Geschiedenis van de drie Gildereuzen - deel 5.

Uit het weekblad 'Ros Beiaard' van 2 februari 1930.
Uittreksel uit een onkostennota van de 'Feesten van 1850, ter gelegenheid van het Gouden Jubileum van de Akademie voor Schone Kunsten, van de Rechtbank en voor de huldiging van de geschiedschrijver David Lindanus:
-Onvoorziene uitgaven:
*70.00 frank voor het bouwen van een schuilplaats, in den entrepot, voor het Ros Beiaard, de reuzen, enz., daar de rijtuigschilder Mestdag weigerde deze in zijn werkhuis onder te brengen.
*84.50 frank aan Mejuffer L. De Brandt voor het leveren van strooien hoeden, hemden en andere atrributen door de dragers van het Ros Beiaard en de reuzen en voor de tamboers en de muzikanten.
*369.59 frank voor de uitrusting der drie reuzen, 't klein peerdeken en de kemel; in gelen, blauwen, roden en groenen damast; blauwgoed met witte en rode strepen; gouden en zilveren belegsels en franjes.
*3.50 frank voor het verstellen van het rietwerk der reuzen aan Van Ranst.
*9.00 frank voor een kapsel van den Indiaan, blauw-gouden band en baret met pauweveren.
Hierna een uittreksel uit de stadsrekening van 1682 - '83, waar men op de voorlaatste regel duidelijk kan lezen: '... tommedragen vanden mars inden ommeganck ...'






































