Wijzigingen - Aanvullingen
1963 – Septembernummer “De Band” : Soldaat F. Polspoel
-Soest : “Hier dan eindelijk een briefje uit het zonnige Soest. Ik ben hier nu een goede twee maand aangeland, en ik moet zeggen het is me nogal goed meegevallen. Na drie maand in Turnhout te hebben gewerkt slaap ik nu in Soest. Inderdaad de eerste maand in Turnhout was niet vet, de tweede en derde maand waren voor het opleiden als chauffeur. Hier heb ik dan nog een paar dagen scholing gevolgd voor het rijden met GMC en halftrack. Nu moet ik regelmatig bollen om de soldaten naar de oefeningen te voeren, ’t is dan dat ge het verschil ziet tussen chauffeur en infanterist, terwijl zij schieten en kruipen zit ik in de camion op afstand te kijken naar het gebeuren. Ik beklaag dan ook de gewone infanterist die de 10 frank daags niet gratis zal gekregen hebben. Er komen beslist nog wel slechtere dagen wanneer zij voor een paar weken op maneuvers gaan. Alhoewel in het 5de Linie voor de 80% uit de streek van Antwerpen is, heb ik hier nog geen enkele Leestenaar ontmoet, wel zijn er verschillende uit Mechelen en Willebroek die ik ken. Ik hoop wel eens een Leestenaar te ontmoeten, hij zal het hier zeker niet slecht hebben. Nu ga ik sluiten. Ik bedank meteen Milac voor hetgeen ze me al gestuurd hebben. Nog het beste aan alle Leestenaren en soldaten.”
-F. Polspoel uit Soest (decembernummer van 1963 “De Band”) : “Hier dan nog een briefje van een soldaat van uit een pas uit feest zijnde kazerne. Inderdaad de bataljonfeesten zijn pas achter de rug. Vele ouders en kennissen kwamen hier eens een kijkje nemen en ze waren getuige hoe goed en plezant het hier is in het 5de Linie. Maar ja, eens het bezoekend volk weg was deden ze met onze soldaten weer wat ze wilden. Waren de bataljonfeesten geslaagd, de kolonel mag er ons gerust een paar dagen verlof voor geven. Vooral de défilé, een vliegend vertrek met half-trucks dat in waaiervorm uiteen stoof was al een verplaatsing naar hier waard. Spijtig dat zo’n feest maar éénmaal in een gewoon soldatenleven voorkomt en maar drie dagen duurt. We hadden een kamp in zennelagen moeten doorworstelen. Ik overdrijf niet maar meer dan de helft hadden de laatste week rapport dokter gevraagd. Het was ginder koud en vochtig, ook in de tenten waar we sliepen op de grond op een stroozak. Daarbij hadden we weinig slapen want de oefeningen waren gewoonlijk ’s nachts met daarbij de nodige regen. Ik mag wel niet klagen want ik hield mij altijd droogjes in de cabien. Wel moest ik dikwijls aardige maneuvers doen met mijn camion, want bergjes en slijkerige putten waren ginder in overvloed. De drie weken gingen voor mij toch snel voorbij ; ondertussen is het in de kazerne toch een heel stukje beter, de chauffeurs moeten niet te veel doen, zijn doorgaans vrij van wacht, piket en karweien. We slaan hier zowat een apart rustig leventje. Voor mij is het hier altijd hetzelfde, de fuseliers naar hun oefeningen brengen. Maandag vertrek ik weer naar België met de camion voor een week waar de schutters de “Schaal Albert” zullen betwisten in Leopoldsburg. Daarmee ga ik sluiten. Nog de groeten aan alle Leestenaren, soldaten en De Band.”
1963 – Septembernummer “De Band” : Soldaat Frans VAN DEN HEUVEL
-Leopoldsburg, 1963 : “Als rekruut werd ik naar Leopoldsburg gestuurd. Aan het station werden we afgehaald en onder geleide van MP’s naar het kamp van Beverlo overgebracht. Een kamp waar men in den beginne zou verloren lopen. Eerst en vooral kregen we de traditionele indeling in eskadrons, pelotons, kamers, enz. Ik werd hier ingelijfd in het 4de peloton bestuurders van de Pattontank M 47. De tweede dag hier op ons buitenverblijf op de heide kregen we onze volledige uitrusting. Daarna volgden drill, tactiek, radio en bewapeningslessen elkaar af. Onze eerste spuitjes zullen we pas eerst de 9de augustus krijgen, we krijgen dan ook 48 uren vrij van dienst. Wat het eten betreft, hierover wordt hier niet geklaagd alhoewel we hier met een 1000-tal rekruten zijn binnengekomen. We liggen hier met 22 op de kamer, een 10-tal Westvlamingen en een 10-tal Antwerpenaars. Over het weer hebben we hier evenmin te klagen gehad, niet te warm. Alleen vandaag heeft het hier geregend. Hiermee ga ik mijn eerste briefje sluiten en doe nog de beste groeten aan alle leden van Milac en alle soldaten van Leest.”
-Leopoldsburg, 1963 : “Eerst en vooral hartelijk dank voor De Band en het Parochieblad. De Band wordt hier op de kamer door eenieder gelezen, wat de mannen het meest interessant vonden, waren de militaire raadgevingen. Milac dient hiervoor gefeliciteerd en het weze tevens een steun om haar werk in de goede richting voort te zetten. Nu wat kazerneleven : de opleiding is hier achter de rug en nog een maand en half en het is hier afgelopen. Nu de specialisatie bezig is gaat de tijd veel vlugger vooruit. Dagelijks gaan we hier rijden met de tank en voor de rest krijgen we nog wat bewapening, tactiek, wegcode en militaire opvoeding. Het weder is hier zoals in Leest denk ik, regenen, regenen en om te veranderen nog eens regenen. De wacht en de piketdiensten volgen elkaar regelmatig op. Ik ga nu mijn briefje sluiten want mijn rust is bijna om en seffens moet ik terug de wacht op. De beste groeten aan alle Milac-leden en de soldaten van Leest.”
-Leopoldsburg, 1963 (“De Band”, december ’63) : “Eerstens, vooral hartelijk dank voor de “Zondagsvriend” en het “Parochieblad” die ik hier regelmatig krijg toegestuurd. Deze week is hier bijzonder druk geweest, afleggen van eindtesten en daarbij nog in alarmtoestand zijn. Gene vette hoor als ze u ’s nachts uit uw bed komen halen om u een paar uren te laten rondrijden in een camion. Toekomende week trekken we nog enkele dagen de heide in, want we moeten nog gaan schieten met de MI 30 en granaat werpen, en daarmee zal het hier afgelopen zijn. Ik denk dat dit mijn laatste briefje zal zijn uit Leopoldsburg want den 30 oktober vertrekken we naar Duitsland. De beste groeten aan Milac en alle soldaten.”
-Euskirchen, (“De Band” van december 1963) : Sedert 31 oktober werd ik overgeplaatst naar Euskirchen om er mijn verdere diensttijd te volbrengen. De omgevende natuur is hier heel wat schoner dan in Leopoldsburg. De kazerne is hier ook tiptop in orde, zuivere kamertjes en slechts 6 man per kamer in plaats van 22. Ik werd hier ingedeeld bij de 2de Lanciers, het is een der oudste regimenten van het Belgisch leger daar het reeds gesticht werd in 1830. Het maakte meerdere oorlogen mee. In 1948 werd het 2de Lanciers terug opgericht te Leopoldsburg en sinds april 1949 verblijft het in het garnizoen te Euskirchen. Euskirchen op zichzelf is maar een klein stadje met amper 20.000 inwoners en het ligt aan de M.O. rand van het Eifelgebergte, de voortzetting van onze Ardennen. Het is gelegen op plus minus 30 km van Keulen, Bonn en Düren. De afstand tot de Belgische grens bedraagt eveneens een 30 km. Het stadje is ontstaan rond de jaren 750 na Christus. Als bezienswaardigheid heeft men hier : -De St Martinuskerk uit de 12de eeuw. -De oude stadswallen met typerende torens. -Een station met sporthallen sportpleinen en een prachtige zwemkom. -Een zeer mooi park en bossen in de omgeving. Na al deze toeristische wenken ga ik sluiten, de beste groeten aan Milac en de Leestse soldaten.”
-Euskirchen, 1964 : “Hier dan nog een briefje uit Euskirchen met wat kazernenieuws dat eerder schaars is na een verlof van 12 dagen en voor een wachtperiode van anderhalve maand, daarna volgt dan nog een hele reeks van kampen en oefeningen. Voor ik naar hier kwam zei men me “Euskirchen heeft een mooie kazerne, maar ge ziet er weinig langs binnen”, en dit moet ik nu wel gaan geloven. Tijdens mijn verlof werd er me gevraagd naar de mogelijkheden van een tank, hier volgen er dan enkele van die mogelijkheden : PATTON M 47 : vermogen 810 PK. Gewicht:plus minus 45 ton. Hoogte : (met Mi 50 AA) 3.30 m. Lengte : kanon naar voor 8,5 m, kanon naar achter 7,10 m. Breedte : 3,5 m. Overschrijdingsmogelijkheden : breed 2,60 m, hoog 0,90 m, doorwading 1,2 m, helling 60%, kruissnelheid plus minus 50 km/u op de weg. Verbruik : inhoud benzinebakken 880 liter. Autonomie 7 tot 8 uur of 100 tot 120 km. Benzineverbruik plus minus 7,5 liter per km in ideale omstandigheden (80 MT Gas) plus minus 110 l per uur. Olieverbruik : max toegelaten : 5 l per uur. Ook nog eens dank voor de post : Zondagsvriend, Parochieblad en De Band. Een hartelijke dank ook in naam van alle Leestse soldaten, ook diegene die de grote show-avond niet hebben kunnen bijwonen, het bestuur van Milac en de Leestse bevolking ; het was werkelijk een knalavond en de bomvol gelopen zaal bewees eens te meer dat de Leestenaren meer dan een beetje over hebben voor hun soldaten. Voor Milac weze het tevens een morele steun om haar schoon werk in de goede weg voort te zetten, nogmaals hartelijk dank aan allen. Beste groeten aan alle Leestenaren en in ’t bijzonder de soldaten.”
-Euskirchen, 1964 : “Hier dan nog een briefje uit Euskirchen waar het oudejaar eveneens is gepasseerd. Zalig Kerstfeest en gelukkig Nieuwjaar wens ik aan alle sympathisanten van Milac en De Band. Hartelijk dank voor de post die ik krijg toegestuurd en die hier op de lange en harde winteravonden goed van pas komt. Wat het kazerneleven aangaat is het hier eerder kalm. Kalmte of stilte voor de storm zoals men zegt is het vooruitzicht van de kampen in Vogelzang en Höne. Wekelijks krijgen we hier natuurlijk ons rantsoen van dropping of nacht oefening. Vermeldenswaard is ook dat wij miliciens vanaf 1 januari aan een vaste maandwedde werken, dit dan terloops gezegd om het humeur van de toekomstige Leestse rekruten wat op te vrolijken. Ga ik eindigen met de beste wensen aan alle soldaten en Leestenaren.”
-Euskirchen : (“DB”, april 1964) “Hier dan nog een briefje met wat kazernenieuws. Voor het ogenblik hebben we het hier bijzonder druk, ons eskadron is hier gedurende 14 dagen van grote dienst en d.w.z. de ene dag wacht, de volgende piket, enz…, daarbij komt dan nog het in orde brengen van de tanks om op 14-daagse oefening te gaan naar Vogelsang, en dit is nog niet alles, dagelijks krijgen we hier een uur drill zoals in onze opleidingsperiode en dit dan in het vooruitzicht van de wacht die we zullen moeten doen aan het Koninklijk Paleis van 18 tot 31 mei. Het weder is hier ook al niet te fameus maar dat zal wel beteren naargelang de zomer komt en einde goed alles goed. Ook nog hartelijk dank voor de post, Zondagsvriend, Parochieblad en De Band die ik hier regelmatig krijg toegestuurd. Beste groeten aan alle soldaten, Milac-leden en lezers van De Band.”
-Vogelsang : “Eindelijk nog een briefje van een rekruut die nog enkele maanden moet doen. Na een kamp in Hölme, 14 dagen wacht aan het paleis te Brussel, die uitstekend is meegevallen, ben ik dan hier voor mijn laatste kamp in Vogelsang beland. Het weder is hier uitstekend, alleen ’s nachts is het een beetje koud in de tenten. De natuur is hier werkelijk wonderbaar, en wanneer men hier aan het meer ligt te luieren zou men zelfs gaan denken aan… Ook nogmaals hartelijk dank voor het parochieblad, De Band en de Zondagsvriend en dan in het bijzonder voor de Gazet van Antwerpen die ik hier momenteel dagelijks krijg. Nog een goeden dag aan alle Leestenaren en in het bijzonder aan de soldaten en aan allen een welverdiend en aangenaam verlof.”
-Euskirchen : “Men zegt wel eens, er is een tijd van komen en van gaan : wel voor mij is de tijd van gaan gekomen, nog een 2-tal dagen en de 12 maanden zijn achter de rug. Wat die 12 nutteloze maanden betekenen in het leven van een jong mens kan men onmogelijk onder woorden brengen in een brief, men zou er een gans boek kunnen over schrijven; ik ga er dan ook niet verder over uitweiden en de kwaadste en minder mooie dagen, wachten en piketten zo vlug mogelijk vergeten. Hetgeen voor mij wel betekenis heeft en dit zullen de andere Leestse soldaten moeten toegeven is het werk dat Milac presteert voor zijn soldaten. Ik durf u verzekeren beste lezers dat ik nooit heb moeten blozen voor hetgeen ik hier kreeg toegestuurd, want steden als Antwerpen, Mechelen en Lier konden zulks nooit ten beste brengen voor hun soldaten. Dit werd me meermaals openlijk door hen zelf toegegeven, wanneer ze er om lachten dat Leest nog niet eens op de landkaart te vinden was. Wat er ook van zij, bekende radio- en T.V.-vedetten vinden er toch hun weg wanneer er door Milac iets wordt ingericht. Ik hoop dan ook dat Milac nog lang op de steun van de bevolking mag rekenen alsmede op die van het gemeentebestuur. Tot slot moet ik Milac nog danken voor al de post die ik hier kreeg toegestuurd en in ’t bijzonder dan de gazet, welgekomen gazet tijdens de Ronde van Frankrijk.”
Frans Van den Heuvel was te Leest geboren op 9 mei 1944. Hij was leraar en gaf o.a. les aan het Stedelijk Instituut voor Technisch Onderwijs, de Middelbare Technische Normaalschool, de school voor Technisch Ingenieurs, het Stedelijk Instituut voor Sociale Promotie, het Koninklijk Atheneum Lyceum en het Centrum voor Volwassenonderwijs, telkens te Mechelen. Hij was gehuwd met Anny Heylen en overleed in het U.Z. te Edegem op 27 oktober 2006. Frans was vereerd met het bronzen-, zilveren- en gouden ereteken van het Rode Kruis. De erkentelijkheidsmedaille van het Rode Kruis met zilveren palmen en de Burgerlijke medaille 1e klas. Hij was lid van de Koninklijke Oud-Leerlingenbond S.I.T.O; & C.V.O. Mechelen. Lid van het Koninklijk Geschied- en Oudheidkundig genootschap van Vlaams-Brabant. Lid van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde. Lid van de Heemkundekring “Hoembeka”. Lid van de Heemkundekring “De Semse”. De plechtige uitvaart vond plaats in de parochiekerk Sint Martinus te Hombeek op zaterdag 4 november 2006 om 11.15 uur gevolgd door de asverstrooiing op de begraafplaats van Hombeek.
Foto’s :
-De kazerne van Euskirchen.
-Een Patton M 47.
-Frans Van den Heuvel, jaren na zijn soldatentijd.


