Samen
Samen
Samen de ochtend omhelzen
En met de zon hoog op de kruin
Rabarber eten.
Samen
Terwijl het rood over de aarde kantelt
Druiven persen .
Een ster wegpinken naar de avond
En met wijn
De nacht verder dragen .
Ina Stabergh
SamenSamen
Samen de ochtend omhelzen
En met de zon hoog op de kruin
Rabarber eten.
Samen
Terwijl het rood over de aarde kantelt
Druiven persen .
Een ster wegpinken naar de avond
En met wijn
De nacht verder dragen .
Ina Stabergh
Omdat...

Omdat de liefde geen verhalen verteld
Omdat de liefde geen verhalen vertelt
Vertel ik en luistert de liefde .
Vertel me niets droevigs of vrolijks
Zegt ze . Noem me geen namen maar
Spreek van haar handen
Haar handen , zeg ik , graven in mijn huid .
Ze graven in het donker van mijn hart
En het doet geen pijn . Ze zetten de tijd stil
Ze zetten het hart stil .Dan voel je geen pijn .
Ik vertel niets droefs en niets vrolijks .
Ik noem je geen namen maar wel hoe ze
Haar naam op mijn lippen schrijft .
Genoeg zegt de liefde , je hebt
Genoeg verteld . Nu krijg ik honger
We schuiven aan tafel . Marco Nijmeyer
je bentJe Bent
Je bent gewoon je bent
Gewoon een mens dat is
Een warm en onontwarbaar
Wezen en toch kun je gebeuren
Als een wonder want ik heb je
Geroepen in mijn slaap
Ik riep je liefde
Door eigen honger
In de eigen stem ontwaakt
zag ik ; ik heb je niet gedroomd
hier ben je je bestaat
ik heb je liefgehad
dit is de nacht
ik heb je lief
ik heb je niet bedacht
Ellen Warmond
een appel , een snee brood

Een appel, een snee brood
Nu de grote dingen verdwijnen
Worden de kleine groot:
Wat zonlicht op de gordijnen ,
Een appel , een snee vers brood .
Met hoeveel overbodigs
Maken we ons leven stuk :
Er is zo weinig nodig
Voor wat eenvoudig geluk .
Z’o zou ik oud willen worden ,
Klein en weltevree
Een boek om in te lezen ,
Een appel , een snee vers brood .
Een verhaaltje voor jullie

Er waren twee kabouters , At en 0t ,zo klein dat zij niet in de mens geloofden , alleen een beetje in god .
0p een dag naar het leek als altijd kwam een prinsesje voorbij .
Ze zij kijk dat is aardig , bukte en alsof ze bloemetjes plukte , pakte ze Ot en At en stak zoals alle prinsesjes de hele zaak in haar zak . Zo kwamen ze in het paleis , de avond viel , dat hou je niet tegen , maar terstond ontstak het prinsesje opnieuw de zon , zodat Ot en At ineens wisten dat ze waren in het paradijs en god bestond . Dat was de eerste dag .
Zij sliepen die nacht in lucifersdoosjes van de koning onder zacht geurende zakdoekjes van de koningin .
En de volgende dag vroeg het prinsesje , wat zal ik eens voor jullie kopen , waarin hebben jullie nu de meeste zin .
En Ot en At wilden natuurlijk dat het kermis was met chocola , een reuzenrad , draaimolens en heel veel limonade .
Toen ging het prinsesje naar de stad en wat bracht ze mee ?
Vliegtuigjes , botsauto’tjes , geweertjes een draaiorgeltje met jesterdee , slagroomijs en mooie rode kleertjes .
En het werd alle dagen kermis in ’t paleis want At en Ot konden de trappen eerst niet op of af en nooit alleen naar de w.c. maar met het vliegtuig ging het één twee drie en was het prinsesje van de wijs dan draaiden zij het orgeltje van jesterdee .
Maar ook moesten de kabouters leren en Ot telde op en At trok af . Ze kregen boeken met gouden woorden , zo groot dat ze uren langs de bladzijden moesten lopen en ze zere voeten kregen van het leren begrijpen wat er stond , en de potloden waren zo zwaar dat ze alleen maar samen en dan nog heel korte brieven konden schrijven , bijvoorbeeld alleen hun namen .
En toen de dagen voorbij waren in het paleis gingen ze weer weg , het was een lange reis terug naar het bos en hun huisje stond er als altijd . Hoe het prinsesje dat wel vond ? Ze huilde zoals ze nog nooit had gehuild , tot ze op een dag aan het paleisraam stond en uit de bomen van het park een duif verscheen met een klein briefje in zijn mond , zo klein dat zij het haast niet lezen kon . Er stond ; Dag prinses (god) een zoen van At en Ot .
Rutger Kopland
voor anderen
eeeIk verlang zo

Ik verlang zo naar een straaltje zon
en naar de eerste warme lentedagen,
naar witte wolken, die door
\'t blauw heen jagen
op weg naar iets, die ik niet vinden kon.
Ik wil de tulpen ruiken als ik ze pluk,
ik wil de kersenbloesem weer zien
zweven,
magnolia\'s, de kelken opgeheven,
of ze een dronk uitbrengen op \'t geluk.
Ik wil de knoppen weer zien opengaan
van berken, mooiste onder alle bomen;
Ik wil nu \'k de winter ben ontkomen,
met nieuwe ogen in de wereld staan!
Water bij dag en bij nacht
Bij dag is het water iets lichter


’t Is nacht . De torenklok slaat vijf
Er daalt een diepe stilte in de stad
En in mezelf . En ik bezie
Het slapend silhouet dat naast me ligt
Zijn ademhalen klinkt met zacht gefluit
En op zijn lippen is een stil bewegen
De onrust is nog steeds niet uit zijn lijf –
Ik zie hem aan , en niets is mij meer zeker
Voor alles is een eerste keer , maar dit
Dit moet het eind van alles zijn ;
Een ongemerkt verglijden in de dood
Een mooiere bekroning is er niet
Ik voel een lichte trilling in mijn handen
Er komt weer langzaam leven in de stad
En hij slaapt door , zo schijnbaar ongerept
Het onafwendbaar lot nog net ontsnapt .
Cees van der Pluijm
een valentijntje

Liefde van later
Als liefde zoveel jaar kan duren
Dan moet het echt wel liefde zijn
Ondanks de vele kille uren
Om domme fouten en de pijn
Heel deze kamer om ons heen
Waar ons bed steeds heeft gestaan
Draagt sporen van een fel verleden
Die wilde hartstocht lijkt nu heen
Die zoete razernij vergaan
De wapen waar we toen mee streden
Ik hou van jou
Met heel m’n hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan tot aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou
Je kent nu al mijn slimme streken
Ik ken al lang jou heksenspel
Ik hoef niet meer om jou te smeken
Jij kent m’n zwakke plekken wel
Soms liet ik jou te lang alleen
Misschien was wat je deed verkeerd
Maar ik had ook wel eens vriendinnen
We waren jong en niet van steen
Zo hebben we dan toch geleerd
Je kunt altijd opnieuw beginnen
Ik hou van jou
Met heel m’n hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan tot aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou
We hebben zoveel jaar gestreden
Tegen elkaar en met elkaar
Maar rustig leven en tevreden
Is voor de liefde een gevaar
Jij huilt allang niet meer zo snel
Ik laat me niet zo vlug meer gaan
We houden onze woorden binnen
Maar al beheersen we het spel
Een ding blijft toch altijd bestaan
De zoete oorlog van het minnen
Ik hou van jou
Met heel m’n hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan tor aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou
Jacques Brel / Lennaert Nijgh
Ik heb je nodigIk heb je nodig
Ik heb je nodig
Zoals de rivier haar oevers nodig heeft
En de vogel haar nest
Een land een hemel .
Ik heb je nodig
Zoals de druppel een druppel nodig
Heeft om te kunnen stromen
Zoals het raam een muur nodig heeft
Zoals het hart niet zonder vergeving kan
Zoals geen wond zonder hand kan genezen
Zoals de vrucht de angst nodig heeft .
Zo heb ik je nodig
Al Galidi
Een klein beetje plezier

Een klein beetje plezier
Opgesloten in het oude huis
Leven zij een klein beetje
Wijzend naar de zon door de vensters
Lachen zij , hun thee drinkend
Wanen zij zich in Egypte
In de schaduw van deze middag
Heb ik geen stoel ; waar ik hen
Hoor praten is een heldere vlek
En ik ben bang dat ik ziek word
Een klein beetje
Lawaai zoek ik ernstig , ergens
In een oud bovenhuis waar een oud
Moedertje mij thee brengt op het
Gestreepte divankleed
Een klein beetje plezier
Liefde is ...
Een bloemetje schenken aan allen die alleen zijn
Er woont een clowntje in mijn hart

Het ik heel klein, maar heel apart
Het kan dansen, lachen en zingen
Heb je verdriet en moet je wenen.
Dan mag je het altijd lenen
sterk om lief te hebbenSterk om lief te hebben Hans Lodeizen
Neen ik heb niet veel
Plezier gekend alleen maar
Veel ellende
In de nacht van de wereld
Ben ik een droom geweest
Niet licht niet blij lachend
Maar donker en angstig als een tunnel
In de ochtend van het leven
Zal ik een droom worden
Van bloemen en meteoren
In de ochtend van de dag
Zal ik een hand hebben
Klaar om te handelen
Sterk om lief te hebben .
Huiswerk
*
Huiswerk
Die nare sommen ,wat verdriet !
Ik kan ze niet en ‘k maak ze niet !
Ze denken maar dat je alles weet
En nooit een snars vergeet .
Je hebt tienduizend kapitaal …
Dat lees ik nu al twintig maal .
Tienduizend gulden ik ?...dat is lak
Ik heb geen duit op zak .
Laat A. maar zoeken zijn procent ,
Scheelt jou het , als je platzak bent ?
’t Zijn goocheltoeren met een breuk ,
Nooit vind je eens : die is leuk .
Die nare sommen wat verdriet !
Ik kan ze niet en ‘k maak ze niet !
En buiten schijnt de zon zo blij …
Is dat geen plagerij ?

Dichten
Soms gaat het zo : mijn leden worden loom ,
Aanhoudend klokgelui galm in mijn oren .
Een ver onweer verstilt . Alsof een droom
De weeklacht en het gekreun laat horen
Van krijgsgevangen stemmen , niet herkend ,
Een kring die geheimzinnig zich verengt ;
Maar dan rijst in triomf één klank op uit
Die afgrond vol gefluister en geluid .
Het is zo onherstelbaar stil rondom
Dat je het gras hoort groeien in het bos ,
Het kwaad hoort gaan , het gordt zijn knapzak om
Daar maken zich al eerste woorden los ,
Met lichte rijmen als geluidsignalen
Waarvan ik nu de zin zal achterhalen –
En verzen worden simpel voorgezegd
En in het witte schriftje neergelegd
Anna Achmatova
***Wil het ooit weer iets worden Rudger Kopland
Niets bleef over van het oude
Buiten , van tuinen , van gras
Waar ooit iets gebeurd moet zijn .
Wil het ooit weer iets worden
Dan zal ik het zo moeten opschrijven
Dat ik niet meer hoef te zoeken ,
Maar kan huilen .
Een pilsje ...

*
Allemaal kerstbomen ,dan heb je het
Gehad en verdomd weinig te lachen .
Maar in de ruisende zomernacht staat
De rozerode tent van Van der Belgen .
De Parel der Kempen , maantje er boven ,
Beetje glim glim op het grint , geweldig .
Pilsje , praatje , van het een komt het ander ,
Leven en dood ,tijd en eeuwigheid , de
Liefde ,de definitie van kunst , van jij
Ziet het zus en een ander ziet het anders ,
Dus .Maar je kunt niet altijd alles
Relatief zien , er zijn ook de grote ,
Regelrechte gevoelens waar het om gaat .
Dan valt er xeinig te lachen , al uit het
Kerkorgel-chroom van de jukebox het lied
Klinkt van de blinde soldaat . Ik zie hem
Voor mij , de arme kerel , in ieder blind
Oog blinkt een traan als hij eindelijk
Terugkeert in zijn geliefde Kempen
En tast naar zijn pilsje
De Vlam
*
Iederen dag wordt de wereld kleiner ,
Kleiner het eiland waar wij ons bevinden ,
Kleiner het aantal van de beminden ,
Iederen dag .
Dieper wordt iederen dag de klove ,
Dieper de afkeer , de trieste gedachte
Hoe weinig van mensen valt te verwachten .
De een na de ander vermindert , wordt dof .
Ik denk aan mezelf , ik wil weten of
Het verval al iets van de kracht ontnam
Waarmee ik mij voornam dat ik een vlam
Zou blijven , iederen dag .