23.05.2010 - Hospital del Órbigo - Rabanal del Camino, 36,8 km

We werden wakker zonder wekker gewoon omdat er nog pelgrims opstonden voor een volgende etappe, dus stonden we op, maakten ons en onze rugzak klaar, gingen ontbijten en vertrokken. We hadden het dorp nog niet lang verlaten of we konden de N-120 even verlaten via Villares de Órbigo en Santibáñez de Valdeiglesias door een landbouwgebied en met lage bergen, al zagen we links van ons wel de Picos de Europa met eeuwige sneeuw op de toppen. In Santibáñez de Valdeiglesias gingen we koffiepauze houden aan in een café waar nog rugzakken tegen de muur stonden. Het bleken de rugzakken van de drie Slovenen, en de voetbalfan liet me weten dat Inter gewonnen had met 0-2. We bereikten de N-weg opnieuw in Santo Toribio. Wanneer we Santibáñez de Valdeiglesias achter ons hadden gelaten, merkten we een pleisterplek voor pelgrims, met een kruis (daarop een índalo dat Annemie en mij herinnert aan onze vakantie bij Almería in Andaloesië) en een beeld, een vogelverschrikker, dat werd natuurlijk duchtig gefotografeerd. Nog wat later kwamen we aan het kruis van Santo Toribio, vanwaar we Astorga zagen liggen, dat vroeg natuurlijk ook om een foto. Maar voor we Astorga bereikten, trokken we nog door San Justo de la Vega. Nog voor we via een groot uitgevallen voetgangersbrug de spoorlijn (1 spoor) Palencia - La Coruña overgestoken waren, had ik (María del) Camino gebeld om te zeggen dat we er aan kwamen. Het duurde dan nog even voor we, via een plein met fonteintjes, een souvenirwinkel waar we in het Nederlands bediend werden (de uitbater heeft contacten met de dierkundefaculteit van de Universiteit Gent) en het gemeentehuis, de kathedraal met ernaast het bisschoppelijk paleis bereikten, daar zat Camino op een bankje op ons te wachten. We gingen dan iets drinken op een terras en ze belde een van haar zussen op, want Rosa en zij hadden ons zo vroeg niet verwacht. In afwachting op de jongere zus ging ik gauw naar ’t sanitair van de bar op welks terras we zaten, en toen ik terug was, was Rosa ook eindelijk aangekomen. Maar wij wilden eigenlijk wel verder, teneinde rond 15.30 à 16 uur in Rabanal aan te komen. Dus stapten we meteen op, en de zussen loodsten ons langs een kerk met veel mozaïek. Aanvankelijk liep Annemie iets voorop maar ik kon mijn pas niet langer inhouden, en de zussen liepen een klein eindje achterop, Camino kan zo rap niet stappen (Rosa heeft ook ooit de Camino afgelegd, vanaf Roncesvalles), dus aan een pleintje namen wij afscheid. We passeerden Ermita del Ecce Homo (een mooie kapel), Murias de Rechivaldo, en in Santa Catalina de Somoza hielden we middagmaal op een zonovergoten terras en begluurd door een hondje dat niet tot dat café hoorde. Langs El Ganso, met de kerk van Santiago, het kruis van oud-Rabanal bereikten we Rabanal del Camino (kwestie van niet te verwarren met Rabanal op het Portugese eiland Madeira
). De eerste pelgrimsherberg, weliswaar privaat, was al volzet, dus zochten we verder naar de openbare herberg, maar daar moesten we toch een paar keer naar vragen, het bevond zich dan aan een pleintje waar nog een private herberg staat. Overigens hebben we die dag geleidelijk een hoogteverschil overwonnen van 333 m. In de “Albergue Municipal Rabanal del Camino” moesten we een nummer aan een ringetje van een bed nemen en aan de hospitalero geven, terwijl we ons inschreven, maar die hospitalero was nergens te bespeuren. Dus namen we gewoon een bed in (beiden sliepen we op het bovenste bed), gingen douchen, winkelen en terwijl Annemie macaroni met kaas en ham maakte, zette ik haar en mijn groet op het Facebook-prikbord van haar Mark. We aten buiten in de tuin, dronken wijn en babbelden met een Canadese en twee Spanjaarden.
Mijn fotoalbum: http://picasaweb.google.be/helgavds/Pelgrimstocht


