Ik ben Chris en hou van reizen, wandelen, een goed glas wijn, lekker eten, Status Quo, lezen (thrillers).
Ik ben geboren op 1 februari 1962.
Hier kun je meegenieten van onze wandelingen. Sinds ik in augustus 2009 een hartinfarct kreeg, ga ik er samen met mijn vrouw dikwijls op uit om een gezonde wandeling te maken.
Vlierzele : 8e Bacchustocht. Een organisatie van de wandelclub Herzele.
Vlierzele is een dorp in de provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Sint-Lievens-Houtem. De wandeling had een uitgesproken agrarisch karakter met passages langsheen vele landbouwgronden en door stukjes bos. Kort na ons vertrek aan de gemeentelijke basisschool komen we een kapelletje tegen ter ere van de heilige Fledericus, die wordt aangeroepen tegen doofheid, hoofd- en oorziekten.
Aan de gevel van het "Hof Ter Vlieringhe" hingen enkele trofeeën aan de buitengevel. Dit hof is vooral bekend voor het kweken van de boerbokgeit. Aangezien we van dit ras nog niet gehoord hadden, gingen we even snuffelen op internet.
De boerbok werd in Zuid-Afrika gefokt en de naam stamt van het Nederlandse woord boer dat dezelfde betekenis heeft als bij ons, en het woord bok, dat op alle geitachtige slaat.
In 1959 werd het boerbokstamboek opgesteld en werd de standaard vastgelegd. Vanuit het nabije Namibië en uit Zuid-Afrika zelf werden een kleine hoeveelheid levende dieren en sperma geïmporteerd. In Europa werden ze in het kader van de verdringingskruizing tot de opbouw van een vleesgeitenras ingezet.
Boerbokken zijn grote vleesgeiten met lange goed ontwikkelde schouders, goed ontwikkelde lange, diepe en brede borst en rechte rug met uitgezette ribbenwelving en lange benen. Ze zijn kortharig en hebben een gedeeltelijk roodbruine ramsneusige kop. Zowel geit als bok zijn gehoornd.
We verlaten het dorp en duiken de natuur in.
Enorme zwam aan de voet van van een wilg.
We laten het bos achter ons en duiken opnieuw de bewoonde wereld in.
Kruis “Cis Baove”
In de Werrebeek, een smalle weg die de Groenestraat met Vlierzele verbindt, staat een moordkruis met volgende tekst:
“Hier is vermoord, Francies Van Der Heyden op 9de november 1913 in den ouderdom van 68 jaren”
Francis Van Der Heyden, alias “Cies Baove” woonde met zijn gezin in Vlierzele en was voerman. Het was op een zondagavond dat hij op deze eenzame plek
vermoord werd. Het lichaam werd ’s anderdaags gevonden door zijn zoon Charles-Louis, alias “Boer”, die samen met de hond op verkenning was gegaan.
In 1928 werd het kruis moedwillig omvergestoten en in stukken gebroken. De familie Van Der Heyden heeft het dan terug hersteld en in een stevige pilaar
gemetseld om het voor verdere vernieling te vrijwaren.
Achter de Vlierzeelse pastorij staat sinds 1879 de Lourdesgrot ter ere van O.L.Vrouw.
Deze Lourdesgrot, gebouwd met Doornikse kalksteen, werd opgericht op initiatief van toenmalig pastoor Anseau.
De grot is ongeveer 15 m breed en 6 m hoog. Op de zuidelijke kant (rechts) is een preekstoel in rotsen ingewerkt, aan de noordelijke kant (links) is onderaan de grot een crypte aangebracht waar de bedevaarders hun kaarsen laten branden. In het midden bevindt zich de nis met het Mariabeeld. Voor de grot op een kleine sokkel staat het beeld van
Bernadette. Op het pleintje staan vijftien bidbanken opgesteld die plaats bieden aan een vijfenzeventig bedevaarders.
In 1954 bracht toenmalige pastoor, Sabot, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Mariagrot, zeven kapelletjes aan waarin hij de zeven blijdschappen van Maria liet beitelen. Deze kapelletjes zijn opgetrokken in baksteen, met in witte zandsteen gebeitelde taferelen. Het geheel is een uniek natuurkader dat zeker aanleiding geeft tot bezinning en gebed.
In het najaar van 1993 werden de prachtige lindebomen tijdens nachtelijk stormweer ontworteld, en vernielden in hun val een zijmuur van de grot. Vrijwilligers bouwden deze muur terug op in 1994
De laatste halte op het parcours was de Sint-Fledericuskerk die spijtig genoeg niet open was.
Vlierzeles eerste kerk werd gebouwd in het begin van het gezag van de Sint-Baafsabdij in de vroege Middeleeuwen. De oudste delen van de Fledericuskerk, het schip, het koor en de sacristie dateren van 1780. De negotische zijgevel en de toren stammen uit 1892.
Binnenin is de laat barokke preekstoel een echte blikvanger. Hij werd gebeiteld in eikenhout door Guiliaume van Buscom uit Mechelen op het einde van de 18de eeuw en komt uit de Gentse Sint-Baafskathedraal.
Het hoogaltaar in zwart en wit komt uit de Sint-Baafskathedraal te Gent en werd naar Vlierzele gebracht in 1783. Het schilderij stelt het huwelijk voor van Onze-Lieve-Vrouw met de heilige Jozef. Het is een werk van Quillin van Antwerpen. De twee zijaltaren, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en de heilige Fledericus, zijn twee eeuwen oud. Het beeld in het rechterzijaltaar uit de 17de eeuw werd gerestaureerd in 1892. De geklasseerde orgelkast van 1643, die de wapenspreuk draagt van Mgr. Van Hoorebeke, is eveneens afkomstig uit de Sint-Baafskathedraal. Een werkelijk zeldzaam kerkmeubel is de 15de eeuwse gotische doopvont in arduin. Het koperen deksel kwam er pas in 1891 bij.
Onderweg liet dit kleine hondje vervaarlijk zijn tandjes zien.
De eerste krokussen....
Nog een kapelletje.
Nog wat uitrusten bij een glas bier en dan moe maar voldaan terug naar huis.
Deze keer zijn we er op uitgetrokken naar de grensstad Menen om een bezoek te brengen aan de historische binnenstad.
De organisatie was in handen van "de 12 uren van Lauwe".
De geklasseerde brandweerkazerne, deed vroeger dienst als Oud Hollands militair hospitaal. Dit gebouw was 87 meter lang en bijna 12 meter breed en bestond uit 2 bomvrije gewelven. Het kon 150 zieken herbergen in 13 ziekenzalen. In 1930 werd het gebouw overgedragen aan de stad Menen en in de gerestaureerde rechtervleugel is heden ten dage het OCMW ondergebracht.
Standbeeld op het Leopoldsplein.
De Franse maarsschalkVauban maakte van de grensstad een modelversterking. De vestigingen hadden een omtrek van 3 km met 11 bastions en 4 stadspoorten. hier zien we de vestingen aan Park Ter Walle.
De voetgangerstunnel geeft je een idee van het monumentale van het bouwwerk.
Het Belfort van Menen werd gebouwd tegen het stadhuis, de eerste steen van de toren werd gelegd in 1574. De toren is 33 meter hoog en bezit een mooie beiaard. In 1999 werd het Belfort ingeschreven op de lijst van werelderfgoed van de Unesco. De lakenhal bevond zich destijds achter het Belfort.
Na 162 trappen hadden we een mooi vergezicht vanuit de toren.
De beiaard dateert van 1962 en in 2001 werd er een nieuw beiaardklavier geïnstalleerd.
De klokken werden vervaardigd door werkhuis Desimpelaere uit Menen.
Het stadhuis werd gebouwd in 1782. Het hele gebouwencomplex is in de loop van de eeuwen herhaaldelijk verwoest en verbouwd. De stijl van de voorgevel is sober en strak klassiek. Van het stadhuiscomplex maakten ook de lakenhal en het landhuis deel uit.
In dit gebouw is De Post gevestigd.
In het park staan nog enkele overblijfselen van de wallen.
De Kazematten zijn ondergrondse bomvrije, gewelfde ruimtes die deel uitmaakten van de stadsversterkingen. Ze werden gebruikt voor militaire doeleinden als bewaarplaats voor munitie en levensmiddelen of als schuilplaats voor soldaten en geschut.
De Leie snijdt Menen in 2 delen en speelt al eeuwen lang een vitale rol in de geschiedenis van de stad. In vervlogen tijden vormde de rivier een tafereel van intensieve smokkel. Via de oude sluizen kan men wandelen naar het nieuwe parkgebied.
Molen De Goede Hoop. Deze stellingmolen van rond 1798 is een van de oudste stenen molens van West-Vlaanderen. Sinds de restauratie van 1994-1995 is hij weer maalvaardig.
Als afsluiter van deze wandeling even op krachten komen met een lekkere wafel en een cappucino.
Zo beste bloggers, dit was het voor deze keer. We kijken al uit naar onze volgende wandeling.
Roborst is een landelijk gelegen dorpje in Oost-Vlaanderen en telt 838 inwoners. Het is een deelgemeente van Zwalm. We zijn dus in de Vlaamse Ardennen.
We volgden er de Waterkersgrachtenwandeling (7km).
De Sint-Dionysius kerk is reeds eeuwenoud, zij dateert van de 13e eeuw en is in Vroeg-Gotische Stijl. Helaas was de kerk niet open, dus weer geen kaarsje kunnen branden.. spijtig.
Voormalig gemeentehuis van Roborst. Dit was eigendom van de kasteelheer.
Heerlijk vertoeven in een mooi glooiend landschap.
Dit paard had precies niet veel goesting voor een foto, het steekt gewoon zijn tong uit op ons.
Langsheen het water verschillende bomen met zwammen gezien.
Het wandelpad langsheen de Zwalmbeek.
Aangekomen bij het verval van de Zwalmbeek, gelegen aan het restaurant "De Zwalmmolen.
Eén van de vele prachtige gerestaureerde hoeves.
Huisje met nog een werkend waterrad.
De Paddestraat waar dit jaar de "Omloop Het Nieuwsblad" passeerde. Gemeentearbeiders waren volop bezig met de voorbereidingen.
Prachtige bonsaï in een voortuin.
Even halt gehouden in het enige dorpscafé dat Roborst rijk is.
Het thema van deze wandeling : een waterkerskwekerij.
Zo beste bloggers, wij vonden het een leuke uitstap. Jullie ook ?
Deze keer van de partij bij de Warme Wijntocht, georganiseerd door de Drevetrotters uit Zonnebeke. Het weer viel goed mee, dus waren er heel wat mensen op deze tocht aanwezig, nl 1578 deelnemers.
Passendale, gelegen in de Westhoek, blijft ontegensprekelijk verbonden met de gruwel uit WO I. Deze wandeling voert ons dan ook langs de vele historische plaatsen en monumenten die men in deze streek aantreft.
Na onze start komen we al vlug een begraafplaats tegen.
Halfweg en even tijd nemen om een wafel te eten. De organisatie had de prijzen zeer democratisch gehouden, nl 2 voor 1 euro.
Gedenkplaat voor de ongeveer 16.000 gesneuvelde Canadese soldaten voor hun heldendaden en moed om de heuvelkam van Passendale te veroveren.
De prei stond er maar zielig bij.
De Waterfields Farm.
Op deze weg ligt de oude spoorwegbedding die de Britse en geallieerde soldaten destijds volgden op hun weg naar " the bloody fields of Flanders".
Het Tyne Cot Cemetary. Deze indrukwekkende begraafplaats telt bijna 12.000 grafstenen en is de grootste Commonwealth begraafplaats op het vasteland.
Graag hadden we nog een bezoekje gebracht aan het museum "de oude kaasmakerij", maar spijtig genoeg was het reeds gesloten.
Groetjes aan alle bloggers en tot een volgende uitstap.
Prachtige bomen, helaas mij niet bekend welke soort.
In de verte zagen we ook een windmolen staan.
Blijkbaar mag er in dit gebied ook gejaagd worden. Deze huls is het bewijs.
En genieten maar van de uitgestrekte vlakte.
Een authentieke boerderij. Roept herinneringen op aan mijn vrouwtje haar kindertijd, een oude boerderij en de geur van koeien..
Nog een mooie boom, de moeite waard om er een foto van te nemen.
Eén van de vele boerderijen.
Een kunstig gemaakte pomp, en ze werkt nog ook.
Vele verzorgde tuinen gezien.
Hier houdt een lieve King Charles Cavalier Spaniel de wacht. Goed kijken, het is een echte, hé...
Beeld van de Heilige Antonius van Padua. Als Sint-Antoon de zon doet schijnen, ziet de boer zijn zorgen verdwijnen. Is Sint-Antonius nat, dan drinkt de boer zich zat. Sint-Antonius schoon en helder, vult 't vat en ook de kelder.
Nog een grotje aan een huis.
De kerk van de HH. Bernardus en Martinus in neoclassicistische stijl dateert van 1842. Toen liet pastoor Brisard het romaanse kerkje van 935 afbreken omdat het in een te slechte toestand was. Helaas was de kerk gesloten, dus een kaarsje branden zat er deze keer niet in.
De wiskundige Italiaanse markies, Gasparo Pagani, was professor aan de universiteiten van Leuven en Luik. Hij overleed in het kasteel van Woubrechtegem en ligt hier op het kerkhof begraven.
Zo, beste bloggers, jullie zien dat deze wandeling deugd gedaan heeft, ik hoop dat jullie er ook van genoten hebben.
Deze keer geen natuurwandeling, maar een uitstap naar Aalst, naar de 82e Carnavalstoet.
Geniet maar mee van onze foto's.
De Sjattrellen.
Thema : Sjattlantis, het verdroenken land van Oiljst.
Oilsjt es oitgekoezen as proefstad ver de groene energie, ’t es te zeggen, om energie oit woter te kroigen. Oongezing dat ’t stad deer zèn beloid toch al nen half gezonken boeit es, es de keuze op Oilsjt gevallen omdat de stad onder woter werd gezetj ver te testen. Mor in de plosj van dat d’ Oilsjteneers verdrinken, muteren ze in onderwotermensjen en liëren ze den onderwoterwereldcarnaval vieren. Weir vraugen ons stillekes af of dat aal die mutoosjes wel zu goed gelikt zèn: Annie es gemuteerd in Ilse, mor es dat wel een goei zauk? Als ge ’t on de pompiers vraugt, ghiëlzeker ni … En es de mutoosje van Carlos van ’t Paviljoeng in de Kreim wel een goei zauk?
Vanachter nen antieke locomotief, ziemen ’t Stausjeploin, gerat in ’t nief!
Drasj.
Thema : Op zoek nor ons Ria.
De Oilsjteneers kunnen zich via een wedstrijd “op zoek nor ons Ria” inschrijven om de vervanger te worden van Nicole Ringoir als hoofd van het Feestcomitoit. De favoriete dit jaar in de wedstrijd is Ria Van Landuyt die na een serieuze reclamecampagne aan de leiding staat in het klassement. Wie wordt de nieuwe Nicole? Wordt het Ria of???
Eirg.
Thema : De Crem's nief leger - La vie en Rose.
Na het sluiten van alle oude legerkazernes, zijn de miliciens die daar al jaren zitten verplicht om mee te doen met De Crem’s nief leger: een leger manne die een gans jaar mogen feesten, ambiance maken en op tijd en stond onze Koninklijke familie op hun vakantiebestemming brengen! Amaai, wa goot da geven?
Gralek Grosj.
Thema : In 't museum aven weir de wacht, want alles komt tot leven mè vastelauvednacht.
Is ’t klokslag twelf ieren, zondagnacht van Carnaval, verschitj ni wa da ier sebiet geberen zal. Weir zèn op de boon mè ons vastelauvedbaal, ’t museum komt tot leven … ’t es in Oilsjt weer Carnaval!! Ons onderweirp es gebaseerd op de film “Night at the museum”. Weir peizen dat ons carnavalsmuseum mè vastelauved droi nachten tot leven komt! Gralek Grosj aaft de wacht en aaft alles in d’ hand, want ’t es weer vastelauved in ’t land …
lekken en Plekken.
Thema : Weir vertellen 't eir..
Weir gon eir op een originele en noeit geziene manier ’t verhool oever ons stad brengen. ’t Roilen en zoilen in ons sjikke stee, de gebeertenissen op ’t stadhois, mor oeik ’t verhool van ’n Oilsjteneer die em mè Carnaval droi daugen goot amezeiren.
Woorom dadde.
Thema : Weir goon Ilse verrassen.
Op vastelauved doisndag blijfde beter on de kant, want vandejoor werd er giën poep, mor een hekse verbrand. Verdwointrikken, het oonnemen van andere gedontjes, maanen verliën, toeveren mè vanalles en nog wa es regelrechte zwerte magie! En in Oilsjt pikken we da ni! Den brandstaupel op! Nog noeit zoe genoeten van pyromanie: doi heks werd verbrand op nen pompierenmedley.
Tussen de grote groepen door, even een kleine knipoog naar de politiek.
Venoin.
De groeite verdwoiningstrik.
Winnaar in de categorie “besten vraalèken hoeifdrol”: Oit-ter-sprot Ilse! Aalst, Belgium! Vèr de film: THE GREAT ESCAPE. Vertolink: Ilse, es flikkie! Z’ is ribbedebie … Burgemeester Ilse haalde de woede van de Aalsterse brandweer op haar nek door de nodige hervormingsplannen op tafel te gooien. Gezien het massale protest en door de felle acties van de brandweerlui, zag ze geen andere uitweg dan, verkleed als agente, te vluchten uit de gemeenteraad. De spiegel heeft nu 2 kanten: Ilse als burgemeester … Ilse als flik.
De burgemeester, Ilse Uyttersprot kreeg het hard te verduren.
Krejeis.
Thema : Weir springen e gat in de locht.
Op ons 82ste Oilsjters fiëst, springen weir om ter ’t miëst! Want weir willen mor iën ding … dus weir doeng Voesj mè SPRING, SPRING, SPRING! Monjdag nor de stoet kom ek in de Flora oon … rond moi zien ek aal de groepen stoon! Allemool mè zeenen op eer toet: want … “komt onze prois wel goed?” Den besten werren van ons stee, da vindj allemaan oke … De jury . gralèk ierlèk en serjeis, ’t es misschieng tees joor wel isj KREJEIS?! Weir springen tèn e gat … aal in de locht! Monjdag werd den hoeifdprois nor hier gebrocht!
Lotjonslos.
Thema : Trammeland.
De Vlaamse regering besliste om in Vlaanderen tramlijnen aan te leggen tussen de grote steden. Wij hebben daar niet op gewacht en nodigen alle Aalstenaars uit om op 14 februari 2010 de tram in Aalst in te huldigen. Neem lijn 7 “Poitepit – Zaatstrootpoeirt” en geniet van het rustieke kader op de trams!
Schiefgoddeweg.
De Capucienen de pot on.
Na 100 jaar zijn de laatste paters Kapucienen vertrokken uit Aalst. Voor de laatste keer gaan ze nog eens gezamenlijk het dagelijks gebed doen in hun geliefkoosde plekje in ’t klooster. Een af (schijt) met weinig woorden, maar met veel … Een laatste ode gebracht, door de enige en unieke blaasharmonie De Kapucienen.
De Matotten.
Thema : Weir bringen eir "verlichting".
Wat gebeurt er als de getuigen aanbellen bij de “wachttoeren” waar de “oeren” wachten …
Dus dat was het weer.. we kijken al uit naar Carnaval 2011.
Beste bloggers, deze keer waren we op stap in het Pajotteenland, meerbepaald Oetingen.
Het was een tocht langs goed begaanbare wegen.
Oetingen is een deelgemeente van Gooik. Het dorp is gelegen in het Pajottenland en heeft zijn landelijk karakter vrij goed bewaard. In 1997 diende dit dorp als decor van de film "Oesje" van Chris Van Den Durpel.
De Sint-Ursmaruskerk.
De heilige Sint-Ursmarus, die aanroepen wordt tegen de koorts.
De biechtstoel met mooi houtsnijwerk.
Op pad langs landelijke veldwegen.
Genieten van het uitzicht en de rust die hier heerst.
Onze vrienden "de dieren" krijgen ook onze aandacht.
Nog vele knotwilgen langs het parcours tegengekomen, die men in onze streek nog zelden ziet.
De watertoren op het hoogste punt van de wandeling.
Een dreef in het Hellebos (privaat eigendom).
Een van de vele kapelletjes onderweg.
Het kasteel van Heetvelde.
Het kasteel van heetvelde of in de volksmond Waterkasteel genoemd, is een oude waterburcht als vroegere schakel in de verdedigingsgordel van versterkte kastelen die werden opgebouwd door de graven van Henegouwen. De oudste delen van het kasteel, de funderingen en laagste bouwlagen dateren uit ca. 1600. Het huidge complex, opgetrokken in Brabantse renaissancestijl, werd gebouwd in opdracht van Pieter Collins, heer van Heetvelde.
Het waterkasteel is momenteel in privé-handen.
Terug aangekomen op het kerkplein, zijn we er enen gaan drinken waar destijds de film "Oesje" met Chris Van Den Durpel werd opgenomen.
We hadden allebei wat extra vitamientjes nodig.... Groetjes en tot een volgende uitstap.
Op een regenachtige zondag toch nog eens besloten om erop uit te trekken, samen met 2776 andere wandelaars.
Eerste wandeling van het 3-luik van het Donkmeer & de Witkap Trofee, georganiseerd door wandelclub "Boerenkrijgstappers". Een prachtige natuurwandeling over veldwegen en paden door bossen en meersen tussen Donkmeer en Schelde. Moest het weer droger geweest zijn, deze wandeling zou nog aangenamer zijn..
De organisator van deze tocht.
Vol goede moed op pad, ondanks het regenweer.
De bootjes lagen er maar verloren bij. Wat een verschil met het zomerseizoen, dan is het drummen om een bootje te bemachtigen, om rustig te varen op het meer.
Om ons onderweg warm te houden, werd er een gratis "druppelken" geschonken. En dit deed deugd, want het was allesbehalve een stralende dag...
Prachtige dreef.
Hout genoeg om de winter door te komen.
Prachtige natuur.
De Sint-Martinuskerk in Berlare werd gebouwd in 1910.
Onderweg werden we ook wat wijzer gemaakt. Altijd mooi meegenomen wat extra uitleg van de plaats waar je doorwandelt.
Bareldonkkapel.
Uit geschiedkundige bronnen blijkt dat sinds onheugelijke tijden op Bareldonk een kapel stond, toegewijd aan de Heilige Maagd.
Aloïs De Beule (1861 - 1935) Beeldhouwer, leraar in Sint-Lucas Gent
Geboren te Zele in 1861 als vijde kind van het gezin. Vanaf zijn 10 de jaar stond Aloïs zijn vader bij als schoenmaker. De oudste zoon Frans evenwel werd na studies in de Academie te Dendermonde , St. Niklaas en Antwerpen kunstschilder, doch zonder het gewenste succes.
Toen Aloïs 23 jaar was geworden maakte hij een pijp nadat hij een houtsnijwerk had gezien van een buurman. Rond deze pijp zette hij 7 muzikanten van de Zeelse fanfare neer.
Het waren de eerste tekenen van zijn kunde. Hij sneed daarna nog eens twee pijpen en een horlogeketting en kon ze voor de eerste maal ten gelde maken. Kort daarna vertrok hij naar Mechelen om er te werken in een meubelzaak waar hij leeuwenkopjes moest snijden voor allerhande tafel- en kastversieringen. Doch hij bleef er niet lang. Hij wenste naar Gent te gaan om s avonds school te kunnen lopen in de stadsacademie en overdag te kunnen werken in de firma Zens waar hij in het begin gebakken aardewerkbeelden moest zuiveren nadat ze uit de vorm waren genomen.
Daar ontdekte hij zijn begaafdheid als beeldhouwer. Na 5 maand mocht hij overstappen naar de afdeling der beeldsnijders en maakte er zijn eerste artistiek werk. Het werd een gotische O.L.Vrouw met het kindje Jezus. Toen Zens hem terug nodig had op de herstelafdeling verliet hij diens werkplaats alsook de stadsacademie van Gent en ging in dienst van een firma van godsdienstige beelden.
's Avonds volgde hij nu lessen in de St. Lucasschool. Broeder Mathias van St. Lucas zag de natuurlijke aanleg van Aloïs en liet hem onmiddellijk overgaan naar het 6 studiejaar. In het 8 ste jaar van St. Lucas behaalde hij den Grooten prijs beeldhouwkunst met het halfverheven beeldhouwwerk De Dood van Karel de Goede.
Na 2 jaar werken bij de Firma van godsdienstige beelden, startte hij in 1889 samen met zijn jongere broer Emile een eigen bedrijf.
Hij vond een oude schuur op het Sint Pietersveld waar nu zijn groots monument Het Ros Beiaard staat opgesteld en bouwde deze uit tot zijn beeldhouwersatelier. Het begin was niet gemakkelijk. Terwijl zijn schuur na 3 maanden al vol stond met beelden kon hij er geen enkel verkopen. Voor de pastoor van St. Jacob mocht hij tenslotte zijn eerste bestelling noteren, een Franciscusbeeld, ter versiering van de kerk en later nog enkele voor vrienden van de pastoor, maar van die enkele beelden kon hij niet leven.
Zijn redding was evenwel de bestelling in 1887 van een kruisweg (14 staties) voor de Sint Jacobskerk door dezelfde pastoor. Dit werk maakte veel ophef en was het begin van zijn carrière. Door toedoen van zijn vriend pastoor kon hij nadien een betere woning betrekken op de Nederpolder. Geleidelijk aan kreeg hij ook naambekendheid, zelfs tot in het buitenland.
Zo mocht hij voor het Benedictijnenklooster van Ramgate in Engeland een kruisweg maken.
In 1898 volgde een kruisweg bestelling voor de Sint-Baafskerk en iets later voor de kerk van Gistel. In totaal van zijn oeuvre heeft hij 14 kruiswegen ontworpen. Zo o.m.voor:
de kerk van Leopoldsburg, de kerk van Hal, de abdijkerk van Dendermonde, de kerk van Jette, de kerk van St.-Gillis-Dendermonde, de kerk van St. Eloois-Vijve, de kerk van Looz, de kerk van St.-Martinuskerk te Kortrijk de kerk van Marke bij Kortrijk, de kerk te Liverpool de kerk te Ramsgate
Hij heeft ze echter gecommercialiseerd zodat er in totaal 250 kruiswegen werden verspreid over België, Engeland en Frankrijk.
Prachtige werken van de hand van deze meester.
De 15e eeuwse kapel die in 1774 werd gerestaureerd werd in 1935 verrijkt met zeven kapelletjes (VII Weeën van O.-L.-Vrouw) en een prachtige kalvarieberg met levensgrote beelden van beeldhouwer Aloïs De Beule.
En natuurlijk een kaarsje aangestoken.
Zo, dit was het deze keer. Ik hoop dat jullie genoten hebben van de beelden.
Bronnen : http://www.boerenkrijgstappers.be en internet
Beste bloggers, zo werd deze tocht omschreven op de wandelkalender :
Beerlegem : een tocht door de mooie Zwalmstreek op goed begaanbare wegen aan de voet van de Vlaamse Ardennen.
Ja, hallo... het eerste deel ja, maar bij het tweede kreeg je gratis een modderbad kado.
Voor diegenen die Beerlegem niet kennen (ik ook niet tot nu) :
Beerlegem is een dorpje in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Zwalm. Het typisch straatdorp wordt doorsneden door de rijksweg N415. In 1971 ging de gemeente op in Munkzwalm (later Zwalm) en telde op dat moment 348 inwoners.
Standbeeld "De Jager" aan de Sint-Andreaskerk van Beerlegem.
Zicht op één van de dreven van het kasteel van Beerlegem.
Ook de paarden dachten dat we gek waren om in de modder te gaan ploeteren, maar dat ondervonden we pas achteraf.
Prachtige natuurbeelden onderweg.
De Kaaihoeve te Meilegem.
Vóór de Schelde werd gekanaliseerd, was er te Meilegem een aanlegsteiger, die voor groot belang was voor de handel in de streek met de steden Oudenaarde en Gent. Deze aanlegsteiger was gesitueerdter hoogte van de "Kaaihoeve"; dit verklaart de naam van de hoeve. De hoeve werd meerdere malen herbouwd. "De Kaaihoeve" werd aangekocht door de Provincie Oost-Vlaanderen en ingericht als educatief centrum voor allerlei natuur- en milieueducatieve activiteiten en sensibiliseringscampagnes
Aan de zijkant van de Kaaihoeve...
troffen we deze treinkolenkar aan.
Een meander is een lus in de loop van een natuurlijk waterloop. Dergelijke lussen ontstaan bij rivieren of beken doordat in de buitenbocht, waar het water het snelst stroomt, grond wordt weggespoeld, terwijl aan de andere zijde grond wordt afgezet.
De oever waar de grond wordt geërodeerd, wordt wel stootoever genoemd en de oever waar materiaal wordt afgezet de glijoever. Door dit mechanisme hebben de bochten de natuurlijke neiging steeds wijder te worden, waardoor ook de rivier steeds langer wordt. Dit gaat door totdat twee bochten in elkaar overlopen (meanderdoorbraak); als dit gebeurt wordt de meander zelf een 'dood' stuk van de rivier en herneemt de rivier zelf nagenoeg zijn oude loop. Het dode stuk heeft vaak de karakteristieke vorm van een hoefijzer en wordt daarom hoefijzermeer genoemd.
We hadden beter onze rubberen laarzen aangetrokken.. niet te doen, je zakte gewoon weg in die modder.
Gelukkig wees deze knappe jongeling ons terug het juiste spoor.
Prachtig voorbeeld van creatief werken met planten. Heel geslaagd zo'n groen paard aan de poort.
Vergezicht over de akkers met in de verte een overblijfsel van een molen.
En we sluiten af met dit stukje moderne kunst.
Tot de volgende keer maar weer.. én hopelijk drogere wandelwegen.