Hoera !!!


Tweeling
De tijd gaat geweldig snel !!! De tweeling Mileen en Ywein mogen op 2 juni, al 2 kaarsjes uitblazen !
Een hobby die een obsessie werd !!
Niet alle afgebeelde kant is door mij gemaakt,
dat zou trouwens onmogelijk zijn.
Ik wil alleen
ALLE
facetten van
KANT
belichten !!

Hoera !!!

Tweeling
De tijd gaat geweldig snel !!! De tweeling Mileen en Ywein mogen op 2 juni, al 2 kaarsjes uitblazen !
De dames van de kantkloskring - gedichtEen gedicht dat echt perfect aanleunt bij de realiteit...ik kan er van meespreken!!!
De dames van de kantkloskring
De dames van de kantkloskring
Die hebben grote zorgen
Ze staan zo vaak in “dubio”
Ik denk haast elke morgen
Wat zal ik nou het eerste doen ?
Het “moeten” of het “leuke”?
Want, oh, als ze het kussen zien
Dan gaan hun vingers jeuken!
Nee, flink zijn, eerst de afwas doen
De wasmachine aan, en…
Oh, gut, daar gaat de telefoon!
Daar gaan de goede plannen!
Als ik soms op visite kom
Dan zie ik ze staan vrezen…
Oh, heb ik wel goed afgestoft
Zou het wel netjes wezen?
Maar ik kom daar toch echt niet voor
Geen vingers langs de randjes
Ik zie beslist dat spinrag niet
Want ik kom voor de kantjes!
Dus, lieve dames, wees gerust,
Open uw deur…ik stel geen vragen.
Want wie als kantvriend binnenkomt…
Die denkt alleen aan slagen!
derveen
het kantklosje
Kantklosje
Het klosje is meestal een houten of benen (ivoor) spoel waarop de kantwerkster het garen windt zodat er kan geklost worden.
De vorm en de grootte zijn afhankelijk van de kantsoort en de dikte van het garen.
In de vroegere kantscholen zat er vooraan in de klas een “windster” die niets anders deed als klossen opwinden met een molentje. Als één van de kinderen zijn hand opstak, gaf de windster onmiddellijk een nieuwe klos zodanig dat er geen tijd verloren ging.
Tegenwoordig worden klossen ook uit andere materialen gemaakt, zelfs uit plastiek, maar dat zijn meestal sierklossen.

Klosjes

België
Verschillende kantsoorten zijn de revue gepasseerd.
Nu is het de beurt aan de klosjes !
Vroeger was het zo dat iedere kantsoort zijn specifieke klos had. Hoe dikker de draad, hoe zwaarder de klossen.
De klossen voor het grof Brugs bloemwerk waren meestal gemaakt uit palmhout en zijn bolvormig aan het uiteinde.
De klossen van de Rosalinekant zijn sierlijk van vorm , glad en hebben een puntig uiteinde om het doorhalen te vergemakkelijken.
Malta
Malta
Er werd op Malta al in de 18de eeuw kant geklost. Op een schilderij van de plaatselijke schilder, de Favray, is een kantklosster afgebeeld samen met een dame uit de hogere klasse wiens kledij prachtig versierd is met kant.
De kantklosster werkt op een langwerpig kussen zoals dat nu nog steeds het geval is in Malta en Gozo.
In de 19de eeuw bracht lady Hamilton Chichester, Genuese patronen en kantwerksters op Malta om het klossen aan te leren. De typische Maltese kant was erg in de mode. Oorspronkelijk gebruikte men zwarte zijde uit Barcelona maar onder invloed van de mode veranderde het in crémekleurige zijde.
Het was vooral in de weeshuizen van Gozo dat de Maltese kant werd geklost.
Maltese kant is vooral bekend om zijn geometrische figuren en een overvloed aan bladvormige kunstslagen. Karakteristiek is ook het achtpuntige Maltezer kruis, symbool van de ridderlijke deugden :
ijver, gehoorzaamheid, rechtvaardigheid, ootmoed, wijsheid, liefde, bezonnenheid en dapperheid !
Maltese kant is tamelijk eenvoudig te klossen, lag goed in de markt en werd daarom veel geïmiteerd nl in :
Le Puy, Barcelona, Italië, de Engelse Midlands en in mindere mate in België.
De zijde maakte plaats voor katoen draad.

Italie

Italie
Alhoewel Italië vooral bekend staat als de bakermat van de naaldkant, met Burano als voornaamste centrum, werd er ook veel kloskant vervaardigd.
Steden zoals Genua en Milaan waren toonaangevend op het gebied van kloskant.
Op het einde van de 17de eeuw lieten de eerste tekenen van de malaise zich voelen. Colbert verbood radicaal om Italiaanse kanten in te voeren.
Toch heeft de Genuese kant de eeuwen getrotseerd.
Het was een soort Milanese kant die echter Genuese kant werd genoemd.
Ook de steden Rapallo en Santa Margherita, aan de Ligurische kust, waren belangrijke kantcentra. Het waren vooral de vrouwen van de koraalvissers die kant klosten. Getuige hiervan is de boekhouding van de parochiekerk, waarin vooral giften van koraalnetten en kanten zijn opgenomen. (1592)
Voor de grove kant met weinig klossen gebruikte men zware , bolvormige klossen.
Voor de fijne kant, dikwijls geklost met zijde, gebruikte men dunne, rechte klosjes.
Denemarken
Denemarken
In de 16de en 17de eeuw was Denemarken een welvarende mogendheid die
grote winsten haalde uit de tol die vreemde schepen moesten betalen voor een doorgang naar het zuiden.
Tønder ontpopte zich als een toonaangevend kantcentrum en is dat tot op heden gebleven.
Het zouden Vlaamse vluchtelingen geweest zijn die de kloskant naar Denemarken gebracht hebben.
De Nederlanden en Denemarken onderhielden belangrijke relaties op politiek, economisch en artistiek gebied.
Een lijkrede uit 1596 vermeldt dat adellijke dames kant leerden klossen in Lutheraanse kloosters.
Tønder ontpopte zich als een toonaangevend kantcentrum en is dat tot op heden gebleven.
Het is dus vooral de Tønderkant die bij ons bekend is. Wat de techniek betreft, leunt hij sterk aan bij de Rijselse kant maar met een eigen karakter, getypeerd door een rijke variatie van bloemen en ornamenten.
Vroeger klosten de “werksters” meestal heel hun leven het zelfde patroon dat dan ook hun naam kreeg.
De klosjes uit Tønder zijn heel mooi. Zeer fijn en dun. Het bolvormige uiteinde wordt versierd met kleurrijke pareltjes om de sleet van de klosjes te verminderen.

Frankrijk
Frankrijk
Le Puy-en-Velay, is van oudsher een vermaard kantcentrum in Frankrijk.
Reeds vóór de 17de eeuw kende Le Puy een bloeiende export van kant via Holland, Vlaanderen, Noord-Frankrijk en Engeland. Grote hoeveelheden kant werden uitgevoerd, via Cadiz en Marseille, naar de Spaanse koloniën.
De kant op zich was niet zo fijn maar uitermate geschikt voor het onderlinnen en de gepijpte kragen.
In Le Puy gebruikt men nog steeds de typische zware klos met bolvormig uiteinde.
klosjes uit Zwitserland
Kant in Duits-talige gebieden
In 1685, zijn protestantsgezinde Franse kantwerksters , onder meer uit Aurillac, het land uit gevlucht en hebben zich gevestigd in de streek rond Genève. Daar is een ware kantindustrie ontstaan.
In de eerste helft van de 18de eeuw, verspreidde de kant zich over het noorden en westen van het land tot in Basel.
Het Franse hof was nog altijd gek van kant.
Om taksen te vermijden smokkelde men kanten via passen over de Jura.
In 1685 vaardigde de Duitse keurvorst, Frederik Willem, een edict uit om vluchtelingen aan te trekken. Massa’s Franse protestanten gingen hierop in en in Berlijn werden honderden manufacturen opgericht.
De kantnijverheid bloeide!!
Men voerde kant uit naar Polen, Rusland en Frankrijk.
Frankrijk, dat jarenlang zelf grote hoeveelheden kant uitvoerde naar Duistland, verbood nu de invoer van Duitse kanten die weliswaar geklost werden door Franse vluchtelingen.
Dit is maar een vleugje kantgeschiedenis. Ik zou nog een hele tijd kunnen doorgaan en misschien doe ik het later nog wel eens.

Engeland
Kant is in Engeland erg geliefd .
Bucks point is duidelijk verwant aan de Rijselse kant.
Honiton bestaat voornamelijk uit kleine motieven, bewerkt met prachtige siergronden, die bestemd zijn voor applicatie of om in te lijsten.
De Engelse kantwerksters klossen Bucks point met hele fijne klosjes die onderaan versierd zijn met parels.
Voor Honiton gebruiken ze fijne puntige klossen om het aanhaken te vergemakkelijken.

Duitsland
In Duitsland wordt ook nog veel geklost nl in het Ertzgebergte.
Het zijn niet dé fijnste kanten, vandaar dat ook de klossen tamelijk zwaar zijn.
Typisch is wel de klos met de huls, om het garen niet vuil te laten worden. Dit is een klos die men in België niet gebruikt

De luchtballon
Rosaline
Rosaline kant
Rosaline is het “pareltje”onder de bloemenkanten !!
Deze kantsoort is ontstaan rond het einde van de 19é eeuw en werd geklost tot ongeveer 1955. Het Land van Aalst was het Mekka van deze prachtige kant.
Kenmerkend is het 3- of 5-bladig roosje ,versierd met openluchtjes, dat meestal een guirlande vormt. De grond bestaat uit spijltjes (vlechtjes) al of niet voorzien van een inkeloog.
Er zijn 2 soorten Rosalinekant :
1. de “platte” Rosaline
2. de “geparelde” Rosaline
De geparelde Rosaline of Rosaline Perlée dankt zijn naam aan het kleine pareltje, met de naald gemaakt ,dat in het hartje van het bloempje genaaid wordt.
Bij Rosaline wordt nooit een sierdraad gebruikt, de verschillende motiefjes worden meestal in linnenslag gewerkt. Soms eens in halve slag.
Bij blaadjes en motiefjes klost men aan de kant reliëfstreepjes, ook wel “borduurseltjes” genoemd.
Het is dank zij Kantatelier “Rozemarijn” te Aalst en onder het impuls van mevr.Gie Moors , dat de Rosaline vandaag de dag nog altijd vervaardigd wordt!!

VENETIAANSE NAALDKANT

Venetiaanse naaldkant
Zoals Vlaanderen beschouwd wordt als de wieg van de kloskant, is men het er over eens dat de naaldkant in Italië is ontstaan. Zeker weten we dat echter niet.
Uit het "gesneden werk" de RETICELLA zou de Venetiaanse naaldkant ontstaan zijn.
Venetiaanse naaldkant is een stevige, tamelijk grove kant. De sierlijke motieven zijn onderling verbonden door gefestonneerde spijlen, voorzien van picots.
Kenmerkend is wel dat de motieven zware omrandingen hebben.Vroeger gebruikte men paardenhaar om de randen op te vullen en zo reliëf te verkrijgen.
De eerste naaldkanten hadden geometrische motieven (cfr gesneden werk) om nadien te evolueren naar doorlopende ranken waaruit bloemen en bladeren ontspringen.
Door het gebruik van vele siergronden, krijgt de Venetiaanse naaldkant een luchtiger uitzicht.
Het centrum van Venetiaanse naaldkant situeert zich op het eiland BURANO waar men heden ten dage nog altijd kantwerksters aan het werk kan zien.
Foto : Kraag met boord in Reticellakant en Punto in Aria (punt in de ruimte).
Venetiaanse naaldkant




Lierse Kant

Lierse Kant
Lierse kant is een 19é eeuwse kantuitvinding.
Men bewerkte rond het midden van de 19é eeuw enorm grote stukken tule voor gordijnen, alben, communiebanken, sluiers enz.
Dit kantvolume was financieel niet haalbaar voor klos- en naaldkant.
Werkwijze
Lierse kant wordt geborduurd met een haak of naald op mechanisch geweven tule. Deze tule wordt eerst op een borduurraam gespannen zodat de mazen open zijn.
Dan tekent men het ontwerp op de tule.
Schaduwen en perspektief bekomt men door te werken met katoenen draad in verschillende diktes en door de speling en trekkracht van de hand op de draad.
In Lierse kant komen veel bloemen en gronden voor, steeds uitgevoerd in kettingsteek die, op verschillende manieren verwerkt, een mooi resultaat geeft !
Zo bekom je Lierse haak-naaldkant !!
Lierse kant : *is uniek en niet na te maken door naald-
of kloskant.
*heeft een zeer eigen stijl en tekening en
uitwerking.
*verhoogt in waarde naargelang de
motieven en siergronden.
*is universeel aanvaard als kant.
Bron : Liers Cultuuratelier
Guipure kantGuipure kant
De naam “Guipure” is niet verbonden aan een bepaalde kantsoort maar wordt gebruikt voor zware, brede kanten zonder specifieke grond of tralie.
De ruimten tussen de motieven is meestal gevuld met vlechten.
Het is dus een sterke kant die voornamelijk geklost werd voor ondergoed, tafellinnen en jurken.
De naam “Guipure” komt voor het eerst voor in de Engelse literatuur rond 1862.
Ook Victor Hugo schrijft in Les Misérables (1862) : Hij gaf Cosette een jurk, in Binche Guipure, die nog aan zijn grootmoeder toebehoord had…
Vandaag gebruikt men de term “Guipure kant”als men spreekt over lingerie bv slip met zijkanten in Guipurekant.
De door mij gekloste “ guipurekant” heeft dus duidelijk een grond van vlechten en de bloemmotieven zijn omgeven door een sierdraad.
Rococokant
Rococo is een bloemenkant die bestaat uit een spiraalvormige hoofdlijn met daaraan specifieke bloempjes, blaadjes, parallellogrammen en cirkeltjes.
Rococoblaadjes bestaan uit 3 of 5 bloemblaadjes, afwisselend gewerkt in linnen- en gewrongen slag.
De rand van de bloempjes is steeds een gewrongen slag met daarnaast één of meer kantenparen in linnenslag.
De motieven worden met elkaar verbonden door middel van vlechtjes.
Rococo werd geklost in de streek rond Gent, namelijk in Sint-Maria-Aalter, een gehucht van de Oostvlaamse gemeente Aalter.
Parijse kant of Point de Paris
Parijse kant
Point de Paris of Parijse kant is, in de 18é eeuw, ontstaan in de omgeving van de Franse hoofdstad maar het is vooral Turnhout dat zich ontpopte als “het centrum van Parijse kant” bij uitstek !!
In de 18é eeuw waren er,in Turnhout,zo’n duizendtal kantwerksters geregistreerd die deze prachtige kant vervaardigden!
Parijse kant wordt daarom ook wel Turnhoutse kant genoemd.
Enkele kenmerken
Parijse kant is een kantsoort met doorlopende draden.
Het voornaamste kenmerk is de zeshoekige tralie, gevormd door het elkaar kruisen van driehoeken.
De tekeningen bestaan meestal uit bloemen, bladeren, ranken en dierenmotieven.
De motieven worden uitgevoerd in linnenslag met een sierdraad errond.
Verschillende siergronden tussen de motieven verfraaien het geheel.
Het is een stevige kant, vooral gebruikt voor tafellinnen en altaarkleden.

Milanese kantMilanese kant
Milanese kant heeft een grotere verscheidenheid aan decoratieve slagen binnen het lint, dan gelijk welke andere kant.
Het is deze verscheidenheid,die aan de barokke stijl van zijn ontwerpen wordt toegevoegd, die Milanese tot de mooiste van de Italiaanse kanten maakt.
In de vroegste voorbeelden werd er gewerkt met zilver –en gouddraad en daarom is er zeer weinig overgebleven,waarschijnlijk smolt men de kant voor zijn waarde aan goud en zilver.
Maar het weinige dat gebleven is toont ons,hoewel decoratief,dat het vroegere werk niet die variatie aan versieringen kende als het latere kantwerk ,geklost met linnengaren.
Met de komst van het veel soepeler vlas, kon men in de linten ook meer versieringen aanbrengen zonder dat de draad voortdurend brak.
De 17é eeuw was de bloeiperiode van de Milanese kant.
De motieven bestonden hoofdzakelijk uit sierlijke krullen,bloemen en bladvormen maar de schoonheid van de kant kwam toch het meest tot uiting door zijn prachtige versieringen binnen de linten.
Milanese kant werd voornamelijk geklost voor kerkgewaden en altaarkleden.
De onderwerpen waren meestal klassieke en bijbelse taferelen.
Maar de kant werd ook gemaakt voor de adel die in de ontwerpen wapenschilden en speciale gebeurtenissen lieten aan bod komen.
De hedendaagse Milanese kant heeft een heel andere“look” gekregen maar de sierlijke linten zijn gebleven.
1 reactie op dit bericht
Gefeliciteerd met uw mooi site
zo juist Man bijt hond gezien!
Proficiat u stelde de hobby prachtig voor.
zo heb ik via google uw blog gevonden.
Ik klos niet regelmatig meer daar ik op het kleinkindje ga passen.
Maar het blijft een mooi bezig zijn voor mij in kleine gewone werkjes
ik kijk seffens uw werkjes nog eens na.
Alvast een lieve groet
Frida: