Vissen in de Grensmaas


Vis en ‘schoon en zuiver water; zijn onafscheidelijk. Zo zijn ze ook (op enkele uitzonderingen na) een graadmeter voor de zuiverheid van het Maaswater. Vismonsteringen die gedaan worden geven een duidelijk beeld van de aanwezigheid van vissoorten die in eerste instantie vermeend ontbraken in de lijsten van voorgaande jaren. Nu komen er een aantal terug voor in de maas. Niet alleen vis, maar ook water- en watergebonden vogels die van vis leven, geven een indicatie van de visstand in de Maas.
Vissen in de grensmaas is een ware belevenis. Onlangs kwam de visserskaart in drie talen uit en is verkrijgbaar bij V..V.V. kantoren.
Steeds meer vissoorten in Grensmaas, volgens nieuwsbrief Consortium Grensmaas.
Vissen voelen zich lekker in hun vel in de Grensmaas. Het aantal soorten blijft stijgen. Onderzoek in het kader van de Actieve Vismonitoring Rijkswaterstaat Waterdienst (Nl) heeft vorige maand zelfs uitgewezen dat er momenteel een record aantal soorten vis in de Grensmaas rondzwemt; om precies te zijn dertig soorten. Daaronder ook de gestippelde alver, (in de afvoer Bosscherveld waargenomen) een van de zeldzaamste vissen in Nederland. Die zijn tot nu toe alleen in de Geul gesignaleerd.
Een greep uit de overige vissoorten: de zalm, de sneep, de kopvoorn, de serpeling en de rivierdonderpad.
De serpeling is een visje van stromende wateren. Voor een geslaagde paai zijn schone waterbodems met zand en grind nodig waarover onvervuild water stroomt met een matige snelheid. De serpeling kwam gedurende de referentieperiode voor in de grote rivieren en de uitmondingen daarvan. Op grond van de vergelijking met vangsten uit de referentieperiode en vangsten uit de jaren zeventig en tachtig kan geconcludeerd worden dat de achteruitgang in aantallen ligt tussen de 90 en 99% (factor tien tot honderd). Sinds 1980 is de vis waargenomen in 101 uurhokken. De meeste vangsten komen uit de Grensmaas
De giebel en het vetje zijn twee vissen die niet eerder gesignaleerd zijn door de onderzoekers.
De giebel is een grondelaar, daardoor draagt hij bij tot de vertroebeling van het water hij is dus niet representatief voor schoon en zuiver water. Het is een alleseter, hij eet zowel insecten als plantaardig materiaal. De giebel is een vis die tolerant is voor vervuild water; het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt.
Het vetje is een karperachtig visje dat leeft in stilstaande en langzaam stromende wateren. Onderwaterplanten en begroeide oevers zijn belangrijk voor deze vis.
Het aantal vissoorten bleef tijdens soortgelijke onderzoeken in de afgelopen drie jaar steken op 22, 23 en 24.









