Paardengraf in Borgharen tegenover Smeermaas.
Het paardengraf in Borgharen waarin de skeletten lagen van met zekerheid 60 dieren trok heel wat belangstelling tijdens een kijkdag afgelopen week.
Naar het er nu naar uitziet, gaat men ervan uit dat de paarden begraven werden tijdens de belegering van Maastricht in 1632 door Prins Frederik Hendrik.
Aan het eind van die belegering zouden de paarden dan, op een nog te onderzoeken wijze, hun levenseinde hebben gehad en dat ze dan in een deel van de circumvallatielinie bijeen gelegd zijn. Tot nu toe hadden de opgravingen die reeds een hele tijd bezig zijn i.v.m. de werken in de Grensmaas, hier en daar botresten getoond die weer toegedekt werden om later onderzocht zouden worden.
De archeologen waren verbaast, maar blij verrast met zulk een grote hoeveelheid skeletten, hetgeen in West Europa ongekend is. Ze lagen zo´n 80 cm onder het maaiveld naast elkaar zonder leidsels of ander tuig.
Bij een belegering werden heel wat paarden ingezet, zowel rijdieren voor de ruiters, als lastdieren om proviand, maar vooral kanonnen, voort te trekken. Men bediende zich toen meestal van halve kartouwen, die een gewicht van 50 tot 60 centner (1 centner was ong. 50 kg) hadden. voor de verlaatsing van deze oorlogstuigen waren 16 paarden nodig en nog eens voor de kogels 12 paarden en tot slot voor het buskruid 6 paarden. als de twee busmakers en 6 opperknechten, die nodig waren voor de bediening eveneens te paard waren, dan komen we voor één halve kartouw op 42 paarden.
Gezien de schofthoogte volgens de archeologen op 1,40 m lag, lijkt het meer dan waarschijnlijk , dat het hier om dit soort paarden gaat en niet om paarden van de ruiters.
Toen het geallieerd leger, onder Prins Frederik Hendrik op 22 mei 1632, in Nijmegen vertrok, bestond dit uit 28 regimenten, verdeeld in drie troepen,te weten 1e; de Nederlanders, 2e de Fransen en ten 3e de Engelsen. Al deze mensen dienden zich te voorzien in een mondvoorraad voor vijf dagen.
Er werden 83 vuurmonden meegevoerd bestaande uit grote en kleine stukken, waaronder 6 halve kartouwen. En er werden ook 1500 wagens met paarden ingezet, voor het vervoer van allerlei aard, zoals; tenten, voedsel voor mens en paard, wapentuig, kogels en buskruit, etc.
Naast het reguliere leger volgde in hun nabijheid een klein legertje van handelaars, marketentsters, vrouwen en kinderen, die een apart kamp hadden. Onder hen paardehandelaren en slachters, een beroep dat meestal in Joodse handen was.
10 Juni kwam het gehele leger aan te Maastricht en begon meteen met het opwerpen van aarden wallen rond de stad.
Voor een groot deel lagen die aarden aanvals- en verdedigingswerken op het grondgebied van het huidige groot Lanaken en wel van Hocht, Smeermaas, tot Veldwezelt. Smeermaas had een schipbrug op de Maas verbonden met Borgharen die samen met de schipbrug bij Sint Pieter de circumvallatielinie compleet maakten.
Het zou zo kunnen zijn dat de dieren aan een ziekte overleden zijn gezien er geen aanwijzing is dat ze geslacht zouden zijn. Maar ook de mogelijkheid van te veel aan dieren, kreupel of gesneuveld op het veld van ''eer' .
In een bosje langs het kanaal bij Hocht is nog een deel van deze aarden wallen te zien en waarschijnlijk het laatste bewijs van de belegering.
Een onderzoek zal naar alle waarschijnljkheid meer kunnen onthullen over dit groots gevonden paardengraf in West Europa.
Waarom deze belegering van Frederik Hendrik in 1632 en niet die van Lodewijk XIV in 1673?
Die van 1673 onder het genie Vauban duurde 13 dagen en volgens mij te weinig tijd voor een hele circumvallatielinie en gebruikte Vauban een draagvlonderaanval tegen de stadsmuren geplaatst.
De aanval van Lodewijk richtte zich op de Maastrichtse zijde van de Maas.







