LEVEN IN DE OCEAAN - DUISTERNIS 3

- Ogen en oren open!
Water absorbeert licht zeer effectief, dus aan normale ogen heb je weinig in grote delen van de oceaan. Zeedieren hebben hun zintuigen moeten aanscherpen en navigeren onder meer met behulp van geluid. Of ze hebben gewoon hun eigen zaklamp uitgevonden.
- Inktvissen hebben ogen zo groot als voetballen. Reuzeninktvissen leven in volslagen duisternis in zee en hebben het lichtprobleem opgelost door extreem grote ogen te ontwikkelen. Een oog is met een diameter van zo'n 30 centimeter groter dan een voetbal.

Kleine dieren kan hij niet onderscheiden, maar grote dieren kan hij goed zien. Het oog heeft een enorme lichtinval, een kogelronde lens, meerdere focuspunten, geen blinde vlekken, en ziet gepolariseerd licht ipv kleur.

- Walvissen horen alles. Water geleidt geluid veel beter dan lucht. Grote walvissen kunnen absurd veel decibellen produceren, zo kunnen ze elkaar horen over een afstand van wel duizenden kilometers.

- Haai vangt elektriciteit op. In een haaiensnuit zitten fijne poriën. Deze speciale zintuigen vangen zwakke elektrische velden op die ontstaan als dieren hun spieren gebruiken. Zo registreren ze diertjes tot op de zeebodem.

- Vis met eigen lamp. In de diepzee is het donker, en allerlei vissen die daar leven hebben zelf een lichtorgaan ontwikkeld. Dat zit op het lijf of aan een zogeheten vinstraal. Het licht wordt voortgebracht door bacteriën die leven in de lichtorganen.
































