BOLIVIA

Tweede grootste meer van Bolivia is opgedroogd en komt misschien nooit meer terug

Ooit was het het tweede grootste meer van Bolivia, maar nu wordt het droge landschap getekend door verlaten vissloepen, karkassen van vogels die verslonden worden door kevers en rondcirkelende meeuwen, vechtend voor de restjes. Het Poopómeer is verdwenen.
Met zijn wateroppervlak van duizend vierkante kilometer was Poopó het tweede grootste meer van het land, na het Titicacameer, en verschafte het een inkomen voor honderden vissers en landbouwers in de omgeving.
Hoog op de Andesvlakte, onderworpen aan klimatologische grillen en slecht waterbeheer, is het ondiepe zoute meer gekrompen tot amper twee procent van die oppervlakte. Het Poopómeer werd officieel opgedroogd verklaard in december.

De regio waar landbouw en visserij ooit zo bloeiden, ligt er verlaten bij. Meer dan honderd gezinnen hebben hun schapen, lama's en alpaca's verkocht en have en goed verlaten. Alleen de ouderen blijven nog achter.
Ook Boliviaans president Evo Morales buigt de kritiek af door vol te houden dat Poopó wellicht nog wel terugkomt. In een poging om het meer te redden, heeft zijn regering de EU gevraagd om 130 miljoen euro steun voor waterzuiveringsinstallaties en om zijrivieren te baggeren. Een deel van dat bedrag werd vorig jaar goedgekeurd.






























