
Een vriendendienst?.....Ja ja!
Ik ben er nog steeds niet uit of ik dankbaar moet zijn, voor de vriendendienst
die mij, nu zo’n 25 jaar geleden, werd bewezen.
Met een toenmalige vriendin, beide bezig aan onze tweede
jeugd, ga ik zo om de paar weken een avondje stappen.
Ik ben noodgedwongen een alleenstaande moeder van twee kinderen, en werk me te
pletter om het huishouden draaiende te houden.
Vaag denk ik bij mezelf dat het met een man in huis zo veel makkelijker zou
zijn, dat de kinderen misschien een “vader” missen, (iets wat achteraf, zo
blijkt, helemaal niet het geval is geweest!.... Gelukkig!).
Dat we zoveel meer zouden kunnen verwezenlijken met z’n tweeën.
Trouwens, ik krijg nood aan affectie en liefde, aan genegenheid, aan troost en
steun.
En laat ik nu op één van die uitstapjes een man ontmoeten!
Hij is razend knap, donkere haren, koolzwarte ogen, en wat
belangrijk is voor mij, hij heeft mooie onderarmen en handen.
Wat zo nòg belangrijker is, hij is langer dan ik.
Iets dat helemaal niet zo evident is voor de mannen van mijn generatie.
Met mijn 1,75m lengte, (ondertussen 2cm gekrompen, helaas enkel in de lengte)
lopend op naaldhakken van minstens 5cm hoog, steek ik ver boven de gemiddelde
man uit.
Het maakt dat ik menige uitnodiging om een slow te dansen afsla.
Maar niet met deze man!
Zijn naam is Bruno, hij is architect bij “Bruggen en wegenbouw”, en hij is
Fransman.
Dat laatste is een beetje een tegenvaller, want hij spreekt maar een mondjevol
nederlands, en ik maar een mondjevol frans.
Evenwel, na du pain, du boursin, du
vin… beaucoup du vin!.... verstaan we elkaar prima…..! A-hum A-hum, als
u begrijpt wat ik bedoel!
Mijn hartsvriendin, die weliswaar gelukkig getrouwd is doch
de belofte van trouw niet fanatiek in acht neemt, is razend jaloers.
Zij had hem immers eerst gezien, had haar oog al op hem laten vallen, en
etaleerde dan ook ten volle haar verleidingskunst.
Helaas voor haar, Bruno houdt niet van opdringerige vrouwen, houdt niet van
fuifnummers, en heeft enkel oog voor mij.
Vier maanden duurt onze relatie al, en we maken reeds plannen
voor de toekomst.
Bruno heeft een jaarcontract in België, nadien gaat hij weer naar zijn thuisland,
om dan opnieuw te worden uitgezonden naar weer een ander land.
”Of ik met hem meewil gaan?”
Ik twijfel, ben gehecht aan mijn stekje, en moet daarbij ook aan de kinderen
denken.
De kinderen kennen hem nog niet, ik stel de ontmoeting telkens weer uit, waarom
weet ik niet.
En dan komt de cruciale vraag waar ik waarschijnlijk zat op te wachten, “wil je
met me trouwen?”
Het zou het achterlaten van de thuishaven veel makkelijker maken, het zou mij
en de kinderen zekerheid bieden in de vreemden.
Ik vertel alles aan mijn beste vriendin, want dat doen
vriendinnen nou éénmaal.
Even blijft ze stil…..! En dan vraagt ze me of ik zeker ben van zijn trouw?
”Waarom zou ik niet?”, vraag ik haar op mijn beurt, ietwat beduusd door haar
vraag.
”Wel”, zegt ze me, “hij is een razend knappe man, verdiend goed geld, en jij
bent tenslotte nou niet meteen een filmster he!”
”Komt bij dat je twee kinderen ten laste hebt, en dat je op materialistisch gebied
niet veel te bieden hebt.”
”Je bent ‘maar’ een serveuse hè!”
”En ik durf wedden dat wanneer ik het wil, hij met me het bed induikt:”
Uren later zat ik nog steeds perplex te wezen door haar uitspraken.
Maar ik zette het van mij af, ik was gelukkig met Bruno, had geen reden om aan
zijn trouw en eerlijkheid te twijfelen.
En stilaan begin ik te wennen aan het idee, om met deze man een nieuwe toekomst
te bouwen.
Tot op een dag…..!
Ik krijg telefoon, het is mijn hartsvriendin.
Haar stem klinkt triomfantelijk.
”Ik heb gisteravond met “jou” Bruno een fantastische neukpartij gehad”, zo laat
ze me weten.
”Heb het enkel gedaan voor jou, opdat je niet met je ogen open in je ongeluk
zou stappen”.
”Beschouw het maar als een vriendendienst, want voor mij betekent hij niets.”
Neen, voor haar betekende een neukpartij met hèm niets, net zomin als met zoveel
anderen, haar man incluis, maar voor mij stortte de wereld in.
Bruno ontkende de beschuldiging, maar de twijfel in mijn hart was gezaaid.
Tenslotte had hij alles mee om de wereld en de vrouwen te veroveren, en ik, ik
was maar een simpele vrouw, niet eens erg knap.
Mijn zelfvertrouwen stond al op een laag pitje, en nu zat het helemaal aan de
grond.
”Wat was ik blij dat mijn kinderen hem nooit hadden ontmoet”, dacht ik tussen
twee huilbuien door.
We zagen elkaar steeds minder en minder, en hoewel Bruno me
nog enkele keren heeft gevraagd om met hem verder te gaan, heb ik de relatie
laten doodbloeden.
Ik heb nooit geweten wie van de twee de waarheid sprak, Bruno die ontkende in
alle toonaarden, of mijn vriendin die pochte over haar verleidingskunsten met
hem.
En tot op de dag van vandaag twijfel ik nog steeds aan haar motivatie voor deze
“vriendendienst”.
5 reacties op dit bericht
Hahaha...
En daar hoef je geen baksteen voor in je maag te hebben.
En nu jij weer!?
En bojako heeft natuurlijk ook gelijk, net als Lieve.
Ieder heeft wel z'n eigen motieven om een huis te kopen, of te bouwen.
en men kan je er niet uitzetten, je hebt het meestal voor de rest van je leven.
Tenzij je het niet meer kan betalen, door een echtscheiding, of sterfgeval.
En dan is er toch ook nog, al zal die kans wel miniem zijn, maar niet ondenkbaar, van de onteigening door de staat.
Een troubadoer
Die baksteen van een eigen huis kan sommigen wel eens zwaar op de maag liggen, en toch zeg ik met het spreekwoord
"Eigen Haard is goud waard"
Eigen huis eerst!
..
Het huis waar we nu wonen was vroeger een huurhuis. De huurders zaten aan een heel kleine huur en dat gebruikten de eigenaars als argument om geen grote veranderingen te hoeven te doen. Toen de huurders bleven aandringen hebben ze dan het huis verkocht. Die arme huurders waren er het hart van in. Ons huis stond er nog net zoals het gebouwd was in de jaren '20, geen badkamer, geen verwarming, een veranda dat op instorten stond, daken die lekten, noem maar op. Toch hebben die mensen hier heel lang gewoond. Ze hebben daarna een appartement aan de overkant van onze straat gehuurd en mijnheer zal elke dag te treuren op zijn dorpel - hij had nu geen mooie tuin meer. Ik denk dat ze uiteindelijk heel veel spijt hebben gehad dat ze zelf de nodige reparaties aan het huis niet hebben laten uitvoeren om er toch te kunnen blijven wonen. Maar ik zag ook het punt van de huisbaas. Zij huurden aan 4000 fr (anno 1983) voor een heel huis met grote tuin. De huisbaas zei dat hij hun huur wettelijk niet kon optrekken en dat hij met zo'n klein huishuur zich geen grote kosten kon permitteren. Lelijk dat ik het zeg, maar wij zijn er uiteindelijk goed bij gevaren. Wij hebben toen een heel leuk huisje met een heel mooie tuin aan een heel schappelijke prijs kunnen kopen. Ik ben wel van oordeel dat de vorige huurders nadien heel ongelukkig waren. Als je ergens graag woont is het ook niet leuk dat je gedwongen wordt om te verhuizen. Dat mes snijdt aan twee kanten.
Verkopen kan ook altijd hoor als je slechte buren hebt.
Dikke kus
Ok Lieve
Maar ik ben nog niet overtuigd.
Ik heb namelijk een hele goede huisbaas.
En misschien is het alternatief pensioensparen?
Dikke kus
Mijn appeltje voor de dorst
Mijn huis huurde ik vroeger. Toen moest ik ook voordeur en ramen schilderen en het noodzakelijk onderhoud uitvoeren. Mijn huisbaas keek er namelijk niet naar om!