
WEERSPREUKEN :Januari (louwmaand)
• Als in januari de muggen zwermen, moogt ge in meert (maart) de oren wermen.
• In januaar, muggendans, op vorst nog in de meimaand kans.
• Als ’t op Dertiendag vriest, vriest het dertien weken lang.
• Als de dagen lengen, gaat de winter strengen.
• Geeft januari een sneeuwtapijt, dan zijn we gauw de winter kwijt.
• Heeft januari kou en droge dagen, zo zal in februari de sneeuw u plagen.
• Is Sint-Paulus klaar, wacht dan op een heel goed jaar.
• Januari zonder regen is voor de boer een zegen
• Knapt januari niet van de kou, men zit in de oogstmaand in de rouw.
• Komt de wind uit het noorderland, lang houdt het weer stand.
• Nieuwjaarsnacht schoon en klaar beduidt een vruchtbaar jaar.
• Op een milde januari volgen vaak een gure lente en een hete zomer.
• Schijnt de zon op nieuwjaar, dan wordt het een goed appeljaar.
• Sint-Antoon en Sint-Sebastiaan (20/1) komen met ’t hardste van de winter aan.
• Wast het graan in januaar, dan is de zomer in gevaar.
. Brengt Driekoningen (6/1) geen ijs, dan is koning Winter van de wijs.
. Vriest het op Sint-Veerlenacht (4/1), zes weken wordt er vorst verwacht.
. Draagt deze maand een sneeuwwit kleed, dan is het deze zomer zeker heet.