Deze nacht had ik niet zo goed geslapen, er was te veel rumoer in mijn onmiddellijke omgeving. J In ieder geval, vandaag kwamen we aan in dezelfde stad als waar we met de bus vertrokken. De start van het parcours was niet helemaal hetzelfde, zo bereikten wij de Belgische grens niet langs de gebruikelijke gewestweg, we waren er ons zelfs niet van bewust. Ineens zag ik nogal veel auto’s samen met Belgische nummerplaten, de postbus zag er ook Belgisch uit net als de bushalte. Omdat we niet in taverne “Le St.-Germain” in Mons terecht konden, weken we uit naar Obourg, via Goegnies Chaussée, Quévy le Grand, Harveng, Harmignies en St.-Symphorien. In de voetbalkantine kregen we van de vrouw van voorzitter Fernand onze broodjes, mijn consumptiebonnetje en nog wat opleg wisselde ik uit voor een donkere Leffe (tja, ik weet niet of ze daar picon hadden voor in het pintje). De stoelen stonden er nogal dicht bij elkaar, wat niet praktisch is om zelfs maar kousen uit te trekken, en dan zat ik nog op de hoek van de tafel. Intussen was de voorzitter van de wandelclub van Binche er ook aangekomen, met zijn hondje en met in de andere hand folders voor de Marche de la Thudinie (ik ben al ingeschreven). Nadat mijn trappist was uitgedronken, ging ik mijn voeten verzorgen en nog wat buiten zitten.
Het werd dan tijd om naar Neufvilles te stappen, via het kerkhof van Casteau en ook al niet langs de wegen die we van voorgaande jaren kennen. Bovendien bereikten wij de cafetaria van de plaatselijke voetbalclub via de andere kant, niet via de steenweg waar het altijd bedrijvig is wat een beetje een kermissfeer geeft. Ik had Eddy (neofiet in deze vierdaagse) al wijsgemaakt dat we tomate crevette zouden krijgen, maar ik zat er naast. Het was tonijnsalade maar dan wel met weinig mayonaise, denk ik, want het smaakte behoorlijk droog. Daarbij waren groentjes en een aardappel in de eetbare schil. Na dat eten ging ik me verfrissen en mijn voeten verzorgen, vooraleer bij Luc langs te gaan. Mijn achillespees “trok” wat, het deed geen pijn maar ik voelde een bolletje, en vreesde dus voor een spierontsteking. Dat kon Luc wel beamen en hij masseerde mijn hiel met flexiumgel, zelf ’s anderendaags in de apotheek te halen. Nadien verpoosde ik nog wat, liever in de lommer want in de zon was het behoorlijk warm.
Vooraleer verder naar Braine le Comte te stappen, verzamelden de vrouwen voor een groepsfoto (ik verwacht die nog per mail), er waren genoeg fotografen. Vanaf hier was het parcours ongewijzigd en in Braine le Comte had ik nog een half uur te kletsen met Jill, Sue en Shaul (een der twee Israëli’s) voor we gezamenlijk zouden vertrekken. Net op tijd kwamen Paul en Léo aan met Frans wiens rug geblokkeerd was en erg schuin aan de arm hing van afwisselend Paul en Léo. Luc liet daar weten aan hen hoe je het best Frans ondersteunt, hoe je zijn arm vast houdt. Zo gingen wij verder naar Tubize via nog 3 wagenrusten. Onderweg stonden Kadees André en Erna iedereen aan te vuren alsook de ouders van Marcel en de vriend van Vicky die door haar vader werd gesteund, vooral moreel dan. Na de laatste wagenrust hield het fietspad aan de rechterkant van de steenweg op en ik stak die steenweg over, daar was ook geen fietspad, maar ik zag dan tenminste het verkeer op me af komen. Waar de bebouwing dichter werd, zag ik Raymond verpozen en dat bleek dan aan het huis van kinesist Luc. Hij feliciteerde me met “Proficiat Annemie!” Ik moet wat verdwaasd geweest zijn (ik was wel moe maar niet zo erg dat ik er als een zombie bij liep) want ik zei dat Annemie er niet bij was. Ik merkte beweging aan de rand van mijn zichtveld, keek om en zag daar mijn allerbeste vriendin met Mark, haar “sjoeke”. Wat een fijne verrassing!!!
Samen gingen wij verder en toen we de voorlaatste bocht namen, fotografeerde ik mijn persoonlijke supporters alvorens mijn fototoestel aan Mark uit te lenen. Intussen kwamen Léo en Frans eraan en ik liet hen door. Aan de aankomst werd over en weer gefeliciteerd, ook door Marleen die Paul en mij kwam halen.
Wij gingen dan binnen en terwijl Paul nog zijn public relations aan ’t verzorgen was, gingen Marleen en Mark onze bagage zoeken en Annemie en ik zochten een plaatsje in de zaal, dat we ook vlot vonden. Ik had dan al een donkere Leffe in de hand, mij geschonken door Stéphane, en binnen konden wij verder deelnemers feliciteren. Overigens was er nog een vierde opgever, naast Stéphane, Roland en Daniel: Rinde, een Nederlandse die een week eerder, ook al voor de eerste keer, deelnam aan de Superaudax, maar daar was ze wel succesvol. Intussen werd er al gespeecht en weldra was het tijd om recht te staan tijdens het spelen van een fragment van het nationale volkslied van alle landen die vertegenwoordigd waren: Frankrijk, Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië, Denemarken en Israël. Dan werden de medewerkers in de bloemetjes gezet, ze kregen telkens een daverend applaus van de wandelaars en hun gezelschap. Verder werden de wandelaars naar voor geroepen met een zeker aantal deelnames, zoals Pascal (32 van de 35 edities), Bernard, Martine (stadsgenote van Daniel “Pantani”), en ik dus ook met mijn vijf passages. Dan was het de beurt aan de andere wandelaars, ook de opgevers kregen een aandenken. Wat dat was, weet ik niet, maar ik kreeg, behalve mijn beker, een trofee met daarop een foto van het kasteel van Pierrefonds (voorheen was het een kaartje van een dagetappe), een wegwijzer, een badge en een getuigschrift. Overigens kregen zowel Paul als ik van Marleen een mooie koffiekop met pralines in. Hartelijk dank !
Deze vijfde deelname was mij goed bevallen, afgezien van de twee koude douches, de aanwezigheid nog van lange, saaie stukken (hoewel er al een paar verdwenen zijn), want ik ben steeds op een behoorlijk uur aan de bestemming van de etappe geraakt. Overigens viel ook het weer goed mee, het was droog (op een sproeibuitje na, op maandagnamiddag) en zonnig, op zondag eerder licht bewolkt, wat goed uitkwam tijdens de langste namiddagetappe.
Mijn fotoalbum staat hier: http://picasaweb.google.com/9470hvds/ParijsTubize2009