De verschijning


De verschijning Alfred de Musset
Mijn vriend , uw vader hoort ook mij ,
Ik ben geen engel aan uw zij ,
Geen kwade geest die u zal deren ,
‘k Weet niet waarheen uw leven leidt ,
Ik heb nog kwaad noch goed bereid
Op ’t glibbrig pad , waar wij verkeren ;
Ik ben noch God noch duivel , neen !
‘k Verhoor uw klachten noch gebeên ,
Toch broeder kunt ge mij wel noemen ,
Waar gij zijt zal ik bij u zijn,
Ook als gij rust van zorg en pijn
Te midden van de kerkhofbloemen .
God zelf vertrouwde mij uw hart ,
En , voelt ge u neergedrukt door smart ,
Ik zal als gij uw zorgen weten
Ik volg u over zee en land ,
Toch grijp ik nimmer uwe hand ,
Vriend , ik ben eenzaamheid geheten !












