de reiziger
God is een reiziger
die zichzelf deeltijds ontmoet
als scheppend profeet.
Ingrid Lenaerts
de reizigerGod is een reiziger
die zichzelf deeltijds ontmoet
als scheppend profeet.
Ingrid Lenaerts
het liefstHet liefst ontkent hij mij
op het scherp van de dag
ik voel me als een meteoriet
voor hij kraters uitdiept
wanneer de lava uit mijn lijf ontsnapt
verkleum ik van de kou
die de valpartij maakt.
de pijn is als verdoving
die eenzaamheid in haar boodschap heeft
Moet ik honderd worden
alvorens hij me enige vreugde brengt
ik het dwaze verliefde kalf
dat nooit van romantiek geneest?
Ingrid Lenaerts
vrijheid
hij schaatst
appelboom
chrysanten
hijHij draagt licht in zijn ogen
dat me doorboort van verlangen
ik mag het niet zeggen, zei ze
ze loopt verloren tussen noord en zuid
van haar fantasie
die uitrafelt van verdriet
bij gemis aan realieit van haar droom
hij maakt het boeiend wat saai is
met zijn grappen en grollen
in zijn woorden zitten gloeilampen
met schitterende voltage
die het hart sneller doen slaan
ze weet zich verliefd en verkocht
als nooit voorheen
ze durft het niet zeggen aan de sterren
zo broos zo bang hem te verliezen
Alvorens ooit...
Ingrid Lenaerts
een zeeverhaalDe zee verhaalt van de zon
schittering in het water
de witte schuimkoppen
net galloperende paarden
breken het licht in de manen
die over golven wapperen
in de diepte groenglanzend
slaat het water tegen de golfbreker
nog enkele solitaire mosselen
klampen zich vast aan de plaveien
ze zijn bijna verdwenen
nu ze massaal gekweekt worden
voor dure consumptie.
Ingrid Lenaerts
stuur
bospad
bolsterIn dat zachte bed
de kern van onaantasbaarheid
de weelde van fluweel
het veilige nest
de microcosmos alom
tot de grote val
de val op de aarde
de rulle grond die onbarmhartig is
het gevaar dat loert
het huis dat barst
de bolster geeft zijn geheimen prijs.
Ingrid Lenaerts
oktoberOktober hangt in de lucht
van stilte getuigt het dorre blad
dat ritselt langs mijn hoofd
enkele momenten alvorens het tuimelt
en zijn eerste en laatste tocht beëindigt.
zijn val is een sterven in pracht
van kleuren der vergankelijkheid.
ik bezie het blarentapijt en ril
in de verminderende zonnestralen
de lucht boven mij ijlt al van morgenkou
de aarde berust woordenloos in dit seizoen
de herfst is met mijn gedachten bezig
ik laat hem maar doen
Ingrid Lenaerts
pompoenenEr zitten weer pompoenen onder de heg
ze liggen er als bolronde reuzen te blinken
weldra gaan ze onder het mes
voor halloween gekte in het land.
hunl lijf wordt met holle ogen verminkt
wrede mond en andere spleten lichten op
een blakerende kaars met schaduwen
van spoken tot aanverwanten
Ze grimlachen het volk toe
als een groep griezels op doortocht
Pompoen zijn is heus geen lachterje
wanneer ze je onschuld vermoorden.
Ingrid Lenaerts
vrede
poldervaartDe ruige lucht vertelt zijn leven
in stoere taal die bol staat
van het geloei van de noorderwind.
De canada's buigen jaar in jaar uit
voor deze dwingeland die hen tergt
Ze zijn schatplichtig aan zijn grillen
vooral in dit onstuimige seizoen
dat de ziel van de aarde te slapen legt
Het water klotst tegen de oevers
met golfjes van beginnende waterballerina's
de oude visserhuisjes op rij zijn verlaten
langs hun gevels druipen tranen
na de geselende regenvlagen.
Niemand in dit landschap aanwezig,
slechts spannende stilte en dan
in de verte het blaffen van een hond
uit een rauwe keel van eenzaamheid.
Ingrid Lenaets
van een kreeftWaarom heb jij zo'n vreslijke naam
Wil je wetenschappelijle faam?
Doe maar eens gewoon mijnheer de kreeft
voor wie iedereen siddert en beeft
Met scharrelpoten als tangen
wil je voor ons de stoere uithangen
Ik wil je niet op mijn bord ontmoeten
blijf rustig in zee, zo zou het moeten
verpakt in plastic zakken in de toonbank
het loopt ook voor jou mank
waarom levend gebakken in een frituurpan ?
geef toe dat het ook anders kan
Ingrid Lenaerts
wandelaars
moeder
vaderVader kromt zijn rug
zoals de hoogbrug in onze stad
Hij draagt zijn hoofd tussen schouders
bekijkt alleen neerwaarts de barre aarde
de grijze straatstenen tijdens een regenbui
Vader wil geen hulp zegt hij
hij wil alles nog zelf doen
het lukt hem nauwelijks
te verstoppen dat hij geen twintiger is.
vader is trager maar ontkent
valt in slaap na de middag
beweert nog springlevend te zijn
Hij vult zijn dagen op
met vaste gewoontes die heilig zijn
zoals de wekelijkse hoogmis
en zijn bezoek aan het zondagscafé.
vader houdt de leeftijd op afstand
terwijl hij mijmerend de tuin inkijkt
de vergeelde blaren weg ziet waaien .
Weldra komt de winter weer zegt hij
hij zit me in het bot kneutert hij
we moeten er iets aan doen
om hem weg te jagen heel ver
die winterkweller
klokt dan de rode wijn achterover
Even later ligt hij in de armen
van zijn verjongende wijngod.
Ingrid Lenaerts
alsof