Naar de inhoud

Poëzie en gedichten

seniorennet.beseniorennet.be
HOU VAN DE MENSEN ZOALS ZE ZIJN , ER ZIJN GEEN ANDERE

Einde maart ...

De kinimatopuk        c.buddingh

 

Als maart zijn staart roert en april

Wenkt met zijn witte hoed ,

Dan krijgt de kinimatopuk 

de kriebels in zijn bloed .

 

Vier maanden lang was hij gedoemd

Tot doffe hibernatie ,

Maar nu daagt weer een blij seizoen

Van re_en procreatie .

 

Zo valt in ieders aards bestaan

Wel een een muf hiaat ,

Zo’n tijd dat lijkt of het geluk

Jou deur steeds overslaat .

 

Maar als je maar blijft denken aan

Het Grieks beleg van Troje ,

Moet je , als de kinimatopuk

(en wens jezelf daarmee geluk !)

Het leven kunnen rooien .

Geschreven door Joanna om 20:40 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Vrouwenliefde .

Vrouwenliefde            Adelbert von Chamisso

 

Sinds ik hem gezien heb ,weet ik niet waarheen ;

Waar mijn blikken waren zie ik hem alleen .

Of ik wakend droomde , zweeft zijn beeld mij voor ,

Uit de donker straalt het met te heller gloor .

 

Zonder dat is alles kleurloos als weleer ,

Naar der zustren spelen taalt mijn hart niet meer .

‘k Zoek een eenzaam plekje waar ik zit en ween
Sinds ik hem gezien heb zie ik hem alleen

     

Geschreven door Joanna om 13:09 Reageer op dit bericht

een aardig ventje .

Een aardig ventje                   J. Van Lennep

 

Daar ging eens een ventje al over de straat ,

En hij droeg op zijn borst een ruiker .

Hij had er een hoedje van chocolade ,

En zijn haar was gespoten suiker .

En zijn wangen die waren van appelmoes ,

Zijn lippen morellen , zijn neus een soes ,

Elke tand een pepermuntje .

Zijn ogen sukaden , in ijs gevat .

O ! wat een aardig ventje was dat ,

O ! wat een aardig ventje .

 

Wel kinderen ! was ‘t niet de pijne waard,

Dat ventje eens op te zoeken ?

Zijn hals was een abrikozentaart ,

Zijn armen twee deventerkoeken .

En halletjes waren zijn handjes zo fraai ,

En hij liep op twee benen van taai , taai .

Voorzeker ik wed om een centje ,

Je mocht er om lopen door dorp of stad ,

Nooit zag je zo’n aardig ventje als dat ,

Nooit zag je zo’n aardig ventje .

 

Hij wandelde voort op zijn dooie gemak ,

Al met zijn bijzondere gratie :

Hij droeg een rokje van wafelgebak ,

Met knopen van speculaas .

Zijn schoenen die waren van witte drop ,

En er blonken zwarte knoopjes op ,

En elke knoop was een krentje .

‘k Wou , ik zijn adres maar geweten had .

Want nooit zag ik ’n aardiger ventje dan dat ,

Neen , nooit zag ik ’n aardiger ventje .

 

Geschreven door Joanna om 19:28 Reageer op dit bericht

De kranige koekenman .

De kranige koekenman              tante lize

 

Er was eens een bakker , hij hete Jan Klaas ,

Die bakte veel poppen van broos speculaas ;

En toen , nu zijn oven eens open stond

Wipte één van de poppen vlug op de grond

En sprong in de winkel en riep tot de baas :

“Zeg , pak ‘m als je kunt nu , meneer speculaas .

Loop , loop , oude jongen , zo hard als je kan ;

Nooit , nooit vang je een kranige koekenman !”

 

De bakker werd boos en hij liep als een haas .

Zijn vrouw liep hem na en hun kleine Jan-klaas ,

De poes roept ‘miauw’ en de hond ‘waf , waf !’

En zo galoppeerden ze voort op een draf .

En de zwart bonte koe en het oude paard

Ijlden weg uit de stal in een dolle vaart .

En zo renden ze voort onder veel geraas

Achter ’t vluchtende ventje van speculaas ,

Dat lachte en riep luid :”loop zo hart als je kan …

Nooit , nooit ,vang je een kranige koekenman .”

 

Toen kwam er een wolf uit het dichtst van ’t bos

En snelde op de pochende vluchteling los ,

En hapte pardoes , zo maar één , twee , drie ,

Een verbazend stuk uit zijn linkerknie .

Toen greep hij op eenmaal zijn rechterbeen

En slokte dat in , plus zijn kleine teen .

En de rest volgde spoedig , en nimmermeer

Zag Jan Klaas zijn kranige koekenman weer .

 

Geschreven door Joanna om 20:49 Reageer op dit bericht

Moeder

Ik ken een vrouw , een brave vrouw;

Ze is altijd om me heen:

Ze is vrolijk als ik vrolijk ben,

En treurig als ik ween.

 

Ze zorgt; ze slaaft; ze werkt; ze zwoegt;

En rust soms dag noch nacht ;

Ze geeft me al wat ik nodig heb;

Ze schud mijn bedje zacht.

 

Het eerste kusje geeft ze mij

Vroeg in de morgenstond;

De laatste zoen die ’s avonds krijg,

Drukt ze mij op de mond.

 

En ben ik ziek , dan zie ik wel

In ieder oog een traan,

En haar, trouw zorgend, vroeg en laat

Vlak bij mijn bedje staan.

 

Wie kent die vrouw, die lieve vrouw,

Die mij zo teer bemint?

Dat is mijn allerbeste Moe ,

En ik, ik ben haar kind! 

 

 

Geschreven door Joanna om 13:37 Reageer op dit bericht

Ik ben …                 Jhon Clare

 

Ik ben ; maar wat , wie die het vraagt , of weet ?

Verloren heugnis , ként geen vriend mij meer .

Ik ben de alleen verbruiker van mijn leed .

’t Verrijst , ’t verdwijnt , een dwaalzieke schaduw-hier ,

In liefde en doods vergetelheid teloor.

En toch , ik ben , en leef in schimmen door ,

 

In ’t niets geslingerd van rumoer en smaad ,

De branding in van schijngedroom bij dag ,

Waar noch gevoel van zijn , noch vreugd bestaat ,

Maar schipbreuk leed àl wat ik ’t liefste zag ;

En zelfs het dierste – wat ik ‘t meest en ’t best

Liefhad – vreemd is , ja vreemder dan de rest .

 

Ik haak naar landen waar geen man ooit liep ,

Geen vrouw ooit heeft geglimlacht of geschreid :

Om daar met God te wonen die mij schiep ,

Te slapen , zacht , als in mijn kindertijd :

Waar ik neerlig , niet gestoord , niet storend zelf ,

Onder mij ’t gras – omhoog het lucht – gewelf .

 

 

Geschreven door Joanna om 21:39 Reageer op dit bericht

eee

Wanneer je een beetje anders bent,
krijg je van de mensen al gauw
een stempel, ze steken je in een
gekooide tempel.
Maar wat is goed en wat is slecht,
die vraag houd me bezig echt.
Je bent te dik, te dun, te groot, te oud,
alles in dit wereldje loopt
grondig fout.
Een zichtbare handicap, die mensen
krijgen het nog harder te verduren,
de meeste verschuilen zich
dan ook tussen hun vier muren.
Een beetje begrip en respect
was hier wel op zijn plaats,
Die plagerijen zijn zo ondermaats.
mensen kunnen elkaar hard raken,
botten laten kraken.
Leer toch aanvaarden, de persoon
zoals ze zijn,
kan alles zo veel beter zijn.
als de mens dat eens zou willen,
beseffen, zonder elkaar steeds,
te kwetsen.
Geschreven door Joanna om 00:00 Reageer op dit bericht

Het verstandige kind                 K.W.Bilderdijk

 

Eens viel Jan ,door wilt te lopen

Op een grote steenklomp neer :

Hoe bloedde Jantjes hoofdje ,

En wat deed zijn knietje zeer !

 

Gauw kwam Willem aangelopen ,

En hij hielp hem spoedig op ;

“daar ,daar,(riep hij )is een stokje ,

Geef die stoute steen een klop”.

 

Kleine Willem wist niet beter ,

Daarom deed hij zo verkeerd :

Want , met langs de straat te spelen

Had hij niets dan kwaad geleerd .

 

“Foei ! dat ik zo dwaas zou wezen”,

Zei de zoete , brave Jan :

“Immers weet ik , lieve Willem ,

Dat die steen ’t niet helpen kan .

 

En zo hij al schuld kon hebben ,

Weet je niet wat vader zegt ?

Kwaad met kwaad te willen lonen ,

Is ondeugend ; ja is slecht !

 

Neen , ik zal voortaan in ’t lopen

Liever meer voorzichtig zijn ,

En , daar dit mijn eigen schuld is ,

Ook niet klagen over pijn”.

 

Geschreven door Joanna om 20:52 Reageer op dit bericht

Het kinderlijk geluk.

Het kinderlijk geluk      Heromynus van Alphen

 

Ik ben een kind ,

Van God bemind ,

En tot geluk geschapen .

Zijn liefde is groot ;

‘k Heb speelgoed , kleed’ren , melk en brood ,

Een wieg om in te slapen .

 

Ik leef gerust ;

Ik leer met lust ;

Ik weet nog van geen zorgen .

Van ’t spelen moe ,

Sluit ik mijn oogjes ’s avonds toe ,

En slaap tot aan de morgen .

 

Geschreven door Joanna om 20:57 Reageer op dit bericht

het nieuwe leven .

Het nieuwe leven                     Gottfried August Bürger

 

Ha! Nu ken ik zorg noch druk ,

‘k smaak een nieuw en vrolijk leven !

Welk een zonne van geluk

heeft de droeve nacht verdreven !

Welk een blijde morgengroet

voert mij de ochtend tegemoet !..

 

Hoe ! ziet mijn verheldert oog

paradijse dreven bloeien !

Welke tonen !...’k hoor omhoog ,

Hemelmelodieën vloeien !

In elk koeltje , dat hier zucht ,

streelt mij Edens balsemlucht .

 

Wijngod ! zijt ge mij zo na

met uw schuimende pokale ?

Vult ge met ambrosia

en met nectar ied’re schale ?

Nectar en ambrosia !...

Wijngod ! zijt ge mij zo na ?

 

Liefde schenkt uw toverkracht

mij een nieuw en vrolijk leven ?

Wilt ge in ’s aardrijks duistre nacht

mij reeds hemelwellust geven ?

Eeuwig jong en eeuwig blij !...

O verrukking ! blijf me bij .

 

Geschreven door Joanna om 23:38 Reageer op dit bericht

Een tuin in de avond .

Een tuin in de avond            Rudger Kopland

 

Er gebeuren dingen hier en ik ben

De enige die weet welke ,

 

Ik zal ze noemen en ook zeggen waarom

 

Er staat een oude tuinbank onder de

Appelboom er ligt een oude voetbal

In het gras er komen oude geluiden

Uit het huis er is oud licht in de lucht

 

Dit gebeurt hier : een tuin in de avond

 

En wat je niet ziet hoort en niet ziet –

De plekken waar we kuilen groeven en

Die huilend dichtgooiden

 

Ik vertel dit omdat ik niet alleen

Wil zijn voordat ik het ben .

 

 

 

 

Geschreven door Joanna om 22:26 Reageer op dit bericht

De verschijning

De verschijning          Alfred de Musset

 

Mijn vriend , uw vader hoort ook mij ,

Ik ben geen engel aan uw zij ,

Geen kwade geest die u zal deren ,

‘k Weet niet waarheen uw leven leidt ,

Ik heb nog kwaad noch goed bereid

Op ’t glibbrig pad , waar wij verkeren ;

 

Ik ben noch God noch duivel , neen !

‘k Verhoor uw klachten noch gebeên ,

Toch broeder kunt ge mij wel noemen ,

Waar gij zijt zal ik bij u zijn,

Ook als gij rust van zorg en pijn

Te midden van de kerkhofbloemen .

 

God zelf vertrouwde mij uw hart ,

En , voelt ge u neergedrukt door smart ,

Ik zal als gij uw zorgen weten

Ik volg u over zee en land ,

Toch grijp ik nimmer uwe hand ,

Vriend , ik ben eenzaamheid geheten !

 

Geschreven door Joanna om 20:38 Reageer op dit bericht

De ratelsnoek      c. Buddingh

 

Wanneer je aan een beekje woont ,

Een sloot , een plas , een ven ,

Hoor je soms ‘s nachts , heel onverwachts ,

Zachtjes iets ratelen .

 

Het klinkt niet blij en niet echt droef

Niet dreigend of dramatisch ,

Niet nijdig ,niet rebels , nee , eer 

Wat tobberig , wat apathisch .

 

Maar stel je ’t ook eens even voor

Zo’n ratelsnoekbestaan .

Ben ik blij dat ‘k niet elke nacht

uit ratelen hoef te gaan .

Geschreven door Joanna om 20:14 Reageer op dit bericht

Ik las het je voor

Ik heb het je toen voorgelezen                  Rutger Kopland

 

Ik schreef een vers over jou gezicht ,

Dat het zo afwezig was , ik vergeleek het

Met water waarin ik het gezicht zag

 van een paard , en toen ik opkeek

 

Was de overkant verlaten .Ik vergeleek

Het met wind waarin ik de adem hoorde

Van een dode hond , en toen ik luisterde

Was het zo godvergeten stil in huis .

 

Ik heb het vergeleken met veel , met veel

Meer , meer dan ik mij herinner , maar

Ik kan het vers niet meer vinden .

 

Het was niet alleen maar water , wind ,

Je ziet me nog als ik niet kijk , je ademt

Als ik niet luister , leest wat ik niet schrijf .

 

Ik heb het je toen voorgelezen .

De ramen stonden open , op het terras

Dronken de vrienden limonade , de appelboom

Bloeide . Ik heb je voorgelezen

 

Wat ik wilde : weg , met jouw . Naast mijn bed

Een prachtige fruitmand . Geen druif

Nam je , geen sinaasappeltje , nee , nee ,

Die waren allemaal voor mij , voor mij

 

Alleen . Ik moet in slaap gevallen zijn ,

De ramen waren dichtgedaan , alsof er

Iemand was geweest , de wekker tikte

De maan scheen op het grijze fruit .

 

Ik heb de volgeschreven papieren waarvan

Ik voorlas , gevonden en verscheurd .

 

 

Geschreven door Joanna om 20:57 Reageer op dit bericht

Hans Lodeizen

God zijn spiegel .

Toen God de wereld had geschapen ,

En ze daar klaar voor hem lag –

Rustig als een baby aan het slapen –

Was hij niet blij met wat hij zag .

 

Men zou toch zeggen hij had alles

Zelf naar zijn eigen wens gemaakt :

Wij zaten parterre , hij zat stalles ;

De film werd als hij wou gestaakt .

 

Maar nee , in een geweldig pesthumeur

Zat hij alleen in zijn stoel te kniezen ;

Hij keek aanhoudend naar de deur ,

Men dacht : straks pakt hij nog zijn biezen .

 

De wereld was naar zijn evenbeeld

En precies als hijzelf geworden

En daarom keek de Heer zo verveeld :

Hij was niet gevleid met de horde .

 

Caïn sloeg Abel in een kwaje bui ,

De zondvloed kwam , een beetje later ,

De toren van Babel verwarde de lui

En tenslotte sloeg Jezus een flater .

 

Eén ding was duidelijk: het was niet goed

Wat hij gedaan had met zijn vrije uren .

Hij herkende overal zijn eigen snoet

En de mensen bedreven zijn dolste kuren .

 

Nu is god van de wereld gegaan ,

Maar een fout is er om een les te leren

Kijkt mijn spiegelbeeld me met liefde aan

Dan wil ik het de rug toekeren

Geschreven door Joanna om 00:00 Reageer op dit bericht

Thuis...

Dat gelukkig niet

 

Op tweehonderd meter van waar ik woon

Staat het huis waar ik ben geboren .

 

Ik kom er haast iedere dag een keer langs .

 

Daar heb ik geknikkerd , gehoepeld , getold ,

Ben ik onder een paard en kar gelopen .

 

Ja , wat men ook van mij zeggen kan , niet

Dat ik ver van mijn oorsprong ben afgedwaald .

 

Geschreven door Joanna om 20:56 Reageer op dit bericht

De mussen

Het solemiomusje .      c.buddingh

 

 

Het solemiomusje fladdert

Van boom tot boom .

Zij zoekt haar kleine zusje .

Wie helpt haar uit de droom ?

 

Ze heeft namelijk geen zusje ,

Zelfs niet een geelgenopt .

Geef haar maar gauw een klein kusje

Als ze ook bij jou aanklopt .

 

Geschreven door Joanna om 20:16 Reageer op dit bericht

winter ?

Sneeuw bij avond

 

Voor het slapen gaan kijk

 Ik nog even naar buiten :

Dikke , donzige vlokken

Dwarrelen omlaag als

Minuscule parachutistjes :

Koning winter neemt weer

Bezit van de aarde .

 

En ik tuur er vol vertedering naar .

 

Maar vroegen zou ’t in

Mij hebben gejuicht :

‘Morgen sneeuwballen gooien !’

 

Geschreven door Joanna om 19:40 Reageer op dit bericht

De zwaartekracht , bijvoorbeeld.

 

Ik geef toe ik ben bepaald geen rebel .

Maar tegen wie moet je in opstand komen ?

 

De zwaartekracht , bijvoorbeeld haat ik vaak

Mateloos :altijd met je neus op de aarde gedrukt .

 

En aarde is : ellende , verval , ziekte , dood .

Maar probeer er maar eens vanaf te springen .

 

We zitten gekerkerd in ’t nu en hier

En magere Hein is onze cipier

Geschreven door Joanna om 21:44 Reageer op dit bericht

binnen en buiten

Binnen en Buiten

 

Kom binnen ,

En ik draag je op handen

Naar waar je niets meer kunt verzinnen .

 

Als ik je verfris

Waar de zee de zee is ,

Ween je omdat je weent

Zonder dat het je bevreemdt .

Je lacht omdat je lacht

Je leeft omdat je leeft

Ik ontvang en jij geeft .

 

Wanneer je ogen sluiten

Gaan we naar buiten .

 

Jacop der Meistersänger

 

 

Geschreven door Joanna om 19:43 Reageer op dit bericht

Meer van Poëzie en gedichten

↑ Terug naar de berichten