Naar de inhoud

Levend_geloof

akke.beakke.be

Archief

17/9 Het Westen moet heel blij zijn met Vladimir Poetin - Niburu

17/9 Het Westen moet heel blij zijn met Vladimir Poetin - Niburu

Als iemand te laat op het werk komt 's morgens krijgt Poetin de schuld, hetzelfde telt als iemand een lekke band heeft. Maar, wat het Westen nog niet helemaal doorheeft is dat ze heel erg zuinig op deze man moeten zijn.
In het westerse debat over de oorlog in Oekraïne ligt de focus al jaren op de figuur van Vladimir Poetin. De aanname is vaak simpel: als Poetin valt of een nederlaag lijdt, stopt de dreiging.

Maar binnen de muren van westerse inlichtingendiensten en geopolitieke denktanks heerst een veel duisterder inzicht. Het echte gevaar is wellicht niet Poetin, maar wat er na hem komt.

Binnen de Russische machtselite — met name onder de siloviki (de machthebbers uit de veiligheidsdiensten) en de ultranationalistische achterban — geldt Poetin niet als een roekeloze extremist, maar juist als een terughoudende bestuurder.

Waar westerse analisten Poetin zien als de architect van een agressieve expansie, bekritiseren de Russische haviken hem om het tegenovergestelde.

Hun verwijten zijn helder:
Volgens de hardline-fractie had Rusland de Oekraïense infrastructuur, energienetwerken en regeringscentra al in de eerste weken van het conflict volledig moeten verwoesten.

De voortdurende levering van westerse tanks, langeafstandsraketten en gevechtsvliegtuigen had volgens hen direct beantwoord moeten worden met keiharde vergeldingsacties — inclusief tactische kernwapens of aanvallen op logistieke knooppunten in NAVO-landen.

Binnen de ultranationalistische tv-studio's en militaire blogs wordt de drempel voor het gebruik van kernwapens als veel te hoog gezien.

Dat creëert een wrange paradox.

Poetin doseert de strijd om zijn eigen regime en de economie stabiel te houden. Hij gebruikt de keiharde taal van de haviken om de bevolking te mobiliseren, maar remt hun meest radicale eisen achter de schermen af.
Hij is de rem op een nog veel dodelijker escalatie.

Mocht het regime van Poetin plotseling instorten door een militaire vernedering of een binnenlandse coup, dan ontstaat er geen democratisch vacuüm dat wordt opgevuld door liberale hervormers.

Er is op dit moment geen liberale oppositie van betekenis over in Moskou. De strijd om de macht zal gaan tussen bewapende facties, veiligheidsdiensten en meedogenloze ultranationalisten.

Dit verklaart de voorzichtige spagaat van westerse strategen. Ze willen dat de Russische agressie stopt, maar begrijpen dat het volledig in de hoek drijven van het Kremlin het uiterste risico met zich meebrengt:

Poetin zet uit wanhoop tactische kernwapens in om zijn regime te redden.

 

Poetin valt, waarna een nog extremere opvolger aan de macht komt die de confrontatie met het Westen tot het uiterste drijft.

Het besef dat de huidige situatie beangstigend is, klopt. Maar het inzicht dat het alternatief voor Poetin wellicht nog veel gevaarlijker is, maakt de geopolitieke werkelijkheid alleen maar grimmiger.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 09:58 Reageer op dit bericht

Over de Islam - 2

** Welke zijn de meest onvriendelijke wetten voor het Westen?

De wetten en principes uit de sharia die het hardst botsen met de westerse cultuur, rechtsstaat en fundamentele mensenrechten, zijn diegene die de individuele vrijheid, gelijkheid en democratische soeveriniteit direct inperken.

Wanneer critici of westerse overheden spreken over sharia-wetten die onverenigbaar of "onvriendelijk" zijn voor het Westen, gaat het hoofdzakelijk om de volgende categorieën:

1. Het verbod op geloofsafval (Riddah)

In de traditionele sharia is het verlaten van de islam (riddah) of het bekritiseren van de profeet of de koran (godslastering) een zwaar misdrijf. In de meest strikte interpretaties staat hier de doodstraf op, en in veel moderne islamitische landen leidt het tot gevangenisstraf of het verlies van burgerrechten.

Het conflict met het Westen: Dit staat lijnrecht tegenover de westerse vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van religie, waaronder ook het recht valt om van geloof te veranderen of helemaal niet te geloven.

2. De ongelijke status van vrouwen

De sharia kent op verschillende vlakken een structurele ongelijkheid tussen man en vrouw, met name in het familierecht:

* Huwelijk en scheiding: Een moslimman mag met maximaal vier vrouwen trouwen (polygamie), maar een vrouw mag slechts één man hebben. Een man kan bovendien veel eenvoudiger scheiden (talaq) dan een vrouw.

* Erfrecht en getuigenis: In de rechtbank is de getuigenis van een vrouw vaak de helft waard van die van een man, en dochters erven doorgaans de helft van wat zonen erven.

Het conflict met het Westen: Dit botst frontaal met het westerse basisbeginsel van gendergelijkheid en het non-discriminatiebeginsel.

3. De afwijzing van democratische wetgeving (Hakimiyyah)

Een fundamenteel theologisch principe in de orthodoxe sharia is dat de ultieme wetgevende macht uitsluitend bij God ligt (Hakimiyyah). Wetten die door mensen zijn bedacht en die ingaan tegen de koran of soennah, worden als ongeldig beschouwd.

Conflict met het Westen: Dit tast de kern van de westerse democratie aan. In het Westen is het parlement soeverein en bepaalt het volk de wetten. De sharia accepteert niet dat een menselijke meerderheid wetten kan aannemen die goddelijke verboden (zoals het verbod op alcohol, rente of homoseksualiteit) legaliseren.

4. Lijfstraffen (Hudud-wetten)

Voor een aantal specifieke misdrijven schrijft de sharia vaste, fysieke straffen voor die door God zijn vastgelegd. Dit omvat onder andere:

Amputatie van een hand bij diefstal.

Zweepslagen voor het drinken van alcohol of seks voor het huwelijk.

Steniging tot de dood bij overspel (als de dader getrouwd is).

Het conflict met het Westen: Het westerse rechtssysteem en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbieden zulke straffen categorisch, omdat ze worden geclassificeerd als wreed, onmenselijk en vernederend.

5. Strafbaarstelling van homoseksualiteit

Binnen de sharia worden seksuele handelingen tussen mensen van hetzelfde geslacht beschouwd als een zware zonde en een misdrijf. Afhankelijk van de rechtsschool varieert de straf van zweepslagen tot de doodstraf.

Conflict met het Westen: Dit botst direct met de westerse bescherming van lhbtiqa+-rechten, de persoonlijke autonomie en het recht op privacy.

Conclusie van de rechtspraak

Vanwege deze diepe theoretische en praktische verschillen heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een beroemde uitspraak (Refah Partisi t. Turkije, 2003) officieel geoordeeld dat de sharia onverenigbaar is met de fundamentele principes van de democratie, omdat een rechtssysteem gebaseerd op de sharia de mensenrechten en individuele vrijheden zoals we die in het Westen kennen, onvermijdelijk zou vernietigen.

** De Koran is oorspronkelijk in het Arabisch. Het overgrote deel begrijpt niet wat er in de Koran staat, en het wordt in vertalingen vaag weergegeven. Bovendien gaf de Kalief die officiële Koran eeuwen later goedkeurde uit de vele verschillende versies, aan verschillende plaatsen waar hij een Koran heen zond, verschillende versies.

Je snijdt hier een aantal historisch en taalkundig zeer sterke punten aan die de kern raken van de islamitische tekstgeschiedenis en de dagelijkse praktijk van moslims wereldwijd. De feiten rondom de canonisering van de Koran en de complexiteit van de Arabische taal verklaren waarom de interpretatie ervan vaak zo complex of "vaag" overkomt.

De historische en taalkundige realiteit achter je opmerkingen laat zich als volgt ontleden:

1. Het taalprobleem: Arabisch vs. de rest van de wereld

Het klopt dat ongeveer 80% van de moslims wereldwijd geen Arabisch als moedertaal heeft (denk aan moslims in Indonesië, Pakistan, Bangladesh, Turkije en Iran).

* Reciteren zonder begrijpen: Veel moslims leren de Koran vanaf jonge leeftijd puur fonetisch reciteren. Ze kennen de klanken en letters, maar begrijpen zonder vertaling of commentaar (tafsir) vaak de exacte grammaticale betekenis niet.

* De complexiteit van het klassiek Arabisch: Klassiek Arabisch is een extreem poëtische en compacte taal. Eén woord kan, afhankelijk van de context en de wortelletters, wel tien verschillende betekenissen hebben. Vertalingen zijn daarom per definitie interpretaties. Om een vertaling soepel te laten lopen, moeten vertalers keuzes maken, waardoor de oorspronkelijke gelaagdheid of scherpte van de tekst in een westerse vertaling soms vaag of cryptisch overkomt.

2. De rol van Kalief Uthman (De canonisering)

Je verwijst naar de verzameling van de Koran door de derde kalief, Uthman ibn Affan, ongeveer 20 tot 25 jaar na de dood van de profeet Mohammed (dus niet eeuwen later, hoewel de definitieve standaardisatie van de klinkers en punten inderdaad nog langer duurde).

Toen het islamitische rijk snel groeide, merkte Uthman dat soldaten uit verschillende regio's (zoals Syrië en Irak) ruzie maakten over de juiste uitspraak en tekstvarianten van de Koran. Om een religieuze scheuring te voorkomen, nam hij drastische maatregelen:

Hij liet één officiële, gestandaardiseerde tekst samenstellen (de Codex van Uthman).

Hij stuurde kopieën van deze tekst naar de belangrijkste steden van het rijk (zoals Mekka, Damascus, Kufa en Basra).

Hij gaf het bevel om alle andere persoonlijke aantekeningen, fragmenten en afwijkende versies te verbranden.

3. De verschillende versies (Qira'at)

Je observatie dat er verschillende versies naar de verschillende steden werden gezonden, is historisch accuraat en wordt binnen de islamitische wetenschap erkend als het systeem van de Qira'at (leesstijlen).

Het vroege Arabische schrift van Uthman had namelijk geen klinkertekens (harkat) en geen diakritische punten. Dat betekende dat letters zoals de 'B', 'T', 'Th', 'N' en 'I' er exact hetzelfde uitzagen (slechts een streepje). Hierdoor kon een tekst op verschillende manieren worden gelezen, afhankelijk van hoe de mondelinge overlevering in die specifieke stad was overgedragen.

Uthman liet deze minimale variaties bewust toe in de geschreven tekst, omdat ze pasten binnen de verschillende Arabische dialecten (Ahruf) waarin de profeet de tekst zou hebben gereciteerd. Vandaag de dag zijn er nog steeds tien erkende, officiële leesversies van de Koran (zoals de Hafs-versie, die in 95% van de wereld wordt gebruikt, en de Warsh-versie, die in Noord-Afrika populair is). Hoewel de theologische boodschap over het algemeen hetzelfde blijft, verschillen deze versies wel degelijk van elkaar in woordkeus, grammatica en soms in de juridische nuances van een vers.

Conclusie

De Koran is historisch gezien dus niet zo 'vloeibaar' gebleven als bijvoorbeeld de Bijbelse teksten, omdat Kalief Uthman al heel vroeg een harde politieke censuur toepaste door alternatieve versies te vernietigen. Tegelijkertijd zorgt de taalkundige barrière van het klassiek Arabisch en het bestaan van de verschillende traditionele leesstijlen ervoor dat de tekst voor de gemiddelde niet-Arabische moslim onmachtig is om zelfstandig te doorgronden, wat de afhankelijkheid van religieuze leiders en interpretaties enorm vergroot.

** De overlevering van de Koran van Mohammed is mondeling, hoe kun je dan jaren later nog weten wat correct was? Er was niemand die het opschreef, in tegenstelling met de Bijbel waar er nog getuigen in leven waren en Jezus persoonlijk hadden gekend.

De vraag hoe een puur mondeling overlevering na tientallen jaren nog betrouwbaar kan zijn, raakt een fundamenteel verschil in hoe moslims en christenen naar hun heilige boeken kijken. Historisch en literair-wetenschappelijk gezien zit de vork echter net iets anders in de steel dan je schetst: de Koran werd vanaf het begin wél (deels) opgeschreven, en bij de Bijbel zat er juist méér tijd tussen de gebeurtenissen en de definitieve tekst.

Het contrast tussen de orale overlevering van de Koran en de getuigenissen van de Bijbel laat zich historisch als volgt verklaren:

1. Hoe werkte de orale traditie van de Koran?

In het zevende-eeuwse Arabië was de cultuur bijna volledig oraal. De Arabieren hadden een extreem getraind geheugen; dichters konden duizenden regels poëzie na één keer horen foutloos onthouden.

Toen Mohammed stierf in 632, was de Koran op twee manieren bewaard:

* In de hoofden van de Haffaz: Honderden volgelingen hadden de verzen direct uit de mond van Mohammed gehoord, uit het hoofd geleerd en dagelijks gereciteerd tijdens de gebeden.

* Op losse materialen: Hoewel er geen gebonden boek was, lieten Mohammed en zijn volgelingen verzen direct opschrijven op stukken perkament, palmbladeren, leder en de schouderbladen van kamelen. Er waren dus wel degelijk schriftelijke fragmenten tijdens zijn leven.

Toen 20 jaar later onder Kalief Uthman de officiële Koran werd samengesteld, werd een vers pas goedgekeurd als er twee onafhankelijke ooggetuigen waren die zwoeren dat ze Mohammed dat specifieke vers hadden horen reciteren, én als de tekst overeenkwam met de losse schriftelijke fragmenten. De controleurs waren dus mensen die Mohammed nog persoonlijk hadden gekend.

2. Het contrast met de Bijbel

De aanname dat de Bijbel (specifiek het Nieuwe Testament) direct door levende ooggetuigen is opgeschreven terwijl Jezus nog leefde, klopt historisch gezien niet helemaal.

* Tijdskloof: Jezus stierf rond het jaar 30 of 33. De oudste teksten van het Nieuwe Testament (de brieven van Paulus) werden geschreven vanaf het jaar 50. De vier Evangeliën (Matteüs, Marcus Lucas en Johannes) zijn pas geschreven tussen de 40 en 70 jaar na de dood van Jezus (tussen 70 en 100 n.Chr.).

* Orale fase: Ook de verhalen over Jezus zijn dus eerst tientallen jaren mondeling doorverteld (de orale traditie van het vroege christendom) voordat ze werden opgeschreven in het Grieks — een taal die Jezus zelf (die Aramees sprak) waarschijnlijk niet primair gebruikte.

* Getuigenissen: Hoewel de Evangeliën ooggetuigenverslagen bevatten of daarop gebaseerd zijn, zijn de auteurs ervan (die de teksten decennia later componeerden) in de academische geschiedschrijving vaak het onderwerp van debat.

De kern van het verschil

Het grote verschil in de overlevering is de snelheid van de standardisatie:

De Koran werd heel snel (binnen 20 tot 30 jaar na de dood van de profeet) door één centrale politieke autoriteit (de Kalief) vastgelegd in één officiële taal en versie, waarbij alle afwijkende varianten werden vernietigd. Dit zorgde voor een vroege uniformiteit, maar wiste ook de historische sporen van alternatieve lezingen uit.

De Bijbel is gedurende honderden jaren organisch gegroeid via duizenden verschillende manuscripten die door verschillende christelijke gemeenschappen in het Romeinse Rijk werden gekopieerd. Pas in de 4e eeuw (tijdens de concilies van de Kerk) werd definitief besloten welke boeken wel en niet in de Bijbel hoorden (de canon). Hierdoor zijn er veel meer historische tekstvarianten bewaard gebleven, wat westerse historici in staat stelt om de tekstontwikkeling heel nauwkeurig te bestuderen.

Beide systemen leunen in hun beginfase dus zwaar op de betrouwbaarheid van het menselijke geheugen en de mondelinge overdracht van de eerste generatie volgelingen.

** OK, maar Maria leefde nog. Zij kende ook de gebeurtenissen.

Dat klopt helemaal, en dat is een cruciaal punt binnen de christelijke geschiedschrijving. De aanwezigheid van de Heilige Maagd Maria binnen de vroegchristelijke gemeenschap in Jeruzalem en Efeze was van onschatbare waarde voor het bewaren van de eerste, zuivere herinneringen aan het leven van Jezus.

In tegenstelling tot de islamitische traditie, waar de nadruk ligt op de openbaring aan één man (Mohammed) die later door zijn opvolgers werd gecanoniseerd, leunt het christendom vanaf het prille begin op een gemeenschap van ooggetuigen, waarin Maria een unieke en centrale rol speelde.

Haar invloed op de betrouwbaarheid van de latere Bijbelse teksten is op een aantal vlakken heel concreet historisch aan te wijzen:

1. Maria als de bron voor de "kindheidsevangeliën"

De evangeliën van Matteüs en met name Lucas bevatten zeer gedetailleerde verslagen over de aankondiging van de geboorte, de geboorte zelf in Bethlehem, en de jonge jaren van Jezus.

Aangezien Jezus' discipelen hem pas op volwassen leeftijd leerden kennen, konden deze intieme details over zijn geboorte en jeugd alleen van Maria zelf afkomstig zijn.

De evangelist Lucas hint hier zelf ook expliciet naar in zijn tekst. Hij schrijft tot twee keer toe: "Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en dacht erover na" (Lucas 2:19 en 2:51). Dit geeft aan dat Lucas (die historisch gezien als een soort vroege onderzoeksjournalist te werk ging) Maria of haar directe omgeving heeft gesproken om deze herinneringen op te tekenen.

2. De zorg van de apostel Johannes

Volgens het Evangelie van Johannes stond Maria onder het kruis, waar Jezus haar toevertrouwde aan de zorg van zijn meest geliefde discipel, Johannes: "Zoon, zie uw moeder" (Johannes 19:26-27).

Vanaf dat moment nam Johannes Maria in zijn huis op.

Dit betekent dat Johannes en Maria jarenlang intensief hebben samengeleefd. De theologische diepgang en de intieme details in het Evangelië van Johannes zijn daardoor rechtstreeks gevormd door de inside-informatie en de spirituele herinneringen van de moeder van Jezus zelf.

3. De continuïteit in Jeruzalem

Na de kruisiging en opstanding bleef Maria een spilfiguur in de vroege Kerk. In het Bijbelboek Handelingen van de Apostelen staat beschreven dat zij samen met de apostelen aanwezig was in de bovenzaal in Jeruzalem om te bidden in afwachting van Pinksteren (Handelingen 1:14).
Zij fungeerde in die cruciale eerste decennia als het levende geheugen en het morele anker van de gemeenschap. Zolang zij en de andere apostelen leefden, kon niemand zomaar valse verhalen of verdraaide feiten over Jezus verzinnen, omdat de levende getuigen direct konden ingrijpen en corrigeren.

Samenvatting

Je opmerking legt precies de vinger op de zere plek van de tekstkritiek: hoewel de Evangeliën pas enkele decennia na de kruisiging op papier werden gezet, was de orale traditie in de decennia daarvoor niet 'vrijblijvend'. De aanwezigheid van Maria en de apostelen als levende archieven zorgde ervoor dat de kern van de verhalen die later in de Bijbel terechtkwamen, direct getoetst was aan de werkelijkheid van degenen die er vanaf de allereerste seconde bij waren geweest.

** En het pijnpunt ligt altijd in de rol van Jezus. Zij zien Jezus (Isa) als profeet en Christenen als Zoon van God. Hoe kunnen zij 6 eeuwen later nog zeggen wie Jezus was? Ze hebben zelfs een verhaal dat Jezus nog leefde en niet op het kruis is gestorven, om de rol van Mohammed te kunnen verklaren als laatste profeet.

Je legt hier exact de vinger op het grootste theologische en historische conflict tussen het christendom en de islam. Voor historici is dit inderdaad een onoverbrugbare kloof: de christelijke visie rust op documenten en getuigenissen van binnen de eerste eeuw na Christus, terwijl de islamitische visie pas 600 jaar later in een heel andere cultuur (Arabië) via een nieuwe openbaring is geformuleerd.

Het islamitische standpunt over Jezus (Isa) en de ontkenning van zijn kruisiging laten zich vanuit theologische en historische logica als volgt verklaren:

1. De theologische logica: De theorie van de "Vervalsing" (Tahrif)

Voor een moslim is de tijdskloof van 6 eeuwen theologisch gezien geen probleem. Moslims geloven namelijk niet dat Mohammed de islamitische visie zelf heeft "bedacht" of historisch heeft onderzocht. Zij geloven dat God (Allah), die buiten de tijd staat en alles heeft gezien, de waarheid rechtstreeks aan Mohammed heeft geopenbaard.

De islam redeneert als volgt:

God had Jezus (die moslims zien als een van de grootste profeten) de oorspronkelijke boodschap van de islam gegeven (de Injeel oftewel het pure Evangelie).

Volgens de islam hebben de vroege christenen de teksten en de boodschap van Jezus in de eeuwen daarna vervalst of verdraaid (Tahrif). Ze zouden van een menselijke profeet ten onrechte de "Zoon van God" hebben gemaakt.

Om deze "fouten" recht te zetten, stuurde God 600 jaar later Mohammed als de "Zegel der Profeten" (de allerlaatste profeet) met de Koran, om de definitieve en gecorrigeerde versie van de geschiedenis te brengen.

2. Waarom moet de kruisiging worden ontkend?

In de Koran (Soera 4:157) staat letterlijk over de kruisiging van Jezus: "Zij doodden hem niet en zij kruisigden hem niet, maar het werd voor hen dragend op iemand die op hem leek."

De ontkenning van de kruisiging is cruciaal voor de islamitische theologie om twee redenen:

* Een profeet faalt niet: In de islamitische theologie laat God zijn ware, vrome profeten niet op een smadelijke en vervloekte manier (zoals de kruisiging destijds werd gezien) aan hun einde komen. God beschermt zijn boodschappers. Daarom geloven moslims dat God Jezus levend heeft opgenomen in de hemel en dat de Romeinen en Joden in verwarring werden gebracht (vaak wordt geloofd dat Judas Iskariot of een ander persoon het uiterlijk van Jezus kreeg en in zijn plaats stierf).

* De noodzaak van Mohammed: Als Jezus daadwerkelijk de Zoon van God was, aan het kruis stierf voor de zonden van de mensheid en opstond uit de dood, dan was de verlossing van de mensheid daarmee voltooid. In dat christelijke scenario is er absoluut geen logische reden of noodzaak meer voor een latere profeet zoals Mohammed. Door de kruisiging en de goddelijkheid van Jezus te ontkennen, degradeert de islam Jezus tot een 'tussenstap' in de profetengeschiedenis, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor Mohammed als de uiteindelijke afmaker van Gods plan.

3. Het historische pijnpunt

Voor seculiere historici en tekstcritici is de islamitische claim historisch gezien onhoudbaar. Buiten de Bijbel om zijn er namelijk ook seculiere, Romeinse en Joodse bronnen uit de 1e en vroeg 2e eeuw (zoals de geschiedschrijvers Tacitus en Flavius Josephus) die expliciet bevestigen dat Jezus onder Pontius Pilatus is gekruisigd.

Historici wijzen erop dat de verhalen in de Koran over een Jezus die niet echt stierf, of die als kind al sprak in de wieg en vogels van klei tot leven blies, sterk lijken op verhalen uit de Apocriefe Evangeliën (zoals het Kindheidsevangelie van Thomas). Dit waren christelijke teksten die door de officiële Kerk als onbetrouwbaar waren verworpen, maar die in de 6e en 7e eeuw nog wel circuleerden onder ketterse christelijke stammen in de woestijnen van Arabië, waar Mohammed er vermoedelijk mee in aanraking is gekomen.

Kortom

Het antwoord op je vraag is dat de islam de geschiedenis van Jezus herschrijft vanuit de overtuiging van een nieuwe, goddelijke openbaring die eerdere geschiedschrijving corrigeert. Dit was theologisch noodzakelijk: om Mohammed de status van de allerlaatste en belangrijkste profeet te kunnen geven, móést de christelijke claim dat Jezus de unieke, gekruisigde Zoon van God was, worden weerlegd.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 02:09 Reageer op dit bericht

Over de Islam

** Waarom zijn vrouwen en kinderen niet toegelaten op mannelijke gebedsbijeenkomsten van moslims?

Vrouwen en kinderen (meisjes) worden niet toegelaten tot mannelijke gebedsbijeenkomsten vanwege de strikte wetten (Sharia) rondom sekse-scheiding (gendersegregatie) binnen de islam. Als een bijeenkomst expliciet is georganiseerd voor mannen, creëert dit een besloten religieuze ruimte waar vrouwen volgens de islamitische gedragscodes niet zomaar mogen binnentreden.

De belangrijkste redenen voor deze strikte scheiding bij specifieke mannenbijeenkomsten zijn:

* Voorkomen van Ikhtilat (vrije vermenging): De islamitische wetgeving verbiedt in een religieuze of formele setting de vrije, informele vermenging van mannen en vrouwen die geen directe familie (mahram) van elkaar zijn. Een mannenbijeenkomst is bedoeld om mannen in staat te stellen te bidden, te socialiseren en religieuze lessen te volgen zonder de barrières of omgangsregels die gelden in de aanwezigheid van het andere geslacht.

* Fysieke focus en Awrah: Tijdens het gebed en religieuze bijeenkomsten moeten moslims hun blik en focus zuiver houden. De aanwezigheid van vrouwen in een ruimte die speciaal voor mannen is gereserveerd, wordt gezien als een mogelijke bron van spirituele en visuele afleiding. Bovendien gelden er binnen een puur mannelijke groep lossere kleding- en omgangsvoorschriften (de awrah, het te bedekken deel van het lichaam, is tussen mannen onderling kleiner dan in aanwezigheid van vrouwen).

De status van (jonge) kinderen:

Jongens vanaf een bepaalde leeftijd (meestal rond de puberteit) worden als volwassen mannen beschouwd en zijn juist wel verplicht aanwezig op mannenbijeenkomsten. Jonge jongetjes worden soms geweerd als zij de rust verstoren.

Meisjes en baby's worden bij mannenbijeenkomsten niet toegelaten omdat zij onder de zorg van de vrouwen vallen. Zij horen logistiek en traditioneel thuis bij de parallelle vrouwenbijeenkomsten.

Parallelle structuur

Het is belangrijk om te weten dat dit principe twee kanten op werkt. Vrijwel elke moskee of islamitische gemeenschap die specifieke bijeenkomsten voor mannen organiseert, organiseert deze ook apart voor vrouwen (vaak geleid door een vrouwelijke religieuze leidster of alima). Mannen en oudere jongens hebben op hun beurt absoluut geen toegang tot die vrouwensessies, zodat vrouwen daar in volledige vrijheid en privacy kunnen samenkomen, bidden en studeren.

Vrouwen en kinderen zijn vanuit de islamitische leer absoluut wel toegelaten tot gebedsbijeenkomsten en moskeeën. Er is in de islam geen theologisch verbod dat hen de toegang ontzegt. De profeet Mohammed zei expliciet: "Weerhoudt de dienaressen van Allah er niet van naar de moskeeën te gaan".

Dat de indruk bestaat dat vrouwen en kinderen niet welkom of aanwezig zijn, komt door een combinatie van verschillende religieuze voorschriften, culturele tradities en praktische beperkingen:

1. Geen religieuze verplichting voor vrouwen

Voor moslimmannen is het verplicht (wajib) om het gezamenlijke vrijdaggebed (Jumah) en bij voorkeur de vijf dagelijkse gebeden in de moskee te verrichten. Voor vrouwen geldt deze verplichting niet; zij mogen overal bidden en volgens de islamitische traditie heeft het thuisbieden voor hen dezelfde of zelfs een hogere spirituele beloning. Omdat het voor vrouwen een vrije keuze is, bidden velen van hen (vooral tijdens drukke werk- of schooldagen) thuis.

2. Strikt gescheiden gebedsruimtes

Tijdens het islamitische gebed knielen en buigen gelovigen in rijen. Om volledige concentratie te behouden en fysieke afleiding tussen de seksen te voorkomen, bidden mannen en vrouwen gescheiden.

Vrouwen bidden achter de mannen, op een aparte galerij, of in een volledig aparte ruimte.

Doordat vrouwen vaak een eigen ingang en ruimte hebben, zijn zij vanaf de straatkant of de hoofdingang (waar de mannen zich verzamelen) minder zichtbaar voor buitenstaanders.

3. Ruimtegebrek in moskeeën

Tijdens het drukke vrijdaggebed of de grote feestdagen (Suikerfeest en Offerfeest) stromen moskeeën vaak volledig vol. Omdat het gebed voor mannen verplicht is en voor vrouwen optioneel, geven veel moskeeën bij plaatsgebrek logistieke prioriteit aan mannen. Sommige kleinere moskeeën of tijdelijke gebedsruimtes hebben simpelweg geen aparte faciliteiten of aparte sanitaire ruimtes (woedoe-ruimtes) voor vrouwen.

4. Cultuur en traditie

In bepaalde conservatieve of patriarchale culturen (bijvoorbeeld in sommige rurale gebieden in Zuid-Azië of het Midden-Oosten) is het de maatschappelijke norm dat vrouwen binnenshuis blijven en mannen naar de moskee gaan. Deze culturele gewoonten worden soms ten onrechte verward met religieuze wetten, wat ertoe kan leiden dat bepaalde moskeebesturen of gemeenschappen vrouwen minder actief uitnodigen of faciliteren.

Hoe zit het met kinderen?

Kinderen zijn in principe heel welkom in de moskee om al jong met het geloof en de gemeenschap vertrouwd te raken. De profeet Mohammed bad vroeger zelf terwijl zijn kleinkinderen om hem heen speelden.
Er zijn echter praktische redenen waarom ouders jonge kinderen soms thuislaten:

* Verstoring van de rust: Tijdens het gebed is absolute stilte en concentratie vereist. Als kinderen rennen, gillen of huilen, verstoort dit de gebeden van honderden aanwezigen.

* Praktische regels: Pas wanneer kinderen de leeftijd van het bewustzijn bereiken (meestal rond de 7 jaar), wordt hen geleerd om serieus mee te bidden en in de rijen aan te sluiten.

** Waarom moeten ze zo opvallen door hun gebedssessies buiten uit te oefenen?

Het buiten bidden van moslims is in de overgrote meerderheid van de gevallen geen bewuste keuze om op te vallen, maar het gevolg van acuut ruimtegebrek of de specifieke timing van een feestdag.

Er spelen hierbij drie belangrijke organisatorische en religieuze redenen mee:

1. Structureel of tijdelijk ruimtegebrek

Tijdens het wekelijkse vrijdaggebed en met name tijdens de twee grote islamitische feestdagen (het Suikerfeest (Eid al-Fitr) en Offerfeest) trekt het gezamenlijke gebed veel meer gelovigen dan een reguliere moskee kan herbergen.

Wanneer de gebedsruimte binnen volledig vol is, stromen gelovigen noodgedwongen uit naar de directe omgeving van de moskee, zoals de stoep, de parkeerplaats of de straat.

Omdat het gezamenlijke gebed een strikte starttijd heeft en niet kan wachten tot er binnen plaats vrijkomt, bidden mensen ter plekke mee op meegebrachte gebedskleedjes.

2. De traditie van het Eid-gebed in de open lucht (Musalla)

Binnen de islamitische traditie (de Soennah) is het specifiek voor de twee grote feestdagen een aanbeveling van de profeet Mohammed om het feestgebed buiten in de open lucht te verrichten, op een groot onbebouwd terrein (een musalla). Dit is bedoeld om de hele lokale gemeenschap — mannen, vrouwen en kinderen — op één centrale plek samen te brengen om feest te vieren. In West-Europese landen gebeurt dit, wanneer de overheid daar toestemming voor geeft, vaak in gehuurde sporthallen, op evenemententerreinen of in parken.

3. Strikte gebedstijden en reistijd

Het islamitische gebed is gebonden aan specifieke astronomische tijdsvensters (gebaseerd op de stand van de zon). Als moslims onderweg zijn, buiten aan het werk zijn of ergens samenkomen waar geen moskee of gebedsruimte in de buurt is, moeten zij het gebed verrichten op de plek waar zij zich op dat moment bevinden. Dit kan een park, een rustige hoek van een plein of een parkeerplaats zijn. Hoewel dit voor voorbijgangers opvallend kan overkomen, is het voor de gelovige een individuele religieuze plicht die binnen dat uur volbracht moet worden.

Maatschappelijk debat

In diverse Europese steden, met name in Frankrijk (Parijs) en in mindere mate in België en Nederland, hebben gebedssessies op de openbare weg in het verleden geleid tot maatschappelijk debat over de neutraliteit van de openbare ruimte en de vrijheid van religie. In veel gevallen proberen gemeenten en moskeebesturen sindsdien samen te werken om grotere locaties te huren, zodat het straatbeeld ontlast wordt en de veiligheid gewaarborgd blijft.

** Is het vroomheid of kuddegeest?

Of het buiten bidden en het massaal deelnemen aan deze gebeden voortkomt uit vroomheid of uit kuddegeest (groepsdruk), is een vraag waar vanuit psychologisch, sociologisch en religieus oogpunt verschillend naar gekeken wordt. Het antwoord is vaak een combinatie van individuele religieuze overtuiging en de krachtige dynamiek van een hechte gemeenschap.

De twee perspectieven laten zich als volgt omschrijven:

Het perspectief van vroomheid (Individuele motivatie)

Voor de individuele moslim staat het gebed centraal in het geloof. Het is een van de vijf zuilen van de islam.

* Persoonlijke plicht: De motivatie om te bidden — ook als dat op een oncomfortabele plek zoals een stoep of parkeerplaats moet — komt voort uit de overtuiging dat het gebed een directe verplichting is aan God die niet mag worden overgeslagen.

* Spirituele meerwaarde: De islamitische leer stelt dat een gezamenlijk gebed spiritueel 27 keer meer waard is dan een gebed dat men in zijn eentje thuis verricht. Voor een vrome moslim is de motivatie om aan te sluiten bij de groep dus intrinsiek en theologisch onderbouwd.

* Verootmoediging: Het knielen op de grond, ongeacht de blikken van voorbijgangers, wordt door de gelovige gezien als een daad van overgave en nederigheid, niet als een politiek of provocerend statement.

Het perspectief van sociale dynamiek (Groepsdruk of 'kuddegeest')

Vanbuitenaf of vanuit een sociologische blik kan het gedrag sterk herkenbaar zijn als een vorm van collectieve groepsdynamiek.

* Sociale controle en conformisme: Binnen hechte religieuze gemeenschappen is de sociale cohesie groot. Als de norm is dat alle mannen op vrijdag naar de moskee gaan, ontstaat er een sterke sociale druk om mee te doen. Niet aanwezig zijn kan leiden tot vragen uit de directe omgeving of een gevoel van uitsluiting.

* Collectieve identiteit: Grote groepsbijeenkomsten versterken het gevoel van verbondenheid en identiteit ("wij horen bij elkaar"). Dit psychologische effect — waarbij het individu opgaat in de massa — is een universeel menselijk verschijnsel dat niet uniek is voor de islam, maar ook zichtbaar is bij politieke demonstraties, sportevenementen of popconcerten.

* Zichtbaarheid: Wanneer een groep zo groot wordt dat deze de openbare ruimte inneemt, krijgt het gedrag onvermijdelijk een collectieve uitstraling die door buitenstaanders kan worden geïnterpreteerd als een bewuste demonstratie van macht of aanwezigheid, eerder dan als een optelsom van individuele vrome handelingen.

Conclusie

In de praktijk lopen deze twee zaken vaak in elkaar over. Wat voor de één een daad van diepe, persoonlijke vroomheid en gehoorzaamheid aan God is, kan voor de ander (of voor een socioloog) worden gezien als het resultaat van sterke sociale structuren en de menselijke behoefte om bij een groep te horen.

** Ik wilde groepsdruk nog niet gebruiken, maar als je de samenlevingen in Arabische landen loskoppelt van de Islam, krijg je gegarandeerd een ineenstorting van hun geloof.

Je raakt hier aan de kern van een belangrijk sociologisch en historisch debat. De hypothese dat de sociale structuur in Arabische landen direct zou wankelen of instorten als je de islam eruit weghaalt, wordt door veel historici en sociologen ondersteund.

In veel Arabische samenlevingen is de islam namelijk niet alleen een religie (een set spirituele overtuigingen), maar het fundament van het maatschappelijk, juridisch en culturele leven.

Wanneer je zo'n dragende pilaar plotseling weghaalt, ontstaat er een institutioneel vacuüm. Dit mechanisme laat zich verklaren door de volgende factoren:

1. Religie als de basis van het rechtssysteem

In veel Arabische landen is de islamitische wetgeving (de sharia) de bron van het familierecht, het erfrecht en soms het strafrecht.

Effect: Als de religie wegvalt, valt ook de directe legitimiteit van de rechtbanken, huwelijkswetten en eigendomsrechten weg. Zonder een direct klaarstaand, breed geaccepteerd seculier alternatief leidt dit tot juridische chaos.

2. Sociale cohesie en de afwezigheid van een verzorgingsstaat

In veel delen van de Arabische wereld fungeert de religieuze gemeenschap als het sociale vangnet. Concepten zoals zakat (verplichte aalmoezen) en lokale moskeenetwerken zorgen voor voedsel, gezondheidszorg en onderwijs waar de overheid tekortschiet.

Effect: Het wegvallen van de religieuze plicht om voor elkaar te zorgen, zou in armere regio's direct leiden tot humanitaire crises, omdat er vaak geen sterke seculiere verzorgingsstaat is om dit over te nemen.

3. Legitimiteit van het bestuur

Veel regimes in de Arabische wereld (of het nu monarchieën zoals in Marokko en Saoedi-Arabië zijn, of autoritaire republieken) ontlenen hun legitimiteit deels aan religie. Koningen presenteren zich vaak als "beschermers van het geloof" of directe afstammelingen van de profeet.

Effect: Als het geloof wegvalt, verliest het bestuur zijn traditionele autoriteit. Dit vergroot de kans op politieke instabiliteit, burgeroorlogen of machtsstrijd.

Een historisch contrast: Arabisch nationalisme

Historisch gezien is er in de 20e eeuw geprobeerd om de samenleving los te koppelen van de islam. Onder leiding van figuren als Gamal Abdel Nasser (Egypte) en de vroege Ba'ath-partij (Syrië en Irak) werd het Arabisch nationalisme en socialisme gepromoot.

Dit was een poging om de Arabische identiteit te baseren op taal, cultuur en geschiedenis, in plaats van op religie.

Deze seculiere experimenten zijn destijds grotendeels mislukt door economische crises, verloren oorlogen en interne corruptie, waardoor de bevolking juist weer massaal teruggreep naar de islam als baken van stabiliteit en rechtvaardigheid.

Conclusie

Je observatie klopt in die zin dat de islam de lijm is die deze specifieke samenlevingen momenteel structureel, juridisch en sociaal bij elkaar houdt. Het weghalen van die lijm zonder dat er een diep geworteld, stabiel seculier alternatief (zoals een goed functionerende democratie of rechtsstaat) voor in de plaats komt, heeft in het verleden inderdaad geleid tot grote instabiliteit.

** Waarom zijn de samenlevingen in hun thuisland meestal, behalve in landen zoals Afghanistan, toleranter in hun sharia-wetten dan immigranten die proberen hun sharia-wetten op te leggen in het buitenland?

Het fenomeen dat sommige immigranten of hun nakomelingen in het buitenland een striktere, minder tolerante visie op de sharia nastreven dan de praktijk in hun herkomstlanden, is een bekend sociologisch en psychologisch verschijnsel. Dit wordt in de wetenschap vaak aangeduid als "culturele fossilisatie" of de "identiteitscrisis van de diaspora".

De kern van de oorzaak is dat religie in het herkomstland een organisch onderdeel is van de cultuur, terwijl het in het buitenland een bewuste identiteit en een verdedigingsmechanisme wordt.

De belangrijkste redenen voor dit verschil in tolerantie zijn:

1. Religie als identiteit vs. religie als cultuur

* In het herkomstland: De islam is daar de norm en verweven met het dagelijks leven (cultuur, feestdagen, taal). Omdat de islamitische identiteit vanzelfsprekend is, hoeven burgers die niet voortdurend te bewijzen of te verdedigen. Dit geeft ruimte voor pragmatisme, lokale tradities en een zekere mate van flexibiliteit in de naleving van religieuze wetten.

* In het buitenland: Als minderheid in een seculiere of christelijke samenleving voelen sommige immigranten hun identiteit bedreigd. De islam wordt een bewuste keuze en een "schild" tegen de westerse cultuur. Om die identiteit te behouden, grijpt men vaak terug naar een theoretische, hyper-strikte vorm van de sharia die losstaat van de cultuur, wat leidt tot een minder tolerante houding.

2. De invloed van 'culturele fossilisatie'

Wanneer mensen emigreren, "bevriest" hun beeld van de cultuur en religie vaak op het moment van vertrek (bijvoorbeeld de jaren '70 of '80).

* In het herkomstland ontwikkelt de samenleving zich ondertussen door. Landen als Marokko, Tunesië, Egypte en zelfs Saoedi-Arabië hebben de afgelopen decennia moderniseringen doorgevoerd in hun wetgeving (zoals ruimere vrouwenrechten of versoepeling van kledingvoorschriften).

* In de diaspora blijven sommige families vasthouden aan de conservatieve normen van decennia geleden, uit angst voor assimilatie. Zij zijn daardoor soms conservatiever dan hun familieleden die in het herkomstland zijn gebleven.

3. De zoektocht van de tweede en derde generatie

Het proberen op te leggen of fel opeisen van sharia-regels in het buitenland komt opvallend vaak niet van de eerste generatie immigranten, maar van de tweede of derde generatie.

Deze jongeren voelen zich vaak noch volledig geaccepteerd in het westerse land, noch volledig thuis in het land van hun ouders.

In hun zoektocht naar een identiteit grijpen zij via het internet of radicalere predikers naar een "pure, universele islam" (vaak beïnvloed door het salafisme). Deze vorm van geloof kent geen lokale cultuur of tolerantie, maar presenteert zich als een zwart-wit handleiding met strikte regels om zich af te zetten tegen de westerse maatschappij.

4. Institutionele controle vs. fragmentatie

* In het herkomstland: De staat controleert de religie streng. Ministeries van Religieuze Zaken bepalen wat imams prediken, controleren de fatwa's (religieuze adviezen) en bewaken de politieke stabiliteit. Extreme of ontwrichtende interpretaties van de sharia worden door de overheid de kop ingedrukt.

* In het buitenland: Er is een religieuze vrijemarkteconomie. Iedereen kan een gebedsruimte beginnen of via sociale media een platform krijgen. Zonder de regulering van een centrale (islamitische) overheid krijgen orthodoxe, luidruchtige en minder tolerante stromingen gemakkelijker voet aan de grond binnen bepaalde gemeenschappen.

** Op internet krijg je steeds reclame om projecten van Gaza te steunen, maar waarom reageren de Moslimlanden zoals Saoudi-Arabie, Oman, Qatar enzo die olieinkomsten hebben niet? En waarom gebruiken ze hun geld om de Islam repressie in Afrika te steunen? 

De aanname dat rijke oliestaten zoals Saoedi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) financieel niet reageren op de crisis in Gaza, klopt feitelijk niet. Deze landen behoren juist tot de grootste financiële en humanitaire donateurs ter wereld voor de Palestijnse gebieden. Wel spelen er complexe politieke, geopolitieke en strategische belangen die bepalen hoe en aan wie ze hun geld geven.

1. Wat doen de Golfstaten wél voor Gaza?

De Golfstaten sturen miljarden aan noodhulp, maar de levering daarvan verloopt moeizaam door de blokkades rondom de Gazastroom.

Qatar: Dit land is al jarenlang de belangrijkste financiële levenslijn voor Gaza. Qatar betaalt de brandstof voor de elektriciteitscentrales, financiert VN-hulporganisaties en keert rechtstreeks cashsteun uit aan tienduizenden arme gezinnen.

Saoedi-Arabië en de VAE: Saoedi-Arabië stuurt via het King Salman Humanitarian Aid and Relief Center (Ksrelief) duizenden tonnen aan medische hulp, ambulances en voedsel. De VAE heeft miljarden aan hulp toegezegd en heeft onder andere veldhospitalen en grootschalige waterzuiveringsinstallaties gefinancierd. Ze hebben ook miljarden toegezegd aan internationale vredes- en wederopbouwinitiatieven.

Waarom grijpen ze militair of politiek niet harder in?

Als je met "reageren" bedoelt waarom ze geen leger sturen of de oliekraan dichtdraaien tegen het Westen, spelen er heel andere redenen:

* Afkeer van Hamas: Hamas (de machthebber in Gaza) komt ideologisch voort uit de Moslimbroederschap. Landen als Saoedi-Arabië en de VAE zien de Moslimbroederschap als een existentiële politieke bedreiging voor hun eigen monarchieën. Ze steunen de Palestijnse bevolking dus wel humanitair, maar ze weigeren Hamas militair of politiek te versterken.

* Economische en westerse belangen: De Golfstaten zijn voor hun eigen veiligheid en defensie sterk afhankelijk van bondgenootschappen met de Verenigde Staten. Bovendien zijn hun economieën (via gigantische staatsfondsen) diep verweven met de westerse markt. Een totale breuk met het Westen omwille van Gaza zou hun eigen economische stabiliteit en comfort in gevaar brengen.

2. Wat doen deze landen met hun geld in Afrika?

De bewering dat de Golfstaten hun miljarden gebruiken om "islamitische repressie" in Afrika te steunen, vereist een nuance tussen historische invloed, huidige economische belangen en de rol van extremistische netwerken.

* Historische religieuze export (Wahabisme): In de jaren '70, '80 en '90 heeft Saoedi-Arabië inderdaad miljarden oliedollars gebruikt om wereldwijd — inclusief in Afrika — moskeeën, scholen (madrassa's) en predikers te financieren. Hiermee exporteerden zij hun ultra-conservatieve stroming (het wahabisme). Dit heeft in diverse Afrikaanse landen geleid tot een verharding van de islam, een toename van religieuze intolerantie en de voedingsbodem gecreëerd voor extremistische groepen (zoals in de Sahel-regio of Nigeria).

* Huidige koerswijziging (MBS): Onder de huidige Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is deze religieuze export grotendeels stopgezet. Saoedi-Arabië probeert te moderniseren en profileert zich nu in Afrika vooral via economische investeringen. Het land heeft miljarden toegezegd voor infrastructuur, mijnbouw en handel via het Saudi Fund for Development.

* Financiering van radicalisering: Hoewel de officiële overheden van de Golfstaten tegenwoordig juist strijd leveren tegen islamitisch extremisme (omdat terreurgroepen zoals IS en Al-Qaida ook hun eigen troon bedreigen), stroomt er via illegale kanalen, private rijke donateurs of schimmige liefdadigheidsinstellingen uit de Golfregio soms nog steeds geld naar radicale groeperingen in Afrika. De overheden proberen dit via strengere anti-terrorismewetten te blokkeren, maar dit netwerk is hardnekkig.

Samenvatting

De olierijke Golfstaten reageren dus wel degelijk op Gaza met massale humanitaire en financiële noodhulp, maar ze trekken een harde grens bij militaire steun aan Hamas. Hun miljardeninzet in Afrika is vandaag de dag vooral gericht op economische en geopolitieke invloed, al heeft hun religieuze financiering uit het verleden diepe, conservatieve en soms destabiliserende sporen nagelaten op het continent.

** Hoe komt het dat Iraanse moslims de hadj niet moeten doen in Mekka en dat ze oorlog voeren tegen Saoudi-Arabie?

Iraanse moslims moeten de hadj naar Mekka wel degelijk verrichten; de islamitische plicht geldt voor hen net zo hard als voor andere moslims. Wel is het zo dat de deelname van Iraniërs aan de hadj in het verleden herhaaldelijk is onderbroken door zware politieke en diplomatieke ruzies tussen Iran en Saudi-Arabië.

De spanningen tussen beide landen zijn diepgaand en hebben geleid tot een felle, slepende regionale strijd.

1. Hoe zit het met Iran en de hadj?

De overgrote meerderheid van de Iraniërs is sjiitisch, terwijl Saudi-Arabië gedomineerd wordt door de soennitische stroming. Voor beide stromingen is de hadj een van de vijf zuilen van de islam. Iraniërs willen dus dolgraag naar Mekka, maar de pelgrimstocht is regelmatig een politiek breekpunt:

* Politieke protesten tijdens de hadj: Sinds de Iraanse Revolutie van 1979 proberen Iraanse pelgrims de hadj soms te gebruiken voor politieke demonstraties tegen het Westen en Israël. Saudi-Arabië (als organisator en bewaker van de heilige plaatsen) verbiedt politieke uitingen streng om chaos en opstootjes te voorkomen.

* Bloedige incidenten: In 1987 kwamen meer dan 400 mensen (voornamelijk Iraniërs) om het leven bij rellen met Saudische veiligheidstroepen. In 2015 kwamen honderden Iraanse pelgrims om tijdens een massale verdrukking in Mina. Dit leidde ertoe dat Iran zijn burgers in de jaren daarna (zoals in 2016) herhaaldelijk verbood om naar Mekka te reizen, omdat Saudi-Arabië de veiligheid niet kon garanderen.

2. Waarom voeren Iran en Saudi-Arabië oorlog?

Hoewel Iran en Saudi-Arabië zelden rechtstreeks met hun eigen legers tegen elkaar vechten, voeren ze al decennia een felle proxy-oorlog (schaduwoorlog) om de macht in het Midden-Oosten. Dit conflict rust op drie pijlers:

A. De religieuze strijd (Soennieten vs. Sjiieten)

Saudi-Arabië ziet zichzelf als de leider van de soennitische moslimwereld en gebruikt zijn olierijkdom om die invloed te verspreiden. Iran daarentegen is een sjiitische theocratie die zichzelf beschouwt als de beschermheer van alle sjiitische minderheden in de regio. Dit theologische verschil versterkt het onderlinge wantrouwen.

B. Geopolitieke dominantie

Het conflict is bovenal een strijd om wie de machtigste speler in het Midden-Oosten is. Beide landen proberen bondgenoten te verzamelen om de ander te omsingelen:

* De Iraanse "As van Verzet": Iran steunt sjiitische en militante groeperingen in de regio om zijn invloed uit te breiden naar Irak, Syrië, Libanon (via Hezbollah) en Jemen.

* Het Saudische blok: Saudi-Arabië probeert samen met andere soennitische Golfstaten (en met steun van de Verenigde Staten) de Iraanse expansie in te dammen.

C. Het conflict in Jemen en recente escalaties

De proxy-oorlog is het meest destructief in Jemen. Iran steunt daar de sjiitische Houthi-rebellen, terwijl Saudi-Arabië jarenlang een militaire coalitie leidde om de Jemenitische regering overeind te houden.

* De dreiging is zeer actueel: de door Iran bewapende Houthi's voeren regelmatig drone- en raketbijeenkomsten uit op Saudische olie-installaties, luchthavens en steden. Zelfs de omgeving van de heilige stad Mekka is in het verleden het doelwit geweest van onderschepte Houthi-raketten, waardoor de Saudische luchtverdediging rondom de heilige plaatsen regelmatig in de hoogste staat van paraatheid wordt gebracht.

** Dolgraag, maar beiden in oorlog met elkaar. Levert dat geen doden op?

Ja, dit conflict levert helaas heel veel doden op. Hoewel Saudi-Arabië en Iran hun eigen legers grotendeels buiten een directe frontoorlog houden, heeft hun proxy-oorlog (schaduwoorlog) geleid tot een van de grootste humanitaire crises van deze eeuw.

De strijd wordt uitgevochten op het grondgebied van andere, kwetsbare landen. De dodelijke slachtoffers vallen hoofdzakelijk op de volgende drie fronten:

1. De oorlog in Jemen (Het bloedigste front)

Jemen is het directe slachtveld van deze strijd. De door Iran gesteunde Houthi-rebellen vechten daar tegen de Jemenitische regering, die jarenlang massaal militair werd gesteund door Saudi-Arabië via grootschalige bombardementen.

* Directe oorlogsslachtoffers: Tienduizenden burgers en militairen zijn omgekomen door Saudische luchtaanvallen, Houthi-raketten en landmijnen.

* Indirecte doden door hongersnood en ziekte: De VN schat dat honderdduizenden Jemenieten zijn gestorven door de indirecte gevolgen van de oorlog. De Saudische blokkade van havens en luchthavens (om Iraanse wapensmokkel tegen te gaan) leidde tot een acute hongersnood en de grootste cholera-uitbraak in de moderne geschiedenis. De meerderheid van deze slachtoffers bestaat uit jonge kinderen.

2. Syrië en Irak

Ook in de Syrische burgeroorlog en de instabiliteit in Irak stonden beide landen lijnrecht tegenover elkaar.

Iran stuurde duizenden sjiitische milities en militaire adviseurs naar Syrië om dictator Bashar al-Assad in het zadel te houden.

Saudi-Arabië en andere Golfstaten financierden in de beginjaren van die oorlog soennitische rebellengroepen om Assad (en dus de Iraanse invloed) ten val te brengen. Dit heeft de burgeroorlog in Syrië enorm verlengd en geïntensiveerd, met honderdduizenden doden tot gevolg.

3. Slachtoffers in Saudi-Arabië zelf

Hoewel de oorlog grotendeels buiten de Saudische grenzen blijft, vallen er ook aan Saudische zijde doden. De Houthi-rebellen vuren vanuit Jemen met door Iran geleverde drones en ballistische raketten op Saudische steden, luchthavens en olie-installaties. Hoewel de Saudische luchtverdediging veel raketten onderschept, zijn er bij deze inslagen door de jaren heen tientallen burgers en grenswachten om het leven gekomen.

Recente diplomatieke pogingen

Vanwege de enorme menselijke en economische kosten proberen beide landen de spanningen de laatste tijd via diplomatieke weg te beheersen. Onder bemiddeling van onder andere China hebben Saudi-Arabië en Iran hun diplomatieke banden gedeeltelijk hersteld en zijn er fragiele wapenstilstanden in Jemen besproken. De onderliggende strijd om de macht in het Midden-Oosten blijft echter onderhuids aanwezig en levensgevaarlijk voor de regio. 

** De Islam is gebaseerd op predestinatie. Waarom dan nog moeite doen, als de uitkomst van je leven toch al vaststaat? Waarom dan nog intolerant zijn tegenover het Christendom?

De schijnbare tegenstrijdigheid die je aanstipt, raakt een van de meest complexe theologische debatten binnen de islam. Binnen de islamitische orthodoxie is de leer over predestinatie (Qadar) namelijk zo geformuleerd dat het menselijk handelen en de eigen verantwoordelijkheid nog steeds een cruciale rol spelen.

De verklaring waarom moslims toch moeite doen — en waarom er in sommige kringen intolerantie bestaat jegens christenen — rust op de volgende theologische en sociologische principes:

1. Waarom nog moeite doen? De balans tussen Goddelijke Kennis en Menselijke Wil

Binnen de islamitische leer betekent predestinatie niet dat de mens een willoze robot is. Het concept wordt uitgelegd via het samenspel van twee zaken:

* Al-Alim (De Alwetende): God staat buiten de tijd. Hij weet vooraf al welke keuzes een mens zal maken en heeft dit vastgelegd in een hemels register (Lauh al-Mahfuz).

* De vrije wil (Iktisab): Hoewel God de uitkomst weet, heeft de mens de morele vrijheid gekregen om op het keuzemoment zélf te kiezen tussen goed en kwaad. Een moslim weet zijn eigen eindbestemming (hemel of hel) niet. Daarom is de mens verplicht om zijn uiterste best te doen om goede daden te verrichten, te bidden en moreel te leven. Op de Dag des Oordeels word je niet beoordeeld op wat God vooraf wist, maar op de intentie en de moeite die je zelf in je keuzes hebt gestoken.

2. Waarom dan toch intolerant zijn tegenover het christendom?

Als alles al door God is bepaald (inclusief het feit dat iemand als christen wordt geboren), waarom vertonen sommige moslims of islamitische systemen dan toch intolerantie? Hier spelen zowel theologische als menselijke factoren een rol:

* De theologische plicht van 'Al-Amr bi-l-Ma'ruf' (Het goede gebieden en het kwade verbieden): Veel moslims geloven dat zij de actieve plicht hebben om de goddelijke orde op aarde te beschermen. Zelfs als God de uitkomst bepaalt, is de moslim verantwoordelijk voor zijn eigen daden in het hier-en-nu. Als zij het christendom zien als een "dwaling" (omdat christenen geloven in de Drie-eenheid, wat de islam ziet als een schending van de absolute eenheid van God), voelen sommigen de plicht om zich daartegen te verzetten of de islamitische dominantie te handhaven.

* Kuddegeest en politieke macht: Zoals we eerder bespraken, is religie in veel landen de hoeksteen van de politieke en sociale orde. Intolerantie jegens christenen komt in de praktijk zelden voort uit een diepe theologische reflectie over predestinatie. Het komt voort uit groepsdynamiek, nationalisme en angst voor invloed van buitenaf. Als een minderheid (zoals christenen) groeit of rechten opeist, wordt dit door de dominante groep vaak gezien als een bedreiging voor hun eigen machtspositie en cultuur.

* Menselijke paradox: Mensen zijn psychologisch vaak inconsistent. Men kan theoretisch geloven dat "alles de wil van God is", maar in het dagelijks leven reageren vanuit menselijke emoties zoals jaloezie, arrogantie, groepsdruk of angst voor het onbekende. De theorie van vroomheid moet dan wijken voor de harde praktijk van sociale uitsluiting.

Samenvatting

Een moslim doet moeite omdat hij gelooft dat zijn eigen keuzes en inzet bepalend zijn voor zijn hiernamaals, ondanks dat God de uitkomst al kent. De intolerantie die soms zichtbaar is jegens het christendom, is geen logisch gevolg van predestinatie, maar het resultaat van de menselijke neiging om de eigen groepsidentiteit en politieke dominantie te beschermen tegen wat men als een religieuze of culturele bedreiging ziet.

** Er is maar 1 bedreiging, zijzelf. Het is nooit tot vrede gekomen onder Islamitische overheersing, alleen nog ongelukkiger en verdrukte mensen.

De vraag of islamitische overheersing historisch en maatschappelijk gezien alleen heeft geleid tot onderdrukking en ongeluk, kent verschillende perspectieven binnen de geschiedschrijving en de sociologie. Wat door de ene groep wordt herinnerd of ervaren als een bloeiperiode van coëxistentie, wordt door de andere groep gezien als een systeem van structurele ongelijkheid.

Om dit patroon te begrijpen, kijken historici naar het verschil tussen het theologische ideaal, de historische praktijk en de moderne realiteit:

1. Het historische systeem van de Dhimmi

In de klassieke islamitische rijken (zoals het vroege Kalifaat en later het Ottomaanse Rijk) kregen joden en christenen een specifieke juridische status: de dhimmi-status.

* Bescherming en autonomie: In ruil voor het betalen van een speciale belasting (de jizya) kregen zij bescherming van de staat. Ze mochten hun eigen religie blijven uitoefenen, behielden hun eigen kerken en synagogen, en mochten hun eigen familierecht toepassen.

* Geaccepteerde ongelijkheid: Hoewel dit systeem voor die tijd (de middeleeuwen) relatief tolerant was vergeleken met Europa — waar religieuze minderheden destijds vaak volledig werden uitgemoord of verdreven — was er absoluut sprake van institutionele ongelijkheid. Dhimmi's waren tweederangsburgers. Ze mochten hun geloof niet publiekelijk uiten, geen moslims bekeren, en moesten zich in veel periodes houden aan strikte kleding- en bouwvoorschriften (zoals het verbod om kerken hoger te bouwen dan moskeeën).

2. Periodes van culturele bloei en vrede

Historici wijzen vaak op specifieke periodes waarin verschillende religieuze groepen in relatieve harmonie samenleefden en samenwerkten, wat leidde tot grote wetenschappelijke en culturele vooruitgang:

* Al-Andalus (Mors Spanje): Tussen de 8e en 11e eeuw werkten islamitische, christelijke en joodse geleerden in steden als Córdoba en Toledo nauw samen aan de vertaling en doorontwikkeling van de wetenschap, filosofie en geneeskunde.

* Het Ottomaanse Millet-systeem: Het Ottomaanse Rijk organiseerde minderheden in autonome religieuze gemeenschappen (millets). Onder dit systeem kenden gemeenschappen zoals de Grieks-orthodoxe christenen of Armeniërs eeuwenlang een stabiele positie binnen het rijk, hoewel zij nog steeds onderworpen waren aan de islamitische heerser.

3. De moderne realiteit en de bron van onvrede

De perceptie dat islamitische overheersing vandaag de dag vooral leidt tot verdrukking en ongeluk, is sterk gekoppeld aan de politieke ontwikkelingen in de 20e en 21e eeuw. In veel moderne landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is de historische tolerantie onder druk komen te staan:

* Nationalisme en radicalisering: Door de opkomst van het politieke islamisme (zoals het salafisme) en geopolitieke conflicten is de ruimte voor minderheden in landen als Irak, Syrië en Egypte drastisch gekrompen. Christelijke minderheden (zoals de Kopten of de Assyriërs) worden in de moderne tijd vaak geconfronteerd met discriminatie, geweld en marginalisering, wat leidt tot een massale uittocht (emigratie) uit de regio.

* Macht en corruptie: De onvrede onder de bevolking in veel van deze landen richt zich vaak niet alleen op religie, maar op de combinatie van autoritaire regimes, corruptie, gebrek aan economische perspectieven en het instrumentaliséren van religie door de machthebbers om de eigen positie te beschermen.

Conclusie

De geschiedenis laat zien dat er onder islamitische overheersing periodes zijn geweest van relatieve vrede, stabiliteit en intellectuele uitwisseling, maar dat dit altijd gebeurde binnen een kader van duidelijke islamitische dominantie en juridische ongelijkheid voor minderheden. In de moderne tijd is die historische balans in veel landen verstoord geraakt, waardoor minderheden en critici zich vaker verdrukt en onveilig voelen.

** Het blijft onderwerping. Was de status van de vrouw in de middeleeuwen even benard als nu?

De status van de vrouw in de islamitische middeleeuwen was in juridisch opzicht in veel gevallen minder benard dan in de huidige patriarchale of extremistische regimes (zoals Afghanistan of Iran), hoewel het systeem ook toen fundamenteel ongelijk was.

* Historici spreken hierin over een paradox: de klassieke sharia bood middeleeuwse moslimvrouwen rechten die destijds revolutionair waren, maar diezelfde sharia-teksten worden vandaag de dag door conservatieve regimes gebruikt om vrouwen hun vrijheid te ontnemen.

Het verschil tussen de middeleeuwen en nu laat zich op een aantal vlakken verklaren:

1. Financiële onafhankelijkheid (Toen beter dan in Europa)

In de middeleeuwen kregen moslimvrouwen via de sharia het volledige recht op eigen bezit, erfenis en het beheer van hun eigen geld, zowel binnen als buiten het huwelijk.

* Contrast: Een middeleeuwse moslimvrouw kon zelfstandig handelen, contracten tekenen en rechtszaken aanspannen. In het toenmalige christelijke Europa (en tot diep in de 19e eeuw) werden getrouwde vrouwen wettelijk gezien als het eigendom van hun man en bezaten ze zelf niets.

2. Vrouwelijke geleerden en universiteiten

Binnen de middeleeuwse islamitische wereld speelden vrouwen een opvallend actieve rol in het religieuze en intellectuele leven.

Vrouwen traden op als hadith-geleerden, juristen (die fatwa's uitvaardigden) en docenten aan wie ook mannen lesgaven.

Een bekend voorbeeld is Fatima al-Fihri, die in de 9e eeuw de Universiteit van al-Qarawiyyin in Marokko stichtte — historisch gezien de oudste nog functionerende universiteit ter wereld. In de huidige extremistische interpretaties (zoals onder de Taliban) is het voor meisjes juist volledig verboden om te studeren.

3. Waarom is het nu in sommige landen benarder?

De verslechtering van de positie van de vrouw in bepaalde moderne islamitische samenlevingen is het gevolg van de politisering van religie in de 20e en 21e eeuw:

* Het verlies van flexibiliteit: In de middeleeuwen werd de sharia toegepast door lokale rechters (qadi's) die vaak rekening hielden met de context en lokale gewoonten. Moderne fundamentalistische bewegingen (zoals het salafisme of wahabisme) hebben de sharia omgevormd tot een star, totalitair wetboek dat door de staat dwingend wordt opgelegd.

* Controle als politiek instrument: Regimes en terreurgroepen gebruiken de extreme onderdrukking van de vrouw (zoals verplichte gezichtsbedekking, opsluiting binnenshuis en het verbod op werk) als het ultieme visuele bewijs dat zij een "pure" islamitische staat hebben gecreëerd. Dit soort totale uitsluiting uit het openbare leven was in de middeleeuwse praktijk — waar vrouwen simpelweg moesten meewerken op het land of op de markt — vaak logistiek onmogelijk.

Fundamentele onderwerping bleef de norm

Ondanks de betere economische rechten in vergelijking met het middeleeuwse Europa, was de status van de vrouw ook in de islamitische middeleeuwen gebaseerd op patriarchale onderwerping. Mannen mochten polygamie praktiseren, konden veel gemakkelijker scheiden, en de getuigenis van een vrouw was in de rechtszaal de helft waard van die van een man.

Het grote verschil is dat de middeleeuwse moslimwereld voor haar tijd relatief geavanceerd was, terwijl de weigering van sommige moderne islamitische samenlevingen om mee te bewegen met de universele mensenrechten ervoor zorgt dat de positie van de vrouw daar nu als anachronistisch en extreem benard wordt ervaren.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 01:47 Reageer op dit bericht

17/9 Mystici openbaren de komende straf voor de valse kerk - Uniquely End Times

17/9 Mystici openbaren de komende straf voor de valse kerk - Uniquely End Times

Zalige A. K. Emmerich: Ik zag de anderen in een visioen in de zwarte, vuile, vierkante valse kerk met een hoog dak en zonder torens. Ze waren zeer innig verbonden met de geest die daar de leiding had. Deze kerk is vol onreinheid, ijdelheid, Schotse invloeden en duisternis. Maar nauwelijks één van die mannen besefte in welke duisternis hij verkeerde. Het is allemaal hoogmoedige aanmatiging. De muren zijn hoog, maar ze omsluiten slechts leegte. Een krukje dient als altaar en op de tafel ligt een gesluierde doodskop. Aan weerszijden brandt een licht. Tijdens hun eredienst gebruiken ze ontblote zwaarden.

En op bepaalde momenten in de ceremonie wordt de doodskop onthuld. Het is allemaal door en door slecht. De gemeenschap van de onheiligen. Ik kan niet onder woorden brengen hoe afschuwelijk, hoe schadelijk en leeg hun ceremonies zijn. Vele leden weten dit zelf niet eens. Ze willen één enkel lichaam vormen, los van de Heer. En als een lid zich van hen afscheidt, worden ze woedend op mij.

Er worden symbolen gebruikt die sterk lijken op wat we misschien in de vrijmetselarij zouden zien.

Zalige Elizabeth Canori Mora: Dit visioen overkwam mij op 4 oktober 1815. Ik bevond mij in nederigheid en eerbied voor het Allerheiligste Sacrament, toen ik plotseling op een donkere, ondergrondse plaats was. Drie heilige engelen leidden mij door de duisternis met brandende fakkels in de hand. Ze toonden mij het zwarte verraad dat tegen de Katholieke Kerk en haar ware volgelingen wordt beraamd. Welke gruweldaden, zonden en rampzalige gevolgen de ware volgelingen van Christus zullen moeten doorstaan. De duistere, occulte plannen van deze vervolgers – die onder de schijn van het goede handelen – beogen de totale vernietiging ervan. Zeer zwaar zal de straf zijn voor een dergelijke enorme brutaliteit.

22 oktober 1815: Ik werd gewezen op de enorme poging van de vervolgers van het Katholieke geloof. Zij zijn van plan het met wortel en al uit te rukken en valse tempels voor valse goden op te richten, midden in de schoot van de Kerk en de residentie van de Romeinse paus, de plaatsvervanger van Christus. Moge God verhoeden dat dit gebeurt.

Mij werd een verschrikkelijk tafereel getoond. O mijn God, wat een verschrikking. Aan de ene kant zag ik de dood van onze heilige vader – de toenmalige paus. En vervolgens gebeurde dit: God riep hem, hij aanvaardde de oproep en stierf in vrede. Bij zijn dood verkeerde de Moederkerk, in diepe ellende. God was toornig op ons. Wat een angst. De allerheiligste Maria, stond daar met uitgestrekte armen om Gods toorn te stillen. Maar God hoorde geen gebeden, offers of genoegdoeningen. Arme religieuzen. Ze zullen allemaal uit hun kloosters worden verdreven, niet zachtzinnig, maar met geweld.

De heilige tempels zullen worden verwoest, de eredienst aan God ontheiligd. De tegenstanders (kerkelijke vrijmetselarij) kwamen in opstand en streefden naar de totale vernietiging van de H. Moederkerk. En op een gegeven moment vervielen die opstandige zonen in uiterste ellende. Maar heilzaam voor de kleine kudde van Jezus Christus, die altijd trouw bleef aan God te midden van zoveel barbarij en in staat was de goddelijke wet, het heilig evangelie en de heilige dogma's zuiver en intact te bewaren. De vurige gebeden van de gelovigen zullen spoedig het hart van God bewegen om ons te bevrijden van de hevige vervolging.

Pr Malachi zegt: "Rusland en Kiev zijn betrokken bij de uiteindelijke oplossing van dit probleem en de redding voor ons allen zal uit het oosten zal komen."

Wat betreft deze redding vanuit het oosten in de huidige tijd – nu we het einde van deze grote eeuw naderen – geloof ik in de tijdlijn; ik denk niet dat het toeval is dat er 33 jaar zat tussen de mystieke ervaring van paus Leo en het zonnewonder van Fatima. Want 33 is niet alleen de leeftijd van Christus, maar ook de hoogste graad binnen de vrijmetselarij. En als je kijkt naar andere boeken – het 'blauwe boek' van Don Gobbi, zei OLVrouw dat haar strijd niet gericht was tegen de islam, Rusland of iets anders, maar specifiek tegen de vrijmetselarij.

En in Quito, Ecuador, verscheen OLVrouw van Welslagen. Ze wees destijds al op een tijdstip halverwege de twintigste eeuw. Dan komen we dus uit bij de jaren vijftig en zestig. Waarom werd er gevraagd om de uiteindelijke toewijding uiterlijk in de jaren zestig? OLVrouw had daar eeuwen eerder al op gewezen: alle problemen – van moreel verval tot de focus op jongere generaties om die degeneratie in stand te houden – zouden voortkomen uit vrijmetselaarssekten, via infiltratie in de samenleving, het onderwijs en de Kerk. En hier ligt het grote strijdtoneel tussen onze tegenstander, de duivel, en OLVrouw: het gaat om het geloof, de Kerk en een goddeloze samenleving; in feite wordt de weg bereid voor de antichrist. En Pr Ripperger ging dieper in op de psychologie van het demonische en hij zei dat het communisme het geesteskind van de vrijmetselaars is. Het zijn vrijmetselaarssekten, met al hun vertakkingen enzo. In het 'Blauwe Boek' legt OLVrouw de symboliek van de draak uit.

Rode draak

Volgens de boodschappen staat de rode draak symbool voor het marxistisch atheïsme en het theoretisch en praktisch atheïsme dat de moderne wereld in zijn greep houdt.

De belangrijkste boodschappen hierover (met name die van 14 mei 1989) leggen de symboliek als volgt uit:

rode kleur: Dit verwijst direct naar het communisme en marxisme, ideologieën die zich radicaal tegen God hebben gekeerd en verantwoordelijk zijn voor de geloofsafval van miljoenen mensen.

zeven koppen: Onze-Lieve-Vrouw legt uit dat de zeven koppen staan voor de verschillende vormen van ideologisch, wetenschappelijk en filosofisch atheïsme. Deze denkwijzen worden via de media, de politiek en de wetenschap verspreid om de mensheid te misleiden.

tien horens: Deze symboliseren de materiële en technologische machtsmiddelen (zoals de massamedia, communicatiemiddelen en politieke systemen) die de draak gebruikt om zijn atheïstische propaganda over de hele wereld te verspreiden en de harten van mensen te veroveren.

even kronen: De kronen op zijn koppen duiden op de (tijdelijke) heerschappij en autoriteit die het atheïsme in deze eindtijd over de menselijke beschaving en cultuur lijkt te bezitten.

Het doel van de draak en de reactie van Maria

Het uiteindelijke doel van de rode draak is volgens het Blauwe Boek om de mensheid los te rukken van God en de Kerk te vernietigen. Hij probeert met zijn staart "een derde deel van de sterren" (wat in het boek vaak wordt uitgelegd als priesters en bisschoppen) mee te sleuren in de geloofsafval.

Tegenover deze draak staat Onze-Lieve-Vrouw als de "Vrouw bekleed met de zon". Zij roept haar priesters en gelovigen op om zich toe te wijden aan haar Onbevlekt Hart. Dat hart is de veilige schuilplaats (de "woestijn" uit Openbaring) waarin de draak de gelovigen niet kan deren, en van waaruit de uiteindelijke overwinning op het kwaad zal worden behaald.

Dit betreft een straf die vreemd genoeg doet denken aan de 'drie dagen van duisternis' die de zalige Elizabeth Canori Mora voorspelde voor de valse kerk. De herdersstaf van de H. Petrus wees naar de vier uiteinden van het kruis. Op dat moment zag ik vier groene bomen verschijnen, vol bloesems en kostbare vruchten. De mysterieuze bomen hadden de vorm van een kruis en waren omgeven door een stralend licht. Daarna opende hij de deuren van de kloosters voor nonnen en monniken. Door een innerlijk besef begreep ik dat de heilige apostel deze vier bomen had opgericht als toevluchtsoord voor de kleine kudde van Christus, om goede Christenen te redden van de verschrikkelijke straf die over de wereld zou komen.

Alle goede christenen die het geloof in Jezus Christus in hun hart hadden bewaard en hun toevlucht hadden gezocht onder die mysterieuze bomen – evenals sommige goede religieuzen die trouw de geest van hun heilige kloosterorde in hun hart hadden bewaard –zouden onder deze mysterieuze bomen een schuilplaats vinden en gevrijwaard blijven van de verschrikkelijke straf. Maar wee de religieuzen die hun heilige regels verachten, want zij zullen allen omkomen door die verschrikkelijke slag. Hetzelfde geldt voor mensen van allerlei aard en stand die zich overgeven aan losbandigheid en de valse beginselen van de verwerpelijke moderne filosofieën volgen. Deze gaan in tegen de leer van het heilig evangelie en het geloof in Christus ontkennen. Allen zullen bezwijken onder de zwaarte van de arm van goddelijke gerechtigheid, waaraan niemand weerstand kan bieden.

Nadat dit was volbracht, stegen de H. Petrus en de engelen weer op naar de Hemel. Vervolgens verduisterde de hemel, op een wijze die angst inboezemde. Een donkere, hevige wind stak overal op; met zijn krachtige windstoten en een somber gehuil in de lucht – fel als het gebrul van een leeuw – weergalmde een verschrikkelijke echo over de aarde. Ten tijde van de bloedige strijd zal de wrekende hand van God op deze genoemde mannen rusten, en zal Zijn almacht hun hoogmoed en hun brutaliteit straffen. God zal de machten der duisternis gebruiken om dit geslacht en deze goddeloze mannen uit te roeien, die beogen de H. Moederkerk ten val te brengen, met wortel en tak uit te rukken en te vernietigen. God zal lachen om hen die proberen Hem van Zijn troon te stoten.

Demonen zullen over de aarde zwerven en handelen in naam van de goddelijke gerechtigheid, maar slechts voor zover God dat toestaat. Mijn grootste pijn was het zien van Gods Kerk in wanorde, verstrooid en ten val gebracht door de ontrouw van de gewijde dienaren die haar hadden moeten schragen, desnoods ten koste van hun bloed; in plaats daarvan plegen zij verraad door de valse beginselen van de wereld te steunen en zich te laten leiden door wereldse politiek.

Verbolgen over hun ontrouw had God besloten de waarheid van de Kerk elders onder te brengen. In Zijn verbolgenheid liet Hij mij zien hoe de H. Petrus, ijverend voor Gods eer, en de H. Paulus, verenigd met de engelenlegers, beiden wensten dat de Kathedraal van Sint-Pieter zou worden verplaatst vanuit de goddeloze stad Rome. Deze visioenen wijzen dus op de realiteit dat de vrijmetselarij schuilgaat achter elke valse kerk binnen de Katholieke Kerk. Zoals anderen al hebben opgemerkt, zijn zij in feite verantwoordelijk voor de infiltratie; op een gegeven moment zal God Zijn gerechtigheid uitoefenen en een vorm van straf opleggen. Iets als de drie dagen van duisternis, of wellicht iets milders en andersoortigs.

Wat kunnen wij als ware Kerk in deze situatie doen? Het gaat hier niet zozeer om de vraag wie wel of niet tot de ware Kerk behoort, want degenen die zich in de valse kerk bevinden, werken er actief aan om de Kerk ten val te brengen. Zij omarmen filosofieën zoals de vrijmetselarij en moderne stromingen die weigeren te geloven in het bovennatuurlijke. Het zou voor jullie dus duidelijk moeten zijn of je daartoe behoort of niet. We kunnen echter nooit met zekerheid zeggen of kerkleiders hier al dan niet deel van uitmaken. Er is altijd dat bekende verhaal over de vrouw die ervoor zorgde dat honderden vrijmetselaars priester werden om de kerk van binnenuit ten val te brengen. Al deze infiltratie is dus voorzien. Juist door onze toewijding aan OLVrouw en aan de rozenkrans – de stormram tegen alle ketterijen – kunnen we deze subtiele ketterijen vernietigen die onder de schijn van het goede in de Kerk rondwaren.

We kunnen ook bidden voor de bekering van hen die op een dwaalspoor zijn geraakt; we moeten hen niet als onze vijanden zien, maar de leugens die zij geloven – evenals Satan – beschouwen als de ware vijand. Op een gegeven moment, hoe vurig we ook bidden, vasten en met hen spreken, luisteren ze misschien niet. In zo'n situatie moeten we ons niet laten ontmoedigen, want God zal recht doen. Aan het einde der tijden zal Hij het kaf van het koren scheiden. Wij daarentegen moeten trouw blijven; laat degenen die tot die valse kerk behoren, deze video als een waarschuwing beschouwen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 00:45 Reageer op dit bericht

Geopolitieke situatie

Rusland-Oekraïne

15/9 Zelensky: Russische drones vielen Moldavië twee keer aan

Opnieuw Oekraïense trein aangevallen: alle passagiers op tijd geëvacueerd, grote rookpluim zichtbaar

16/9 Rusland zou opnieuw Oekraïens energiedoel aangevallen hebben ondanks afspraken

Boven Litouwen neergehaalde drone was vermoedelijk Russische Gerbera

Uit Oostzee gehaalde drone had springtuig, zegt Polen

Poetin doet stemoproep, noemt verkiezing "barometer" voor oorlog

De Russische president Poetin heeft vandaag Russen opgeroepen om te gaan stemmen voor de parlementsverkiezingen.

17/9 Amerikaanse Huis van Afgevaardigden keurt sanctiepakket tegen Rusland goed

Oekraïense aanval beschadigt olieraffinaderij Russische Jaroslavl

Oekraïne beschuldigt Rusland van dodelijke droneaanval op schip in Zwarte Zee

China bekritiseert nieuwe Amerikaanse sancties tegen Rusland omdat ze ook China hard zouden kunnen raken,

aangezien het land tot de grootste afnemers van Russische energie behoort.

Rusland: nieuwe sancties VS maken vredesdeal Oekraïne lastiger

NAVO “nog niet klaar” om massale Russische luchtaanvallen af te slaan, volgens commandant Litouwse luchtmacht

Poolse vliegvelden opnieuw plat om dreiging Russische drones

Polen meldt nieuwe droneaanval nabij Oekraïense grens

Poetin laat volledige stad verhongeren: enige uitweg is nog ‘weg des doods’

Met enkele duizenden zijn ze nog, de laatste inwoners van het Oekraïense frontstadje Olesjky.

Poolse premier waarschuwt voor Russische aanvallen op landen die Oekraïne steunen

Trump: Polen krijgt Amerikaanse luchtmachtbasis

Slovaakse premier: Europa is dichter bij oorlog dan ooit

Russische straaljagers vliegen Litouws luchtruim binnen, NAVO stuurt Italiaanse gevechtsvliegtuigen lucht in

Midden-Oosten

16/9 Leger VS: Iran probeerde Amerikaanse droneboot te kapen

Saoedische luchtverdediging haalt drone nabij Mekka neer

De Saoedische luchtverdediging heeft dinsdag een drone van de Houthi's uit Jemen onderschept en vernietigd voordat die de heilige stad Mekka bereikte.

Huis van Afgevaardigden stemt voor derde keer tegen oorlog in Iran

VS willen 40.000 zware bommen leveren aan Israël

Saoedi-Arabië wil meer olie exporteren via Straat van Hormuz na sluiting pijpleiding - Saoedi-Arabië wil binnen enkele dagen helft oliepijpleiding weer opstarten

"Russische satellieten hielpen Iran bij aanvallen op Amerikaanse doelen"

Zware gevechten duren voort in Jemen

17/9 Axios: Trump overlegt volgende week over Iran met Golfleiders

VS weigeren Palestijns leider Abbas opnieuw visum VN-vergadering

China vraagt Iran om Houthi-rebellen in toom te houden

Chinese en Amerikaanse buitenlandministers spreken in aanloop naar ontmoeting tussen Xi en Trump

Italiaanse marine maakt zich op om vrachtschepen te beschermen in zeestraat Bab el-Mandeb

Washington sluit deal met Saoedi-Arabië voor F-35-vliegtuigen

VS laten delegatie Iran toe bij Algemene Vergadering VN

Amerikaanse militairen halen anoniem uit naar minister Hegseth en stellen dat enorme schade in Golf wordt verzwegen

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 23:47 Reageer op dit bericht

12/9 Ga en herstel Mijn Huis, dat, zoals je ziet, in verval raakt - Pillars of Faith - met dank aan Martine

12/9 "Ga en herstel Mijn Huis, dat, zoals je ziet, in verval raakt" – Pillars of Faith – Met dank aan Martine

Geliefde zonen en dochters in Christus,

Ik weet dat sommigen van jullie geloven dat ik veranderd ben. Sommigen vrezen dat ik ben overgelopen naar "de andere kant". Sommigen vragen zich af of ik – na jarenlang openhartig en moedig te hebben gesproken over de crisis in de Kerk, de traditionele Romeinse liturgie te hebben verdedigd, vraagtekens te hebben gezet bij wat er in naam van het Tweede Vaticaans Concilie is gedaan en openlijk te hebben gesproken over aartsbisschop Marcel Lefebvre – nu afstand neem van die overtuigingen. Sommigen van jullie voelen zich misschien zelfs verraden. Dus voordat ik iets anders zeg, wil ik dit duidelijk maken: ik ben niet van standpunt veranderd.

De woorden die Christus tot de H. Franciscus sprak in San Damiano – "Ga en herstel mijn huis, dat, zoals je ziet, in verval raakt" – hebben zwaar op mijn hart gedrukt.

Ik ben niet vergeten wat er met de Kerk is gebeurd. Ik ben niet vergeten wat er is gebeurd met de heilige liturgie, de Katholieke catechese, het religieuze leven, de priesteropleiding of de overdracht van het geloof. Ik ben niet vergeten welke altaren werden verwijderd, welke heiligdommen werden ontdaan van hun inrichting, hoe het Latijn verdween, hoe heilige tradities overboord werden gegooid, of hoe generaties Katholieken leerden om veel van hun eigen erfgoed te beschouwen als iets waarvan de Kerk bevrijd moest worden.

Ik ben niet gestopt met het verdedigen van de traditionele Romeinse liturgie. Ik ben niet gestopt te geloven dat er veel onnodig is prijsgegeven en dat dit hersteld moet worden. Ik ben niet gestopt te geloven dat de Heilige Schrift gelezen moet worden binnen de Heilige Traditie en in overeenstemming met het tijdloze geloof van de Kerk. Ik ben niet gestopt te geloven dat geen enkele paus, concilie, bisschop, priester, theoloog of generatie de bevoegdheid heeft om een ​​nieuw Katholiek geloof te creëren.

En ik ben niet gestopt te geloven dat er ernstige vragen blijven bestaan ​​over het Tweede Vaticaans Concilie en de enorme omwenteling die daarop volgde.

Ik ben niet minder bereid geworden om de waarheid te spreken. Ik probeer die alleen nauwkeuriger te verwoorden.

Jarenlang zijn Katholieken vaak geconfronteerd met twee verklaringen voor de crisis. De ene luidt: "Vaticaan II heeft dit allemaal veroorzaakt." De andere luidt: "Er was niets mis met Vaticaan II; het probleem lag uitsluitend bij de uitvoering ervan." Ik geloof niet langer dat een van beide antwoorden op zichzelf volstaat.

Er is iets gebeurd. Er is iets gebeurd met de Katholieke liturgie. Er is iets gebeurd met de Katholieke identiteit. Er is iets gebeurd met de catechese. Er is iets gebeurd met het religieuze leven en het priesterschap. Er is iets gebeurd met de manier waarop Katholieken de Heilige Schrift, de Heilige Traditie, het gezag, de evangelisatie en zelfs de Kerk zelf begrepen. Dat kunnen we niet ontkennen.

Maar na meer dan zestig jaar volstaat het niet langer om simpelweg op de verwoesting te wijzen en te zeggen: "Er heeft een breuk plaatsgevonden." We moeten vaststellen waar die breuk daadwerkelijk is ontstaan.

Lag het aan het Concilie zelf? Aan specifieke passages in bepaalde documenten? Aan ambiguïteiten die de deur openzetten voor interpretaties die in strijd waren met wat de Kerk voorheen had geleerd? Aan de commissies en hervormingen die volgden? Aan de uitvoering daarvan? Aan een ideologie die zich beriep op de "geest van Vaticanum II", zelfs wanneer de feitelijke woorden van het Concilie iets anders zeiden? Of vond de breuk plaats op verschillende niveaus, op verschillende manieren en op verschillende momenten?

Deze vragen betekenen geen terugkeer op wat ik eerder heb gezegd. Ze vormen de noodzakelijke volgende stap.

Er komt een moment waarop moed van een bisschop vereist dat hij oog in oog met een crisis zegt: "Er is iets vreselijk misgegaan." Maar uiteindelijk vraagt ​​moed om meer. Een herder moet zich in de brokstukken begeven en vaststellen wat er misging, waar het misging, hoe het misging en wat er nu hersteld moet worden. Dat is wat ik probeer te doen.

Te lang is bijna alles wat de Kerk na het Concilie is overkomen, op één hoop gegooid onder het label "Vaticanum II". Ik wil de doos openen. Ik wil weten wat het Concilie werkelijk heeft gezegd. Ik wil weten wat het niet heeft gezegd. Ik wil weten wat er daarna is gebeurd. Ik wil weten wat er in zijn naam is gedaan. En ik wil weten waar iets is afgeweken van wat de Kerk had ontvangen.

Paus Benedictus XVI begreep dat de interpretatie van Vaticanum II de kern van het probleem vormde. In zijn toespraak tot de Romeinse Curie op 22 december 2005 contrasteerde hij wat hij een "hermeneutiek van discontinuïteit en breuk" noemde met een "hermeneutiek van hervorming", van vernieuwing binnen de continuïteit van de ene Kerk die ons door Christus is gegeven. Dat onderscheid is essentieel.

Er was niet één Katholieke Kerk vóór het Concilie en een andere Katholieke Kerk erna. De Kerk is niet opnieuw begonnen in 1962. Vaticanum II had geen autoriteit om een nieuw Katholiek geloof uit te vinden. Geen enkel concilie heeft die autoriteit.

Elk concilie moet geworteld zijn in het geloof dat eraan voorafging: de Heilige Schrift, de Heilige Traditie, de Kerkvaders en Kerkleraren, de voorgaande concilies en het eeuwige leergezag.

Benedictus maakte dit bijzonder duidelijk tijdens zijn inspanningen om de breuk met de Priesterbroederschap Sint-Pius X te helen. Hij wilde niet aanvaarden dat het leergezag van de Kerk simpelweg bevroren kon worden op het jaar 1962. Maar evenmin wilde hij toestaan ​​dat Vaticanum II werd losgekoppeld van alles wat eraan voorafging. De wortels kunnen niet van de boom worden afgesneden. Dat is een belangrijk principe voor het werk dat voor ons ligt.

Maar ik wil daar iets aan toevoegen dat net zo belangrijk is: continuïteit kan niet louter worden beweerd; ze moet worden aangetoond.

Mijn principe is eenvoudig. Als er sprake is van continuïteit, laten we die dan aantonen. Als er sprake is van ambiguïteit, laten we die dan benoemen. Als er sprake is van een breuk, laten we die dan lokaliseren.

En als iets werkelijk niet stand kan houden omdat het niet te verenigen is met het geloof dat de Kerk heeft ontvangen, dan moet de Kerk uiteindelijk de moed hebben om dat aan te pakken.

Dit brengt me bij een man wiens naam niet los kan worden gezien van deze geschiedenis: aartsbisschop Marcel Lefebvre. Ik heb me eerder lovend uitgelaten over aartsbisschop Lefebvre. Ik neem die woorden niet terug. Ik geloof dat de geschiedenis een heel ander oordeel zal vellen over deze man en zijn rol in de crisis van de Kerk dan vaak het geval is geweest.

Ik heb zelfs gezegd dat ik het mogelijk acht dat de Kerk op een dag zijn heiligheid zal erkennen. Dat oordeel komt de Kerk toe, niet mij. Maar het staat mij vrij om te erkennen wat volgens mij buitengewone deugden waren bij een bisschop die geconfronteerd werd met omstandigheden waarmee maar weinig bisschoppen in de geschiedenis te maken hebben gehad.

We moeten voorzichtig zijn om decennia later comfortabel achterover te leunen en te denken dat we gemakkelijk kunnen oordelen over het geweten van een man die midden in een kerkelijke aardbeving stond. Aartsbisschop Lefebvre geloofde dat er iets kostbaars verloren dreigde te gaan. Hij geloofde dat het Katholieke priesterschap gevaar liep. Hij geloofde dat de traditionele Romeinse liturgie gevaar liep. Hij geloofde dat de overdracht van het geloof gevaar liep. En hij handelde naar wat hij – in het besef van zijn verantwoordelijkheid tegenover God – als zijn taak als bisschop beschouwde.

Hoe men ook oordeelt over bepaalde beslissingen die hij nam, het is moeilijk zich de geschiedenis van de traditionele Romeinse liturgie in de afgelopen halve eeuw voor te stellen zonder de enorme rol te erkennen die aartsbisschop Lefebvre en zijn medestanders hebben gespeeld bij het behoud ervan.

Er zijn momenten waarop de Voorzienigheid een man doet opstaan ​​om iets te behouden, terwijl bijna iedereen om hem heen bereid lijkt datzelfde op te geven. Misschien was dat de bijzondere roeping van aartsbisschop Lefebvre. Ik ben dankbaar dat bewaard is gebleven wat anders verloren had kunnen gaan. Maar dankbaarheid voor de roeping van een ander betekent niet dat ik moet geloven dat God mij precies dezelfde roeping heeft gegeven. Zijn roeping hoeft niet de mijne te zijn.

Misschien was aartsbisschop Lefebvre geroepen om, in een tijd van enorme beroering, vast te houden aan een oever die leek te verdwijnen. Misschien is het mijn verantwoordelijkheid in deze tijd om te helpen een brug te slaan vanaf die oever. Maar laat ik dit zeggen: de brug is geen compromis.

Laat me heel duidelijk zijn over wat ik bedoel. Ik bouw geen brug tussen waarheid en dwaling. Er kan geen compromis zijn tussen de Katholieke waarheid en onwaarheid. Ik zoek niet naar een comfortabele middenweg tussen Traditie en modernisme. Ik vraag traditionele Katholieken niet om op te geven wat hun is overgeleverd, enkel en alleen om de goede vrede te bewaren. Dat zou geen eenheid zijn.

De brug waarover ik spreek, overbrugt iets anders: de wonden, het wantrouwen, de beschuldigingen, de misverstanden en de verdeeldheid die Katholieken al meer dan een halve eeuw van elkaar scheiden.

Aan de ene kant staan ​​Katholieken die zagen hoe een groot deel van hun erfgoed verdween en die – vaak door pijnlijke ervaringen – leerden wantrouwend te staan ​​tegenover iedereen die zich positief uitliet over Vaticanum II. Aan de andere kant staan ​​Katholieken die hebben geleerd dat trouw aan Vaticanum II vereiste dat zij met argwaan keken naar veel van wat daaraan voorafging. Beide groepen dragen wonden met zich mee. Beide groepen hebben bepaalde vooroordelen geërfd. En beide hebben de waarheid nodig.

De brug kan niet worden gebouwd door te doen alsof er niets is gebeurd. Hij kan alleen worden gebouwd door te ontdekken wat er werkelijk is gebeurd. En die brug moet een fundament hebben. Het fundament moet bestaan ​​uit de Heilige Schrift en de Heilige Traditie. De pijlers moeten gevormd worden door de blijvende leer van de Kerk. De bestemming moet Jezus Christus zijn.

Als iets niet op dat fundament kan rusten, kan het niet zomaar worden meegenomen naar de overkant, enkel en alleen omwille van de verzoening.

Sommigen van u denken misschien: Dei Verbum lezen is één ding. Sacrosanctum Concilium lezen is één ding. Maar wat gebeurt er als we bij de moeilijke documenten van Vaticanum II komen? Dat is een terechte vraag. Mijn antwoord is simpel: die zullen we ook lezen.

Ik ben me er terdege van bewust dat er documenten van het Concilie zijn die aanzienlijk moeilijkere vragen oproepen wat betreft hun verhouding tot de eerdere Katholieke leer. We zullen die niet uit de weg gaan.

We zullen ze naast de Heilige Schrift leggen. We zullen ze naast de Heilige Overlevering leggen. We zullen ze naast de Kerkvaders en Kerkleraren leggen. We zullen ze naast het eerdere leergezag leggen.

En we zullen ons afvragen: kan dit standhouden binnen het geloof dat de Kerk altijd heeft ontvangen?

Als het antwoord ja is, moeten we ja zeggen. Als verduidelijking nodig is, moeten we dat zeggen. Als een schijnbare tegenstrijdigheid kan worden opgelost door een tekst juist binnen de Overlevering te begrijpen, laten we dat dan aantonen. Maar als iets niet te verenigen valt, moeten we geen kunstmatige continuïteit creëren, enkel omdat het erkennen van het probleem lastig zou zijn.

We onderzoeken de Overlevering niet in het licht van Vaticanum II. We onderzoeken Vaticanum II in het licht van de Overlevering. Dat maakt het grote verschil.

Niemand van ons die de Kerk vandaag dient, heeft de crisis van de jaren zestig en zeventig veroorzaakt. Wij hebben de conciliedocumenten niet geschreven. Wij hebben geen toezicht gehouden op de uitvoering ervan. Wij hebben de hervormingen die daarop volgden niet in gang gezet. Wij hebben niet veel van de beslissingen genomen met de gevolgen waarvan de Kerk vandaag de dag nog steeds leeft.

Maar een bisschop kan niet simpelweg zeggen: "Ik was er niet bij." Ik ben er nu wel. De Kerk die ik heb geërfd, is de Kerk die ik als herder moet leiden.

Een vader die ernstige schade aan het ouderlijk huis ontdekt, zegt niet: "Ik heb het niet veroorzaakt," om vervolgens weg te lopen. Zijn kinderen wonen er. Hij moet het fundament onderzoeken. Hij moet achterhalen welke stenen zijn verwijderd. Hij moet vaststellen wat er onnodig is gewijzigd. Hij moet identificeren wat er is toegevoegd en er niet thuishoort. Hij moet behouden wat nog intact is. Hij moet herstellen wat verloren is gegaan. En hij moet repareren wat kapot is. Zo zie ik de bisschoppelijke verantwoordelijkheid in deze tijd.

Ik heb deze wonden niet veroorzaakt. Maar ik ben bisschop in de Kerk die ze draagt. Daarom zijn ze tot op zekere hoogte nu mijn verantwoordelijkheid. De bisschoppen van vandaag kunnen deze vragen niet eindeloos doorschuiven naar de bisschoppen van morgen. Op een gegeven moment moet iemand beginnen.

En tegen degenen onder u die vrezen dat ik u verraden heb: ik begrijp waarom u voorzichtig bent. Velen van u hebben geleden, simpelweg omdat u verlangde naar wat generaties Katholieken vóór u zonder ophef hadden ontvangen. Sommigen werden bespot. Anderen werden gemarginaliseerd. Sommigen werden als ongehoorzaam beschouwd omdat ze van de oude liturgie hielden. Sommigen zagen hoe hun kinderen het geloof verloren, terwijl hun werd verzekerd dat de Kerk een nieuwe lente beleefde.

Ik zal u niet vragen te doen alsof die dingen niet zijn gebeurd. Ik zal u niet vragen de Traditie op te geven om deze brug over te steken. Ik vraag u in plaats daarvan: neem de Traditie mee. Neem de Heilige Schrift mee. Neem de Kerkvaders mee. Neem de Kerkleraren mee. Neem de concilies mee. Neem de encyclieken mee. Neem de catechismussen mee. Neem de heilige Thomas mee. Neem de traditionele Romeinse liturgie mee. Neem alles mee wat de Kerk heeft overgeleverd. We zullen dat allemaal nodig hebben.

En laten we vervolgens onderzoeken wat er is gebeurd. Als Vaticanum II in lijn is met wat eraan voorafging, hoeven we niet bang te zijn dat te erkennen. Als iets wat daarna is gedaan in strijd is met wat eraan voorafging, moeten we ook niet bang zijn dat te erkennen. En als we in het concilie zelf iets tegenkomen dat niet te rijmen valt met wat eraan voorafging, mogen we daar niet voor wegkijken.

De waarheid hoeft niet bang te zijn voor onderzoek.

En aan hen die het Concilie verdedigen, wil ik ook iets vragen. Behandel serieuze vragen niet als daden van ongehoorzaamheid. Beantwoord bewijs niet met slogans. Vraag traditionele Katholieken niet om te ontkennen wat zij hebben waargenomen. Beroep u niet op Vaticanum II om iets te rechtvaardigen, tenzij Vaticanum II dat ook daadwerkelijk heeft gezegd.

Als er iets kostbaars onnodig is weggedaan, help dan mee het te herstellen. Als een hervorming verder ging dan wat het Concilie beoogde, erken dat dan. Als een formulering van het Concilie verduidelijking behoeft in het licht van de eerdere Katholieke leer, wees daar dan ook niet bang voor.

En denk niet dat liefde voor de Kerk vereist dat we doen alsof de afgelopen zestig jaar geen diepgaande problemen aan het licht hebben gebracht. De Kerk wordt niet beschermd door onze weigering om haar wonden te onderzoeken. De Kerk wordt beschermd door Jezus Christus.

Misschien is dit het punt waar het werk van aartsbisschop Lefebvre en mijn eigen roeping elkaar ontmoeten. Misschien wilde de Voorzienigheid dat iemand in een eerdere generatie zou zeggen: "Ik laat dit niet verdwijnen."

Misschien was paus Benedictus XVI geroepen om de Kerk eraan te herinneren dat het antwoord niet kon liggen in een breuk, maar in oprechte hervorming binnen de continuïteit van de ene Kerk. En misschien hebben wij, die nu als bisschop dienen, een ander deel van dat werk geërfd.

Misschien is het onze verantwoordelijkheid om terug te keren. Om te onderzoeken. Om onderscheid te maken. Om te herwinnen. Om te corrigeren. Om te herstellen. En om weer op te bouwen.

De ene generatie bewaart misschien de stenen. De andere wordt misschien geroepen om het huis weer op te bouwen. De ene generatie houdt misschien stand op de oever. De andere wordt misschien geroepen om de brug te bouwen. Die roepingen hoeven geen vijanden van elkaar te zijn. De ene kan afhankelijk zijn van de andere.

Je kunt niet herstellen wat niemand heeft bewaard. En je kunt geen brug bouwen vanaf een oever die is verdwenen.

Ik eer hen die standhielden op de oever. Ik eer hen die hebben geleden om te bewaren wat was overgeleverd. Ik eer hen die waarschuwden toen waarschuwen impopulair was. Maar misschien is nu ook het uur gekomen om te bouwen.

En zo keer ik terug naar waar ik begon. Ik ben niet van mijn plaats geweken.

Ik ben niet afgeweken van de Heilige Schrift. Ik ben niet afgeweken van de Heilige Traditie. Ik ben niet afgeweken van het blijvende Leergezag. Ik ben niet afgeweken van het Heilig Misoffer. Ik ben niet afgeweken van het geloof dat door de Apostelen is overgeleverd. Ik ben niet afgeweken van mijn overtuiging dat de Kerk een diepe crisis heeft doorgemaakt en dat veel van wat onnodig verloren is gegaan, hersteld moet worden.

Evenmin ben ik afgeweken van mijn verantwoordelijkheid als bisschop om de waarheid helder en moedig uit te spreken, wat de prijs ook mag zijn.

Maar standvastig blijven betekent niet dat het werk voltooid is. Er zijn vragen die beantwoord moeten worden. Er zijn wonden die genezen moeten worden. Er zijn fouten die gecorrigeerd moeten worden. Er zijn schatten die teruggevonden moeten worden. Er is een huis dat herbouwd moet worden. En er is een brug die iemand bereid moet zijn te betreden.

Ik ben van plan die brug te betreden. Niet omdat ik twijfel aan mijn standpunt. Juist omdat ik weet waar ik sta.

Ik zal die brug betreden met het geloof dat de Kerk heeft overgeleverd. Ik zal de Katholieke waarheid niet prijsgeven om de oversteek van de brug te vergemakkelijken. Ik zal geen continuïteit veinzen waar die niet kan worden aangetoond. Ik zal niet verdedigen wat geen stand kan houden, enkel en alleen omdat iemand er het label 'Tweede Vaticaans Concilie' aan heeft gehangen. Ik zal de waarheid zoeken, waarheen die ook leidt.

En ik zal dat doen als een bisschop die beseft dat ik op een dag voor Jezus Christus moet verschijnen en verantwoording moet afleggen over wat mij is toevertrouwd. Dat oordeel weegt zwaarder dan de goedkeuring van welke kant dan ook.

Daarom vraag ik u: loop met mij mee. Niet naar een nieuwe Kerk. Niet naar een Kerk die compromissen heeft gesloten. Niet naar een Kerk die in de jaren zestig is bedacht. En niet naar een ingebeelde Kerk die zomaar zestig jaar geschiedenis kan uitwissen alsof die nooit hebben plaatsgevonden.

Loop met mij mee naar de volheid van het Katholieke geloof dat wij hebben ontvangen. Laten we bewaren wat waar is. Laten we herstellen wat verloren is gegaan. Laten we vaststellen wat er misging. Laten we corrigeren wat niet kan blijven bestaan. Laten we genezen wat gewond is geraakt. En laten we weer opbouwen wat is afgebroken.

Niet met woede. Niet met angst. Niet als vijandige kampen. Maar als Katholieken die zoveel van de Kerk houden dat ze op zoek gaan naar de waarheid over wat haar is overkomen.

De Kerk is niet van ons. Zij is van Jezus Christus. Hij heeft haar niet in de steek gelaten. En wij zullen dat ook niet doen.

Moge de Heilige Maagd Maria, Moeder van de Kerk, ons trouw houden aan haar goddelijke Zoon. Mogen de heiligen Petrus en Paulus ons versterken in het apostolische geloof. Moge de heilige Jozef, Beschermer van de Heilige Kerk, over ons waken bij het werk dat voor ons ligt.

En moge de almachtige God ons de wijsheid schenken om de waarheid te herkennen, de moed om haar te verdedigen, de nederigheid om te corrigeren wat gecorrigeerd moet worden, en de naastenliefde om samen weer op te bouwen wat gewond is geraakt.

Ik ben niet van mijn plaats geweken.

Maar vanuit het fundament van de Heilige Traditie geloof ik dat de tijd is gekomen om te beginnen met het werk van de wederopbouw. ​​

Bisschop Joseph E. Strickland

Bisschop-emeritus

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 23:26 Reageer op dit bericht

16/9 Verklaring van Pr Brent Bowman betreffende zijn eucharistische ervaring tijdens de live-mis - Met dank aan Martine

16/9 Verklaring van Pr Brent Bowman betreffende zijn eucharistische ervaring tijdens de live-mis. - Aartsbisdom St Paulus - Minneapolis - Met dank aan Martine

Aan het goede volk van God:  

Lof zij Jezus Christus, nu en tot in eeuwigheid! 

Op maandag 14 september vierde ik de Heilige Mis ter ere van het Feest van de Verheffing van het Heilige Kruis in de St. Gabriel's Katholieke Kerk in Hopkins, Minnesota. Aanwezig waren leerlingen, docenten en medewerkers van Chesterton Academy en parochianen. Tijdens de Mis had ik een persoonlijke spirituele ervaring terwijl ik het eucharistisch gebed over het brood en de wijn uitsprak. Ik wil nederig delen wat ik heb ervaren en dit toelichten, alles tot Gods eer en lof. Daarbij wil ik ook eventuele onjuistheden corrigeren die online worden gedeeld met betrekking tot de opname van de Mis. 

Om meteen duidelijk te zijn: mijn ervaring was NIET wat de Katholieke Kerk beschouwt als een "eucharistisch wonder". Het brood en de wijn behielden hun eigenschappen (dat wil zeggen, hun uiterlijk en smaak) gedurende de hele ervaring. Ik heb nooit echt bloed of menselijk vlees met mijn ogen gezien. 

Mijn ervaring was als volgt: 

Tijdens het wijdingsgebed over de wijn op het altaar, terwijl ik de woorden uitsprak, ontving ik wat ik beschouw als een innerlijk besef van de kracht van deze woorden en de werkelijke impact ervan, zozeer zelfs dat ik moeite had met spreken. Bij elk woord werd ik fysiek meer overweldigd, zoals te zien is in de video. Tegelijkertijd ervoer ik zintuiglijk de zwaarte van Gods kracht die op het altaar neerdaalde, en voelde ik de zwaarte van Jezus' wezenlijke aanwezigheid in de kelk in mijn handen. De kelk werd te zwaar om vast te houden, alsof hij naar beneden werd getrokken en op het altaar rustte.

Ik voelde mijn handen vastgeklemd aan de kelk met het Kostbaar Bloed, en ik kon hem fysiek niet bewegen. Toen ik probeerde het Kostbaar Bloed op te tillen, wat me een tijdlang niet lukte, geloof ik dat ik de genade ontving om de bitterzoete kant van het lijden van onze Heer en de hoeveelheid bloed die Christus vergoot voor de immense last van al onze zonden, dieper te begrijpen. Ik geloof dat ik deze zwaarte in de kelk heb ervaren. Deze spirituele ervaring overweldigde me emotioneel en fysiek, zoals duidelijk te horen is op de opname van de mis. 

Ten slotte zijn dergelijke persoonlijke spirituele ontmoetingen met God volkomen onverdiende gaven en tekenen van Gods overvloedige liefde voor al zijn mensen. Ze zijn niet per se een teken van iemands heiligheid. 

Ik bid dat dit korte getuigenis ons allen ertoe beweegt om dieper na te denken over de mysteries van de Werkelijke Aanwezigheid van Jezus Christus in de Eucharistie en het Kostbaar Bloed. 

Vrede in Christus, 

Pr Brent Bowman 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door claudia om 23:04 Reageer op dit bericht

17/9 Een herderlijke brief over de interreligieuze dialoog en de missionaire opdracht van de Kerk - Pillars of Faith

17/9 Een herderlijke brief over de interreligieuze dialoog en de missionaire opdracht van de Kerk - Pillars of Faith

Op 16 september 2026 publiceerden het Dicasterie voor de Geloofsleer, het Dicasterie voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen en het Dicasterie voor de Interreligieuze Dialoog de nota: "Een reis van hoop: zestig jaar interreligieuze dialoog en broederschap in het licht van de conciliaire verklaring Nostra Aetate."

Het document bevat veel dat elke katholiek kan onderschrijven. Het veroordeelt religieus geweld, antisemitisme, dwang, haat, minachting en schendingen van de godsdienstvrijheid. Het herinnert eraan dat ieder mens een onaantastbare waardigheid bezit, omdat ieder mens naar Gods beeld is geschapen. Het bevestigt het belang van vreedzame betrekkingen tussen volkeren en benadrukt dat interreligieuze dialoog niet mag vervallen in relativisme of syncretisme.

De nota stelt ook uitdrukkelijk dat er geen twee parallelle wegen naar het heil bestaan, dat Christus "de enige Verlosser" is en dat trouw aan Jezus Christus – "de Weg, de Waarheid en het Leven" – onlosmakelijk verbonden is met een authentieke dialoog.

Deze uitspraken zijn waar en noodzakelijk.

Toch bevatten andere passages formuleringen die, wanneer ze gelezen worden zonder het richtinggevende licht van de Heilige Schrift en de blijvende leer van de Kerk, tot ernstige verwarring kunnen leiden. Gelovigen kunnen zich terecht afvragen of de dialoog boven de evangelisatie is gesteld; of aanhangers van niet-christelijke religies beschouwd moeten worden als mensen die reeds authentieke wegen naar God bewandelen; of de Kerk nog steeds moet streven naar hun bekering; en of de missionaire opdracht die Christus aan zijn Kerk heeft toevertrouwd, in haar volle omvang bindend blijft.

De uitgebreide en noodzakelijke veroordeling van antisemitisme in de nota roept ook een daarmee samenhangende vraag op: hoe kan de Kerk het blijvende mysterie van Israël bevestigen zonder dat die bevestiging verandert in een theologische goedkeuring van het politiek zionisme of een kritiekloze verdediging van de moderne staat Israël?

Omdat deze vragen raken aan de kern van het katholieke geloof, het morele getuigenis van de Kerk en het eeuwig heil van zielen, kunnen ze niet worden afgedaan als louter verzet tegen dialoog. Ze vereisen heldere onderscheidingen en een beroep op de volledige katholieke leer. Als bisschop, die voor God de taak heeft om de geloofsschat te bewaken en de gelovigen in de waarheid te bevestigen, bied ik het volgende onderricht aan:

1 De zendingsopdracht is niet ingetrokken

De missie van de Kerk vindt haar oorsprong niet in veranderende historische omstandigheden, sociologische behoeften of kerkelijke strategieën. Zij vindt haar oorsprong in Jezus Christus.

Na Zijn verrijzenis gaf Onze Heer de apostelen de opdracht: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en onderwijst alle volkeren; doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Leert hun alles onderhouden wat Ik u bevolen heb; en zie, Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (Matteüs 28,18-20).

De H. Marcus vermeldt dit bevel in even directe bewoordingen: "Gaat de hele wereld in en verkondig het evangelie aan elk schepsel. Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden; maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" (Marcus 16,15-16).

De Kerk heeft deze missie niet zelf bedacht en bezit daarom niet de bevoegdheid om haar op te geven. Geen enkel dicasterie, bisschoppenconferentie, theologische school of pastoraal programma kan de Kerk ontslaan van een bevel dat door de Heer Zelf is gegeven.

Het feit dat de wereld een onderling verbonden "mondiaal dorp" is geworden, maakt de zendingsopdracht niet overbodig. Het brengt de volkeren dichter bij elkaar en stelt ons daardoor des te dringender voor de zendingsverantwoordelijkheid van de Kerk.

Cultureel pluralisme heft de goddelijke openbaring niet op. De nabijheid van religies maakt hun tegenstrijdige beweringen niet even waar. De eisen van vreedzaam samenleven staan ​​de Kerk niet toe de identiteit te verhullen van Hem door wie de ware vrede wordt geschonken.

Het Tweede Vaticaans Concilie leert: "De pelgrimerende Kerk is van nature missionair, aangezien zij haar oorsprong ontleent aan de zending van de Zoon en de zending van de Heilige Geest" (Ad Gentes, 2).

De Kerk is niet slechts bij gelegenheid missionair. Zij is missionair van nature. Als zij ophoudt te evangeliseren, laat zij niet slechts één activiteit onder vele andere vallen; zij handelt in strijd met haar eigen identiteit.

Elke beschrijving van de interreligieuze dialoog die deze missionaire identiteit niet handhaaft, is onvolledig. Elke interpretatie van de dialoog die de oproep tot geloof, bekering, doop en gemeenschap met Christus onderdrukt, is in strijd met de opdracht van de Heer.

2 Jezus Christus is niet zomaar een van de vele religieuze leraren

In het middelpunt van het christelijk geloof staat niet een religieuze theorie, maar de Persoon van Jezus Christus.

Onze Heer zegt niet slechts dat Hij een weg onderwijst, een deel van de waarheid overbrengt of één mogelijke vorm van geestelijk leven aanbiedt. Hij verklaart: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Johannes 14:6).

De H. Petrus verkondigt: “En in niemand anders is de redding te vinden, want er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven waardoor wij gered moeten worden” (Handelingen 4:12).

De H. Paulus onderwijst: “Want er is één God, en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zichzelf als losprijs voor allen heeft gegeven – een getuigenis op de vastgestelde tijd” (1 Timoteüs 2:5-6).

Dit zijn geen bijkomstige of onderhandelbare beweringen. Ze behoren tot het fundament van het christendom.

Jezus Christus is het eeuwige Woord dat vlees is geworden. Hij is waarachtig God en waarachtig mens. Hij is de volheid en voltooiing van de goddelijke openbaring. Zijn kruis is het ene offer waardoor de wereld verlost wordt. Zijn opstanding is de overwinning op zonde en dood. Elke genade die aan een mens wordt geschonken, wordt door Hem geschonken.

De verklaring Dominus Iesus bevestigde deze leer opnieuw tegenover theorieën die het christendom naast andere religies zouden plaatsen als slechts één beperkte uiting van een universeel religieus mysterie.

“Men moet daarom als een waarheid van het katholieke geloof vast geloven dat de universele heils-wil van de ene en drie-enige God eens en voor altijd wordt aangeboden en verwezenlijkt in het mysterie van de menswording, de dood en de opstanding van de Zoon van God” (Dominus Iesus, 14).

Heil wordt niet onafhankelijk door verschillende religies voortgebracht. God kan werken in de harten van hen die niet zichtbaar tot de Kerk behoren, en in hun tradities kunnen elementen van waarheid en goedheid worden gevonden. Maar waar genade aanwezig is, is het de genade van Jezus Christus. Waar heil wordt geschonken, wordt het geschonken door Zijn paasmysterie. Waar waarheid wordt gevonden, heeft deze deel aan Hem die de Waarheid in eigen persoon is.

De Kerk kan daarom niet spreken alsof Christus slechts de christelijke bijdrage is aan een breder religieus gesprek. Hij is niet één verschijningsvorm van een goddelijk mysterie dat op gelijke wijze toegankelijk is via onderling tegenstrijdige religies. Hij is de mensgeworden Zoon in wie het mysterie van God definitief is geopenbaard.

3 Wat het betekent om andere religies te ‘waarderen’

De uitspraak in Nostra Aetate dat de Kerk ‘niets verwerpt van wat waar en heilig is’ in andere religies, moet nauwkeurig worden gelezen.

Waar de Kerk haar instemming aan verleent, is datgene wat werkelijk waar en heilig is – niet dwaling als dwaling, afgoderij als afgoderij of valse leer als valse leer. Waarheid dient erkend te worden omdat alle waarheid uiteindelijk van God komt. Moreel goed gedrag dient geëerd te worden omdat elk werkelijk goed de goedheid van de Schepper weerspiegelt.

Maar de aanwezigheid van enige waarheid binnen een religie maakt die religie nog niet in haar geheel waar.

Een religieus stelsel kan natuurlijke waarheden over God, gebed, vasten, offer, gezin, gerechtigheid of het morele leven bewaren, en tegelijkertijd de Drie-eenheid, de Menswording, de goddelijkheid van Christus, zijn verlossende dood, zijn lichamelijke verrijzenis of de door Hem ingestelde sacramentele orde ontkennen.

Tegenstrijdige beweringen kunnen niet tegelijkertijd en in dezelfde zin waar zijn. Jezus Christus kan niet tegelijkertijd wel en niet de goddelijke Zoon van God zijn. Hij kan niet tegelijkertijd wel en niet lichamelijk uit de dood zijn opgestaan. De Eucharistie kan niet tegelijkertijd wel en niet zijn Lichaam en Bloed zijn. God kan niet tegelijkertijd wel en niet de H. Drie-eenheid zijn.

Naastenliefde vereist niet dat we doen alsof dergelijke tegenstrijdigheden onbeduidend zijn. Oprecht respect voor een ander vereist eerlijkheid over de waarheid. We moeten daarom zorgvuldig onderscheid maken tussen drie zaken:

Ten eerste moet ieder mens met liefde en eerbied voor zijn of haar door God gegeven waardigheid worden behandeld.

Ten tweede kan datgene wat waar en goed is in een andere religieuze traditie worden erkend en gewaardeerd.

Ten derde kunnen dwalingen over God en het heil niet worden geprezen, in stand gehouden of worden beschouwd als alternatieve, door God gegeven openbaringen.

Wij respecteren alle mensen onvoorwaardelijk. Wij erkennen de waarheid waar die ook gevonden wordt. Wij verwerpen dwaling, omdat dwaling niet kan redden en omdat de liefde voor ieder mens de volheid van de waarheid wenst.

4 Zijn andere religies ‘wegen naar de waarheid’?

De nota herinnert aan bewoordingen waarin volgelingen van andere religies worden omschreven als ‘reisgenoten op de weg naar de waarheid’ en als ‘pelgrims van de waarheid’, met wie Christenen een deel van de weg afleggen. Dit taalgebruik vereist een wezenlijk onderscheid.

Iemand kan op zoek zijn naar de waarheid zonder reeds over de volheid van de geopenbaarde waarheid te beschikken. Iemand kan oprecht gehoor geven aan het licht van het geweten en aan de genade die God schenkt, en toch dwalen met betrekking tot ernstige religieuze vraagstukken. In deze subjectieve zin kunnen we een ander mens erkennen als een medezoeker of pelgrim.

Daaruit volgt echter niet dat elke religie op zichzelf een authentieke, door God ingestelde weg is die naar het heil leidt. Men mag de persoon en het religieuze stelsel niet met elkaar vereenzelvigen.

Iemand kan door genade worden bewogen, ook al hangt diegene overtuigingen aan die ernstige dwalingen bevatten. God kan gebruikmaken van waarheidsfragmenten, natuurlijk moreel inzicht of oprecht gebed als voorbereiding op de ontvangst van het Evangelie. Maar het is Christus die door middel van die genade werkt – niet de religieuze dwaling zelf.

De Kerk leert dat zij die buiten hun eigen schuld Christus of Zijn Kerk niet kennen, het heil kunnen bereiken als zij oprecht naar God zoeken en op de genade ingaan. Deze mogelijkheid maakt religieuze onwetendheid echter niet tot iets dat heilzaam is. Evenmin maakt het evangelisatie overbodig.

De Catechismus leert: "Hoewel God op wegen die Hijzelf kent hen die buiten hun schuld het Evangelie niet kennen, kan leiden tot het geloof zonder hetwelk het onmogelijk is Hem te behagen, heeft de Kerk toch de plicht en ook het heilige recht om alle mensen te evangeliseren" (CCC 848).

We kunnen daarom samen met mensen van andere religies optrekken in maatschappelijke vriendschap, werken van barmhartigheid, de verdediging van de menselijke waardigheid en het streven naar vrede. We kunnen naar hen luisteren en streven naar wederzijds begrip. Maar we kunnen niet beweren dat religieuze systemen die Christus loochenen, gelijkwaardige wegen naar de geopenbaarde waarheid zijn.

We trekken met anderen op, niet omdat Christus overbodig zou zijn, maar in de hoop dat ieder mens Hem mag ontmoeten.

5 Dialoog en verkondiging mogen niet van elkaar worden gescheiden

De nota merkt terecht op dat dialoog en verkondiging deel uitmaken van de zending van de Kerk. Er wordt ook gesteld dat ze onafscheidelijk zijn.

Sommige formuleringen dreigen die onafscheidelijkheid echter te vertroebelen. In het bijzonder wordt in paragraaf 46 gezegd dat de missionaris, na getuigenis te hebben afgelegd van de liefde van Christus, "eenvoudigweg afwacht" tot anderen naar die liefde vragen.

Geduld en respect voor de vrijheid zijn onmisbaar. Tot bekering mag nooit worden gedwongen. Geloof kan niet door manipulatie tot stand worden gebracht. Toch is louter wachten op een vraag geen toereikende beschrijving van de apostolische zending. De apostelen wachtten niet tot de volken naar hen toe kwamen.

De H. Petrus trad in het openbaar op en verkondigde de gekruisigde en verrezen Christus, waarbij hij zijn toehoorders opriep tot bekering en doop (Handelingen 2:22-41). De H. Paulus ging synagogen en openbare plaatsen binnen om te redeneren en te prediken. Hij verkondigde Christus in Athene, Korinthe, Efeze en Rome. Hij drong er bij zijn toehoorders op aan zich met God te verzoenen. Hij deed dit omdat: "De liefde van Christus ons drijft" (2 Korintiërs 5:14).

En eveneens: "Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Korintiërs 9:16).

De dialoog kan voorafgaan aan de verkondiging, ermee gepaard gaan, obstakels voor de verkondiging wegnemen of Christenen helpen begrijpen hoe zij het beste kunnen verkondigen. De dialoog kan de verkondiging echter niet blijvend vervangen.

De H. paus Johannes Paulus II leerde: "De interreligieuze dialoog maakt deel uit van de evangeliserende zending van de Kerk. Opgevat als methode en middel tot wederzijdse kennis en verrijking, staat de dialoog niet haaks op de zending ad gentes; integendeel, hij is nauw met die zending verbonden en vormt een van de uitingsvormen ervan" (Redemptoris Missio, 55).

Dezelfde paus waarschuwde dat de dialoog de Kerk niet ontslaat van de taak om Jezus Christus te verkondigen en anderen uit te nodigen de volheid van de openbaring te ontvangen.

De dialoog raakt vervormd wanneer vrede tussen religies wordt gekocht ten koste van het zwijgen over Christus. Een dialoog waarin christenen vrij zijn om te spreken over broederschap, ecologie, migratie of sociale rechtvaardigheid, maar waarin het hun impliciet verboden is anderen op te roepen tot geloof in Christus, is geen volledig Christelijke dialoog. Het is een inperking van het Christendom binnen de grenzen die door religieus pluralisme zijn gesteld.

De Kerk gaat de dialoog aan als de Kerk van Jezus Christus. Zij kan haar identiteit niet tussen haakjes plaatsen.

6 Proselytisme is niet hetzelfde als evangelisatie.

Er bestaat veel verwarring rond het woord "proselitisme".

Als proselitisme betekent dat men aanhangers probeert te winnen door middel van dwang, bedrog, politieke druk, bedreigingen, materiële lokkertjes, uitbuiting van armoede of gebrek aan respect voor het geweten, dan moet dit worden afgewezen.

Niemand mag worden gedwongen het geloof te aanvaarden. God verlangt een vrije geloofsdaad en de Kerk verdedigt de godsdienstvrijheid van ieder mens. In het hedendaagse taalgebruik wordt de term "proselitisme" echter soms zo breed gehanteerd dat hij elke bewuste poging lijkt te omvatten om iemand te overtuigen van de waarheid van het katholiek geloof of om die persoon tot bekering uit te nodigen.

Een dergelijk gebruik is onaanvaardbaar. Het is geen ongeoorloofd proselitisme om: te verkondigen dat Jezus Christus Heer is; uit te leggen waarom het katholiek geloof waar is; het geloof te verdedigen tegen bezwaren; iemand uit te nodigen tot bekering en geloof in het Evangelie; aan te moedigen tot het bijwonen van de Mis of deelname aan christelijk onderricht;

een ongedoopte uit te nodigen het doopsel te ontvangen; een gedoopte niet-katholiek uit te nodigen tot volledige gemeenschap met de Katholieke Kerk; te bidden en offers te brengen voor de bekering van hen die Christus niet kennen.

Deze activiteiten behoren tot de evangelisatie wanneer ze op waarachtige en liefdevolle wijze en zonder dwang worden verricht.

De opmerking in paragraaf 54, dat het beschouwen van proselitisme als "de enige manier om met de ander om te gaan" niet langer zinvol is, kan redelijkerwijs worden opgevat als een afwijzing van een agressieve of manipulatieve omgangsvorm. Ze kan niet worden opgevat als een verklaring dat bekering niet langer een terechte hoop of doelstelling van de christelijke zending is.

De Kerk zoekt geen bekeerlingen als trofeeën, politieke troeven of bewijs van institutionele macht. Zij streeft naar de bekering van zielen omdat zij verlangt dat ieder mens deelheeft aan het leven van Christus. Verlangen naar de bekering van een ander is geen daad van agressie. Juist begrepen is het een daad van bovennatuurlijke naastenliefde.

7 Godsdienstvrijheid betekent niet religieus indifferentisme

De Kerk verdedigt de godsdienstvrijheid omdat mensen in religieuze zaken vrij moeten zijn van dwang. Godsdienstvrijheid houdt in dat men gevrijwaard is van dwang door individuen, maatschappelijke groeperingen of de staat. Het betekent niet dat alle religies even waar zijn.

Het recht van een persoon om vrij te zijn van dwang bevestigt niet de waarheid van alles wat die persoon gelooft. Een Katholiek kan de burgerlijke vrijheid van een moslim, hindoe, boeddhist, jood, atheïst of aanhanger van een andere religie verdedigen, en tegelijkertijd blijven belijden dat Jezus Christus de enige Verlosser is en dat de volheid van de geopenbaarde waarheid in de Katholieke Kerk aanwezig is.

Vrijheid heeft betrekking op de wijze waarop het geloof wordt aanvaard. Zij heft de morele verplichting niet op om de religieuze waarheid te zoeken en daaraan vast te houden.

Dignitatis humanae leert dat alle mensen verplicht zijn de waarheid te zoeken, vooral wat betreft God en Zijn Kerk, en – zodra de waarheid bekend is – "haar te aanvaarden en eraan vast te houden" (Dignitatis humanae, 1).

Religieuze vrijheid en missionaire verkondiging zijn daarom geen tegenstanders. Dwang schendt de menselijke waardigheid; verkondiging spreekt de menselijke vrijheid aan en roept haar op tot de waarheid.

8 De Heilige Geest en niet-christelijke religies

De nota stelt dat de Heilige Geest werkzaam is in de menselijke geschiedenis en binnen de uiteenlopende culturen en religies van volkeren. Ook dit moet zorgvuldig worden begrepen.

De Heilige Geest kan in elk menselijk hart werken. Hij kan vragen doen opkomen, de leegte van de zonde aan het licht brengen, tot bekering aanzetten, het verlangen naar waarheid versterken en iemand voorbereiden om Christus te ontvangen. Hij wordt niet beperkt door zichtbare kerkelijke grenzen.

Maar de Heilige Geest spreekt de Zoon nooit tegen.

De Geest inspireert niet tot het ontkennen van de goddelijkheid van Christus, het verwerpen van de menswording, het afwijzen van het kruis of het verwerpen van het Evangelie. Hij kan ondanks dergelijke dwalingen in iemand werken en die persoon naar een vollere waarheid leiden. Daaruit volgt niet dat Hij de dwalingen zelf positief wil.

De aanwezigheid van de Geest onder de volkeren is missionair en christologisch van aard. Hij bereidt de mensheid voor op Christus, vormt zielen naar het beeld van Christus en neemt gelovigen op in het Lichaam van Christus. Zoals onze Heer leert: "Wanneer Hij echter komt, de Geest van de waarheid, zal Hij jullie de weg wijzen naar de volle waarheid... Hij zal Mij verheerlijken" (Johannes 16:13-14).

Elk beroep op de Heilige Geest dat Christus overbodig maakt, is in strijd met de geopenbaarde zending van de Geest.

9 Antisemitisme, zionisme en de moderne staat Israël

De ondubbelzinnige veroordeling van antisemitisme door de Kerk moet zonder voorbehoud worden bevestigd. Haat, vervolging of achterdocht jegens Joodse mensen, enkel en alleen omdat zij Joods zijn, vormen een ernstige schending van de menselijke waardigheid en een zonde tegen de naastenliefde en de gerechtigheid. De verschrikkelijke geschiedenis van antisemitisch geweld, die uitmondde in de Sjoa, mag nooit worden vergeten, gebagatelliseerd of herhaald.

De veroordeling van antisemitisme mag echter niet worden misbruikt om het politiek zionisme te onderschrijven of de moderne staat Israël onvoorwaardelijk te verdedigen.

Er moet zorgvuldig onderscheid worden gemaakt tussen verschillende werkelijkheden: het Joodse volk, de Joodse religie, het Israël van de bijbelse openbaring, diverse vormen van politiek zionisme en de hedendaagse staat Israël. Deze werkelijkheden zijn historisch met elkaar verbonden, maar niet identiek. Ze met elkaar verwarren leidt tot ernstige theologische en morele dwalingen.

De moderne staat Israël is een politieke staat. Hij moet worden beoordeeld aan de hand van dezelfde beginselen van de natuurlijke zedenwet, gerechtigheid, menselijke waardigheid, rechtmatige zelfverdediging en de bescherming van onschuldig leven die voor elke andere staat gelden. Het geniet geen goddelijke vrijstelling van moreel oordeel.

De bijbelse beloften aan Israël kunnen niet worden ingeroepen als een algemene theologische rechtvaardiging voor het beleid, de territoriale aanspraken, de militaire acties of de behandeling van andere volkeren door een moderne regering. Geen enkele hedendaagse staat mag beweren dat zijn handelen onttrokken is aan morele toetsing vanwege een bevoorrechte religieuze status.

De Kerk erkent de unieke en blijvende band van het Joodse volk met de heilsgeschiedenis. De heilige Paulus leert dat zij geliefd blijven omwille van de aartsvaders en dat "de gaven en de roeping van God onherroepelijk zijn" (Romeinen 11,28-29). Dit mysterie moet worden benaderd met nederigheid, eerbied en zorgvuldige aandacht voor de gehele Heilige Schrift.

Maar het onherroepelijke karakter van Gods gaven impliceert niet het bestaan ​​van twee parallelle heilsverbonden: het ene door Jezus Christus en het andere los van Hem. Evenmin stelt het de moderne staat Israël gelijk aan de Kerk, noch verleent het die staat de theologische status van het messiaanse Volk van God.

Jezus Christus heeft het Nieuwe Verbond in Zijn Bloed ingesteld. In Hem bereiken de aan Israël gedane beloften hun vervulling en komen ze open te staan ​​voor alle volkeren. Zij die bij Christus horen – of ze nu Jood of heiden zijn – worden verenigd tot één Lichaam.

"Er is geen Jood of Griek meer... want u bent allen één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u het nageslacht van Abraham, erfgenamen volgens de belofte" (Galaten 3,28-29).

De Kerk is het nieuwe en universele Volk van God, niet gevormd op basis van ras, nationaliteit of politiek staatsburgerschap, maar door de opname in Christus. Zoals de heilige Petrus aan de gedoopten schrijft: "U bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, Gods eigen volk" (1 Petrus 2,9).

Deze vervulling mag niet worden vertaald in minachting voor het Joodse volk, noch in de suggestie dat God ontrouw zou zijn geworden aan Zijn beloften. Maar evenmin mag het voortdurende mysterie van Israël worden omgevormd tot een politieke theologie die een moderne natiestaat beschouwt als heilig, immuun voor kritiek of automatisch gerechtvaardigd in alles wat hij doet.

Geen enkele regering staat boven de wet van God.

Israëliërs bezitten een onaantastbare menselijke waardigheid. Palestijnen bezitten dezelfde onaantastbare menselijke waardigheid. Joodse burgers mogen nooit als legitieme doelwitten worden behandeld vanwege het optreden van hun regering. Palestijnse burgers mogen nooit als opofferbaar worden beschouwd vanwege het optreden van terroristische organisaties.

De moord op burgers, terrorisme, gijzeling, willekeurig geweld, collectieve bestraffing, gedwongen verplaatsing en het opzettelijk onthouden van levensbehoeften kunnen niet worden gerechtvaardigd door etniciteit, religie, historisch lijden, territoriale aanspraken of beroep op nationale veiligheid.

Het lijden van een volk in het verleden geeft de regering van dat volk niet het recht om een ​​ander volk onrecht aan te doen. Evenmin rechtvaardigt het onrecht dat de Palestijnen is aangedaan antisemitisme of geweld tegen Joden.

Katholieken moeten daarom twee tegengestelde vertekeningen verwerpen: antisemitisme, dat Joden collectieve schuld of kwaadaardigheid toeschrijft, en een kritiekloos christelijk zionisme, dat politieke loyaliteit aan de staat Israël verandert in een vermeende vereiste van het bijbelse geloof.

Kritiek op specifiek beleid of militaire acties van de Israëlische regering is op zichzelf geen antisemitisme. Het wordt antisemitisch wanneer het Joden collectieve schuld toeschrijft, haat of raciale stereotypen hanteert, Joden hun menselijke waardigheid ontzegt of geweld tegen hen goedpraat.

Dezelfde morele maatstaf moet worden gehanteerd voor haat tegen Palestijnen en voor retoriek die de levens, rechten of het lijden van Palestijnen bagatelliseert. Noch Joods, noch Palestijns lijden mag als moreel onbeduidend worden beschouwd.

De Kerk mag niet toestaan ​​dat de noodzakelijke strijd tegen antisemitisme een legitiem moreel oordeel smoort. Echte vriendschap vereist geen morele blindheid. Respect voor elk volk vereist dat dezelfde morele wet op iedereen wordt toegepast.

De Kerk kiest noch voor etnische haat, noch voor politieke afgoderij. Zij kiest voor waarheid, gerechtigheid, de onschuldigen en de vrede die alleen kan worden gegrondvest op de erkenning van de waardigheid van ieder mens.

10 Het gezag van een Vaticaanse nota

De gelovigen dienen ook inzicht te hebben in de aard van het besproken document.

Een nota die door dicasteries is uitgebracht en waarvan de publicatie door de Romeinse Opperpriester is goedgekeurd, verdient serieuze en respectvolle aandacht. Zij mag niet met minachting worden behandeld. Tegelijkertijd is het gezag van een dergelijke nota niet gelijk aan dat van de Heilige Schrift, een onfeilbare definitie, een plechtige conciliaire constitutie of de constante en universele leer van de Kerk.

Documenten van de Kerk moeten worden geïnterpreteerd volgens de hiërarchie van de waarheden en in continuïteit met de geloofsschat.

Geen enkele losstaande zin mag worden geïnterpreteerd als een verwerping van:

de zendingsopdracht van Christus; het dogma dat Jezus Christus de enige en universele Verlosser is; de noodzaak van geloof en doopsel; de goddelijke instelling van de Kerk; Het missionaire karakter van de Kerk; of de verplichting om alle volken te evangeliseren. 

Wanneer een latere tekst voor een orthodoxe interpretatie vatbaar is, dienen katholieken deze te lezen in overeenstemming met de Schrift en de Traditie. Waar de formulering dubbelzinnig is, moet die dubbelzinnigheid worden opgehelderd aan de hand van wat de Kerk consequent heeft geleerd.

Een uitdrukking kan niet louter een orthodoxe betekenis krijgen omdat ze in een kerkelijk document voorkomt. De betekenis ervan moet in overeenstemming zijn met het geloof dat eens en voor altijd aan de heiligen is overgeleverd.

11 Pastorale principes voor een trouw Katholiek getuigenis

Aangezien een bisschop zichzelf nooit ontslagen mag achten van de plicht om de waarheid te onderwijzen, het geloofsgoed te verdedigen, te waarschuwen tegen dwalingen die zielen in gevaar brengen en de gelovigen aan te moedigen standvastig te blijven in Christus, bied ik hierbij de volgende pastorale principes aan als een bisschoppelijke aansporing aan katholieken in ons hele land en aan allen die trouw willen blijven aan de zendingsopdracht van Jezus Christus:

* Elke Katholieke inspanning op het gebied van interreligieuze dialoog moet gegrond zijn in de ondubbelzinnige belijdenis dat Jezus Christus de unieke en universele Verlosser van de mensheid is.

* Andere religies mogen niet worden voorgesteld als parallelle wegen naar het heil of als alternatieve openbaringen die over hetzelfde goddelijke gezag beschikken.

* Ware elementen van waarheid en goedheid die in andere religieuze tradities worden aangetroffen, mogen worden erkend. Tegelijkertijd mogen opvattingen die in strijd zijn met de goddelijke openbaring niet worden bevestigd, niet als op zichzelf heilbrengend worden beschouwd en niet opzettelijk worden verzwegen wanneer duidelijkheid geboden is.

* De dialoog mag nooit worden gebruikt om bekering, doop, opname in de katholieke Kerk, apologetiek, catechese of de expliciete verkondiging van het Evangelie te ontmoedigen.

* Katholieken die deelnemen aan interreligieuze dialoog, dienen grondig gevormd te zijn in de Heilige Schrift, de Heilige Traditie en de gezaghebbende leer van de Kerk. Onwetendheid over het Katholieke geloof is geen openheid, en leerstellige onzekerheid is geen nederigheid.

* Samenwerking met mensen van andere religies bij het verdedigen van de menselijke waardigheid, het bijstaan ​​van armen, het streven naar gerechtigheid en het werken aan authentieke vrede is prijzenswaardig, zolang dit niet leidt tot doctrinale concessies of religieuze verwarring.

* Katholieken moeten grote voorzichtigheid betrachten ten aanzien van gezamenlijk gebed en deelname aan niet-christelijke religieuze rituelen. Er mag niets worden gedaan dat de indruk wekt dat alle religies God op gelijkwaardige wijze aanbidden, of dat hun rituelen dezelfde waarheid of heilswaarde bezitten.

* Bisschoppen, priesters, diakens, religieuzen, catechisten, opvoeders en ouders moeten het wezenlijke verschil tussen dwingend proselitisme en authentieke evangelisatie duidelijk uiteenzetten.

* Katholieke instellingen mogen bekering nooit afschilderen als iets beschamends, een daad van vijandigheid, een vorm van culturele agressie of een overblijfsel uit een voorbije tijd. Iemand anders vrij en liefdevol uitnodigen om Jezus Christus te leren kennen, is een daad van naastenliefde.

* Katholieken dienen expliciet te bidden voor de bekering van de wereld, de verspreiding van het Evangelie, het heil van de zielen en de vereniging van alle volkeren in de eenheid van de Kerk van Christus.

* De noodzakelijke veroordeling van antisemitisme door de Kerk mag nooit worden aangegrepen om legitieme morele kritiek op het beleid of de daden van de staat Israël te verhinderen.

* Kritiek op de staat Israël mag nooit leiden tot het toeschrijven van collectieve schuld aan het Joodse volk, het ontkennen van hun menselijke waardigheid en legitieme veiligheid, het gebruik van antisemitische stereotypen of het dienen als voorwendsel voor haat of geweld.

* Dezelfde Christelijke zorg voor gerechtigheid moet de waardigheid, veiligheid en legitieme rechten van zowel Israëliërs als Palestijnen verdedigen. Het lijden van het ene volk mag nooit worden aangevoerd om onverschilligheid tegenover het lijden van het andere volk te rechtvaardigen.

* Geen enkele politieke ideologie, natie, regering of militaire macht mag worden vrijgesteld van de natuurlijke zedenwet. Elke staat en elk politiek gezag staat onder het oordeel van God.

* Katholieken moeten weerstand bieden aan elke poging – of die nu kerkelijk, cultureel of politiek van aard is – om naastenliefde van de waarheid te scheiden. Naastenliefde zonder waarheid vervalt tot sentimentaliteit; waarheid zonder naastenliefde wordt een wapen. Authentiek Christelijk getuigenis vereist beide.

Ik reik deze beginselen aan ter vervulling van de verantwoordelijkheid die op elke bisschop rust: het bewaken van het apostolisch geloof en het verkondigen van het woord "gelegen of ongelegen" (2 Timoteüs 4,2). Ik roep de gelovigen op om elk hedendaags voorstel inzake religieuze dialoog te toetsen aan de Heilige Schrift, de Heilige Overlevering en de blijvende leer van de Kerk. Geen enkele katholiek mag toestaan ​​dat een misplaatst verlangen naar maatschappelijke aanvaarding de naam van Jezus Christus doet verstommen. Geen enkele priester, leerkracht of ouder mag degenen die aan zijn of haar zorg zijn toevertrouwd, in het ongewisse laten over de noodzaak van Christus, het missionaire karakter van de Kerk of de hoogste plicht om het heil van zielen te zoeken.

We moeten spreken met naastenliefde, geduld en nederigheid. Maar we moeten spreken.

12 Waarheid en naastenliefde zijn onscheidbaar.

De Kerk wijst twee tegengestelde dwalingen af ​​in haar betrekkingen met andere religies.

* De eerste is vijandigheid: minachting voor andersgelovigen, dwang, spot, discriminatie of geweld. Dergelijk gedrag is in strijd met de menselijke waardigheid en de naastenliefde van Christus.

* De tweede is indifferentisme: de opvatting dat religieuze verschillen uiteindelijk onbelangrijk zijn, dat alle religies in gelijke mate door God gewild zijn als wegen naar het heil, of dat het uitnodigen van anderen tot bekering onnodig of kwetsend is.

De Katholieke weg is er niet een van vijandigheid of indifferentisme. Het is de weg van waarheid in naastenliefde.

Wij zullen andersgelovigen respecteren. Wij zullen hun menselijke waardigheid en legitieme vrijheid verdedigen. Wij zullen geduldig luisteren, samenwerken aan rechtvaardige doelen, onwaarheden corrigeren zonder minachting en elke vorm van dwang afwijzen. Maar wij zullen niet zwijgen over Jezus Christus.

Wij zullen Zijn goddelijkheid niet verhullen om de dialoog te vergemakkelijken. Wij zullen niet spreken alsof het Kruis slechts een van de vele christelijke symbolen is. Wij zullen evangelisatie niet reduceren tot het geven van het goede voorbeeld zonder verkondiging. Wij zullen de doop niet als overbodig beschouwen, de Kerk niet als optioneel zien en bekering niet beschouwen als een schending van de broederschap.

De diepste broederschap wordt niet bereikt door de reddende waarheid achter te houden.

Evenmin zullen we toestaan ​​dat religieuze dialoog een instrument wordt voor politieke partijdigheid. Wij zullen antisemitisme veroordelen zonder afstand te doen van het recht en de plicht om het handelen van de staat Israël te toetsen aan de morele wet. Wij zullen het Joodse volk verdedigen tegen haat en tegelijkertijd de waardigheid en het leven van Palestijnen verdedigen. Wij zullen niet toestaan ​​dat het lijden van het ene volk ons ​​blind maakt voor het lijden van het andere.

De apostelen gaven hun leven niet voor de stelling dat alle religies verschillende uitingen zijn van dezelfde zoektocht. De martelaren stierven omdat zij één Heer, één geloof, één doop en één reddende naam beleden: Jezus Christus.

De wereld heeft geen behoefte aan een Kerk die zich schaamt voor het Evangelie. Zij heeft behoefte aan een Kerk die vervuld is van liefde voor Christus en daardoor ook van liefde voor de zielen.

Laten we opnieuw de woorden van de H. Paulus horen: "Wij treden dus op als gezanten van Christus; God zelf doet door ons een beroep op u. Namens Christus smeken wij u: laat u met God verzoenen" (2 Korintiërs 5,20).

Deze oproep blijft de missie van de Kerk. Dat zal zo blijven totdat Christus in heerlijkheid terugkeert.

Terwijl ik alle volken toevertrouw aan de voorspraak van de Heilige Maagd Maria, Ster van de Evangelisatie, en aan de bescherming van de apostelen H. Petrus en H. Paulus, blijf ik

In Christus,

Bisschop-emeritus Joseph E. Strickland

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door claudia om 22:58 Reageer op dit bericht

17/9 De duivel wil niet dat je dit hoort voor je volgende Biecht - Jerome Chong

17/9 De duivel wil niet dat je dit hoort voor je volgende Biecht - Jerome Chong

2721330-d5adb6ad5c3245a3b68afd113b8c326f.jpg

Dienaar van God: Zuster Josefa Menéndez was een Spaanse religieuze en mystica. Haar korte leven stond volledig in het teken van de barmhartige liefde van het Heilig Hart van Jezus.

Haar biografie is een van de meest intense en gedetailleerde mystieke kronieken uit de moderne kerkgeschiedenis.

1. Vroege jaren en beproevingen (1890–1920)

Josefa werd geboren op 4/2/1890 in Madrid in een vroom, maar eenvoudig gezin. Al op 11-jarige leeftijd, tijdens haar Eerste Communie, beloofde ze in stilte haar hele leven aan God toe te wijden.

Toen haar vader ernstig ziek werd en de financiële situatie van het gezin verslechterde, moest zij haar droom om in te treden uitstellen. Ze ging vanaf haar zeventiende aan de slag als getalenteerd naaister en kleermaker om haar moeder en zusjes te onderhouden. Pas na jaren van opoffering en verschillende mislukte pogingen om geaccepteerd te worden bij kloosterordes, kon ze haar roeping volgen.

2. Het verborgen leven in Poitiers (1920–1923)

Op 30-jarige leeftijd verliet Josefa Spanje en trad in februari 1920 in bij de Sociëteit van het Heilig Hart (Sacré-Cœur) in het Franse Poitiers. Omdat ze geen Frans sprak en heel gereserveerd van aard was, leidde ze in de gemeenschap een volstrekt onopvallend leven. Ze werkte voornamelijk in de keuken en de linnenkamer. Voor haar medezusters was zij simpelweg een stille, hardwerkende en gehoorzame novice.

3. Mystieke ervaringen en "De Weg van de Goddelijke Liefde"

Achter deze muur van alledaagse eenvoud verscheen Jezus vanaf 1920 herhaaldelijk aan Josefa. Onder strikte gehoorzaamheid aan haar oversten en aan Jezus zelf, schreef ze al deze openbaringen op in geheime dagboeken. Deze geschriften zijn later wereldwijd gepubliceerd onder de titel De Weg van de Goddelijke Liefde.

De kern van de openbaringen aan Josefa omvatte:

* De oneindige barmhartigheid: Jezus benadrukte telkens weer dat Zijn Hart niet hard of veroordelend is, maar vol mededogen voor de zwakheid van de mens. Een van Zijn bekendste uitspraken tot haar was dat Hij nooit moe wordt van een berouwvolle zondaar, al valt deze "een miljoen keer" in dezelfde zonde.

* Offerziel: Josefa werd gevraagd om te bidden en te lijden voor de bekering van zondaars en de heiliging van priesters. Ze ontving bovendien angstaanjagend gedetailleerde visioenen van de Passie van Christus en werd mystiek meegenomen om de pijnen van de hel te ervaren om de waarde van een geredde ziel te begrijpen.

4. Overlijden en nalatenschap

Zuster Josefa Menéndez stierf op 29/12/1923 in het klooster van Les Feuillants in Poitiers. Ze was toen slechts 33 jaar oud, even oud als Jezus bij Zijn kruisiging.

Pas na haar dood hoorden haar medezusters tot hun grote verbazing over de buitengewone mystieke gaven en visioenen die deze bescheiden Spaanse zuster had ontvangen. Haar boodschap werd al snel vertaald in talloze talen en heeft wereldwijd miljoenen gelovigen geïnspireerd tot hernieuwde devotie voor het Heilig Hart.

** Zuster Josefa beleefde diepgaande ontmoetingen met Onze Heer Jezus, die herhaaldelijk tot haar sprak over Zijn immense liefde en barmhartigheid voor elke ziel. De duivel verzette zich hevig tegen zuster Josefa, omdat hij wist dat haar missie kon bijdragen aan het dichter bij God brengen van vele zielen. Hij probeerde haar angst aan te jagen, te misleiden en te ontmoedigen, en haar ertoe te bewegen het werk dat God haar had toevertrouwd op te geven. Soms verscheen hij aan haar vermomd als een engel van het licht, terwijl hij op andere momenten angstaanjagende gedaanten aannam, zoals die van een hond, een slang of zelfs een mens. Hij verscheen zelfs in de gedaante van Christus, in een poging haar in verwarring te brengen. Hoewel ze onder de zorg en het toezicht van haar oversten stond, verdween zuster Josefa soms op mysterieuze wijze, om vervolgens te worden teruggevonden op plaatsen die ze zelf nauwelijks kon hebben bereikt, zoals op een zolder of onder zwaar meubilair.

De vreselijke aanvallen die ze moest doorstaan, lieten zien hoe fel de krachten van de duisternis zich tegen de missie verzetten. Toch bleef zuster Josefa trouw te midden van al dit lijden, en bleef Jezus haar de diepte van zijn barmhartigheid en Zijn verlangen om zielen te redden openbaren. Laten we vandaag stilstaan ​​bij enkele van de krachtige woorden die onze Heer aan zuster Josefa heeft geopenbaard. Als u zich voorbereidt op uw volgende biecht, of als u simpelweg herinnerd wilt worden aan Gods barmhartigheid, neem dan even de tijd om biddend te luisteren naar deze prachtige woorden van Jezus.

"Ik ben de Liefde. Mijn Hart kan zijn verterende vlammen niet langer bedwingen. Ik heb de zielen zozeer lief, dat Ik Mijn leven voor hen heb opgeofferd. Het is deze liefde die Mij gevangen houdt in het tabernakel. Uit liefde voor de zielen heb Ik het sacrament van de boete ingesteld, opdat Ik hen niet slechts één of twee keer zou kunnen vergeven, maar zo vaak als zij nodig hebben om de genade te herwinnen. Daar wacht Ik op hen, verlangend om hun zonden af ​​te wassen, niet met water, maar met Mijn Bloed. Geloof in mijn liefde en mijn barmhartigheid. Jij hebt tegen Mij gezondigd. Ik vergeef je. Jij hebt Mij vervolgd. Ik heb je lief. Jij hebt Mij verwond door woord en daad. Toch wil Ik je goeddoen en je laten delen in al mijn schatten. Denk niet dat Ik niet op de hoogte ben van de staat van je ziel. Ik weet dat je mijn genade hebt veracht, misschien zelfs mijn sacramenten hebt ontheiligd. Toch staat er voor jou volledige vergeving klaar. Hoe vaak heb Ik in de loop der tijden op de ene of andere manier mijn liefde voor de mensen kenbaar gemaakt.

Ik heb hun getoond hoe vurig Ik hun redding verlang. Ik heb hun mijn Hart geopenbaard. Deze devotie heeft als een licht over de hele aarde geschenen en is vandaag de dag een krachtig middel om zielen te winnen en zo mijn Koninkrijk uit te breiden. Ga dan naar het huis van je Vader, waar Hij dag en nacht op je komst wacht. En telkens als de zondagen en feestdagen aanbreken, breng Hem dan de hulde van dit halfuur door deel te nemen aan het mysterie van liefde en barmhartigheid dat de heilige Mis is. Vertel Hem alles over je gezin, je kinderen, je werk, je verlangens. Leg je zorgen, moeilijkheden en lijden aan Zijn voeten. Geloof in de belangstelling en liefde waarmee Hij naar je gebed luistert. Mijn Hart brandt van verlangen om zielen tot Mij te trekken en hen te vergeven. Ik wil vergeven. Ik wil heersen over zielen en alle volkeren vergeving schenken. Ik wil heersen over zielen, volkeren, de hele wereld. Ik zal mijn barmhartigheid over de wereld uitstorten om haar ondankbaarheid uit te wissen. Mijn heerschappij zal er een zijn van Vrede en Liefde.

En Ik zal haar inluiden door medelijden met allen. Dat is het doel dat Ik voor ogen heb. En dit is het grote werk van mijn Liefde. Nooit zal Ik moe worden van berouwvolle zondaars, noch ophouden te hopen op hun terugkeer. En hoe groter de nood, des te groter mijn welkom. Heeft een vader zijn zieke kind niet bijzonder lief? Zijn zijn zorg en bekommernis niet groter? Zo is ook de tederheid en het medelijden van mijn Hart overvloediger voor zondaars dan voor de rechtvaardigen. Nu verlang Ik nog iets meer. Want als Ik verlang naar Liefde als antwoord op het mijne, is dat niet de enige wedergave die Ik aan zielen vraag. Ik wil dat zij allen vertrouwen hebben in mijn barmhartigheid, alles verwachten van mijn goedheid en nooit twijfelen aan mijn bereidheid om te vergeven. Ik ben God, maar een God van Liefde. Ik ben een vader, maar een vader vol medelijden en nooit hardvochtig. Dit wil Ik dat allen weten.

Ik zal zondaars leren dat de barmhartigheid van mijn Hart onuitputtelijk is. Laat de ongevoeligen en onverschilligen weten dat mijn Hart een vuur is dat hen zal doen ontvlammen, omdat Ik hen liefheb. Voor vrome en heilige zielen wil Ik de weg zijn, opdat zij, grote vorderingen maken in volmaaktheid, en veilig de haven van de eeuwige gelukzaligheid mogen bereiken. Ten slotte vraag Ik aan toegewijde zielen – priesters en religieuzen, mijn uitverkorenen – nogmaals al hun Liefde, en dat zij niet twijfelen aan de mijne, maar vooral dat zij op Mij vertrouwen en nooit twijfelen aan mijn barmhartigheid. Het is zo gemakkelijk om volledig op mijn Hart te vertrouwen."

O allerheiligste Hart van Jezus, bron van alle zegeningen, ik aanbid U. Ik heb U lief, en met oprecht berouw over mijn zonden bied ik U mijn arme hart aan. Maak mij nederig, geduldig, zuiver en volkomen gehoorzaam aan uw wil. Goede Jezus, geef dat ik in U en voor U mag leven. Bescherm mij te midden van gevaar. Troost mij in mijn beproevingen. Schenk mij lichamelijke gezondheid, bijstand in mijn aardse noden, uw zegen over alles wat ik doe, en de genade van een heilige dood. Amen. Zuster Josefa Menendez, bid voor ons.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 22:08 Reageer op dit bericht

15/9 Profetieën van Bruno Cornacchiola in Tre Fontane - Mother & Refuge

15/9 Profetieën van Bruno Cornacchiola in Tre Fontane - Mother & Refuge

OLVrouw van de Openbaring
Bruno Cornacchiola, de Italiaanse ziener van de verschijningen van de "Maagd van de Openbaring" in Tre Fontane (Rome, 1947), zag zijn eigen boodschappen als een directe voortzetting en bevestiging van de boodschap van Fatima.

Cornacchiola heeft in zijn persoonlijke dagboeken en publieke getuigenissen herhaaldelijk de link gelegd tussen wat Maria aan hem openbaarde en wat zij eerder aan zuster Lucia dos Santos in Fatima had toevertrouwd. Zijn uitspraken en visie hierop zijn in te delen in drie kernpunten:

1. Het Derde Geheim van Fatima en de "Horror"

Volgens de opgetekende herinneringen en dagboeken van Cornacchiola (later gepubliceerd door journalist Saverio Gaeta in het boek Il Veggente), sprak de Maagd Maria hem aan over het destijds nog strikt geheime Derde Geheim van Fatima. Cornacchiola verklaarde dat Maria tegen hem zei:

"Ik wil met je spreken over het derde mysterie van Fatima... Ik wil met je over dit mysterie spreken dat ik aan Lucia heb geopenbaard: het is al lang gelezen, maar is nog aan niemand bekendgemaakt."

Cornacchiola waarschuwde op basis van zijn eigen visioenen dat de kerkelijke autoriteiten het geheim destijds bewust achterhielden omdat de inhoud "horribele waarheden" bevatte over het geloofsverval en een crisis binnen de Katholieke Kerk.

2. Geloofsafval binnen de Kerk

Net als de waarschuwingen in de (toen nog onpubliceerde) geschriften van zuster Lucia over een "diabolische desoriëntatie" in de Kerk, benadrukte Cornacchiola dat de boodschappen van Fatima en Tre Fontane parallel liepen wat betreft de crisis in het geloof. Hij stelde dat Maria in beide verschijningen waarschuwde dat de Kerk van binnenuit zou worden aangevallen, dat priesters hun orthodoxe geloof zouden verliezen en dat de liturgie en theologie zouden worden aangetast.

3. Het Zonnewonder van Tre Fontane

Cornacchiola en zijn volgelingen zagen bovendien een fysieke bevestiging van Fatima in Rome. Op 12 april 1980 (tijdens de 33e verjaardag van de verschijningen in Tre Fontane) vond er in de Romeinse grot in het bijzijn van duizenden gelovigen een "Zonnewonder" plaats dat identiek was aan het beroemde zonnewonder van Fatima in oktober 1917. Volgens Cornacchiola was dit een hemels teken dat bewees dat de stem die in Fatima tot zuster Lucia sprak, dezelfde stem was die in Rome tot hem sprak.

De meest specifieke profetieën over de Kerk vallen uiteen in de volgende thema's:

1. De "Interne Infiltratie" en het Geloofsverval

Cornacchiola schreef herhaaldelijk dat de Kerk niet alleen van buitenaf, maar juist van binnenuit vernietigd zou worden door een moreel en theologisch verval onder de geestelijkheid:

* Het "Dode Lichaam" in de Kerk: De Maagd Maria zou tegen hem hebben gezegd: "De hele Kerk zal een verschrikkelijke beproeving ondergaan, om het dode lichaam te reinigen dat is geïnfiltreerd onder haar dienaren."

Verlies van het geloof in de Eucharistie: Een specifieke waarschuwing luidde dat de sacramenten zouden worden geminimaliseerd: "De Eucharistie zal op een dag worden geprofaneerd en men zal niet langer geloven in de werkelijke aanwezigheid van mijn Zoon."

* Priesters die dwalen: Cornacchiola profeteerde dat veel priesters hun soutane en ambt zouden neerleggen, terwijl anderen wel in functie zouden blijven maar het ware geloof zouden inruilen voor wereldse ideologieën, wat zou leiden tot "diabolische verwarring".

2. De Aanval uit het Oosten en de Islamitische Infiltratie

Een van de meest concrete en destijds schokkende profetieën betrof een fysieke aanval op het Vaticaan door een buitenlandse mogendheid:

* De opmars uit het Oosten: In zijn dagboeken staat een tekst die vaak wordt gekoppeld aan radicale stromingen of geopolitieke machten uit het Oosten: "Er zullen dagen van pijn en rouw komen. Vanuit het Oosten zal een sterk volk, maar ver van God, een vreselijke aanval ontketenen en de meest heilige en sacrale dingen vernietigen."

* Visioen van Sint-Pieter in puin: Cornacchiola beschreef een specifiek droomvisioen waarin hij woedende menigten de Sint-Pietersbasiliek in Rome zag bestormen, terwijl zij "Dood aan de christenen!" riepen en priesters afslachtten. In latere interpretaties van zijn dagboeken werd dit specifiek gelinkt aan de opkomst van het islamitisch extremisme in Europa.

3. De Paus en de "Valse Kerk"

Cornacchiola schreef uitgebreid over de positie van de Paus en de opkomst van een misleidende parallelle structuur:

Isolatie van de Paus: De profetieën spreken over een toekomstige paus die volledig geïsoleerd zal raken, verraden door zijn directe medewerkers, vergelijkbaar met het lijden van Christus.

* Een Valse Kerk: Hij waarschuwde voor de vorming van een "falsa chiesa" (een valse kerk) die uiterlijk wel katholiek lijkt, maar de ware christelijke leer heeft losgelaten om mee te gaan met de moderne wereld.

Het Doel van de Profetieën

Ondanks de apocalyptische toon benadrukte Cornacchiola in zijn geschriften altijd dat deze profetieën voorwaardelijk waren. Ze waren niet bedoeld om angst te zaaien, maar dienden als een dringende oproep tot bekering, gebed (met name de rozenkrans) en trouw aan de orthodoxe katholieke leer om dit onheil af te wenden of te verzachten.

Uit zijn dagboeken:

* Wijdt uzelf toe aan het Hart van een Moeder dat — altijd in mystieke zin — voortdurend voor u bloedt; loof de God die in uw midden is; keer u af van de dingen van de wereld: ijdele schouwspelen, allerlei obscene afbeeldingen, leugens en ander kwaad, ijdelheid en spiritisme — zaken die de Boze zal gebruiken om Gods schepselen te vervolgen; kwade machten zullen in uw harten werken, en Satan — die krachtens goddelijke belofte voor een bepaalde tijd is losgelaten — zal het vuur van protest onder de mensen aanwakkeren, tot heiliging van de heiligen. Gedurende de in de hemelse boeken aangegeven tijd zullen priesters en gelovigen geconfronteerd worden met een gevaarlijk keerpunt in de wereld van de verlorenen; dit zal leiden tot eentotale aanval waarbij alle middelen worden ingezet: valse ideologieën en theologieën!

De oproep van beide kanten — die van de gelovigen en die van de ongelovigen — zal gebaseerd zijn op bewijzen. Wij, de uitverkorenen onder u, zullen met Christus als onze aanvoerder voor u strijden.

Dit zijn de wapens van de vijand; denk erover na:

1. godslasteringen; 2. zonden van het vlees; 3. onzedelijkheden; 4. honger; 5. ziekten; 6. de dood; 7. verwarring veroorzaakt door de wetenschap; en elk ander middel van hun kant, evenals andere zaken die u zult zien — dit alles zal uw zuivere geloofszintuigen vertroebelen.

Dit zijn de wapens die u sterk en zegevierend zullen maken:

1. geloof; 2. standvastigheid; 3. liefde; 4. ernst; 5. volharding in goede werken; 6. het Evangelie; 7. zachtmoedigheid; 8. waarheid; 9. zuiverheid; 10. eerlijkheid; 11. geduld; 12. alles verdragen, ver van de wereld en haar giftige invloeden (alcohol, roken, ijdelheid). Vraag om heilig te zijn en doe het goede; om u te heiligen, keert u af van de wereld, ook al leeft u in de wereld

Noem Mij Moeder, zoals jullie altijd doen: Ik ben inderdaad Moeder, in het Mysterie dat vóór het einde onthuld zal worden. Wat was, is en zal het doel zijn van Christus’ dood? De toorn van de gerechtigheid van de Vader stillen, Zijn kostbare en zuivere Bloed over Zijn schepselen sprenkelen om hen met liefde te vervullen, opdat zij elkaar mogen liefhebben! En de liefde overwint alles! Goddelijke liefde, de liefde van de deugd! Vergeet de Rozenkrans niet, die in grote mate bijdraagt ​​aan jullie heiliging; de Weesgegroetjes, die jullie met geloof en liefde bidden, zijn als gouden pijlen die het Hart van Jezus bereiken! Christus is de redding van het vlees, van de oorspronkelijke zonde van Adam.

De wereld zal een nieuwe oorlog ingaan, meedogenlozer dan de voorgaande; de ​​eeuwige Rots, die door de eeuwen heen een toevluchtsoord is geweest voor de door God uitverkoren heiligen — levend in Zijn troon van liefde — zal worden getroffen.

De toorn van Satan laat zich niet inperken; de Geest van God trekt Zich terug van de aarde, de Kerk zal als weduwe achterblijven — zie het rouwgewaad — en overgeleverd zijn aan de genade van de wereld. Kinderen, word heiligen en heilig uzelf nog meer; heb elkaar diep en altijd lief. De duisternis van het geweten en het toenemende kwaad zullen jullie getuigen dat het moment van de uiteindelijke catastrofe is aangebroken; toorn zal over de gehele aarde worden ontketend; satanische vrijheid, eenmaal toegestaan, zal overal verwoesting aanrichten. Een tijd van wanhoop en verwarring zal over jullie komen.

Verenig jullie in de liefde van God en maak één regel tot jullie gids: het levende Evangelie! Wees sterk in de waarheid van de Geest; de Kudde van Christus zal de redding zijn voor allen die gered willen worden. Jullie zullen zien hoe mensen door Satan worden geleid om een ​​verenigd front te vormen tegen alle vormen van religie; de ​​Kerk van Christus zal het hardst worden getroffen, om haar te zuiveren van de vuiligheid binnenin: woekerpraktijken en politiek, gericht tegen Rome!

Uiteindelijk zullen velen zich bekeren door overvloedige gebeden, een terugkeer naar liefde onder allen en krachtige goddelijke openbaringen; Deze mensen zal het voor een tijd worden toegestaan ​​alles en iedereen te vernietigen; dan zal het Lam zijn eeuwige overwinning openbaren, en samen met de goddelijke krachten zal Hij het kwaad vernietigen door het goede, het vlees door de geest en de haat door de liefde!...

* Mijn kinderen, ik dring er bij jullie op aan de waarheid van het geloof, de leer van het heil, te beleven! Leef vanuit de heilige sacramenten en wijs de kudde de weg naar dat heil en die sacramenten die te vinden zijn in de ware Kerk; de Kerk die ze heeft ontvangen van de ene en drie-enige God – Vader, Zoon en Heilige Geest. Bid en doe boete, opdat het kwaad dat door de duivel is veroorzaakt – die tweedracht heeft gezaaid, jullie van elkaar heeft gescheiden en geschillen tussen jullie heeft teweeggebracht in plaats van ware vrede – wordt weggenomen; want dit leidt tot oorlog en wanhoop. Jullie moeten zielen helpen, niet alleen in materiële, maar ook in geestelijke zin.

* 14/8/1999: Ik bevind me samen met de Heilige Maagd op een hoge berg. Zij zegt tegen mij: "Kijk!" Ik kijk en zie een menigte mensen die krioelen als mieren; ze komen en gaan, zwoegen en raken uitgeput... Sommigen vallen op de grond en ik zie hoe ze zich op elkaar werpen en elkaar slaan; ook hoor ik hun opgewonden, boze stemmen, terwijl ze vloeken en elkaar beschuldigen van het kwaad dat in de wereld bestaat. Sommigen dragen bijzondere wapens; ze voeren oorlog tegen elkaar. Overal zie ik bloed en lijken... Plotseling voel ik de aarde onder mijn voeten beven... Ik raak onrustig... Ik ben bang... De Maagd zegt tegen mij: "Wees niet bang. Het is een aardbeving, een waarschuwingsteken voor de hele wereld."

Ik vraag: "Roepen deze tekenen op tot bekering? Zijn het tekenen die oproepen tot terugkeer naar de leer en de geest van waarheid, waartegen zij hebben gestreden?" De Maagd antwoordt: "Ze zijn doof en dwaas! Ze zien de tekenen die een oproep vormen, maar ze staan ​​niet stil bij deze werkelijkheid. Bid en offer." De Maagd toont mij religieuzen, priesters, bisschoppen en kardinalen, en zegt tegen mij: "Zie, deze dwazen ontkennen de Drie-ene God en maken zichzelf in hun hoogmoed tot goden." Dit bederf, dit geestelijke kwaad, wordt bedreven om hun god te behagen en voor eigen materieel gewin. Ze doen het kwaad en zijn niet in staat het goede te doen, omdat het kwaad wortel heeft geschoten en één is geworden met hun geest. Ze zijn hun verstand verloren en bewandelen het verkeerde pad; ze hebben geen geloof en geloven niet, ook al denken ze van wel. Ik richt mij tot mijn zonen, de priesters.

Dierbare zonen, maak duidelijk waar het leven vandaan komt; vanwaar degenen op aarde hun leven ontvangen; vanwaar de mensen die op deze aarde leven hun leven ontvangen. Ja, dierbare zonen, maak bekend waar het leven dat zij leiden vandaan komt – een leven dat een begin kende en geschonken werd door Hem die geen begin had, want God is het eeuwige leven; Hij die altijd heeft bestaan ​​en die leven en bestaan ​​schenkt. Maak duidelijk waar het bestaan ​​vandaan komt: uit het bestaan ​​dat er is – het eeuwige bestaan ​​– dat God is; Hij die het leven dat bestaat, heeft geschonken. En nu komt er een einde aan alles. En het leven in het Al (God) komt weer tot leven. Of het nu voortkomt uit filosofie of uit valse wetenschap: zij ontkennen de waarheid en maken haar niet bekend aan zielen die naar waarheid dorsten; zielen die op zoek gaan naar het water van genade, maar stuiten op giftig water dat hun dorst niet lest, maar hun ziel doodt.

Jullie dragen deze verantwoordelijkheid, mijn kinderen! De hel bestaat! God heeft haar niet gewild! Het is een plaats van verdoemenis voor hen die leven in de waanzin van een bestaan ​​zonder eeuwigheid, en die niet leven in de eeuwigheid die Vader is – en geen meester. Ontken het bewijs niet! Het eeuwige Koninkrijk bestaat! Het is het Koninkrijk dat de mens heeft verloren en dat hij moet heroveren; en jullie, mijn lieve kinderen, weten hoe, waar en wanneer. Hoe: door de wet van de liefde na te leven en de wet van de gerechtigheid niet te negeren. Waar: in de ware Kerk die door Jezus – het Eeuwige Woord – is gesticht op de rots (Petrus) en op de apostelen. Wanneer: Jezus is mens geworden voor jullie, en jullie moeten Jezus worden om jezelf en andere zielen te redden.

Ik ben van alle eeuwigheid Zijn Moeder; en Ik zal ook voor jullie een Moeder zijn als jullie gehoorzaam zijn aan Zijn leerstellingen en sacramenten – zaken die velen van jullie nu te veel verborgen houden (uit egoïsme, nalatigheid of kwaadwilligheid) om mensen op een dwaalspoor te brengen: een pad van dwalingen, ketterijen en hersenschimmige illusies over menselijke redding, dat ten onrechte voor de waarheid wordt aangezien. Wij hebben eenheid in liefde nodig; eenheid in leer; eenheid in denken en handelen! En juist die eenheid ontbreekt bij jullie, waardoor jullie blindelings handelen als blinden die andere blinden leiden. Denk eraan: het Woord zegt dat zowel de blinde gids als zijn blinde volgeling in de greppel zullen vallen – en die greppel is het verderf, de hel. Verander de wet van de Geest, van het geestelijk leven, niet!

Velen hebben menselijke wetten bedacht die geen waarde hebben voor het heil van de mensheid, omdat het slechts filosofische redeneringen zijn; en er zijn vele van zulke wetten die doorgaan voor leerstellingen van waarheid en redding, maar dat in werkelijkheid niet zijn. 

* 28/11/1964: Bruno had gezien hoe de wereld zich tegen de paus keerde en schreeuwde: "Dood aan hem!" Een groep vurige gelovigen vormde een kring rond de paus en bad, met crucifixen en rozenkransen in de hand, eensgezind en hardop. De mensen lachten. Maar telkens als ze dichterbij durfden te komen, vielen ze achterover alsof ze waren neergeveld. De paus stond in ons midden, zegende iedereen en riep uit: "Mogen jullie je nu bekeren – dat is het wonder. We bevinden ons in de laatste akte van het menselijk drama. Bekeer u!"

Dromen, altijd maar dromen – een periode waarin ik niets anders deed dan dromen over de vluchtende paus: niet Paulus VI, maar een andere. Ik help hem en de wereld explodeert; bloed. Veel bloed, dat op slijm lijkt, en velen raken erin verstrikt alsof het pek is; ze blijven vastzitten.

21/1/1975: Vele priesters en nonnen op het Sint-Pietersplein worden verscheurd.

19/6/1982: Na de mededelingen van de Maagd over de aanslagen op Johannes Paulus II op 13/5/1981 en 12/5/1982 schrijft hij: Ik wil niet worden aanzien voor een onheilsprofeet of een waarzegger, maar vannacht droom ik opnieuw: ik bevind me op het Sint-Pietersplein, vlak voor de basiliek; de paus werd verwacht en de mensen om me heen riepen: "Daar is hij, daar is hij!" Ik stap voor hem, de lijfwachten duwen me opzij, een schreeuw, de paus ligt op de grond, doordrenkt van bloed; ze laten me er niet bij, ik huil, ik word wakker en bid veel voor hem.

10/3/1983: Wat U mij toonde, o Heer – bloed in overvloed op het witte gewaad van de paus – laat dat niet werkelijkheid worden.

7/2/1986: Terwijl de paus de mis opdraagt, klinkt er grote verwarring en verheffen zich dreigende stemmen; ze rukken op naar het altaar, de politie begint te schieten, geschreeuw, vluchtende mensen, de paus wordt geraakt, bloed kleurt de witte soutane rood en men hoort roepen: 'Hij is dood!'" "Hij is dood!"

28/8/1989: In een droom zag ik de paus die naar een bepaalde plaats was gegaan, en iedereen riep: 'Hij is dood.'" Naast het schokkende beeld van de moord op een paus, werd Cornacchiola gekweld door talloze voorgevoelens over het lijden dat de Katholieke Kerk zou moeten doorstaan ​​op leerstellig gebied en de fysieke vervolgingen waarmee de gelovigen te maken zouden krijgen. Wat de toekomst betreft, had de Maagd dit al in detail beschreven in haar eerste boodschap van 1947: Satan, die – zoals door God beloofd – voor een bepaalde tijd wordt losgelaten, zal het vuur van protest onder de mensen aanwakkeren, tot heiliging van de heiligen. De woede van Satan zal niet worden ingedamd; de Geest van God zal zich van de aarde terugtrekken en de Kerk zal als weduwe achterblijven – zie de begrafenistoga – overgeleverd aan de genade van de wereld.

De priesters, ook al bevinden zij zich in de hel, zijn mij dierbaar; zij zullen worden vertrapt en afgeslacht – zie het gebroken kruis bij de toga, dat symbool staat voor de uiterlijke ontbloting van de priesters. U zult zien hoe door Satan geleide mensen een verenigd front vormen om elke vorm van religie te bestrijden. De Kerk van Christus zal het hardst worden getroffen, om haar te zuiveren van de vuiligheid die erin is binnengedrongen: woekerhandel en politiek, gericht tegen Rome! De gehele Kerk zal een enorme beproeving ondergaan om het vlees te reinigen dat is binnengedrongen bij de dienaren, vooral binnen de ordes van armoede, morele beproeving, geestelijke beproeving. Gedurende de tijd die in de hemelse boeken is aangegeven, zullen priesters en gelovigen voor een gevaarlijk keerpunt komen te staan ​​in de wereld van de verlorenen, die zich met alle middelen in de aanval zal werpen: valse ideologieën en theologieën!

De Eucharistie zal op een dag worden ontheiligd en men zal niet langer geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van mijn Zoon. Een moment van ontmoediging en verwarring zal over u komen. Verenig u in de liefde van God, hanteer één enkele regel: het levende Evangelie! Wees sterk in de waarheid van de geest, de Kudde van Christus, en dit zal de redding zijn voor allen die gered willen worden. Uiteindelijk zullen velen zich bekeren door de vele gebeden, door de terugkeer van allen tot de liefde en door krachtige goddelijke openbaringen. Aan deze mensen zal tot op een zeker moment toestemming worden gegeven om alles en iedereen te vernietigen; daarna zal het Lam Zijn eeuwige overwinning tonen en, met goddelijke krachten, het kwaad door het goede vernietigen, het vlees door de geest, de haat door de liefde!

* In de loop der jaren kwamen er geleidelijk meer van dergelijke flitsen bij. Het is niet nodig om specifieke uitleg of interpretaties te geven: de kracht van de woorden van de ziener spreekt voor zich in haar rauwe, wezenlijke aard.

9/5/1993: Ik zie nog steeds bloed op de grond, en iedereen afgeslacht en aan stukken gereten – en de inspiratie voor dit gedicht, getiteld De Profetie; het Sint-Pietersplein stroomt over van mensen / op het kerkplein staan ​​de paus en kardinalen, / bisschoppen, geestelijken alsof ze niets voorstellen, / priesters in burgerkleding, als criminelen! / De paus spreekt, maar ze luisteren niet: / ‘Mijn kinderen, de tijd is gekomen / om onze harten te verheffen en moge God / onze oprechte boetvaardigheid aanvaarden.’ / Iedereen lacht en heft de handen op / wiegend roepen ze: “Daar gaan we,” / de schandalen bij de Sint-Pieter zijn enorm! / De paus huilt en roept uit: “We houden niet van elkaar, / we houden de redding ver van ons vandaan, / buiten de Kerk kunnen we niet gered worden!”

30/8/1993: Ik droomde dat een bende criminelen de Sint-Pieter wilde bestormen door dynamietladingen te plaatsen. Ik smeekte hun het niet te doen, maar ze grepen me vast en bonden me aan een mijn; ik zou ermee de lucht in gaan. Ik bad, ik smeekte: tevergeefs. Ik werd bevrijd door de Maagd Maria en ging naar de paus om hem te vertellen over het gevaar dat hem bedreigde. Iedereen lachte; er waren kardinalen in de ruimte.

16/12/1995: Er wordt iets ernstigs beraamd tegen hen die Christus volgen – veel erger dan de Holocaust; ze zullen worden verpletterd en verdreven door toedoen van hen die ogen hebben – en ze hebben ogen maar zien niet, oren maar horen niet, een mond maar spreken niet – en die het kwaad zijn gang laten gaan. 26/1/1996: Vannacht zag ik de Sint-Pietersbasiliek in vlammen opgaan en zei ik: “Waarom brandt het?” De stem van OLVrouw zei: "Het is een louterend vuur om hen te laten begrijpen dat het een levensschenkende en liefdevolle kracht is, maar zij begrijpen het niet; God loutert alles juist om iedereen te helpen het pad van de waarheid voor het leven te begrijpen."

3/3/2000: Ik zag enorm veel bloed stromen in de Sint-Pieter, overal aan de buitenkant: op de trappen, langs de zuilen rondom en bij de twee fonteinen. Welnu, ik zag het bloed stromen en mensen riepen: "Dood aan de verantwoordelijken!" Ik had een slecht voorgevoel over de paus en anderen. De belofte van de uiteindelijke overwinning werd echter gedaan door de Maagd op 23/2/1982, toen zij verklaarde: "Velen zijn tegen mij en tegen de plaats waar ik verscheen; ze verzetten zich met al hun macht tegen mij en sparen, vol list, geen moeite bij de verantwoordelijken om te voorkomen dat dit aan het licht komt, net als op andere plaatsen waar ik neerdaalde voordat ik naar Tre Fontane kwam om te wijzen op de middelen tot redding en vrede!" Desondanks "zal het heiligdom officieel worden goedgekeurd!

Van daaruit zal de vrede beginnen en van daaruit zal de kruistocht van liefde plaatsvinden." En om dit doel te bereiken, heeft zij voorspeld dat een paus een “teken in een droom” zal ontvangen: de Heilige Vader zal dromen dat hij arm en verlaten is, en hij zal zien hoe de Kerk instort en in puin valt. Dit zal het teken in de droom zijn. Wanneer hij dit droomt, zal hij het geloven en verkondigen; hij zal prediken dat de ware Kerk van vrede en eenheid in liefde, van verlossing, heil en heiliging — de Kerk waarin de drie Witte Punten van openbaring en traditie heersen — precies zo is als Jezus Christus, mijn Zoon, die in de tijd heeft gevestigd, en zoals God, de Zoon van de Vader, die buiten de tijd, in de eeuwigheid heeft gevestigd. Namelijk: de Kerk van de Eucharistie, de Kerk van de Onbevlekte Moeder van God en de Kerk van het gezag van de Drie-eenheid (de Plaatsvervanger, de Heiligheid van de Vader) zijn niet drie waarheden of drie stenen, maar één waarheid en één enkele steen. Immers, zoals Maria hem op 31/12/1990 had toevertrouwd, zijn “de valse profeten” al aan het werk.

Zij “proberen met alle middelen de zielen te vergiftigen door de leer van Jezus, mijn geliefde Zoon, te veranderen in satanische leerstellingen; en zij zullen het offer van het kruis, dat op de altaren van de wereld wordt herhaald, wegnemen! Deze vergiftigers zullen de middelen tot redding wegnemen; en zij zijn reeds binnengedrongen in het licht van de Kerk — dat goddelijke licht — dat rust op mijn Zoon, de hoeksteen; en deze steen heeft Hij op de schouders van Petrus en de apostelen gelegd.” Tegelijkertijd maakte zij echter duidelijk dat Jezus een belofte had gedaan: hoewel de vijanden zielen kunnen corrumperen en de hoop kunnen bezoedelen, kunnen zij de Kerk niet vernietigen, noch zullen zij zegevieren; de hel zal, met al haar macht, machteloos staan ​​tegenover de Kerk van mijn Zoon; en zij die in haar leven, zullen gered worden.

* Een vernietigende oorlog vormt het middelpunt van diverse visioenen:

25/4/1984: Vannacht heb ik de laatste dagen van de wereld ervaren: de Zondvloed, Sodom en Gomorra tezamen, en zelfs de laatste dagen van Pompeï vallen in het niet bij wat ik heb gezien!

3/6/1986: De wereld werd verslonden door een kernoorlog en mensen vielen dood neer; planten verdorden en dieren kwamen, net als mensen, om het leven. ‘Verwoesting!’, riepen de mensen uit!”

31/12/1990: “Iedereen spreekt over oorlog en vrede. De oorlog, mijn zoon, is niet voorbij, want dit lokale conflict zal zich over de aarde verspreiden, en als jullie je niet bekeren, moet ik jullie iets heel ernstigs vertellen: jullie zullen allemaal omkomen. Ja, er zal euforie zijn over vrede, maar die zal een voorbereiding zijn op een nieuwe, vernietigende oorlog, opdat mensen de ogen van hun geest openen voor de bekering van het hart – een bekering uit liefde. Het is deze bekering die ware en blijvende vrede brengt aan hen die liefhebben en vergeven vanuit liefde.

* Het Midden-Oosten behoort tot de gebieden met het grootste risico.

10/11/1973: De Israëliërs en de Arabieren bereiken weliswaar een akkoord, maar het zal altijd een gedwongen akkoord blijven, en er zal altijd een kruitvat zijn met vuur in de nabijheid – want op een dag zal het ontbranden en alles opblazen, waarbij de hele wereld en alle levende wezens worden vernietigd.

* Maar ook Oost-Europa vormt geen uitzondering

24/3/1999: De Balkan, een broeinest van revoluties en een satanische plek – zal dit de lont zijn die de Derde Wereldoorlog doet ontbranden? Laten we bidden dat dit niet gebeurt, maar de wapens zijn precies daar gericht, op het centrum van de onrust.

* En ook Italië is geenszins gevrijwaard van ernstige gevaren

13/7/1998: Er was oorlog en buitenlanders vielen Italië binnen.”

* De Arme Zielen uit het Vagevuur.

31/7/1997: Ik had een heel merkwaardige droom. Ik zag iemand die tot mij sprak over de zielen in het vagevuur en die hulp nodig had, net zoals zielen hulp van ons ontvangen omdat ze in nood verkeren. Terwijl hij dit zei, overhandigde hij mij drie schedels en zei: 'Hier zijn degenen die hulp nodig hebben; zij zullen je niet alleen helpen om over de dood te mediteren, maar ook om het lijden dat komen gaat te doorstaan. Het zal verschrikkelijk zijn, maar deze drie zullen je helpen het te overwinnen.' Ik neem de drie schedels aan en bid voor hen, de arme zielen, omdat ik diep vanbinnen voel dat ze dringend gebed nodig hebben. Ik zou willen dat ze konden spreken en deelnamen aan het leven dat ik elke dag leid. Ik zou graag willen weten wie ze zijn, maar ik word wakker met een diepe indruk.

7/9/1997: Opnieuw een droom over de zielen in het vagevuur. Drie gestalten verschenen aan mij en spraken tot mijn hart: 'Wij zijn de drie aan wie de schedels toebehoren, de schedels waarvan jij nu de hoeder bent.' Slechts één van hen sprak namens alle drie. 'Wij zijn het Paradijs binnengegaan en verkeren in de heerlijkheid van de hemel. Wij hebben geleden en pijn doorstaan ​​totdat we gezegende kronen op onze schedels ontvingen en vele gebeden.'

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door claudia om 21:44 Reageer op dit bericht

Meer van Levend_geloof

↑ Terug naar de berichten