
Wijzigingen – Aanvullingen
Vervolg : Pater René DE LAET over het geval “Kongo”
Op 7 november 1965 schreef Pater De Laet vanuit Badyia volgende brief naar “De Band” (gepubliceerd in het nummer van februari dat jaar) : “Begin met mij te excuseren omdat ik zo lang liet wachten op een teken van leven van mijnentwege. Ik troostte mij met de gedachte dat u zeker wel vernomen hebt dat ik hier aangekomen ben, en dat het hier zo slecht niet gaat, zoals er velen voorspeld hadden; hetgeen niet belet natuurlijk, dat ze met de tijd toch gelijk zullen krijgen. En dat is toekomstmuziek, met valse tonen in !! Ik ben dus terug op mijn ouwe post beland, Badyia, op 45 km van Bunia, op de weg naar Stanleystad. Op de negen maand dat we hier weg geweest zijn, is er een echte omwenteling gebeurd. Niet alleen de opstand met al wat erbij hoorde, de bevrijding en de repressie, die echt verschrikkelijk geweest is, dat alles weegt nog altijd als een vloek. Maar ook de mensen zijn veranderd. Men voelt aan dat ze niet meer zijn zoals vroeger, zelfs bij de mensen die de godsdienst (ik spreek van de onze) genegen zijn. Zelfs de onderwijzers, vroegere ijveraars van katholieke actie, enz., het is moeilijk te determineren. Ze willen of durven zich niet compromitteren of zeker niet meer handelen zoals vroeger, in volle vertrouwen. Als men iets wil gedaan hebben, moet men dat zesendertig maal gezegd en tenslotte moet men er zelf tussen komen., anders blijft men ter plaatse trappelen en komt men nergens. Het is schrikwekkend (om zo een woord te gebruiken) hoe weinig er gepresteerd wordt. Ge zoudt onze wegen eens moeten zien. Het is niet levensgevaarlijk natuurlijk op reis te gaan, behalve met de moto misschien, maar in alle geval men gaat er niet uit voor zijn plezier, verre van daar. Wij hebben hier een Volkswagen. Ge zoudt uw ogen open trekken als ge dat sport ziet afkomen vanuit Bunia, slijk en modder, en niet alleen de auto maar ook die er in zitten, ook die hebben in de modder moeten ploeteren als ze vast zaten in de potopoto. Ter ere Gods ! Niettegenstaande al die min of meer grote moeilijkheden werken we er toch lustig (echt !!!) op door. Niets dramatisch opnemen, anders wordt men zot of ziek. Wij bouwen huizen voor onze melaatsen (echte huizen uit steen en golfplaten), hebben een soort landbouwschool begonnen voor dezen die niet verder kunnen studeren, zijn begonnen met drie “coöperatieven” van schrijnwerkers, steenbakkers en groentenkwekers. Nooit zijn er zoveel kinderen in onze scholen geweest als nu. Er zijn catechumeren en kinderen die zich voorbereiden (zes maand) op plechtige communie en vormsel. De jeugdbewegingen floreren min of meer, dat was terug te herbeginnen vanaf NUL. Al wat vergaderingen vraagt en bijeenkomsten onder welke vorm ook, ruikt verdacht en daar zal zeker nog een hele tijd moeten overheen gaan… Wij gaan op tournée, bijna zoals vroeger…maar er moet te voet getrappeld worden…zo voor bezoek, ook voor onze schoolkapellen. Kwestie nu van veiligheid ! Onze streek is kalm en rustig. De eerste paar maanden dat ik hier was (juli-augustus) was er nog al dikwijls effervescentie , en met reden. De eerste zondag dat ik hier gekomen was op de missie was ’t groot feest…tenminste het feest was voorzien. Twee dagen tevoren waren echter onze fameuze leeuwenjongens uit het bos gekomen, hadden huizen afgebrand, mensen vermoord en anderen meegenomen. Het was een algemene oproep tot het mannenvolk uit gans de streek : ze trokken er op uit met lansen, pijlen en messen om de achtervolging in te zetten. Het geplande feest viel in ’t water, ten minste voor een groot deel. Nu weten de mensen van Leest dat ik nog leef en in de beste gezondheid verkeer. Tevens dank ik voor de edelmoedigheid die betoond werd tijdens mijn verblijf onder hen. Ik denk nu mijn plicht voldaan te hebben…Voorlopig hou ik het toch nog altijd bij de slechte wegen en de potopoto van Badyia, temeer dat in een onafzienbare toekomst er ooit misschien wel eens televisie zou kunnen komen tot hier toe…Nog ander toekomstmuziek…
E.P. De Laet.
René De Laet
René werd in de Tiendeschuurstraat geboren als achtste kind van elf van de latere burgemeester Victor en van Julia Meuldermans. Tot en met het vijfde leerjaar liep hij school in de jongensschool te Leest daarna volgde hij nog twee jaar les aan het Mechelse college. Zijn verdere humaniorajaren was hij intern aan het kleinseminarie te Hoogstraten, waar ook zijn vader op school was geweest. Dan trad hij in bij de Missionarissen van Afrika, de Witte Paters (1943). Dit betekende : twee jaar filosofie, een jaar noviciaat en nog vier jaar theologie respectievelijk te Boechout, Varsenare en Heverlee. Op 8 april 1950 werd hij priester gewijd. Zijn eremis deed hij te Leest op 16 april. Meer dan een halve eeuw was hij missionaris in Afrika (Belgisch Congo, later : Zaïre en momenteel : Demokratische Republiek Congo). Steeds in de Noord-Oost provincie met een ondergrond vol rijkdommen, mee de basis van de voortdurende spanningen en oorlogen. René vertrok naar de missie in Bunia. Hij werd er benoemd op de ‘aumonerie’ in Kilomines (waar ook de hoofdzetel van de goudmijnontginning van Kilo-Moto was). Hij leerde er Swahili, de taal in oostelijk Kongo en werd er professeur ‘en commerce’ aan de middelbare school voor het administratief personeel. Later (tot 1970) woonde en werkte hij als onderpastoor, daarop als pastoor in Badiya, veertig km westwaarts van Bunia en leerde daartoe Kibira, de plaatselijke taal. Precies in die periode begonnen in Kongo, na de onafhankelijkheidsverklaring, de eerste politieke moeilijkheden (juli 1960). Maar ze waren een lachertje in vergelijking met de bezetting en de terreur door de rebellenbeweging ‘Simba’ (van 1/9 tot 1/12/1964). Hij kreeg nieuwe posten : eerst onderpastoor aan de kathedraal van Bunia (1970 tot 72) en dan acht jaar in Geti (tot 1980), zestig km bezuiden Bunia en bij de grens tussen (toen) Zaïre en Oeganda. Na een verlof in Leest (1978) realiseerde René in Geti het ‘Centre des Jeunes’ met o.a. een bibliotheek. Zijn missiegebied was wel uitgestrekt : ongeveer honderdtwintig km van noord naar zuid en een veertig km van oost naar west met tezamen een honderdtal ‘schoolkapellen’. En opnieuw verhuizen : terug voor zes jaar (van 1981 tot 1987) naar het vroegere Kilomines, nu Bambu. Een paar keer (1981 en 1986) was hij op verlof in Leest. Maar intussen had pater René, na vierendertig jaar verblijf in Kongo, voor het eerst moeraskoorts of malaria gekregen (1984). En in Bambu werd zijn ‘parochie’ overgenomen door drie inlandse priesters (1987). Zo verhuisde hij naar het hem bekende Badiya. Daar kreeg hij een tweede, zware malariacrisis (1990). Het jaar nadien was er feest : een zesendertig meter lange brug der vriendschap, een ‘Baileybrug’ over de Shari – een rivier op drie km van de missiepost – werd er ingehuldigd. Dankzij de hulp van heel veel mensen uit o.a. Heist a/zee (waar een confrater woonde), uit Leest en van elders kon het materiaal ervoor (in België) worden aangekocht en de brug aangelegd. Omwille van een oogkwaal was hij (1993) in België. En al kreeg René drie jaar later een nieuwe benoeming in Geti, na amper drie maanden stond hij hier terug, nu omwille van de rebellenbeweging van Kabila, die ageerde tegen de dictatuur van Mobutu (1996). Met een Canadees en een Nigeriaan, confraters, ontsnapte hij te voet door het moerasgebied van de Semliki, een grensstroom tussen Kongo en Oeganda. Maar het volgende jaar (1997) was hij weer…in Geti. Tijdens zijn eerste verlof erna werd hij op Pinksteren (2000) in Leest gevierd voor zijn gouden priesterjubileum. En daarna vertrok hij opnieuw : bestemming Geti. Bij een overval op de missie werd hij er (begin 2001) bijna doodgeschoten. Dronken, gedrogeerde gewapende mannen eisten de missieauto op. De pater hield er een oorletsel aan over : zijn gehoorvlies bleek gescheurd en werd in België geopereerd. Toch vertrok hij nog maar eens (september 2001). En al zou zijn parochie in Geti (2002) doorgegeven worden aan inlandse priesters, geen enkele plek was nog veilig en noodgedwongen moest René terugkomen naar ons land (mei 2002). Tijdelijk verbleef hij bij zijn zus in Battel. Tot hij (in januari 2003) opnieuw – dit keer voor het laatst – naar Zaïre ging. De onlusten in Bunia en ruime omgeving duurden echter voort en (in mei 2003) diende hij definitief terug te komen na meer dan een halve eeuw missiewerk ! Thans verblijft hij te Antwerpen op de Prokuur der Missionarissen van Afrika. Ook dit mag vermeld : bij haar honderdste verjaardag vergat Stefanie Van Steenwinkel (°1905) haar overbuur in de Tiendeschuurstraat niet. In plaats van aan haar geschenken en bloemen te geven, vroeg ze te storten op een rekeningnummer voor de missie van Badiya, waar René vijfentwintig jaar gewerkt had ! Zo kon ze hem 1.157,5 euro schenken ! (Wilfried Hellemans : ‘De Sint-Niklaasparochie in Leest)
René was te Leest geboren op 28 december 1924 en hij overleed op 95-jarige leeftijd te Antwerpen op 8 december 2019.
Foto’s :
-René De Laet tijdens verschillende fasen van zijn leven.
-Zijn gedachtenisprentje.













































