Wandeling Wellenveld / Borgloon -Wellen.
Wandeling Wellenveld / Borgloon -Wellen.
Wandeling Wellenveld / Borgloon -Wellen.
Wandeling Wellenveld / Borgloon -Wellen.
MARCHE DES BOURGEONS. LES ROUTHEUX IZEL. CHINY. 07/03/2020

MARCHE DES BOURGEONS.
LES ROUTHEUX IZEL.
CHINY.
Vandaag wandelen we in Belgische Luxemburg. We vertrekken met de wandeling in het centrum vlak bij de Sint-Walburgiskerk (1829) en het stadhuis. We wandelen hier in het land van de Semois en prachtige streek met veel kleine dorpjes en steden. Veel mooie natuur. Vandaag ontdekken we een prachtig stukje omgeving. We wandelen verder en komen aan de brug over de Semois. Door de regen van de afgelopen dagen is deze buiten zijn oevers getreden en nu is het een prachtig zicht om te zien hoe breed deze stroom nu is. De Sint Nicolaasbrug over de Semois heeft een rol gespeeld bij de bevrijding van België. Deze brug heeft een rijke geschiedenis:
Het verleden van de Pont Saint-Nicolas (Sint-Nicolaasbrug) is verweven met de graven van Chiny (10e – 14e eeuw), en dankt haar belang aan de strategische ligging van de stad tussen de Ardennen en de Gaumestreek. Vanaf de 12e vindt men er een houten constructie, die echter meermaals werd vernield, met name door het kruien van het ijs tijdens de dooi. Tussen 1738 en 1740 bouwt men een stenen brug. Tijdens de laatste wereldoorlog wordt de brug door de Fransen opgeblazen, daarna wordt ze heropgebouwd en in 1956 ingehuldigd. De brug is nu een geklasseerd monument op één van de mooiste plekjes in de Semoisvallei. Ze is een bouwwerk in Franse steen, en in het midden vindt men, boven het wapenschild van de stad Chiny, een beeltenis van Sint-Nicolaas, patroonheilige van de vissers, schippers en veermannen.
Juist over de brug ligt het dorpje Lacuisire. Hier is de Semois buiten hun oever getreden en de watermolen ligt nu in de Semois. Een mooi zicht. We wandelen verder en komen aan de Saint-Nicolas kerk. Wat verder komen we aan de spoorweg waar een verlaten stationnetje staat. Wat verder komen op één van de mooiste plekken van de wandeling op de rots van l’ecureuil op 340 meter met een prachtig zicht op de vallei van de Semois, als een zilver lint vloeit het door het dal. We wandelen verder en komen aan de Tannerie du May-Le-Duc. Deze leerlooierij uitgehouwen uit de rots bevat 3 bakken, een gevuld met zuiver water om de huiden terug soepel te krijgen en een tweede met een product om de haren te verliezen. Het is een plek met wat geschiedenis en is bewaard voor de toekomst. Nu zijn we bijna terug aan ons vertrek en de kerk is nog open we nemen van de gelegenheid gebruik om ze te bezoeken. De kerk bezit abstracte glasramen en een geschilderde kruisweg. Toch fijn dat we even binnen kunnen gaan kijken zo eindigt onze dag in Chiny.
KERSEN EN APPELBLOESEM.
KERSEN EN APPELBLOESEM.
Bloesem Borgloon.
BLOESEM BORGLOON.
3E MARCHE ENTRE MEHAIGNE ET MEUSE. / LES LONGS PIEDS ANTHEITOIS. / WANZE-HUY. 29/02/2020
3E MARCHE ENTRE MEHAIGNE ET MEUSE.
LES LONGS PIEDS ANTHEITOIS.
WANZE-HUY.
Gelegen in de Maasvallei, tussen Luik en Namen, heeft de stad Wanze 6 dorpen en een gehucht. De plaats heeft een modern gezicht en industriële gebieden, waar steengroeven worden geëxploiteerd met kalksteen en een gerenommeerde suikerraffinaderij. Geïntegreerd in het natuurpark Burdinale en Mehaigne, heeft Wanze geprofiteerd van de aantrekkelijkheid van de landelijke gebieden om groen toerisme te ontwikkelen. Vertrek met onze wandeling in het centrum van het dorp en dan wandelen we het dorp uit en komen in de velden waar voor ons de oude abdij opduikt. De Abdij van Val-Notre-Dame.
Het oudste gedeelte is het poortgebouw. Het is uit 1629 en gebouwd in Maaslandse renaissancestijl. Het omvat de toegangspoort, geflankeerd door twee vierkante torens met sierlijke spits, en een bijgebouw, waarin de beheerder vroeger huisde. Het geheel is van baksteen met kalkstenen hoekbanden en speklagen. Ook is er een 17e-eeuwse duiventoren, met een zuilengaanderij. Deze toren stond vroeger in een vijver. De binnenplaats met een 18e-eeuwse fontein wordt omsloten door een U-vormig gebouwencomplex. De biechtvader en de aalmoezenier leefden in de rechtervleugel, de abdis in de linkervleugel (1741). Het centrale gedeelte werd gebruikt voor ontvangsten en feesten, en het bevat een fraai trappenhuis (1745) en een 18e-eeuwse schouw. Het gasthuis (hôtellerie) is 17e-eeuws en werd vroeger gebruikt om gasten en pelgrims te ontvangen. De cour d'espagne (Spaans hof) omvat een 17e-eeuwse kloostergang. Dit hof komt aan zijn naam omdat, tijdens de Eerste Wereldoorlog, dit klooster onder bescherming van Spanje stond.
Bij een vorige wandeling konden we over het domein wandelen. Vandaag wandelen we langs de abdij. We wandelen naar Antheit, waar de wandeling ons de verborgen facetten van het dorp Antheit onthult en een fantastisch uitzicht biedt: het oog strekt zich uit naar het Wanze-centrum en de Maasvallei. Dit is een prachtig dorp met vele oude woonhuizen en boerderijen. Hier nabij de kerk is onze halte en rustplaats. Verder wandelen we naar Moha. Het dorp ligt deels in de vallei van de Mehaigne en deels op het plateau tussen Mehaigne en Maas, in een vrij sterk golvend en op sommige plaatsen rotsachtig landschap. Moha maakt deel uit van het Natuurpark van de Valleien van de Burdinale en de Mehaigne. In Moha ligt de ruine Sint-Gertrudiskasteel. Van de versterkte burcht, die vanop de rotspartij boven de plek waar het riviertje Fosseroûle in de Mehaigne stroomt het dorp Moha domineert, wordt vermoed dat ze in de loop van de 10e eeuw als grafelijke woning gebouwd werd. De burcht, vanaf dan het plaatselijke symbool van de prinsbisschoppelijke macht, werd in 1376 door de bewoners van Hoei ingenomen en gedeeltelijk ontmanteld. Ondanks het feit dat ze nooit meer heropgebouwd werd, bleven delen van de burcht van Moha tot ver in de 17e eeuw bewoond en waren er onder meer een gevangenis en een kazerne in ondergebracht. De kapel werd pas op het einde van de 18e eeuw ontwijd. De ruïne met haar gewelfde kelders en 35 meter diepe put is nog steeds te bezichtigen en wordt nu beheerd door een vereniging die er culturele en folkloristische manifestaties organiseert Dan is er nog de kerk, die in 1932 werd gebouwd, aangezien de voorganger einde 18e eeuw werd verwoest. Bezit en bijzonder kerk met en bijzonder verhaal: “Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans van Moha wordt vandaag aanroepen tegen allerlei kinderziekten, maar in het verleden was de kerk van Moha vooral een bedevaartsoord voor ouders en familieleden van doodgeboren baby's. Deze kinderen waren immers ongedoopt en - hoewel zonder persoonlijke zonde of schuld; wegens de oerzonde alleen - gedoemd om permanent in het "limbus infantium" te verblijven. Er werd geloofd dat zij door tussenkomst van Onze-Lieve-Vrouw net lang genoeg tot leven konden gewekt worden om alsnog de doop te ontvangen en zo hun trieste lot te ontlopen. In de kerk van Moha getuigen verschillende geschilderde babyportretten en andere ex-voto's nog van deze nu zo goed als verdwenen pelgrimages.”
Na Moha keren we terug naar Wanze maar komen nog langs het golfbaan Naxhelet Golfclub, uitgetekend door de Engels architect Martin Hawtree. Het Naxhelet-clubhouse werd ondergebracht in een 19e-eeuwse kasteelhoeve. Dan komen we terug in Wanze waar onze mooie wandeling eindigt.
HELPENDE HANDENTOCHT. / WELLENSE BOKKERIJDERS. / WELLEN. 26/02/2020

HELPENDE HANDENTOCHT.
WELLENSE BOKKERIJDERS.
WELLEN.
Na de regen van de afgelopen dagen ligt het parkoers er modderig bij, op sommige plekken zelf niet meer verantwoord om door te wandelen. Al vlug na het vertrek gaan we het natuurgebied in. De “Grote Beemd”. In het zuiden is dat de Broekbeemd en in het noorden, tussen Wellen en Alken, de Grote Beemd. Hun naam verklapt het al, het kan er nat zijn. Beemd’ staat namelijk voor ‘een hooiland in een beekvallei’. Waar het te nat is, wijst een knuppelpad je de weg. De Grote Beemd is een gebied met heel veel potentieel. Het werd vroeger gebruikt als “gemene weides”, waar alle Wellenaren tegen betaling aan de gemeente hun vee konden laten grazen. Dit gebeurde nadat de eigenaars hun percelen hadden gehooid in de zomer. De dieren mochten er in om de “achtermoat” af te grazen. Omdat het aantal Wellenaren met eigen koeien sterk afnam, verdween dit gebruik en werd het gebied volgeplant met populieren om toch opbrengst te krijgen van hun gronden. Limburgs Landschap vzw probeert er het kleinschalig cultuurlandschap zoals momenteel nog te zien is rond de Graetmolen en in de Graeterbeemd in ere te herstellen. Dit gebeurt in samenwerking met plaatselijke boeren en jagers. Via maaibeheer streven we naar een verbetering van de hooilandjes met pinksterbloem, grote ratelaar en knolsteenbreek. Je vindt er mooie restanten van meidoornhagen en graslanden met onder andere gevlekte orchis. Met andere woorden een zee van bloemen in het voorjaar. Moerasbossen krijgen eveneens een plaatsje. Het herbergt gebied een rijke schat aan streekeigen bomen en struiken waar onder andere het Agentschap voor Natuur en Bos gebruik van maakt om zaden te oogsten om deze steeds zeldzamer worden de authentieke planten te bewaren voor de toekomst. We komen ook langs De Graetmolen (ook: Graethmolen of Graatmolen) is een voormalige watermolen op de Herk nabij het natuurgebied Grote Beemd, ten noorden van Wellen en nabij het gehucht Russelt. Het was een onderslagmolen die fungeerde als korenmolen. Reeds in het jaar 1236 werd melding gemaakt van een molen op deze plaats. Uiteindelijk kwam deze molen aan de Abdij van Averbode. De molen werd diverse malen herbouwd. In de Franse tijd werd deze molen aan een particuliere molenaar verkocht. In 1876 en 1880 werden stoommachines geplaatst, maar in 1890 verdwenen deze al. Het waterkrachtbedrijf fungeerde tot in de jaren 60 van de 20e eeuw. Daarna werd het rad en het binnenwerk, met gietijzeren overbrengingen, ontmanteld. Ook het sluiswerk werd afgebroken. Wat verder zijn we terug in het centrum van Wellen en dan gaan we terug naar ons vertrek. Bijzonder is dat de wandelclub de naam Wellense Bokkerijders draagt en dit is naar de geschiedenis van de Bokkenrijders van Wellen. Wellen is het epicentrum van de Bokkenrijders van Zuid-Limburg. Het fenomeen Bokkenrijders dateert van de 18de eeuw. Het grote kapitaal zat in die tijd bij kasteelheren, grootgrondbezitters, adel en clerus. De bevolking moest hard zwoegen. Hun karige loon werd hen dan nog regelmatig door vreemde soldaten en avonturiers ontnomen. Het handelsmerk van de Bokkenrijders was de brandbrief: hierin dreigden ze met brand tenzij de bedreigde een zekere som overmaakte. Ze waren echter minder crimineel en wreed dan beweerd werd. In onze moderne tijd zouden we spreken van ‘kruimeldiefstallen’. Van grote rooftochten was nooit sprake. Volgens de legende zweefden De Bokkenrijders ’s nachts op bokken door de lucht. Dit verhaal werd althans via foltering uit de verdachten geperst. Het is gebaseerd op een Germaans volksgeloof, waarbij demonen in een dierlijke gedaante in een storm door de lucht raasden. In het christendom werden deze demonen assistenten van de duivel genoemd. De rechterlijke macht (indertijd was de geestelijke en wereldlijke heer van Wellen de abdis van Munsterbilzen) trad hard op tegen De Bokkenrijders. De vonnissen (1774-1776) van 27 ter dood veroordeelde Bokkenrijders uit Wellen werden voltrokken op twee verschillende plaatsen; in Munsterbilzen en in de Bonderkuil in Wellen. Zo word een wandeling een stukje meer dan alleen wandelen maar ook een stukje geschiedenis.
KARNAVALTOCHT. / AVIAT SINT TRUIDEN. / BOMMERSHOVEN. 24/02/2020.

KARNAVALTOCHT.
AVIAT SINT TRUIDEN.
BOMMERSHOVEN.
Nu er voorlopig geen wandelclub meer is in Borgloon komt AVIAT er een wandeltocht organiseren. Eigenlijk gaan we nu vele jaren in de tijd toen AVIAT hier in Borgloon altijd de maandagavondwandeling organiseerden. Voor de oudere wandelaars een moment van herinneringen aan die tijd. We vertrekken in Bommershoven. We wandelen vanuit het centrum de steenweg over en dan door de velden in. We komen langs plekjes waar ik nog nooit geweest ben en ook langs de nieuwe wandelpaden door de ruilverkaveling. Wel wat modder om de veldwegen maar ja na de regen van de afgelopen dagen wat wil je. Verder met onze tocht, zo wandelen we richting Jesseren, dan komen we aan het Archeologisch landmark Jesseren.
De ‘landmark’ bestaat uit drie onderdelen. Het eerste is een eigentijdse wegwijzer met daarin de vormen van de grafgiften uit het gevonden crematiegraf uitgefreesd. De wegwijzer leidt je naar een tweede onderdeel, de archeologische oriëntatietafel, die zich bevindt op een rust- en picknickplaats. Deze is opgebouwd uit een betonnen sokkel in de kleur van de Maastrichtersteen, met daarboven drie cirkelvormige elementen in cortenstaal. De vorm verwijst naar de teruggevonden Gallo-Romeinse waterput. Het informatiepaneel van de oriëntatietafel vertelt over de Gallo-Romeinse site, maar ook over zeven andere interessante archeologische locaties in de omgeving. In de helling van het grote waterbufferbekken, waar de waterput ontdekt werd, staat het derde onderdeel van de landmark met daarop het Latijnse woord ‘aqua’ en een pijl die naar de bodem wijst. Water is de ‘blauwe’ draad doorheen het verhaal van deze unieke plek. De waterbufferbekkens kwamen er immers door de aanhoudende wateroverlast voor de buurtbewoners. Erosie van de bodem én de wateroverlast, zorgden voor aftopping van de archeologische site. Het is een wonder dat de waterput nog gevonden werd, maar de vondst maakt het waterverhaal zeker compleet! Om het waterverhaal te benadrukken, werd in de oriëntatietafel de volgende tekst van Vergilius uitgefreesd: ‘Claudite iam rivos, pueri sat prata biberunt’, wat zoveel betekent als ‘Sluit de watertoevoer af jongens, de velden hebben genoeg gedronken’.
Dan wandelen we verder en komen aan het stationsplein van Jesseren. Het stationsplein met het enige bewaard gebleven station in de fusiegemeente Borgloon. Jesseren lag aan de spoorlijn van Sint-Truiden naar Tongeren en bezat een station, dat als zodanig dienstdeed van 1882 tot 1957. Van 1970-1971 werd het spoor opgebroken. Met de trein werd fruit aangevoerd ten behoeve van een stroopfabriek, de Grande Siroperie Limbourgeoise, welke in 1999 werd afgebroken. Ook aan het stationsplein het Parkje van het Kasteel van Jesseren en kasteel.
Parkje in landschappelijke stijl van ongeveer 1 ha, aangelegd rond 1900 bij een sobere villa, gebouwd door de uitbater van de naburige stroopfabriek Lowette. Het parkje ligt tussen de Jesserenstraat, de kern van dit straatdorp, en de in 1878-1879 aangelegde spoorlijn Sint-Truiden/Tongeren, die de oorsprong is van het goed. De komst daarvan, gecombineerd met de ligging in de fruitstreek, was aanleiding voor de oprichting van een stroopfabriek. De "Grande siroperie Limbourgeoise", bleef tot in de jaren 1950 bestaan. Initiatiefnemer was burggraaf Vincent de Kerchhove de Varent (1855-1914) die naast de fabrieksgebouwen een huis in eclectische stijl bouwde omringd door een parkje. Op het kerkhof van Jesseren liggen zijn grafsteen en die van zijn echtgenote Virginie du Vivier (1859-1921) .
We wandelen verder en in de voetbal kantine is de controlepost. Dan wandelen we verder en komen in het brongebied aan de Molenbeek. Hier een prachtige hoeve. Hoeve Herkwinning;
Belangrijke, voorheen gesloten hoeve, gelegen in een laag, moerassig brongebied aan de Molenbeek. In kern gotisch met enkele renaissancekenmerken; deze 16de-eeuwse kern werd herhaaldelijk aangepast: midden 18de eeuw, midden 19de eeuw, tweede helft 19de eeuw en recente wijzigingen aan het woonhuis. Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), gelegen rondom een rechthoekig, gekasseid erf, bereikbaar via een gekasseide oprit en een poortgebouw. Gotisch poortgebouw, de onderbouw van mergelsteen, de bovenbouw van baksteen, uit een recentere periode; spitsboogvormige inrijpoort in een verankerde omlijsting van gebouchardeerde kalkstenen blokken met afgeschuinde neg en imposten. Aan de erfzijde een korfboogvormige bakstenen poort uit de 19de eeuw. In de doorgang bevindt zich de deur naar het woonhuis: rechthoekig in een vlakke, kalkstenen omlijsting (eerste helft 19de eeuw). Dwarsschuur ten noorden: stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen; ankerbalkgebint met zichtbare regels. Twee rechthoekige poorten in houten omlijsting. Buiten het erf, rechts van de oprit, dienstgebouw met bakhuis.
We volgen de spoorweg en wandelen dan terug naar Bommershoven, nog even langs het dorpsplein en dan terug naar de start. Een mooie en aangename wandeling in het mooie Bommershoven.