19.06.2009 - 30ste Nacht van West-Vlaanderen

Met de treinen (overstappen in Brugge) kwam ik voorspoedig aan in Zaal De Mast in Torhout, waar ik me eerst ging omkleden (ik kwam tenslotte recht van kantoor in Brussel) en dan mijn inschrijvingsomslag halen. Terwijl ik mijn rugnummer (de organisatie spreekt van borstnummer maar daar prik ik liever geen veiligheidsspelden in
) aan mijn heuptas bevestigde, kwamen Annemie, Mark en Trees ook aan. Terwijl Annemie en Mark, met mij in hun kielzog, op zoek gingen naar verantwoordelijke Dirk, ging Trees al zitplaatsen zoeken in de belendende zaal waar men kon drinken. Na het begroeten van vele bekenden en iets nuttigen, gingen we aansluiten bij de groep der 100-km-wandelaars.
In de Marching staat “Groepsstart om 20.00u.”, maar dat is voor de lopers, de wandelaars vertrokken om 20.15 uur. Zoals vorig jaar kregen de 42-km-wandelaars weldra hun splitsing, terwijl de 100-km-wandelaars nog wat met de 10-km-wandelaars konden verbroederen, maar na een kilometer of 6 draaiden zij links af en wij gingen naar rechts. Zo bereikten wij Veldegem, waar wij werden verwelkomd door een belleman, Loppem (waar geen toilet was), Nieuwvliet (twee rustposten op 1,1 km van elkaar), Waardamme (plezante naam voor een woordspeling: “Weet je waardamme zijn? In Waardamme”), Hersberge, Ruiselede en Beernem.
Daar vonden wij een eerste keer onze bagage terug, ik wisselde van kousen en verzorgde eerst mijn voeten, we hadden belegde broodjes en Mark had voor elk van ons een ferme pot rijstpap met frambozen bij. Nadat we weer klaar waren voor de tweede helft, vertrokken we naar Moerbrugge en Assebroek vanwaar we Brugge die Scone bereikten. Het centrum deden wij ook nu niet aan maar er was genoeg te zien. In Brugge kregen we in het Minnewaterpark tot achter het station, tussen enkele grote schoolgebouwen, een bescheiden regenbuitje over ons heen. Wat later kwamen wij in het Boudewijnpark aan, en terwijl we een boterham aten, koffie dronken, ons verzorgden (ik trok een ander T-shirt aan alsook andere kousen), zagen we de achtbaan van het pretpark in werking.
Nog 30 km scheidden ons van de aankomst, met nog vier controleposten, maar vooral ook een doortocht door het Tillegembos en aansluitend het Beisbroek, waar we het Planetenpad volgden. Dit werd uitgestippeld en op 4 juli 2004 voorgesteld. Het pad is in totaal 835 m lang en stelt hiermee een werkelijke afstand van bijna 6 miljard kilometer voor. Eén meter komt in andere woorden overeen met een werkelijke afstand van 9 miljoen kilometer. Elke planeet wordt voorgesteld door haar mythologische figuur: Saturnus als God van de Tijd, Venus als Godin van de Liefde of Neptunus als God van de Zee. Elke mythologische figuur werd uitgewerkt als een sculptuur van de hand van de bekende kunstenaar Jef Claerhout. Elk beeldhouwwerk torst op één of andere manier een bol(letje) dat de planeet voorstelt. Om praktische redenen werd hier voor een andere schaal gekozen: een bolletje van 10 cm komt overeen met een sfeer van 18000 km. Van De Groene Meersen ging het naar Aartrijke en Wijnendale, waar ik geen kasteel zag (er is er nochtans ene) maar nu hadden we slechts 4,1 km meer te wandelen vooraleer we Zaal De Mast weer bereikten. Daar trokken we met zijn allen aan de bel (terwijl de supporter van andere wandelaars zo vriendelijk was met mijn toestel een paar foto’s van ons te maken, onze welgemeende dank hiervoor !). Van de organisatie kregen we daarom een diploma, een medaille aan een lint, een badge en een large T-shirt. We dronken nog wat en gingen dan naar huis, eerst naar Gent om er Trees te laten uitstappen, en dan naar Massemen, waar ik bij Annemie de nacht mocht doorbrengen.
We vernamen in Torhout dat van de net geen 700 (nl 698) deelnemers op de 100 km er zo’n 1/3 had opgegeven. Dat lijkt ons nogal veel. Net als vorig jaar ben ik behoorlijk enthousiast over de omloop (zowat 50% onverharde wegen, weer enkele aanzienlijke wijzigingen in vergelijking tot vorig jaar), de verzorging (afwisselend en vriendelijk aangeboden), het onthaal (zo persoonlijk als vorig jaar: ook de wandelaars tellen mee).
Alleen zou ik durven voorstellen om de 10 km eerst af te zonderen van de 100 km, de wandelaars op de 42 km hebben meestal een zelfde allure als de 100-km-wandelaars. Of zou de parcoursmeester de kleinste en de grootste afstand ongeveer 6 km samen laten vollen opdat de controleposten, waar voor de wandelaars ruim zitplaats voorzien is, niet overladen zou worden met wandelaars? Zoals in Bornem lijken de eerste controleposten meer op “wagenrusten” van euraudax dan op rustposten van andere, “gewone” wandeltochten, en dan is een wandelaar toch vlugger geneigd om eerder verder te gaan.
Mijn fotoalbum staat hier: http://picasaweb.google.be/9470hvds/NachtWestVlaanderen09

