WEERSPREUKEN MAART


WEERSPREUKEN MAART
- Is het weer op Sint-Gregorius (12 maart) dol, dan kruipt de vos reeds uit zijn hol.
- Maart is hij schoon en zonder vlagen, hij schuilt nog veertien dagen.
- Zo de wind staat op Sint-Gregorius (12 maart), zo staat hij nog veertig dagen.
- Sint-Mathilde (14 maart) komt uit drie hoeken, met hagelstenen bakt zij koeken.
- Op Sint-Geertruid (17 maart), komt de warmte de grond uit.
- Sint-Josef (19 maart) helder en klaar, geeft licht een vruchtbaar jaar.
- Op Sint-Jonas (20 maart) komt dikwijls nog vuur van pas.
- Met zuidenwind op Sint-Benooi (21 maart), neemt het weer een goede plooi.
- Sint-Benooi (21 maart), de wind uit noord, blaast zo nog zeven weken voort.
- Op Onze-Lieve-Vrouwe-Boodschap keren steeds bij ons de zwaluwen were.
- Is op Sint-Rupert (27 maart) de hemel rein, dan zal hij ‘t ook in juli zijn.
- Is het op Sint-Rupertus (27 maart) helder en rein, zo zal ook de zomer zijn.
- Droge maart, natte april, koele mei, vullen de schuur en de kelder erbij.
- Maartse buien en aprilse grillen die komen als ze willen.
- Maart niet te droog en niet te nat, vult de boer zijn kist en vat.
- Die zichzelve wel bemint, wachte zich voor maartse zon en aprilse wind.
- Komt men in maart onweer tegen, dan krijgt men in juli regen.
- Donder in maart, vorst in april.
- Natte maart, veel gras. Een natte maart geeft veel lijnzaad. Koude in maart, dan een lente te paard. Een droge maart, is een zomer te paard.
- Autoruiten nu nog steeds bevroren, dat geeft straks veel koren.
- Zo menig vorst in maart, zo menig dauw in april.
- Lentemaands ruwheid geeft zomermaands luwheid.
- Droogte en veel stof in maart, is de boer heel wat waard.
- Stof in maart is goud waard. Een droge maart is goud waard, als het in april maar regenen wil.
- Een droge maartse wind, maakt de boeren goed gezind. Droge maart brengt overal koren, maartse sneeuw is koren waard. Maartse buien die beduien, dat de zomer aan komt kruien.
- Nooit is maart zo zoet, of ‘t sneeuwt op de herder zijn hoed. Daar is geen maart zo goed of het sneeuwt op de boer zijn hoed.
- Een goede maart is niet veel waard.
- Maart droog, mei nat, veel hooi en zaad zat.
- Als maart is zacht in wil, verwacht men een koude april.
- Danst het lammetje in maart, april pakt het bij de staart.
- Een koekoeksroep ter helft van Meert is voor den boer een daalder weerd.
- Muggendans in maart, voorspelt sterfte onder de schapen.
- Zaai niet in maart te vroeg, d’r is nog tijd genoeg.
- Zoveel nevels in maart zich tonen, met zoveel onweer de zomer zal komen.
- Mist in maart, water en vorst in mei.
- Maart koel en nat, veel koren in het vat. Maartse snee, doet de akkervruchten wee.
- Waait de wind in maart te fel, veel fruit verwacht men wel. Veel wind in maart, geeft appels in de gaard.
- Brengt maart storm en wind, de sikkel is de boer gezind. Maart guur, volle schuur. Maartse regen brengt geen zegen. Vochtige maart, de boeren zorgen baart.
- Meert zonder bloemen, zomer zonder dauwe, brengen ons op ‘t einde in ‘t nauwe.











































