De spellewerkster
Stille zit ge daar
Geen oog gericht uitwaar
Tenzij op uw klosjes.
Die ge met hele trosjes
Met zorg en met vlijt
Weg en were smijt!
Och, zo zere
Weg en were.
Hoe ge ’t doet?
Hoe het moet?
Hoe ge ’t ziet?
‘k Versta het niet!
Voor ik ’t vertelle
Versteekt g’ al een spelle!!
En weerom al
Voor ik ’t zeggen zal
Spartelen, dartelen
Goed en wel
Geheel dat klosjesspel!
En elke draad
Hoe zere ’t gaat
Hoe zeer ’t gezeid
Op zijn plaats geleid!
En wonderbaar
Hoe kant en klaar
Als verrezen
’t Kant zal wezen!!


