bol pistache-ijs hebben me echt gesmaakt. Het bier wordt eerst gebracht en wanneer ik er al een slok van genomen heb, krijg ik een glas caipirinha aangeboden (andere restaurantgasten ook). J En dan is ’t bedtijd.
Dag 21, 23.12.2011, Transfer in Iguazu naar de luchthaven.
Maar van slapen komt niet veel in huis en deze keer komt het lawaai van buiten, zelfs met het raam dicht: motoren die heen en weer rijden, enkele knallen als van een vuurwerk, mobiele dancings…
Zodra de badkamer vrij is (en mijn wekker is intussen afgelopen) spoel ik het nachtzweet af alvorens mijn gewoon toilet te maken. Ik ga dan ruim ontbijten (twee keer cornflakes met yoghurt, 3 koppen warme chocomelk, bordje fruit) en dan mijn bagage uit de kamer verwijderen. Op de gang naast de kamer is een drinkwaterverdeler (zoals op ’t werk bij cursussen) en daar vul ik mijn waterfles nog eens op.
Ik geef dan de kamersleutel af, betaal mijn drank van de avondmaaltijden en blijf dan in de van airco voorziene ruimtes, op mijn reistas moeten de receptionisten maar letten. J Na wat gesurf op het internet ga ik toch op het overdekt terras met zicht op het zwembad sudoku’s invullen tot ongeveer een kwartier voor de voorziene aankomst van Rodrigo. En hij is weer stipt, heeft nu zelfs een minibusje met chauffeur versierd (misschien moet hij wachten op een groter gezelschap?).
In de luchthaven zijn we behoorlijk rap van onze bagage verlost, ik zeg nog tegen de bediende om de mijne niet te vergeten want die staat nog op de weegschaal. Dan nemen we afscheid van Rodrigo en laten paspoort en handbagage nakijken. Op de boordkaart heb ik al meteen gezien dat er niet 16.05 uur maar 16.30 uur op staat. Maar het wordt nog later en de hostesses wegen van niets want ze werken voor LAN, niet voor Aerolíneas Argentinas. Ineens vallen de schermen met de vluchten uit en ik stuur een SMS naar Marleen, je weet maar nooit of zij op het internet iets vindt. Net wanneer ik haar raad wil opvolgen om een hostess van Aerolíneas Argentinas te vinden, wordt onze vlucht toch omgeroepen. Om 17.05 uur beging het taxiën voor het opstijgen, en we vliegen weer met Austral, dus weer in een Embraer 190 met vier zitjes op een rij. Ik werp nog een laatste blik op de watervallen en neem er een laatste foto van. We krijgen wat turbulentie te ondergaan en op ’t gemak een broodje eten is er niet bij, ’t is nog niet al op of ze komen de dozen al ophalen. Na nog wat turbulent gewiebel komen de buitenwijken van Buenos Aires in zicht, ik neem een foto van dat groot station van River Plate. De bagage is rap opgepakt en Marcela staat me toe te wuiven. Het heeft duidelijk geregend in Buenos Aires, volgens haar al van gisteren met buien, en daarbij is het afgekoeld, onderweg zie ik 15,5°C staan. Van een gebouw dat er uitziet als een abdij denkt Marcela dat het de vesting is van een maritiem schoolmuseum. Pedro rijdt gezwind van de ene naar de andere luchthaven. Daar nemen we afscheid van Marcela en schuiven aan om de bagage in te dienen, de controle te passeren, het inwijkformuliertje af te geven en poort 20 op te zoeken. Het is hier maar povertjes om een goeie te drinken op de goede afloop, hopelijk in Madrid, anders thuis. Ik bel nog even met Marleen (mijn SMS geraakt niet verstuurd), zo is zij gerust. Om ongeveer 22.15 uur begint het inschepen, ik zit rechts aan het raampje. Het taxiën begint eindelijk om 23.05 uur. Ik probeer de koptelefoon uit, maar uit geen van de 12 kanalen komt mooie muziek en de volumeknoppen lijken niet te werken, dus steek ik hem weer in het plastiek zakje. Door een dutje onder de deken te plegen, “mis” ik net de warme maaltijd, maar ik vraag er niet om. Op de vraag wat ik wil drinken, antwoord ik wijn, maar ik heb in Argentinië en Chili veel beter veredeld druivensap gedronken.
Dag 22, 24.12.2011, Aankomst te Brussel via Madrid
Wat later gaat het licht weer uit en dan slaap ik echt tot ongeveer half negen (of half 1 ’s middags in West-Europa), wanneer het ontbijt verdeeld wordt, nu krijg ik wel een portie met croissant, broodje, karamelpasta, yoghurt en banaan. Dan begint weldra de landing, mijn bagage laat niet lang op zich wachten, ik begeef me met loopband en pendelbus van terminal 1 naar terminal 4 waar Iberia zit. Omdat de vlucht nog niet vermeld staat op de schermen, ga ik info vragen en ik word naar de machines verwezen waar ik mijn bagagelabel en boordpas met zelfgekozen plaats (8A) laat uitprinten. Ik bevestig mijn bagagelabel zelf aan mijn reistas, kleef het controlestrookje er op, de referentieklever op de keerzijde van het kortste stukje van de boordpas en ga dan mijn bagage afgeven. De poort waar ik moet zijn om ten laatste 19.15 uur is ergens in H, J of K. ik kuier wat rond, en ga een stukje eten (koude schotel van gerookte zalm en zelf samengestelde salade), de witte wijn is ook niet veel zaaks. Dan ga ik in de hall van de poorten zitten dichtbij een scherm zodat ik op tijd kan zien waar precies ik moet zijn. Het is dan toch een eindje, alles verloopt vlot en Iberia deelt de luchthavencode met LAN, de Zuid-Amerikaanse maatschappij waarmee we in Chili gevlogen hebben. Er zitten zeer weinig passagiers en dus komt mijn reistas erg spoedig op de bagageband. Ik haal er eerst mijn winterjas uit en vind weldra een goede ziel (Mark) die mij naar huis voert, daar kom ik aan om 22.50 uur (dus nog tijd om een goeie te drinken op de hele mooie en geslaagde reis en het toffe gezelschap van Marleen, Myriam, Jeannine, Rob, Lucie en Daniel).
Mijn fotoalbums zitten hier:
https://picasaweb.google.com/109951132656031235080/BuenosAiresPatagonieEnIguazuwatervallen11Deel1
en
https://picasaweb.google.com/109951132656031235080/BuenosAiresPatagonieEnIguazuwatervallen11Deel2