|
Zo nu en dan ben ik een ware
zwartkijker, en ik deel nu even met jullie mijn zwarte gedachten.
Wat is het nut van sprookjes, zo vraag ik mij af? Wat leren ze onze kinderen?
Alle sprookjes beginnen met:
"Er was eens" en ze eindigen allemaal met: "En ze leefden nog
lang en gelukkig! Maar potjandorie, wat moesten al die hoofdpersonages
voor het zover was, een lange lijdensweg afleggen.
Neem nu "De zeven geitjes en de wolf", of "Roodkapje en de wolf"
en"De drie biggetjes en de wolf" Ik noem er nu drie, maar er zijn
veel meer sprookjes waar de wolf de boosdoener is.
En omdat ik bijna alles in vraag stel, heb ik ook hier weer mijn bedenkingen,
want ik vind de wolf een prachtig dier. Een roedeldier weliswaar, en ik ben
geen roedelliefhebber, maar voor een wolf ligt dat natuurlijk anders. Zo van,
samen zijn we sterk. En dat moet ook wel wil de wolf kunnen overleven.
Wolven die leven in het wild doden enkel om te overleven. Trouwens, er zijn
maar weinig dieren, zo niet één, die enkel doden uit louter plezier. Enkel de
mens doet dit volgens mij, toch dit terzijde
Maar onze huishond is een afstammeling van die wilde wolf. Hoe ga je het je
kinderen leren dat ze goed voor die hond moeten zijn, wanneer ze net gehoord
hebben dat de wolf een bloeddorstig beest is dat kinderen opvreet? Hoe gaan
kinderen daar mee om?
Of met de huiskat die ze associëren met De Gelaarsde kat die zich dood hield om
een argeloos konijntje te vangen om het daarna meteen meedogenloos af te maken.
Van wie moeten ze nu houden, van hun konijntje, of van de kat?
Alle sprookjes staan bol van de slechte
figuren en geweld.
Je zult maar als stiefmoeder in een gezin komen waar de kinderen doodsbang van
je zijn omdat je net Assepoester of Sneeuwwitje naar het leven hebt gestaan.
En dan die prins nog, om niet te vergeten!
Hij komt altijd als redder in nood aan het einde van het verhaal. Als het kalf
verzopen is, dan is hij er met groot bravoure.
Waar was hij ondertussen dan? Was hij de flierefluiter aan het uithangen bij
een rijke edeldame, iemand die zijn fortuin zou verdubbelen bij een huwelijk?
Liep hij daarbij een blauwtje en ging hij uit balorigheid dan maar een eindje
op zijn paard door het bos rijden? Neemt hij dan maar ter compensatie de eerste
de beste deerne die hij tegenkomt? Om zijn ego te redden?
En wat moeten onze kinderen dan denken van die vriendelijke man die hen
aanspreekt en hen snoepjes geeft. Geen wonder dat zij gewillig met hem
meelopen, hij is immers hun sprookjesprins.
In alle sprookjes viert gebrek en
armoede hoog tij, maar het eindigt altijd goed.
In sprookjes wordt het goede of de onschuld altijd beloond met geluk goud en
juwelen.
Wat moet het kind in het verre derdewereldland daar van denken?
Voor hem wordt het niet goed, of hij nu braaf is of stout. Voor hem blijft de
honger knagen, tot hij sterft van ellende in zijn eigen uitwerpselen, met
dichtgeplakte oogjes door de vliegenmaden.
Nee, dit kind gelooft niet in sprookjes, kent geen sprookjes.
Dit kind kent enkel een moeder die niet kan lezen en nooit sprookjes heeft
horen vertellen, of het moesten die van de zendeling zijn, en die hem wanhopig
tegen haar lege borst houd.
Dit kind beleefd in werkelijkheid alle gruwel die in sprookjes voorkomen.
En spijtig voor hen die hardnekkig in sprookjes willen geloven, maar sprookjes
bestaan niet.
Het is moraal voor de rijken!
|