
Wijzigingen – Aanvullingen
Vervolg : Pater René DE LAET over het geval “Kongo”
Vervolg “De Band” van maart 1966 : “Het nieuws over het gebeuren had zich zo vlug verspreid en de “docteur” der Simba’s was vervuld van afschuw en walg bij het zien van al dat bloed. De gekwetsten werden naar het hospitaal overgebracht en, na veel over en weer geloop en getelefoneer kwam er een ziekenwagen aan waarmee al de zusters werden vervoerd. Ook Broeder Achiel ging mee voor verzorging terwijl zuster Benedikt in de infirmerie verzorging ontving. Wat nu over de baldadigheden ? Onmogelijk is het er een uitleg voor te vinden of de “waarom” ervan te begrijpen. Na het drinken en het roken van hennep worden ze als wilde dieren, ze nemen de blanken voor Amerikanen en Paters. Rekening moet gehouden worden met de invloed van de “beul”, die de soldaten steeds ophitste tegen de Paters. Ingevolge het bezoek van Majoor Pierre mocht niemand meer binnengaan. Ondertussen waren vier van de zeventien zusters terug naar het hotel gekomen. Ze waren zogezegd niet zo erg gekwetst om in het hospitaal te blijven. De martelares, zuster Theresia, werd op de missie zelf begraven, hieromtrent bestaan er enkele diapositieven. Zo ging het dag in, dag uit. Steeds van het ene uiterste in het andere, lachende Simba’s om in een handomdraai te veranderen in een vertoornd gelach met al de gevolgen er aan verbonden. Door de ondergane mishandelingen kwamen allen, zonder onderscheid, terecht in het hospitaal. Toen we de kapitein te zien kregen en hij zonder reageren ons aanhoorde, konden wij toch vaststellen hoe geschrokken hij was en zei ons “de beul” te zullen meenemen, te oordelen en te bestraffen. Zaterdag 28 november :aflossing van de wacht. Dezelfde belofte : er zal niets gebeuren, de bewakers zijn daar om u te beschermen en MIJ in te lichten. Nog geen kwartier later ! Gewapende mannen springen binnen, wij moesten mee naar het militair kamp; bevel van de kolonel ! Deze was pas uit Stan gevlucht voor de aanrukkende para’s. Daar werden para’s gedropt. De toestand was er zeer gevaarlijk, want toen werd er te Watsa een bloedbad geschapen; verschillende Paters en Zusters werden er op zijn bevel vermoord ! In Aba werden zes Witte Paters en vier Zusters van Ingelmunster gedood als wraak voor de landing van para’s en het verlies van Stanleystad ! De bevolking was erg bevreesd voor ons lot en de plaatselijke bevolking deed het verzoek door tussenkomst van de Nationalistische vrouwen (M.N.C. Lumumba) onze 14 Paters vrij te kopen, zonder positief resultaat. Wij werden echter vrijgelaten na tussenkomst van de O.N.U. De dagen kropen zeer langzaam voorbij, immer verkerende in een onzekere toestand tot op een dag dat Simba’s zouden opgeladen worden om naar Bunia, het front, te vertrekken. Onderlinge duscussie om uit te maken wie het zijn beurt was om te gaan vechten. Op 1 december hoorden we schieten ; de zenuwen werden nog meer op de proef gesteld. We hoorden iemand aankomen; er werd geschoten uit de richting van het vliegveld. We konden niet vermoeden dat het kamp volledig leeggelopen was. Bunia was ingenomen, Paters en Zusters bevrijd. Bij de inname van Bunia stond de heer Dictus, bankdirecteur, de huurlingen op te wachten, wees hen de weg naar het hospitaal, dan ging het naar de Missie en zo naar het kamp waar wij ons verscholen hadden. Ondertussen was het donker geworden en er werd geschoten. Op 2 december, heel vroeg, waagden we ons buiten, wat frisse lucht, terug binnen en maar afwachten. Een Simba was als bewaker achter gebleven en toonde zijn matriculatiekaart van het A.N.C. en zei ons, na allerlei vragen, dat de blanken weldra zouden komen en hier zijn. Terug buitengekomen hoorden we roepen en zagen Pater Beyvoet die met de huurlingen gekomen was. We waren bevrijd na 3 maanden in de hel te hebben doorgebracht ! Onze vreugde kende geen grenzen. Wij omhelsden elkaar en konden onze tranen niet bedwingen, vonden geen woorden om onze bevrijders te bedanken. Bedroefd waren ze als ze vernamen dat daags te voren nog drie Paters vermoord werden. Zij werden afgemaakt omdat ze ’s zondags de mis hadden opgedragen in de missie-kerk ! Tevoren waren er nog Paters opgeladen geworden in het dorp en te Miyala aangekomen. Er arriveerden Simba’s die op de vlucht geslagen waren. Woedend deden ze de Paters uitstappen en onder de barza van een magazijn plaats nemen. Na een discussie werden die op een rij gezet. Pater De Meyer (Antwerpen) riep : “wat is dat nu ? Waar is de commandant ?”Op dat ogenblik klonk er een schot en de Pater viel. De drie anderen liepen weg en de Simba schoot nogmaals en Pater Pauwelijn uit Harelbeke viel neer. Een derde maal en ’t was Pater Smissaert uit Brugge en…toen de vierde Pater Faice uit Luik, niet gekwetst, maar bleef liggen, het was zijn redding ! De Simba’s vertrokken en lieten hun slachtoffers liggen. Na onze bevrijding nu, gingen we terug naar Bunia. De spullen werden gepakt en we logeerden in de stad samen met de huurlingen. Den donderdag kwam er een vliegtuig, en een jachttoestel overvloog het vliegveld ter controle. De rebellen die werden aangetroffen werden afgemaakt ofwel uitgeleverd aan de soldaten van het A.N.C., die zich met zulk luguber werkje bezig hielden. De huursoldaten waren niet te spreken over de Kongolese militairen, maar ook zij behaalden ook maar een treurige reputatie. Toen Bunia ingenomen was, hebben zij zich onledig gehouden met plunderen. Twee soldaten hadden geld afgeperst van de kassier van een garage-magazijn van een Griek. Als de kassier het geld overhandigde, kwamen er nog twee anderen binnen, die hetzelfde spelletje speelden. Ofwel had die kassier geen geld meer of wou er geen meer geven, feit is dat die dappere soldaten schoten en ze lieten de man in zijn bloed liggen. Deze was weggekropen en had een halve dag neven een beek gelegen, bewusteloos. Tegen de avond hadden de anderen hem gevonden en brachten hem over naar het hotel waar de huurlingen gelogeerd waren. Grote verontwaardiging van deze laatsten, die dreigden de schuldigen terstonds te fusilleren als ze hen uitleverden, wat natuurlijk niet gebeurde. De man had twee gapende wonden langs weerskanten onder het sleutelbeen en had omzeggens geen bloed meer. De Zusters hielpen hem, ook de dokter van de huurlingen, en ’s anderendaags is die man met ons naar Leo vertrokken. Diezelfde avond, het begon donker te worden, herbegonnen de Kongolese soldaten met hun schietpartijen. Ze wandelden door de stad en vele anderen bevonden zich in de inlandse cité, dus bij de mensen. Geen enkel van hen zou het aangedurfd hebben zich buiten de stad te begeven. Wij probeerden eens rustig te kunnen slapen. Heel goed ging het niet, onze knoken deden te veel pijn ! Op donderdag 3 december zijn er drie Amerikaanse militaire toestellen op het vliegveld van Bunia geland, bestuurd door Amerikaanse soldaten en volgepropt met munitie. In één vliegtuig stonden er drie militaire jeeps !! Begrijpelijk waren de Simba’s zo woest op de Amerikanen. Wanneer men de deur er van (meer gelijkenis met een schuurpoort) opende, sprongen de Grieken er eerst binnen, omdat ze vreesden beschuldigd te worden van samenheulen met de rebellen. Met het eerste vliegtuig vertrokken ook de Zusters en enkele zwaar gekwetsten, waaronder onze kassier en een huurling. Wij vertrokken met het tweede : 45 Paters en Zusters en een twaalftal Katangesen die in september de stad Bunia verdedigd (sic) hadden en uit de gevangenis bevrijd werden door de huurlingen. Er waren er twee bij met afgesneden oren. Dezelfde dag zijn wij te Leopoldstad aangekomen, daarna konden er reeds enkele Paters en Zusters naar Brussel vertrekken met een gewoon lijnvliegtuig. Zo ging het verder de volgende dagen. Vier dagen zijn wij nog in Leo gebleven, wachtende op andere mogelijke vluchtelingen, om dan een speciaal vliegtuig in te leggen. Wij logeerden in de Prokuur van de Paters Scheutisten en in een school voor Lichamelijke Opvoeding. Maandag namiddag rond 15 uur zijn we dan vertrokken naar Brussel met een D.C.6. Er waren 65 geestelijken aan boord. Om kwart voor acht daalden we in Kano. Om negen uur ’s avonds stegen we terug op om ’s morgens om vier uur aan te komen in Las Palmas. Dan ging het om de laatste trip om kwart na vijf en om 9 uur kwamen we te Brussel aan. Bitter koud was het te Brussel, het verschil in temperatuur was te groot. Te Leo was het 36° in de schaduw. Te warmer was het in onze ziel, en ook in het hart van al degenen die op ons hadden gewacht.
E.P. De Laet.”
Vervolgt.
Foto’s :
-De paters Eugeen Pauwelijn, Louis Smissaert en Piet De Meyer en hun graven op het kerkhof van Mudzi-Maria te Bunia waar ze op 4/12/1964 werden begraven.














































